ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

De persoon Karel de Grote

Toen de vijfjarige Karel in 754 paus Stefanus II ten noorden van de Alpen, wellicht in het beroemde Bourgondische klooster Saint-Maurice-d'Agaune in het Zwitserse Wallis, inhaalde om hem tot bij zijn vader in het paleis Ponthion (Champagne) te brengen, werd daarmee een nieuw tijdperk ingeluid dat de politieke landkaart van Europa de komende decennia ingrijpend zou veranderen. Europa, dat in die tijd slechts als het derde continent bekend stond, zou tijdens de volgende eeuwen zijn eigen weg vinden en tot eigen tradities komen.

De ontmoeting tussen de koningszoon en de Romeinse pontifex staat symbool voor de symbiose tussen de wereldlijke en de geestelijke macht aan het begin van het Karolingische tijdperk. Een paar jaar voor Stefanus II de reis over de Alpen maakte, in 751, had zijn voorganger, paus Zacharias, met de steun van de adel en de kerk hofmeier Pippijn III tot koning der Franken gezalfd en daarmee een einde gemaakt aan de dynastie der Merovingers. De Merovingische koningen hadden sinds Clovis I († 511) een grote en stabiele politieke macht opgebouwd in het Frankische rijk.

Zelfs Einhard, de biograaf van Karel die rond 830 het levensverhaal van zijn held neerschreef, gaf een vertekend beeld van het late Merovingische koningschap en verhulde op die manier dat de politieke ingreep waarmee een eind werd gemaakt aan het erfelijke koningschap, eigenlijk een staatsgreep was. In elk geval was dit alleen maar mogelijk geweest door de tussenkomst van de hoogste geestelijke autoriteit, de paus van Rome. Door die inmenging werd de nieuwe dynastie blijvend en bewust gebonden, of zelfs geketend, aan de belangen van de christelijke kerk en won Italië politiek aan belang.

Door de plaatsvervanger van Christus op aarde te laten inhalen en begeleiden door de oudste van zijn twee zonen, betuigde de Frankische koning hem publiekelijk de grootst mogelijke eer. Die gebeurtenis moet zeker van groot belang zijn geweest voor Karels politieke loopbaan en religieuze beleving.

Handtekening van Karel de Grote

Handtekening van Karel de Grote.

De plechtige ontvangst van de paus is zowat het enige wat ons over de kinder- en jeugdjaren van Karel bekend is. Het jaar van zijn geboorte, 748, was zelfs voor zijn tijdgenoten onbekend. Zijn biograaf, Einhard, laat de eerste decennia van het leven van zijn held helemaal in het duister. Pas vanaf 768, met de dood van koning Pippijn en de dubbele troonsbestijging van zijn zonen Karel en Karloman, werpt hij een zeker licht op de geschiedenis.

Een aanzienlijk aantal brieven gericht aan en geschreven door Karel, meer dan honderd oorkonden en heel wat verordeningen, zogenaamde capitularia, werden overgeleverd en geven ons een beeld van Karel als vorst. Daarnaast bestaat er ook nog een min of meer officieuze geschiedschrijving die zeker de stempel droeg van het koninklijk hof en vanaf ongeveer 790 in de vorm van de zogenaamde rijksannalen een overzicht geeft van de gebeurtenissen in het rijk. Dergelijke documenten zijn tegelijk een uitdrukking van de 'voice of the elite' (Rosamond McKitterick). Die annalen zijn vermoedelijk tot stand gekomen in de koninklijke abdij van Lorsch. Ze beginnen met de dood van Karels gelijknamige grootvader met de bijnaam Martel, 'strijdhamer', in 741, en eindigen in het jaar 829. Rond 812 werden de reeds bestaande delen taalkundig bijgeschaafd en inhoudelijk uitgebreid. Bij deze annalen horen kleinere historische werkjes die eerder los stonden van het koninklijk hof en haar belangen ook niet hoefden te dienen door het verzwijgen van kritiek of nederlagen.

Twee pagina's uit de Annales Regnum Francorum, dat toegeschreven wordt aan Einhard (Bibliothèque Nationale, Parijs).

Twee pagina's uit de Annales Regnum Francorum, dat toegeschreven wordt aan Einhard (Bibliothèque Nationale, Parijs).

