ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

Karel de Grote en het buitenland - Het onbekende volk: de Avaren

Afbeelding die de overwinning van Karel de Grote op de Avaren voorstelt.

Afbeelding die de overwinning van Karel de Grote op de Avaren voorstelt.

Het rijk der Avaren had Karels belangstelling al gewekt toen ze als bondgenoten van de Beieren tegen de Franken waren opgetreden. Einhard beschrijft de confrontatie met het heidense ruitervolk voor zijn lezers (of beter: luisteraars) als volgt: de grootste van alle oorlogen die hij voerde, behalve tegen de Saksen, was de oorlog tegen de Avaren of de Hunnen. Hij voerde de strijd veel harder dan alle andere en hij was veel beter uitgerust. (E. hfst. 13) Die laatste opmerking was een reactie op de blijkbaar slecht georganiseerde veldtocht in Spanje van 778.

Nadat hij Beieren had ingenomen, had de koning der Franken het 'onbekende volk' der Avaren als buurvolk gekregen. De Avaren stonden bekend om hun kracht en het gevaar dat ze vormden en werden, verwijzend naar hun voorgangers uit de Oudheid, de 'Hunnen' genoemd. Rond het midden van de zesde eeuw waren ze van de Aziatische steppen naar de vlakte van de Donau en de Theiss afgezakt. Toen ze optrokken naar het bekken van de Karpaten waren ze een gevaarlijke tegenstander voor Byzantium, tot ze in 626 aan de Bosporus een zware nederlaag leden. Het ooit zo gevreesde ruitervolk werd sedentair, conformeerde zich aan de Slavische cultuur en legde zich met veel succes toe op de paardenfokkerij. Als centraal machtsorgaan hield het kaganaat op te bestaan, maar weigerde de politieke en sociale structuren aan te passen aan die van de westelijke buurstaat, wat voor integratie noodzakelijk was.

Kaart van Europa (tweede helft 6e eeuw) en de ligging van het Avaarse Rijk ten opzichte van het Frankische Koninkrijk.

Kaart van Europa (tweede helft 6e eeuw) en de ligging van het Avaarse Rijk ten opzichte van het Frankische Koninkrijk.

De naam van de Avaren riep beelden van angst en vernieling op, wat te maken had met de uitgestrektheid van hun land en de potentiële gevaren waarmee ze nog steeds in verband werden gebracht. Er waren nauwelijks contacten tussen beide volkeren, alleen af en toe onverwachte aanvallen of rooftochten. De invloedsfeer van de Avaren reikte in het westen tot aan de Enns, maar de feitelijke landname hield op ten oosten van het Wiener Wald, zoals uit grafvondsten blijkt.

Reeds in de herfst van 788 kwam het tot vijandelijkheden tussen Franken en Avaren, hoewel er in 782 afgevaardigden van de kagaan aan het Frankische hof waren verschenen 'om de vrede kenbaar te maken', waarschijnlijk om over grensconflicten te onderhandelen. Het verwijt aan Tassilo dat hij de Avaren als bondgenoten tegen Karel zou hebben gemobiliseerd, kwam zeker niet helemaal uit de lucht.

Ligging van Pannonië ten opzichte van andere Europese landstreken. Pannonië maakte deel uit van het Romeinse Rijk. Later werd het bekend om zijn locatie van de Avarenring waar de Hunnen hun schat hadden opgeslagen.

Ligging van Pannonië ten opzichte van andere Europese landstreken. Pannonië maakte deel uit van het Romeinse Rijk. Later werd het bekend om zijn locatie van de Avarenring waar de Hunnen hun schat hadden opgeslagen.

