ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

Karel de Grote en het buitenland - De val van Tassilo: Beieren wordt een Frankische provincie

Jachttafereel met afbeelding van Tassilo III, hertog van Beieren en volle - in ongenade gevallen - neef van Karel de Grote.

Jachttafereel met afbeelding van Tassilo III, hertog van Beieren en volle - in ongenade gevallen - neef van Karel de Grote.

Misschien klinkt het vreemd dat de relatie tussen de Frankische vorst en Beieren onder het hoofdstuk 'buitenlandse politiek' wordt behandeld, aangezien Beieren toch een zwaargewicht onder de 'duitsche landen' in het middeleeuwse koninkrijk was. Het hertogdom Beieren werd in die tijd inderdaad ook als ondergeschikt aan het Frankische kernrijk beschouwd. Beieren was een van de hertogdommen uit de Merovingische periode, die niet in laatste instantie door de ondergang van het eerste Frankische koningshuis een quasi autonome status hadden verworven. Reeds ten tijde van de Arnulfingisch-Pippijnse hofmeiers werd de macht van de hertogen ingeperkt en zelfs compleet afgebroken, met uitzondering van Beieren. Zo werd Thüringen in 717-719 aan de centrale Frankische macht onderworpen en het Agilolfingische hertogdom Alemannië hield na ruim honderd jaar op te bestaan, op de gerechtsdag van Cannstatt in 746. Vanaf 768 was het afgelopen met de zelfstandigheid van de Aquitanische hertogen. Het hertogdom als tussenmacht van het koninklijke lof en het regionale bestuur verdween. In plaats van de overkoepelende regionale machtsstructuren werd een systeem van overzichtelijke en gemakkelijk bestuurbare graafschappen geïnstalleerd. Italië en Aquitanië kregen als recent toegevoegde gebieden onder het bewind van Karels zonen vanaf 781 een zekere zelfstandigheid, dat had te maken met de status van die streken, maar ook met de ontoereikendheid van de communicatiesystemen, gezien de reusachtige dimensies van het Frankische rijk. In Midden- en Zuid-Italië, in Spoleto en Benevento, moest Karel zich ermee verzoenen dat het hertogdom bleef bestaan. Hij bezat niet de macht om het status-quo te beëindigen en de politieke machtsverhoudingen ingrijpend te wijzigen. In Spoleto werd echter gebruik gemaakt van koningsgetrouwe aanhangers. In Benevento kon Karel een politiek akkoord afdwingen waardoor de hertog - aanvankelijk Arichis, ook een schoonzoon van de gevallen Langobardische koning Desiderius - werd verplicht tot het stellen van gijzelaars, waaronder een koningszoon, tot het zweren van de eed van trouw, waar ook zijn hele volk aan was gebonden, en tot het betalen van jaarlijks 7000 gouden solidi. Deze overeenkomst hield geen stand. De opvolger van Arichis, Romuald, die door Karel zelf in 788 in Benevento werd aangesteld, sloot zich uiterlijk in 791, na zijn huwelijk met een Byzantijnse prinses, weer bij het Oosten aan. Frankische veldtochten op het einde van de achtste en het begin van de negende eeuw bleven zonder succes. Benevento bleek aansluiting te vinden bij Byzantium en dus ook bij het Middellandse Zeegebied. Maar de beoogde staatsrechterlijke verbinding van de Langobardische hertogdommen met het Karolingische rijk bood toch een politiek alternatief voor de volledige opgave van hun zelfstandigheid. Benevento werd echter niet als voorbeeld beschouwd bij de behandeling van het hertogdom Beieren.

Kaart van Duitsland met rechtsonderaan Beieren (Bayern).

Kaart van Duitsland met rechtsonderaan Beieren (Bayern).