Voor het Alpenoverschrijdende verbond tussen paus en koning is het 'Liber Pontificalis' significant, het sinds de antieke Oudheid bijgehouden 'pausenboek'. Het belicht de gebeurtenissen vanuit Romeins perspectief en, zeker wat de biografieën van de pausen Hadrianus I (772-795) en Leo III (795-816) betreft, wordt het grotendeels door tijdgenoten geschreven. Voor de geschiedschrijving in Byzantium, de tweede christelijke én keizerlijke macht aan de Bosporus, moet de historicus Theophanes worden vermeld. Hij benadert de Franken en hun politiek met de arrogantie van de geciviliseerde Griek tegenover de barbaren uit het westen.

Uit die historische werken die jaar na jaar de belangrijke gebeurtenissen en personen uit die tijd beschrijven, kan een schat aan bruikbare informatie worden geput. Einhards Vita Caroli Magni levert ons daarentegen qua opzet en uitvoering een uniek document dat een beeld geeft van de koninklijke heerser en dat voor zoon en kleinzoon in benarde tijden een spiegel zou worden. De latere roem van Karel en de hele mythe die hem omringt is aan deze auteur toe te schrijven. In meer dan 120 handschriften werd zijn werk tijdens de middeleeuwen verspreid. De Keulse eerste druk van 1521 beeldde hem, samen met Karel V, op de voorpagina af. Keizer Karel, allicht de enige die hem wat betreft macht en betekenis voor de wereldgescheidenis heeft kunnen evenaren.

Dit werk was ruim tien jaar na de dood van Karel en binnen de entourage van de koninklijke familie tot stand gekomen. Einhard stond in tijd en ruimte dus zo dicht bij de actoren en de gebeurtenissen, dat hij ze waarheidsgetrouw kon weergeven. Maar zijn bewondering voor Karel was zo groot dat hij twijfel of kritiek onvermeld, en elke verwijzing naar zijn duistere kanten achterwege liet. Ook andere gelegenheidsdichters zoals Angilbert, de abt van Saint-Riquier, of Theodulf, de bisschop van Orléans, schreven verheerlijkend over Karel. Dit geldt in de regel ook voor de Angelsaksische en geëngageerde briefschrijver Alcuinus, bij wie toch soms een kritische noot te horen valt, wanneer hij bijvoorbeeld de brutale methodes beschrijft om de Saksen te bekeren, of de onzinnige krijgstochten naar het Langobardische Benevento. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten en latere geschiedschrijvers, baseerde Einhard zich op Suetionius' Keizerslevens, een Latijnse tekst uit het begin van de tweede eeuw, geschreven als een reeks portretten van Romeinse keizers van Caesar tot Domitianus († 96). Gewoonlijk hanteerden middeleeuwse schrijvers als model de vrome, stichtelijke heiligenlevens, zoals de Vita van de Frankische nationale heilige Martinus (van Tours), of ze tekenden specifieke grootse daden ('gesta') op in jaarboeken.

De biografie van Einhard heeft ervoor gezorgd dat zijn levenswerk en zijn literaire faam bij het nageslacht al tien jaar na zijn dood onlosmakelijk verbonden waren. Wat is waar gebeurd, wat is legende? Zo moet iedere generatie, op zoek naar Rankes 'wie es eigentlich gewesen', de bronnen opnieuw bevragen en uit de totaliteit van het gegeven materiaal telkens weer haar eigen beeld van Karel de Grote te scheppen.

De werken van Augustinus, de grote kerkvader, behoorde tot de favoriete lectuur van Karel de Grote. Op de afbeelding zien we Augustinus met enkele leerlingen. Miniatuur uit een middeleeuws manuscript (Bibliothèque Sainte Geneviève, Parijs).

De werken van Augustinus, de grote kerkvader, behoorde tot de favoriete lectuur van Karel de Grote. Op de afbeelding zien we Augustinus met enkele leerlingen. Miniatuur uit een middeleeuws manuscript (Bibliothèque Sainte Geneviève, Parijs).

Over de kinder- en jeugdjaren van Karel is behalve een paar zaken over zijn opvoeding en zijn opleiding zo goed als niets bekend. Zo weten we dat hij behalve Frankisch en Romaans ook vloeiend Latijn sprak en zelfs Grieks begreep. Tot zijn favoriete lectuur behoorden de werken van Augustinus, de grote kerkvader. Hij had belangstelling voor astronomie én astrologie, voor de tijdrekening, voor de computus paschalis (berekening van de datum van het paasfeest), voor de vragen met betrekking tot de kalender, maar ook voor de Frankische heldensagen en liederen die uit een ver verleden waren overgeleverd en zijn koningschap een volks fundament verleenden.