Toen Karel op het eind van de achtste eeuw besliste tot militair optreden tegen het 'onbekende volk', waren missioneringsdoeleinden en oecumene-uitbreiding blijkbaar maar bijkomstige motieven. Veel belangrijker was het om de Beierse notabelen zijn macht, superioriteit en koninklijk charisma op het slagveld te laten voelen. De legendarische schatten die door Byzantijnse tributen en tijdens rooftochten waren verzameld en opgestapeld lagen in de zogenaamde ringvesting of 'ring' in het verre Pannonië, zullen ook wel een rol hebben gespeeld. Einhard mat het succes van de onderneming dan ook louter af aan de opbrengst: Al het geld en de schatten die jarenlang waren opgestapeld, werden geroofd. Zover men zich kan herinneren, hebben de Franken geen enkele oorlog gevoerd waarin ze zich meer hebben verrijkt en waardoor hun bezit in omvang meer is toegenomen [...] men kan terecht stellen dat de Franken op een rechtvaardige manier bij de Hunnen gestolen hebben wat zij voordien op een onrechtmatige manier bij andere volkeren hadden geroofd. (E. hfst. 13) De kromme logica van deze argumentatie zegt genoeg.

Bronnen uit die tijd spreken over strafexpedities en een rechtvaardige oorlog tegen de heidenen. Het thema van de kerstening duikt na 796 voortdurend op, toen een deel van de Avaren het Frankische beschermheerschap aanvaardde. Maar belangrijker dan de kortstondige successen op het vlak van de missionering is de kritiek die Alcuinus, Karels Angelsaksische mentor, leverde op het heffen van de tienden bij de Saksen, dat hij aankaart als slecht voorbeeld voor de missionering van de Avaren.

Het jaar 791 stond helemaal in het teken van de veldtocht tegen deze laatsten. De opmars werd heel minutieus gepland. Twee militaire troepenmachten, samengesteld uit Franken en Beieren, Saksen en Thüringers, Friezen en zelfs Slaven, rukten aan beide kanten van de Donau op naar het vijandelijke gebied. De noordelijke colonne werd aangevoerd door een bekwame bevelhebber, de zuidelijke door Karel zelf. Een flottielje op de Donau, vooral voor het transport van wapens en foerage, ondersteunde de opmars. De waterwegen deden dienst als eigenlijk verkeersnet, vooral ten oosten van de Rijn, omdat de gewone wegen in slechte staat en gevaarlijk waren. De waterwegen deden tegelijk voor militaire en burgerlijke doeleinden dienst, oorlog en handel vulden elkaar aan.

Locatie van Lorch aan de Enns, in noordelijk Oostenrijk, in de nabijheid van de stad Linz. Hier kwamen de twee legers van Karel de Grote samen om hun aanval tegen de Avaren te beginnen.

Locatie van Lorch aan de Enns, in noordelijk Oostenrijk, in de nabijheid van de stad Linz. Hier kwamen de twee legers van Karel de Grote samen om hun aanval tegen de Avaren te beginnen.

In de loop van september 791 kwamen de twee eenheden samen in Lorch, het grensstation aan de Enns. Karel schreef zelf in een niet-officiële brief - wat we vandaag een 'veldpostbrief' zouden noemen - aan zijn vierde vrouw Fastrada, die op dat moment al ziek was, over het tot dan toe welslagen van de onderneming. In de brief, die erg familiair en emotioneel klinkt, vraagt Karel om vaker nieuws te sturen van thuis. Verder schrijft hij dat zijn zoon Pippijn, koning van Italië, al op 23 augustus in Friaul, aan de noordoostelijke grens van zijn rijk, een overwinning op de vijand heeft behaald.

Om zich voor te bereiden op de intocht van zijn leger in het land der Avaren, werd er iets over het Wiener Wald gevast en gebeden, als een soort geestelijke reiniging. Maar het kwam niet eens tot een gevecht met de Avaren, die waren blijkbaar in de grootste verwarring op de vlucht geslagen en hadden hun vestigingen, verdedigingswallen en gevechtsmateriaal gewoon achter gelaten. Het verenigde Frankische leger kon op die manier doorstoten tot aan de Raab en keerde vervolgens, zonder dat er echt sprake was geweest van vijandelijke acties, in twee colonnes weer naar huis. Door een epidemie zouden ze 'duizenden' paarden verloren hebben. Ook een aantal hoge kerkelijke ambtenaren, onder andere bisschop Angilram van Metz, bekochten het met de dood.

