ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

Het Oosten en de Bosporus - Byzantium

Kaart van het Byzantijnse Rijk in het begin van de 8e eeuw.

Kaart van het Byzantijnse Rijk in het begin van de 8e eeuw. De gestreepte gebieden zijn gebieden die constant onder aanval lagen. Er zijn 12 provincies waarvan er 7 geclassificeerd zijn als "Thema" of "Themata", Byzantijnse districten: 1. Exarchaat van Ravenna, 2. Venetië en Istrië, 3. Hertogdom Rome, 4. Hertogdom Napels, 5. Hertogdom Calabrië, 6. Thema van Hellas, 7. Thema van Thracië, 8. Thema van Opsikion, 9. Thema van Thrakesion, 10. Thema van Anatolikon, 11. Thema van Karabisianoi, 12. Thema van Armeniakon.

De grootste diplomatische uitdaging op buitenlands vlak was ongetwijfeld de relatie tot het keizerrijk aan de Bosporus, de grens tussen oost en west en meteen een belangrijke tussenstop voor de pelgrims die over land naar Jeruzalem op weg waren. Vanaf het einde van de 4e eeuw legde het Oost-Romeinse rijk contacten met de Franken als hulptroepen, de Merovinger Clovis was zelfs tot (ere-)consul benoemd. Het 'nieuwe' Rome - Constantinopel genoemd naar zijn stichter Constantijn, die het christendom de status van staatsreligie had verleend - was niet alleen een keizerlijke hoofdplaats gebleven, maar was nu dé keizerlijke hoofdplaats. Het westelijke keizerschap met Rome als centrum was in 476 ontbonden. Er ging een poging uit van Constantinopel, door Justinianus I († 567), om het rijk na de invallen van de Germanen in het Middellandse Zeegebied te herstellen. Maar het bleef bij een poging. Noord- en Midden-Italië vielen, op een paar enclaves na, in 568 in handen van de Langobarden, en een stuk van het Oost-Romeinse gebied moest er ook aan geloven, maar dat bleef beperkt tot het zuidelijke deel, met name vooral de streek rond Napels, Calabrië en Sicilië. Met het doorstoten van de islamieten in het Nabije Oosten en Noord-Afrika gingen nog meer gebieden verloren. Een tweede dreigend front tegen Byzantium vormden de Bulgaren die zich op de Balkan vestigden en net als de Avaren in de 6e eeuw ook met tribuutplichtige verdragen op afstand moesten worden gehouden. Deze externe tangbeweging werd nog versterkt doordat ze gepaard ging met onenigheid op binnelands vlak, met name de 'iconoclastische crisis'. Het conflict hield verband met de religieus-dogmatische discussie over de verering of afschaffing van beelden. Door het dogmatische iconoclasme behstond er reeds een kloof tussen het Oosten en het Westen. Het was dan ook begrijpelijk dat paus Zacharias, de laatste Griek op de Cathedra Petri, de hulp inriep van de Frankische hofmeiers aan de andere kant van de Alpen en met het beroemde votum van 751 de ondergang van de dynastie der Merovingers en de opkomst van de 'Karolingers' met zijn gezag rechtvaardigde.

Deel van de stamboom van de Byzantijnse dynastie beginnend met de heerschappij van Leo III die de troon besteeg in 717 en eindigend met de heerschappij van Michael III die tot aan zijn dood in 867 Byzantijns keizer was.

Deel van de stamboom van de Byzantijnse dynastie beginnend met de heerschappij van Leo III die de troon besteeg in 717 en eindigend met de heerschappij van Michael III die tot aan zijn dood in 867 Byzantijns keizer was.