Dankzij Einhard en zijn navolging van het antieke voorbeeld beschikken wij wel over een unieke gedetailleerde beschrijving van Karels uiterlijk, die niet alleen maar vleiend is voor de geportretterde: Hij was stevig gebouwd en fors, erg lang van gestalte, maar daarom niet abnormaal. Het staat vast dat hij zeven voet groot was [een voet is ongeveer 25 à 30 centimeter]. Hij had een rond hoofd, ongewoon grote en levendige ogen, een eerder grote neus, mooi grijs haar en een vriendelijk en opgewekt gezicht. Daardoor straalde hij sterk gezag en grote waardigheid uit, of hij nu neerzat of rechtop stond. Hoewel zijn hals wat dik en eerder kort leek en zijn buik lichtjes uitstak, verstoorde dat toch niet zijn evenwichtige lichaamsbouw. Zijn stap was krachtig en zijn houding uitgesproken mannelijk, hij had een heldere stem, die niet zo goed bij zijn fysieke verschijning paste. Hij had een goede gezondheid en werd pas in de laatste jaren van zijn leven vaak door koortsaanvallen geplaagd en op het einde van zijn leven was hij ook mank aan één voet.' (E. hfst. 3).

Het is bekend dat Karel de Grote, Aken als residentieplaats koos omwille van de vele thermen die zich hier bevonden. Karel was immers een jichtlijder. Op de foto de hypermoderne maar prachtige Carolusthermen met Mineraalwater uit de 47 °C warme Rosenbronnen.

Het is bekend dat Karel de Grote, Aken als residentieplaats koos omwille van de vele thermen die zich hier bevonden. Karel was immers een jichtlijder. Op de foto de hypermoderne maar prachtige Carolusthermen met Mineraalwater uit de 47 °C warme Rosenbronnen.

Het past perfect bij deze imposante figuur met stierennek en embonpoint, als we van onze zegsman vernemen dat Karel zich niet bekommerde om de vasten (als religieuze oefening) en ook niet bereid was om het advies van de artsen te volgen die hem omille van zijn jicht, de welvaartsziekte van de rijken en de heersers, aanraadden om zijn dagelijkse portie gebraden vlees te vervangen door gekookt. Alcohol vond hij dan wel weerzinwekkend, vooral het overmatige gebruik van wijn. Hij was een levensgenieter en hechtte veel belang aan samenzijn met andere mensen. Op latere leeftijd bezocht hij vaak met zijn gevolg de thermale baden in Aken, die zeker een rol hebben gespeeld bij de keuze van deze plek in de Pfalz als residentiestad. Het gemeenschappelijk baden was ook een erezaak voor de raadgevers en vrienden. Karel werd terecht het 'genie van de vriendschap' (Josef Fleckenstein) genoemd.

Zo wist hij belangrijke heersers uit alle delen van de wereld naar zich toe te trekken. Het hof, de school, de schrijvers en notarissen, de artsen, de leiders van de bouwgilden en de werkplaatsen, iedereen zat vol waardering of ook kritisch, rond de koning geschaard, grapjes en vrolijke verzen werden uitgewisseld. De hoge heren gaven zichzelf ook passende bijnamen naar belangrijke personages uit de Oudheid en het oude testament: Angilbert was Homerus, Alcuinus was Flaccus (Horatius), Einhard was Bezaleël naar de bouwer van de ark en Karel zelf fungeerde als David - een maskerade die zeker een diepere betekenis had! Ook door het afstand doen van een hofceremonieel zoals bij de Basileus of zelfs bij de Kalief, en door zijn eenvoudige en traditionele kledij, liet Karel blijken dat hij zich nauw verwant voelde met de zijnen.

Miniatuur uit de Karolingische tijd dat Hieronymus voorstelt met leerlingen; het geeft ons een idee van de kleding in de tijd van Karel de Grote (Bibliothèque Nationale, Parijs).

Miniatuur uit de Karolingische tijd dat Hieronymus voorstelt met leerlingen; het geeft ons een idee van de kleding in de tijd van Karel de Grote (Bibliothèque Nationale, Parijs).