Dat hertogdom had sinds de ambtsperiode van hertog Theodo († 717/718), die zijn rijk als een koning tussen zijn twee zonen verdeelde, een onafhankelijke status verkregen. Het hertogdom had in het bewustzijn van de Beieren niet langer een ambtelijk karakter. Ondanks het ontbreken van een titel had de dubbele verwantschap met de opkomende hofmeiers hen van hun evenwaardigheid overtuigd. Karel Martel, de grootvader van Karel, had namelijk een verhouding met de Agilolfingische Swanahild, en Karels tante Hiltrud, de zus van Pippijn III, was getrouwd met hertog Odilo, de vader van Tassilo. Dus was Tassilo, de erfgenaam uit dit huwelijk, de neef van Karel. Bovendien was de kerk van Beieren, die door Bonifatius in vier bisdommen was onderverdeeld - Regensburg, Freising, Passau en Salzburg - nog niet onder een overkoepelend gezag geplaatst. Op die manier kon de macht van de hertog op kerkelijke synodes worden uitgebreid en kreeg hij behalve inspraak ook effectieve beslissingsmacht. Op het vlak van de buitenlandse politiek volgden de successen elkaar op. Tassilo trad in het huwelijk met een Langobardische koningsdochter, en op Pinksteren 772 werd paus Hadrianus I dooppeter van Theodo, de zoon van de hertog, wat ook kon worden beschouwd als een duidelijke erkenning van de Beierse overwinning over de heidense Carantanen in de lente van dat jaar. Ook de stichting van het klooster in Krems, dicht bij de grens, als uitvalsbasis voor exploitatie van gronden en als centrum van evangelisatie, was voor de Slaven en Carantanen in het zuidoosten een belangrijk teken van de hertogelijke macht.

Kaart van het Frankische Rijk ten tijde van Pippijn de Korte (Pippijn III). Op de kaart is duidelijk zichtbaar dat Beieren toen als deel van het Frankische Rijk beschouwd werd. Dit kwam omdat Pippijn opgekomen was voor de belangen van Tassilo III, de zoon van zijn zuster Hiltrud, als opvolger van zijn vader Odilo als Hertog van Beieren.

Kaart van het Frankische Rijk ten tijde van Pippijn de Korte (Pippijn III). Op de kaart is duidelijk zichtbaar dat Beieren toen als deel van het Frankische Rijk beschouwd werd. Dit kwam omdat Pippijn opgekomen was voor de belangen van Tassilo III, de zoon van zijn zuster Hiltrud, als opvolger van zijn vader Odilo als Hertog van Beieren.

De houding van Beieren tegenover het nieuwe Frankische koningshuis was aanvankelijk afwachtend en discreet. Pippijn III was, na de dood van hertog Odilo in 754, voor de belangen van zijn neef Tassilo opgekomen en had daarmee de hertogelijke ambities van zijn halfbroer Grifo, uit het huwelijk van Karel Martel met Swanahild, beknot. Het politieke verbond binnen de families werd versterkt toen Tassilo deelnam aan de tweede Italiaanse veldtocht door Pippijn III, de vader van Karel, in 756. Na de dood van Pippijn in 768 concentreerde zijn weduwe, Bertrada, haar politiek zelfs een tijdje op een bondgenootschap tussen Franken, Beieren en Langobarden. Ook toen deze 'driebond' in 771 werd verbroken, onderhielden de neven verder blijkbaar goede relaties - in ieder geval nam de Beierse delegatie in 778 deel aan Karels mislukte avontuur in Spanje. Beieren was trouwens noch bij de rijksdeling van 742, noch na de dood van Pippijn in 768 betrokken partij bij de opdeling van het Frankische rijk.

Zicht op de Brennerpas. Ten tijde van Karel de Grote werd deze pas gecontroleerd door de Hertog van Beieren. Dit was een doorn in het oog van Karel omdat het een hindernis vormde tussen de Noord- en Zuidkant van de Alpen.

Zicht op de Brennerpas. Ten tijde van Karel de Grote werd deze pas gecontroleerd door de Hertog van Beieren. Dit was een doorn in het oog van Karel omdat het een hindernis vormde tussen de Noord- en Zuidkant van de Alpen.