Byzantium schatte de situatie compleet verkeerd in en eiste van de nieuwe Frankische koning Pippijn de teruggave van de Italiaanse gebieden Ravenna en Pentapolis die aan het exarchaat toebehoorden. Een jaar later stuurden de keizer en de koningen afgevaardigden naar elkaar, 'amicita et fides', beloftes van trouw werden uitgewisseld - zelfs een orgel als geschenk van basileus Constantijn V - was op het hof aangekomen. Het beroemde psalmboek van Saint-Germain-des-Prés - ook het 'Stuttgartse psalmboek' genoemd naar de plaats waar het wordt bewaard - beeldt in een miniatuur een dergelijk muziekinstrument af. De uitwisseling van ideeën werd in de komende jaren verdergezet. Op een synode in Gentilly bij Parijs in 767 gaven 'Romeinen en Grieken' toelichting bij het ingewikkelde Filioque-probleem aan koning Pippijn, de vader van Karel. Dit waarschijnlijk in de hoop een gemeenschappelijke religieuze basis te vinden voor een huwelijk tussen de enige zoon en troonopvolger van Constantijn, Leo IV, en Pippijns enige dochter Gisela. Het huwelijk vond niet plaats, maar de idee van een verbond kwam jaren later weer op. Daarmee werden de contouren getekend voor een nieuw Middellandse Zeeverbond - hoewel het Oosten en het Westen voorlopig naast of zelfs tegenover elkaar bleven bestaan. De afgewezen Leo IV trouwde in elk geval met de later beroemd en berucht geworden Irene uit een vooraanstaand Atheens geslacht en Gisela trad in het klooster en werd abdis in Chelles, nabij Parijs, dat een heel beroemd scriptorium bezat. Constantijn VI, de zoon van Leo en Irene, besteeg in 780 op tienjarige leeftijd de Byzantijnse keizerstroon en zijn moeder nam als medegezagsdrager het regentschap op zich. Om zich beter te wapenen tegen de aanvallen van de islamieten, die aangevoerd werden door Harun-al-Rasjid, werd er al in 781 een huwelijksvoorstel gedaan aan de Franken. Nu werd Karels dochter Rotrud voorbestemd om de echtgenote te worden van de jonge keizer Constantijn. Het verbond kreeg vorm, er werd een notaris aan het Frankische hof ontboden om de jonge bruid te voorzien van de nodige culturele bagage, vooral van talenkennis. Maar ook dit project viel in duigen. De oorzaak lag wellicht in het concilie van Nicaea - door Constantinopel als tweede 'oecumenische' plaats met deze naam bedacht - dat in 786 van start ging en waardoor in aanwezigheid van pauselijke en andere patriarchale afgezanten de oude besluiten over de beeldenoorlog teniet werden gedaan en voor gematigde beeldenverering werd gepleit. Op de slotzitting in oktober 787 zaten Constantijn en zijn moeder Irene in het Magnaurapaleis in Constantinopel de feestelijke vergadering voor. Van de Franken waren noch de koning, noch de bisschoppen uitgenodigd, daarentegen wel de paus als hoogste geestelijke instantie uit het Westen. Karel verbrak de verloving van zijn dochter met de keizer. Byzantium antwoordde met een doelgerichte aanval op Benevento, die kon worden afgeweerd. Maar voor Karel was deze huwelijksweigering, die de geschiedschrijver Theophanes overigens betwist, nog niet genoeg en hij liet zijn hoftheologen, met aan het hoofd bisschop Theodulf van Orléans, een tegenonderzoek verrichten over de 'Griekse' besluiten van het concilie, de 'Libri Carolini' (het 'Opus Caroli'). Dat lokte echter het ongenoegen van Rome uit en nog voor de synode van Frankfurt van 794 - gepland als spectaculaire godsdienstpolitieke tegenhanger van het concilie van Nicaea - uit de circulatie werden gehaald. De as tussen Rome en het Frankische rijk bleef dan ook intact - fundamentele belangen verbonden beide partners voor lange tijd met elkaar.

Keizer Constantijn VI met zijn moeder Irene met Byzantijns kruis (twee-armig model). Fresco. Jeruzalem, Toren van David, museum.

Keizer Constantijn VI met zijn moeder Irene met Byzantijns kruis (twee-armig model). Fresco. Jeruzalem, Toren van David, museum.