Karel vond het belangrijk om een goed contact te hebben met de mensen in zijn omgeving. Hij ging ook vertrouwd om met zijn kinderen, met name met zijn dochters en wellicht ook met zijn kleindochters, de vijf vrouwelijke nakomelingen van zijn zoon Pippijn, koning van Italië, die in 810 gestorven is. De koning was, om het modern uit te drukken, het voorbeeld van een 'familiedier'. Volgens Einhard wilde Karel in geen geval afzien van het samenwonen met zijn dochters en verzette hij zich tegen elk huwelijk, of het nu met de zoon van de Byzantijnse keizer was of met een nakomeling van koning Offa van Mercië. Het gevolg was dat de 'koninklijke duifjes' in het paleis rondfladderden en informele liefdesrelaties begonnen met hovelingen. Berta had een verhouding met Angilbert, de diplomaat, dichter en lekenabt van Saint-Riquier. Van hun twee kinderen, Hardnid en Nithard, werd de laatste een bekend historicus. Rotrud had samen met haar minnaar Rorico, afkomstig uit een machtig adellijk geslacht in het Franse hertogdom Maine, een zoon die Lodewijk heette en die onder Karel de Kale, een kleinzoon van de keizer, een belangrijke carrière tegemoet zou gaan. Zijn andere dochters, die zonder uitzondering bedreven waren in het spinnen en weven, alsof ze op een eigen huishouding werden voorbereid en die net als zonen konden vechten en paardrijden, trokken na de dood van hun vader allemaal naar het klooster. Het klinkt nogal naïef wanneer Einhard beweert dat het alleen door de sterke vaderbinding kwam dat Karels dochters niet trouwden. In werkelijkheid had het meer te maken met de angst voor de concurrerende macht van de potentiële schoonzonen. Het was duidelijk uit vrees voor de politieke implicaties dat het losbandige leven van zijn dochters, het enige alternatief voor zijn vrouwelijke nakomelingen, in de schaduw van de machtige vader werd getolereerd. Karel liet zijn mannelijke nakomelingen de teugels voelen, als vader, koning en keizer. De oudste zonen uit zijn derde huwelijk, Karel en Pippijn, onderscheidden zich als bekwame krijgsheren. Dat uitgerekend de kwezelachtige Lodewijk zijn broers heeft overleefd als enige troonopvolger, zal het voor Karel op het einde alleen nog maar moeilijker hebben gemaakt.

Hildegard was de 3e echtgenote van Karel de Grote en diegene met wie hij het langst getrouwd was. Ze stierf na 12 jaar huwelijk bij de geboorte van hun negende kind. Ondermeer Lodewijk de Vrome, de opvolger van Karel de Grote was een van hun kinderen.

Hildegard was de 3e echtgenote van Karel de Grote en diegene met wie hij het langst getrouwd was. Ze stierf na 12 jaar huwelijk bij de geboorte van hun negende kind. Ondermeer Lodewijk de Vrome, de opvolger van Karel de Grote was een van hun kinderen.

Er zijn niet minder dan achttien kinderen van Karel bekend, geboren binnen vijf huwelijken en bij een aanzienlijk aantal concubines. Van polygamie is echter geen sprake, in elk geval was de koning in geen geval op hetzelfde moment met verschillende vrouwen getrouwd. Polygamie bestond niet in de Frankische maatschappij of binnen het Frankische rechtssysteem. Een persoon kon slechts één vrouw als wettelijke echtgenote hebben. Karel had zeker een zwak voor vrouwelijk schoon, en voelde er zich tot op het einde van zijn leven toe aangetrokken. Zijn echtgenotes hadden geen wezenlijke invloed op politieke beslissingen - wat latere anekdotes ook mogen beweren. Maar Karels huwelijken maakten in elk geval we deel uit van een weldoordachte vriendschaps- en huwelijkspolitiek. Himiltrud, de vrouw met de mooiste naam, moeder van Pippijn, die later de gebochelde werd genoemd, was vermoedelijk een afstammelinge van de Alemannen en werd rond 770 om politieke redenen, en tegen heftig protest van de paus in, 'geruild' voor een Langobardische prinses. Zij werd op haar beurt na één jaar teruggegeven aan haar vader Desiderius, en pas het derde huwelijk van de koning in de zomer van 771, met de Alemannische Hildegard, die op dat moment ongeveer twaalf jaar oud was, hield relatief lang stand. In 783 stierf Hildegard in het kinderbed en liet Karel diep bedroefd achter. Karel probeerde door dat huwelijk, en vermoedelijk ook al door het huwelijk met Himiltrud, het hertogdom Alemannië, dat in 746 door de Franken was onderworpen, aan zich te binden. Hildegard vormde tegelijk ook een schakel met de Beierse Agilolfingen, waaraan ze verwant was. Deze koningin, die later zelfs als een heilige werd vereerd, is de werkelijke stammoeder van de Karolingers: van de negen kinderen die ze tijdens haar twaalf jaar huwelijk op de wereld zette, bleven drie zonen en drie dochters in leven: Karel, Pippijn (Karloman) en Lodewijk, Gisela, Rotrud en Berta. Na de dood van Hildegard ging de koning op zoek naar een nieuwe vrouw. Hij koos de adellijke Fastrada, wellicht om ook de heersers uit de streek van de Rijn en de Main, tot aan Thüringen, definitief aan zijn rijk te binden. Fastrada, aan wie Karels enige, zeer persoonlijk geschreven 'veldpostbrief' over de veldtocht tegen de Avaren in 791 was gewijd, had blijkbaar steeds vaker te lijden onder ziektes en pijnlijke cariës. Ze stierf in 794 en liet twee dochters achter, Hiltrud en Theodorada. Ze werd begraven in Sankt-Alban bij Mainz, niet in Saint-Arnulf bij Metz zoals haar voorgangster. Einhard weet over haar niet veel goeds te vertellen. Ze zou de koning, die een zachtaardig karakter had, verschillende keren hebben opgestookt om boosaardig en streng op te treden, waarschijnlijk als reactie op de opstand van Hartrad in 786 en de samenzwering van Pippijn 'de gebochelde' in 792/793. Fastrada leefde nog toen de koning met één van zijn concubines een dochter kreeg.