Sint-Martinus van Tours (ca. 316 - 397) was de 'nationale heilige' van de Franken. Hij werd geboren in het oud-Romeinse Savaria (net over de Oostenrijkse grens, het huidige Szombathely in Hongarije). Karel vereerde de plaats met een bezoek na afloop van zijn veldtocht in het land van de Avaren.

Sint-Martinus van Tours (ca. 316 - 397) was de 'nationale heilige' van de Franken. Hij werd geboren in het oud-Romeinse Savaria (net over de Oostenrijkse grens, het huidige Szombathely in Hongarije). Karel vereerde de plaats met een bezoek na afloop van zijn veldtocht in het land van de Avaren.

Karel zelf bracht voor zijn terugtocht nog een bezoek aan het oude Romeinse Savaria (Szombathely) in het huidige Hongarije, de geboorteplaats van Martinus, de Romeinse legionair die de latere Frankische 'nationale heilige' werd. De expeditie naar de Karpaten had maar 52 dagen geduurd, en Karel had zijn reputatie als krijgsheer alle eer aangedaan. De buit voldeed echter niet aan de verwachtingen van de militairen. De schat van de Avaren werd niet gevonden, laat staan mee naar huis genomen. De Franken hadden wel veel gevangenen gemaakt: mannen, vrouwen en kinderen die konden worden verkocht op de slavenmarkt. Zij vonden hun bestemming zowel in het Oost-Romeinse rijk als in het emiraat van Cordoba. Behalve de grensgebieden tussen Enns en Wiener Wald, die door de Avaren zonder slag of stoot waren prijsgegeven, was er ook nauwelijks weerstand geweest in hun eigenlijke woongebied, Pannonië. Voor de Franken, maar ook voor de tijdgenoten in het algemeen en zeker voor Karel, was deze houding onverklaarbaar. Het aanzien van de Frankische koning had nu een hoogtepunt bereikt. Het was hem gelukt de erfgenamen van de gevreesde Hunnen op hun eigen territorium te verslaan en op afstand te houden van de grenzen van het christelijke territorium.

Maar Karel vertrouwde deze eerste snelle overwinning niet, en was jarenlang op zijn hoede voor een tegenaanval. De bekende kanaalverbinding tussen de Rijn/Main en de Donau in het huidige Middel-Frankische gebied, in de buurt van het dorp Graben (Treuchtlingen) zal dan waarschijnlijk ook een militaire bedoeling hebben gehad, namelijk om in het Donau-gebied snelle troepentransporten mogelijk te maken.

De Fossa Carolina, was ten tijde van Karel de Grote een eerste poging om door middel van een kanaal de Rijn en de Donau met elkaar te verbinden. Dit kanaal werd meer dan duizend lang beschouwd als een van de meest imposante waterbouwprojecten van West-Europa. Op de foto een overblijfsel van het kanaal.

De Fossa Carolina, was ten tijde van Karel de Grote een eerste poging om door middel van een kanaal de Rijn en de Donau met elkaar te verbinden. Dit kanaal werd meer dan duizend lang beschouwd als een van de meest imposante waterbouwprojecten van West-Europa. Op de foto een overblijfsel van het kanaal.

De 'Fossa Carolina', die duizend jaar lang als het indrukwekkendste waterbouwproject van het westen werd beschouwd, moet volgens bevindingen uit recente opgravingen een tijd lang functioneel zijn geweest. Dit kanaal bestond uit een aaneenschakeling van vijvers die werden gevuld door een reservoir, waar de schepen naartoe werden gesleept, om de waterscheiding te overwinnen. De koning zal deze plannen vast ook gezien hebben als middel om de economische contacten met de zuidoostelijke gebieden op te drijven, maar de militaire functie bleef prioritair. De verwachte strijd met de Avaren bleef echter uit. In plaats van een massale aanval tegen de vijand in het westen, was het in Pannonië tot een burgeroorlog gekomen. De kagaan en de zogenaamde jugurrus, de tweede man, waren met elkaar in conflict gekomen. Een andere legerleider, Tudun, was in 795 zelfs naar het Frankische rijk gekomen om zich bij Karel aan te bieden en christen te worden. Karel maakte gebruik van dit moment om zijn onverwacht zwakke tegenstander opnieuw aan te vallen. Deze keer was het doel de 'ring' en zijn enorme schatten te veroveren. Van deze cirkelvormige vesting werd gezegd dat er negen verdedigingsmuren omheen waren gebouwd, maar in werkelijkheid was dit paleizencomplex door een gewone verdedigingswal beschermd.