Toen Karel de machtsstructuren in zijn rijk reorganiseerde en op Pasen 781 in Rome zijn zonen Pippijn en Lodewijk aan het hoofd stelde van Italië resp. Aquitanië, begon de koning ook steeds meer belangstelling voor het autonome Beieren te krijgen. Het hertogdom vormde met zijn bergpassen - vooral met de Brenner - en met bezittingen tot in Bolzano een hindernis tussen het noorden en het zuiden van de Alpenkam. Karel wist Hadrianus I voor zich te winnen, omdat die op zijn beurt hoopte op verdere 'restituties'. Daardoor werd Tassilo politiek omsingeld. Na de overeenkomst die de koning en de paus in 781 in Rome hadden gesloten, werd Tassilo door een delegatie van beide partijen bij de koning ontboden. Nog in hetzelfde jaar gaf hij daar gehoor aan en meldde zich bij de koning in Worms. Karel stelde gijzelaars om de veiligheid van de hertog te garanderen - Tassilo werd als 'buitenlands heerser' behandeld. De Agilofinger bracht 'rijkelijke geschenken' mee als teken van zijn loyaliteit en kreeg het gewenste 'afscheid'. Dat waren gebaren die tegelijk op toenadering en ondergeschiktheid wezen, net zoals het stellen van belangrijke gijzelaars. Het akkoord met Benevento kan voor deze manier van handelen tot voorbeeld hebben gestrekt. Maar Karel nam geen genoegen met deze fragiele, onduidelijke situatie. Tijdens zijn derde reis naar Rome in 787 rijpte bij de Frankische koning waarschijnlijk het plan om een einde te maken aan Beieren als autonome entiteit en daarbij Tassilo en zijn familie politiek de genadeslag toe te brengen. Maar daar was een ruim opgevatte coalitie van Frankische edelen, Beierse samenzweerders en de paus van Rome als hoogste geestelijke autoriteit voor nodig. Bovendien moest zeker gebruik worden gemaakt van een middel dat in die complexe vorm op dat moment nooit eerder was ingezet: de 'public relations'. Om het volk te overtuigen moest de propaganda veel verder gaan dan de gebruikelijke parades en optochten te paard, audiënties en rechtszittingen, luisterrijke kerkdiensten en doopsels. Het was niet mogelijk om, zoals in Alemannië of Aquitanië, enkel met de wapens tegen Beieren op te treden en de leiders af te zetten. Karel had subtielere methodes nodig, en een hoofdzakelijk juridisch-historische bewijsvoering ter verantwoording van zijn daden was zeker opportuun. Die kwam tot stand onder de vorm van de zogenaamde rijksannalen, officieus opgestelde 'Frankische' jaarboeken. Ze werden geschreven in de periode tussen 788 en 794 en gaven jaar per jaar een overzicht van de gebeurtenissen in het Frankische rijk. Ze waren gebaseerd op een soort 'witboek' van de causa Tassilo, wat door de koning al in 788 was uitgedacht. Daar wordt verder in de tekst nog op teruggekomen.

Arno werd geboren rond het jaar 740 en was afkomstig uit een Opper-Beiers adellijk geslacht. Hij doorliep een kerkelijke carrière die voor toen niet ongebruikelijk was. Op zijn dertigste ontving hij de priesterwijding. Vervolgens trad hij in bij de benedictijnen van de beroemde St-Amandusabdij te Elno, niet ver van Gent, Vlaanderen. In 782 werd hij er abt. Hij was bevriend met Alcuinus, de heilige leermeester en raadsman van Karel de Grote. Tenslotte werd hij bisschop van Salzburg. Hij maakte er het belangrijkste bisdom van in de wijde omtrek. Het overvleugelde zelfs het meest eerbiedwaardige bisdom van die tijd: Regensburg. Hij stierf in 821, bijna 80 jaar oud.