Tussen het Oost-Romeinse keizerlijke hof en de Frankische koning trad na het mislukte huwelijksproject en de theologische onenigheden een lange periode van stilte in. Kort na de omverwerping van Constantijn VI door zijn moeder Irene in het jaar 797, die nu alleen en autonoom het rijk bestuurde, vond er weer een delegatie van de Bosporus de weg over de Alpen en bracht Karel een brief van de keizerin. Daarin is er sprake van vrede. Irene moest pogingen doen, gezien haar gewrongen positie tussen het kalifaat en de kan van de Bulgaren, om tenminste in het westen een politieke bondgenoot te vinden. Het diplomatieke verkeer in het westelijke Middellandse Zeegebied verliep overwegend via de machtshebbers op Sicilië en kwam zo in aanraking met de Noord-Afrikaanse emiraten, de Omajjaden van al-Andalus en de Frankisch-Italiaanse machtshebbers. Volgens een uit Salzburg overgeleverd bericht, zouden de Grieken indertijd het 'Imperium', en bijgevolg het keizerrijk, aan de Frankische koning hebben aangeboden - een aantekening die er in elk geval op zou kunnen wijzen dat Irene bereid was om een vreedzame oplossing te zoeken voor een aantal territoriale hete hangijzers, zoals het exarchaat van Ravenna, Dalmatië met inbegrip van Venetië en Benevento. Maar er was in de hoofdstad geen enkele fractie te vinden die bereid was het Oost-Romeinse imperium aan een barbarenkoning - dat was en bleef Karel! - over te dragen. Het volgende contact dat ons bekend is dateert van 802, nadat Karel op kerstdag 800 tot keizer werd gekroond. De Byzantijnse geschiedschrijver Theophanes brengt spottend verslag uit van deze gebeurtenissen en veroordeelt vooral de paus - formeel nog altijd een onderdaan van de basileus - als schuldige aan de breuk. Voor het Griekse Oosten bestond er maar één opvolger van Constantijn en Justinianus, en die zetelde in Constantinopel. In Rome en ten noorden van de Alpen zag men dat evenwel anders: het Westen wees principieel het 'vrouwelijke gezag' van Irene af. Karels geestelijke leider Alcuinus had in een bekend schrijven aan het einde van de achtste eeuw de toestand van de drie belangrijkste gezagsvormen - het pausdom, het imperium en het (Frankische) koningschap - geanalyseerd en was tot het besluit gekomen dat de eerste beschadigd (aanslag op paus Leo III in 799), de tweede onbezet (omverwerping van Constantijn VI) en alleen het derde, het koningschap van Karel, intact en handelingsbekwaam was.

In 802 verscheen in elk geval een delegatie uit het Oosten in Aken. Als antwoord stuurde Karel een afvaardiging terug, blijkbaar hechtte hij toch belang aan een akkoord dat als basis voor een nu gemeenschappelijke 'keizerlijke' coëxistentie moest dienen. Wat Theophanes beweert is echter niet meer dan roddel uit de geruchtenmolen van het Oost-Romeinse paleis, als hij schrijft dat Irene heeft overwogen om op Karels huwelijksvoorstel in te gaan en zo 'de oostelijke en westelijke delen [van het imperium]' te verenigen. Het hof zou zich tegen dit plan heftig hebben verzet en dacht zelf al aan de opvolging van de kinderloze en zieke koningin.

Munt met afbeelding van Nicephorus I, de nieuwe sterke man in Byzantium, die in 802 keizerin Irene opvolgde als keizer.

Munt met afbeelding van Nicephorus I, de nieuwe sterke man in Byzantium, die in 802 keizerin Irene opvolgde als keizer.

Maar Irenes dagen als keizerin waren toch al geteld. De afwezigheid van een troonopvolger werd door de Griekse patriotten benut en op 31 oktober 802 werd de keizerin in Constantinopel ten val gebracht. Dezelfde dag nog wer de 'sterke man' Nicephorus tot keizer gekroond. Die wilde het status-quo in het Westen in eerst instantie veilig stellen en stuurde eigen gezanten mee met de delegatie van Karel die ter plekke getuige waren geweest van de machtsovername. Maar tot blijvende contacten met de 'westelijke' keizer is het niet gekomen.

Nicephorus had andere problemen aan zijn hoofd. Zo moest hij in 806 onder vernederende omstandigheden de wapenstilstand met de kalief vernieuwen die in 803 was opgezegd, om zo de oprukkende Bulgaren te kunnen bestrijden. Na zijn eerste oorlogsoverwinningen kende hij nog weinig succes. De keizer overleed in 811 in de bergen tijdens een achtervolging van de verslagen Bulgaarse vorst. De troonopvolger Staurakios werd zo zwaar gewond dat ook hij spoedig overleed en de grens in noordoostelijke richting weer open stond. Op 2 oktober 811 besteeg Michael I, de schoonzoon van Nicephorus, de troon. Hij wordt de eigenlijke onderhandelingspartner van Karel tijdens de laatste jaren van diens leven. De toenadering tussen oost en west, die ook Rome omvatte, werd in die jaren nog begunstigd doordat Pippijn, de zoon van Karel en koning van Italië, met behulp van Italiaanse vlooteskaders, nog in de tijd van Nicephorus I, Venetië tot capitulatie en tot erkenning van de Frankische overheersing had weten te dwingen. Pippijn slaagde er zelfs in de Dalmatische kusten aan te vallen, maar een Byzantijnse vloot wist dat te verhinderen. De tijd leek rijp voor een duurzaam bestand en een afbakening van de belangen. Keizer Nicephorus I stuurde daarom in 810 een hooggeplaatste afgevaardigde naar de koning van Italië om op een protocollair lager niveau - gemeten aan het keizerschap - weer contacten met de Franken op te nemen. Pippijn was intussen op 8 juli 810 gestorven. Karel maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de waardigheidsbekleders uit te nodigen naar Aken en de Byzantijnse gezant keerde terug naar huis, versterkt met een Frankische delegatie, met in zijn bagage de eerste bewaarde brief van een 'westelijke' keizer aan zijn 'broeder' in het Oosten. Karel had zich neergelegd bij het verlies van de steden aan de Dalmatische kust en Venetië, wat gezien het gebrek aan een eigen vloot maar een kleine toegeving was.