Op de foto is duidelijk een ringstructuur te zien. Dit zou het overblijfsel zijn van de beroemde Avarenring waar de schat van de Avaren bewaard werd en die door Erich von Friaul (in naam van Karel de Grote) en door Pepijn van Italië (zoon van Karel de Grote) geplunderd werd.

Op de foto is duidelijk een ringstructuur te zien. Dit zou het overblijfsel zijn van de beroemde Avarenring waar de schat van de Avaren bewaard werd en die door Erich von Friaul (in naam van Karel de Grote) en door Pepijn van Italië (zoon van Karel de Grote) geplunderd werd.

De Frankische koning ging zelf niet mee op deze expeditie. Hij liet ook niet alle troepen aanrukken, maar liet 'hertog' Erich von Friaul vanaf de Adriatische kust over de Drau oprukken naar het vijandelijke gebied. Hij kreeg de steun van een Slavische soldaat die vertrouwd was met het land, de bevolking en de taal, en slaagde erin om door te stoten tot ver over de grenzen, de 'ring' in te nemen en een reusachtige buit te veroveren: goud, zilver, gewaden, juwelen, edelstenen en kostbaar materiaal konden op niet minder dan vijftien karren [...], voortgetrokken door telkens vier ossen, zoals de annalen van Northumberland vol bewondering melden, naar Aken worden vervoerd. De rest bracht koning Pippijn later - tot grote vreugde van zijn vader - ook nog naar diens lievelingsburcht. Het kan geen toeval zijn dat de ontwikkeling van Aken als residentiestad in die jaren een doelbewuste en krachtige impuls heeft gekregen. De schat van de Avaren vormde, naast het tribuut uit Benevento en het goud van de Langobarden, een wezenlijk materieel bestanddeel voor de luxueuze bouwplannen, vooral voor de bouw van de paltskapel. Waardevolle stukken van de schat werden geschonken aan notabelen die Karel politieke steun verleenden. Gouden armbanden, zilveren schotels, wierookvaten, koppelriemen en zijden mantels werden verdeeld onder zijn aanhangers, van de Italiaanse metropolieten tot de Engelse koning Offa van Mercië, waarmee Karel enkele jaren eerder nog in een handelsoorlog was verwikkeld. Ook de paus zou, als opvolger van de eerste apostel, een deel van de buit hebben gekregen om er de Sint-Pieterskerk en de belangrijkste kerken van Rome mee op te smukken. Paus Hadrianus overleed echter nog voor de weelderige zending op 25 december 795 toekwam.

Het rijk van de Avaren was volop in staat van ontbinding. Een deel van de bevolking had zich onderworpen aan koning Pippijn, een ander deel was over de Tisa gevlucht om zo aan de aanval van de Franken te ontsnappen. Aan het begin van de negende eeuw verdwenen de Avaren uit de geschiedenis. Assimilatie met de Slaven en later met de Magyaren zetten een punt achter het zelfstandige voortbestaan van dit volk. Als erfgenaam trad het ruitervolk der Hongaren in het voormalige Pannonië aan. De Hongaren hadden het nomadenschap opgegeven en namen het christelijke geloof en de westelijke machtsstructuren (koningschap) over. Door huwelijken ontstonden er zelfs banden met het hof van de Ottonen en op het eind van de tiende eeuw was het Hongaarse rijk een onderdeel van het avondland geworden. Het Westen kreeg op die manier een lange adempauze, die zou duren tot aan de inval van de Mongolen in de 13e eeuw.