Liutgarde van Alemanië was de vijfde en laatste echtgenote van Karel de Grote. Ze was zeer geliefd bij de hovelingen en ook geliefd door haar man. Het huwelijk bleef kinderloos.

Liutgarde van Alemanië was de vijfde en laatste echtgenote van Karel de Grote. Ze was zeer geliefd bij de hovelingen en ook geliefd door haar man. Het huwelijk bleef kinderloos.

Na de dood van zijn laatste vrouw Liutgard, waagde hij zich blijkbaar niet meer aan een huwelijk. Zijn macht was zeker gesteld. Liutgard, die door de hovelingen werd aanbeden, omdat ze zo charmant en intelligent was, mag dan ook als Karels meest geliefde vrouw worden beschouwd. Hij trouwde pas met haar toen paus Leo III in 799 zijn bezoek over de Alpen aankondigde. Alvorens het in Paderborn tot een ontmoeting kwam, was het uit respect voor de paus aangewezen om hun verhouding een duidelijke vorm te geven. Een jaar later overleed Liutgard. Karel werd alweer weduwnaar en besloot dat te blijven. Uit niets blijkt echter dat hij van intieme omgang met vrouwen zou hebben afgezien. Einhard onthoudt zich op dat vlak van commentaar, maar deelt laconiek de namen van Karels bedgenotes mee, waaronder die van een Saksische vrouw, en maakt melding van de kinderen die uit die verhoudingen werden geboren. Er kwamen er nog drie ter wereld, waarvan Hugo en Drogo het als geestelijke ver zouden schoppen. De auteurs, briefschrijvers en dichters uit die tijd, waagden zich niet aan kritiek op Karels amoureuze leven. Pas in 824 durfde de monnik Wetti op de Reichenau, wellicht tot grote belangstelling van de abt en de broeders, onder de dekmantel van een nachtelijk visioen over het hiernamaals, zich over de overleden Karel uitlaten, en laakte openlijk het seksuele leven van Karel, wat tot dan taboe was geweest. Latere, vooral burgerlijk georiënteerde historici, omzeilden het delicate onderwerp dat hun gedeeltelijk bizarre heldenverering dreigde te dwarsbomen, zoveel mogelijk. Karel stier op 28 januari 814 op 65-jarige leeftijd in zijn geliefde Aken aan de gevolgen van een longontsteking. Nog dezelfde dag, een zaterdag, werd hij in de voorhal van de domkerk begraven.

De graftombe van Karel de Grote in de domkerk te Aken.

De graftombe van Karel de Grote in de domkerk te Aken.

Zijn 'persoonlijke' testament had hij al in 811 opgemaakt, na de dood van zijn zonen Pippijn en Karel. In dat testament zorgde hij ervoor dat vooral de kerken en de armen van zijn rijk genereus werden bedeeld, om zijn zielenheil veilig te stellen.