Michael I Rangabe wordt tot keizer van Byzantium gekroond, uit het manuscript bekend onder de naam Madrid Skylitzes (Sicilië, 12e eeuw).

Michael I Rangabe wordt tot keizer van Byzantium gekroond, uit het manuscript bekend onder de naam Madrid Skylitzes (Sicilië, 12e eeuw).

Met Venetië werd in die dagen onderhandeld over een verdrag dat het bruggenhoofd tussen oost en west belangrijke handelsprivileges en politieke speelruimte toestond, maar de doorgang naar de Adriatische Zee vrij liet voor de Franken.

Karel, die zich volgens de woorden uit de brief aan zijn oostelijke 'broeder', als 'verborgen in een grot' voelde en op tekens van de Bosporus had gewacht, zag zijn wensen in vervulling gaan. Maar de Frankische delegatie die in 811 was vertrokken, maakte alweer een machtswissel mee, vergelijkbaar met die van 802. Ook Michael I stuurde bodes naar de 'Keizer der Franken', zoals Theophanes het nu formuleert. Ze hadden een vredesvoorstel bij en wilden alweer - de derde keer binnen een halve eeuw! - een poging tot een huwelijksproject ondernemen. De gezanten bereikte Aken in 812. Tijdens een openbare zitting eerden ze Karel in het Grieks en noemden hem 'imperator' en 'basileus'. Aan de titel van hun eigen keizer voegden de heersers aan de Bosporus al gauw de genitief 'der Romeinen' toe, om op die manier hun superioriteit tegenover de westelijke 'broeder' duidelijk te maken. De Oost-Romeinen erkenden alleen de kalief en opvolger van de Perzische koning der Sassanieden als protocollair gelijkwaardig. Karel en zijn zoon Lodewijk namen genoegen met de eenvoudige titel van 'imperator', keizer. Het 'tweekeizersprobleem' was op die manier opgelost en het naast elkaar bestaan was nu gegarandeerd. Deze erkenning als keizer werd door Karel officieel bevestigd toen hij zijn enige erfgenaam en opvolger, Lodewijk, in 813 in Aken tot medekeizer kroonde.

Afgezien van het intermezzo met de Denen na 808 dat tot een oorlog had kunnen leiden, is de buitenlandse politiek van Karel vanaf 795 getekend door een verlangen naar politiek evenwicht en vreedzaam samenleven. De goede verstandhouding met Bagdad zorgde voor rust in de christelijke samenlevingen van Jeruzalem tot Carthago, voor de veilige doorgang voor pelgrims die de heilige plaatsen in Palestina bezochten, voor handelscontacten, in het bijzonder voor de invoer van luxeproducten voor de hogere klassen, en voor de kerkelijke instanties. Tenslotte werd de goede band met Byzantium 'bekrachtigd' door de verovering van het rijk der Langobarden door de Franken en door het bondgenootschap met het pausdom. Dat had zich door de keizerskroning van Karel definitief van de overheersende macht aan de Bosporus bevrijd. Het bestaan en de erkenning van het westelijke keizerschap staan aan het begin van de middeleeuwse geschiedenis van Europa. De laat-antieke eenheid van het Middellandse Zeegebied bleef onderverdeeld in een Griekse orthodoxie, een Romeinse latiniteit en een oriëntaalse islam waarvan de onderlinge relaties duizend jaar lang het lot van drie continenten hebben bepaald.