Arno van Salzburg werd geboren rond het jaar 740 en was afkomstig uit een Opper-Beiers adellijk geslacht. Hij doorliep een kerkelijke carrière die voor toen niet ongebruikelijk was. Op zijn dertigste ontving hij de priesterwijding. Vervolgens trad hij in bij de benedictijnen van de beroemde St-Amandusabdij te Elno, niet ver van Gent, Vlaanderen. In 782 werd hij er abt. Hij was bevriend met Alcuinus, de heilige leermeester en raadsman van Karel de Grote. Tenslotte werd hij bisschop van Salzburg. Hij maakte er het belangrijkste bisdom van in de wijde omtrek. Het overvleugelde zelfs het meest eerbiedwaardige bisdom van die tijd: Regensburg. Hij stierf in 821, ongeveer 80 jaar oud.

Terwijl het conflict met de Beierse hertog verder escaleerde, slaagde Karel erin een groot deel van de Beierse edellieden - dachten ze aan het eigen voordeel in de vorm van koninklijke weldaden? - voor zich te winnen. Van essentieel belang moet hierbij de steun van Arno, de bisschop van Salzburg, zijn geweest. Hij was uit Beieren afkomstig, maar had carrière gemaakt aan het koninklijke hof en was daarna abt geworden van het belangrijke Sint-Amandusklooster te Gent, in Vlaanderen. De naam van de Frankische koninklijke familie verschijnt dan ook al in de oudste boeken van het klooster Sankt-Peter in Salzburg, bovendien al in het nieuwe schrift dat toen nog maar net was ontwikkeld, de zogenaamde Karolingische minuskel, terwijl de andere Beierse schrijvers in de bisdommen en kloosters nog steeds het oudere cursief gebruikten. Als dank voor zijn verdiensten (en omwille van zijn persoonlijkheid!) werd Arno, als aartsbisschop van Salzburg, op bevel van Karel op het einde van de eeuw tot eerste metropoliet van Beieren benoemd.

De stad Worms, waar Tassilo weigerde naar toe te komen om zijn eed van trouw aan Karel te hernieuwen. Deze weigering was aanleiding tot de invasie van Karel in Beieren in 781.

De stad Worms, waar Tassilo weigerde naar toe te komen om zijn eed van trouw aan Karel te hernieuwen. Deze weigering was aanleiding tot de invasie van Beieren in 787.

Tassilo werd in 787 door de kerk van Rome onder druk gezet en wegens eedbreuk bij de koning ontboden. Toen hij aan dit bevel geen gehoor gaf, werd een reusachtige drievoudige militaire colonne op Beieren afgestuurd. Karel voerde zelf het bevel over de marscolonne die vanuit Neustrië vertrok, en koning Pippijn (zoon van Karel en koning van Italië) over de troepen die vanaf de Po-vlakte doorstootten. Eerst werd het gebied militair ingenomen, daarna volgde een politieke bezetting. Gezien de uitzichtloze toestand kon de hertog niets anders doen dan zich aan het gezag van de koning te onderwerpen. Hij werd een vazal van zijn neef Karel en overhandigde hem symbolisch, via de scepter, het hertogdom. De band die in 781 nog op loyaliteit was gebaseerd, veranderde nu in vazalschap. Politiek gezien betekende dat voor de hertog dat hij een leenman was geworden, ondergeschikt aan zijn leenheer, de koning.

De vazaliteit, een systeem van onderdrukking dat normaal gezien gold voor het laagste sociale niveau, bij de relatie tussen heer en knecht, bereikte op die manier de bovenste sociale laag van de maatschappij en kon voor eens en altijd als politiek en economisch drukkingsmiddel worden ingezet. Hiermee werd de geboorte ingeluid van de middeleeuws feodale staat. In deze context kan het prille vazalschap van de hertog van Beieren als een revolutionair moment worden beschouwd, dat verregaande gevolgen voor de toekomst zou hebben. Het perifere rijk was een 'beneficium' geworden, een zakelijk substraat of het object van een persoonlijke band. Het 'potestas', de rechterlijke gezagsuitoefening, was een 'ususfructus', gewoon exploitatierecht geworden.