Einhard roemde als wezenlijke karaktertrek van Karel zijn 'magnanimitas' of ook zijn 'constantia mentis', termen die - onbevredigend - als 'sterkte van geest' of 'onverzettelijkheid' zijn vertaald. De genaamde karaktersterkte verwijst inderdaad naar een politieke en niet naar een persoonlijke deugd, waardoor een persoon in staat wordt gesteld de doelen te realiseren die hij zichzelf voor ogen heeft gesteld. Cicero beschouwt een dergelijke houding in zijn praktische leer Over de plichten (De Officiis) als trouw aan zichzelf en plicht tegenover het gemeenwezen, de Res publica. Volgens Einhard lag het bewijs van deze 'kracht' in de lange veldtochten, zoals die tegen de Saksen, in de sterke band met de kerk van Rome en met de opvolgers van Petrus, in het bijzonder met Hadrianus I, die in het Boek der Pausen de paus met het 'diamante hart' wordt genoemd, en ook in zijn bekommernis voor de vrede binnen het Imperium Christianum, na het jaar 800, het jaar waarin hij tot keizer werd gekroond.

Deze 'constantia mentis' of karaktervastheid had blijkbaar ook te maken met een zekere koppigheid en onverzettelijkheid, zoals zijn concurrenten, tegenstanders en vijanden konden ervaren. Volgens Einhard was hij in eerste instantie wel een milde en verzoenende persoonlijkheid, maar deze trekken gingen gepaard met strengheid, onverbiddelijkheid en heftigheid. Dat werd duidelijk bij het zogenaamde bloedbad van Verden, bij de moord op Tassilo en diens familieleden. Maar wat oorlogsvoering betreft hield Karel zich in de praktijk aan de gebruiken van het gewelddadige tijdperk waarin hij leefde: roof, brandstichting, moord, mensenjacht en deportaties waren in die tijd strijdmiddelen, en ook later nog. Daar werd geen kritiek op geleverd, ook niet door de kerk, zelfs niet door zijn slachtoffers. De Saksen maten hun aanvoerder Widukind later trots eenzelfde oorlogszuchtig profiel aan.

De Dom van Aken (Aachener Dom) is de bisschoppelijke kerk van Aken. Het bouwwerk is voortgekomen uit de hofkerk van Karel de Grote, die deel uitmaakte van de oorspronkelijke Akener koningspalts. Het centrale achthoekige gedeelte, dat thans als het schip van de kerk fungeert, werd tussen 796 en 804 gebouwd naar Byzantijnse voorbeelden. De bouw werd voltooid door de bouwmeester Odo van Metz. De kerk werd ingewijd in 804 tijdens Driekoningen. Later hebben er belangrijke gotische en barokke uitbreidingen plaatsgevonden. Otto I was de eerste van dertig koningen die in deze dom werden gekroond. De kerk werd in 1978 als eerste Duitse monument op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.

De Dom van Aken (Aachener Dom) is de bisschoppelijke kerk van Aken. Het bouwwerk is voortgekomen uit de hofkerk van Karel de Grote, die deel uitmaakte van de oorspronkelijke Akener koningspalts. Het centrale achthoekige gedeelte, dat thans als het schip van de kerk fungeert, werd tussen 796 en 804 gebouwd naar Byzantijnse voorbeelden. De bouw werd voltooid door de bouwmeester Odo van Metz. De kerk werd ingewijd in 804 tijdens Driekoningen. Later hebben er belangrijke gotische en barokke uitbreidingen plaatsgevonden. Otto I was de eerste van dertig koningen die in deze dom werden gekroond. De kerk werd in 1978 als eerste Duitse monument op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO geplaatst.

Karel heeft materieel niet veel, maar wel grootse zaken nagelaten. De Mariakerk van zijn paltsresidentie Aken neemt hier de belangrijkste plaats in. Haar achthoekige vorm heeft ze tot op heden bewaard, ook al werd ze nog zo vaak verbouwd en uitgebreid. Het was de eerste kerk die aan deze zijde van de Alpen van bronzen deuren werd voorzien. Verder zijn de resten van zijn 'keizerlijke' residentie in Ingelheim en enkele kostbare Codices bewaard. Misschien behoorde ook de zogenaamde talisman van Karel de Grote, een relikwiehouder die in zijn graf werd gevonden, en in 1804 geschonken aan keizerin Joséphine, de vrouw van Napoleon, tot zijn nalatenschap.