Door een eed van trouw werd deze onderwerping bekrachtigd. Alweer werden gijzelaars gesteld. De belangrijkste gijzelaar was Tassilo's zoon en troonopvolger Theodo.

Tassilo werd uiteindelijk gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Zijn straf (en die van zijn familie) werd uiteindelijk omgezet naar levenslange opsluiting in een klooster. Tassilo werd gevangen gehouden in het klooster van Jumièges in de buurt van het huidige Rouen.

Tassilo werd gevangen genomen en ter dood veroordeeld. Zijn straf (en die van zijn familie) werd uiteindelijk omgezet naar levenslange opsluiting in een klooster. Tassilo werd gevangen gehouden in het klooster van Jumièges in de buurt van het huidige Rouen.

De hertog kon zich maar moeilijk bij zijn nieuwe positie neerleggen en zijn vrouw, de 'koninklijke hoogheid' Liutperga, al helemaal niet. Ze weigerden elke vorm van onderdanigheid tegenover de machtige koning. Die besliste de grote middelen in te zetten en voorgoed een einde te maken aan de macht van de hertog van Beieren. In de zomer van 788 riep hij in Ingelheim een grote rijksdag bijeen, daarop werden Franken van iedere stam uitgenodigd, Saksen, Langobarden en voor het eerst ook Beieren. Toen Tassilo kwam, werd hij gevangengenomen. Op hetzelfde moment werden door de koning bodes naar Beieren gestuurd en werden zijn vrouw en kinderen, samen met de hele hofhouding en 'al hun schatten', meegenomen tot aan de Rijn. Tassilo werd ontwapend, bij de koning gebracht en ter dood veroordeeld, maar de koning verleende hem uiteindelijk gratie en liet hem opsluiten in een klooster. Tassilo kon nog net bedingen dat hem niet meteen in het openbaar de kruin werd geschoren. Dat gebeurde later in de abdij van St.-Goar aan de Rijn, een klooster dat verbonden was met de Karolingische 'huisabdij' te Prüm in de Eifel. Tassilo verdween, net zoals zijn vrouw en kinderen, voor altijd achter de kloostermuren. De hertog zelf werd opgesloten in het Normandische Jumièges, de rest van zijn familie in St.-Maximin bij Trier, in Chelles bij Parijs en in Laon.

Kaart van Vinschgau in Zuid-Tirol. Referentiepunt (rode stip) is de stad Graun im Vinschgau. Uit deze regio was Karels derde vrouw Hildegard van de Vinschgau afkomstig. Na de gevangenzetting van Tassilo werd Gerold van de Vinschgau, de broer van Hildegard, aangesteld als prefect van Beieren. Er bestaat hier echter discussie over: sommige bronnen beschouwen haar vader, die ook de naam Gerold droeg als de prefect van Beieren.

Kaart van Vinschgau in Zuid-Tirol. Referentiepunt (rode stip) is de stad Graun im Vinschgau. Uit deze regio was Karels derde vrouw Hildegard van de Vinschgau afkomstig. Na de gevangenzetting van Tassilo werd Gerold van de Vinschgau, de broer van Hildegard, aangesteld als prefect van Beieren. Er bestaat hier echter discussie over: sommige bronnen beschouwen haar vader, die ook de naam Gerold droeg als de prefect van Beieren.

De aanklachten tegen de Agilolfingen waren op voorhand al verzameld en bekend gemaakt: samenzwering met de Avaren in het oosten, in die tijd voor de koning nog geen militair doelwit, en het aanzetten van Beierse vazallen tot opstand tegen het Frankische gezag. Blijkbaar werden ook vroegere gebeurtenissen weer aangehaald als bezwarend materiaal. Tassilo zou de eed van trouw op relikwieën van Frankische heiligen, zoals Sint-Martinus, hebben gebroken toen hij in 757 vazal van Pippijn was geworden, maar als grootste vergrijp werd hem 'herisliz' aangewreven, vaandelvlucht, wat later in de bronnen, teruggrijpend op het Romeinse recht, als hoogverraad werd aangeduid. Soms waren de feiten waarvan de hertog werd beschuldigd meer dan dertig jaar oud, maar ze stonden opgetekend in de officieuze annalen als zogenaamd bewijsmateriaal. Dit samenraapsel van aanklachten miste zijn propagandistische doel niet en werd tot voor kort als algemeen aanvaard beschouwd. Op die manier werd voor eens en altijd met Tassilo afgerekend. En Karel kreeg zo de macht over het hertogdom Beieren, volgens een begeleidende koninklijke oorkonde uit de hand van de misdadigers Odilo (!) en Tassilo, die zich gedurende een tijd aan de trouw van ons koninkrijk der Franken hebben onttrokken. Beieren kreeg al gauw weer een bijzondere status toen Gerold, zwager van Karel en broer van de in 783 overleden koningin Hildegard, er als 'prefect' werd aangesteld. Beieren werd in 806 niet samen met de rest van het rijk onder de zonen van Karel verdeeld, maar kreeg in een afzonderlijk verbond met Italië een zelfstandig bestaan. Ook later kwam de integriteit van Beieren nooit ernstig in gevaar.

Fragment uit een brief van Karel de Grote waarin de Synode van Frankfurt (am Main) in 794 wordt aangekondigd. Dit is de allereerste vermelding van Frankfurt in een geschreven document. Tijdens deze synode kwam Tassilo voor de laatste keer in de openbaarheid om officieel afstand te doen van zijn titel van hertog van Beieren.

Fragment uit een brief van Karel de Grote waarin de Synode van Frankfurt (am Main) in 794 wordt aangekondigd. Dit is de allereerste vermelding van Frankfurt in een geschreven document. Tijdens deze synode kwam Tassilo voor de laatste keer in de openbaarheid om officieel afstand te doen van zijn titel van hertog van Beieren.

Tassilo kwam nog één keer onder de aandacht voor hij stierf, namelijk toen hij voor de koning moest verschijnen op de beroemde synode van Frankfurt in 794, de westelijke reactie op het tweede concilie van Nicaea in 787. Daar moest de voormalige hertog, die intussen de gelofte als monnik had afgelegd, voor de verzamelde rijksdag zijn schuldbekentenis opnieuw afleggen en - wat van essentieel belang was voor Karel - volledig afstand doen van al zijn rechten en bezittingen als hertog van Beieren. Tassilo's optreden werd bekroond door de 'vredeskus' met de koning, het bewijs dat de rechterlijke orde en de ongestoorde relatie tussen Karel en Tassilo weer was hersteld. Karel kreeg daardoor vrij spel in Beieren. Ongetwijfeld was hier veeleer sprake van een machtsconflict dan van een juridisch probleem, maar de maatschappelijke evolutie om conflicten te beslechten op het hoogste politieke niveau, was op het einde van de achtste eeuw duidelijk begonnen. Om zichzelf te verantwoorden moest Karel niet alleen de vermeende of de werkelijke misdaden van Tassilo aan elkaar rijgen, maar was het ook nodig om een verzoening te ensceneren en moest de voormalige hertog 'vrijwillig' afstand doen van zijn aanspraak op het land. Het publiek moest de indruk krijgen dat het proces juridisch correct werd gevoerd. Dergelijke scrupules waren in de tijd van de Merovingers nog totaal onbekend. Tassilo en zijn verwanten verdwenen na dit optreden in Frankfurt voorgoed van het toneel. Tot aan hun dood bleven ze in het klooster. Karel was heer en meester in Beieren, hij had het laatste autonome hertogdom, de vrijgekomen eigendommen van de Agilolfingen, stevig in de hand. Beieren was nu definitief een provincie geworden in het rijk van Karel de Grote.