ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

Keizerschap en opvolging - De Keizerskroning op Kerstdag 800

Kroning van Karel de Grote door paus Leo III tot keizer (800) van het Westromeinse Rijk in de Sint-Pietersbasiliek te Rome.

Kroning van Karel de Grote door paus Leo III tot keizer (800) van het Westromeinse Rijk in de Sint-Pietersbasiliek te Rome.

In de geschiedenis van Europa is er nauwelijks een gebeurtenis die meer neerslag heeft gevonden in het collectieve bewustzijn dan de keizerskroning van Karel. Die vond plaats op de ochtend van kerstdag van het jaar 800 in Rome. Een datum die een nieuw tijdperk inluidde! Daarmee werd de keizerstitel nieuw leven ingeblazen - een waardigheid die in het Westen sinds de afzetting van Romulus Augustulus in 474 niet meer was ingevuld - terwijl ze in het Oosten van het allang teloorgegane Romeinse Rijk in de basileus voortleefde. Die kon dan ook als enige aanspraak maken op de titel van keizer, als opvolger van de Caesars. Die keizerlijke waardigheid ging echt teniet met de inname van Constantinopel door de Turken in 1453, terwijl de westelijke variant tot aan het einde van het oude rijk in 1806 bleef bestaan en in de Habsburgse dubbelmonarchie en in het Duitse rijk tot 1918 werd verdergezet.

Over de gebeurtenissen die aan de keizerskroning vooraf gingen, over de onderliggende motieven en over de gevolgen voor het verdere verloop van de geschiedenis, is al veel inkt gevloeid. Zelfs de tijdgenoten, gevangen in het web van hun eigen observaties, verwachtingen en angsten, vaak zelf betrokken partij en zelden rechtstreekse getuigen, bieden een bonte mengeling van verhalen en interpretaties met gekleurde accenten. Ook onze interpretatie kan niet meer zijn dan een zoveelste poging om dit spectrum aan mogelijkheiden vanuit een hedendaagse hypothese weer te geven.

Tijdens de kroning van Karel de Grote was Leo III de regerende Paus. Deze Paus legde geheel vrijwillig een eed van zuiverheid af nadat hij door de neven van zijn voorganger Hadrianus I, beschuldigd werd van omkoping. Leo had geen blauw bloed en zou via een grote som geld tot paus zijn verkozen. De bisschoppen om hem heen wilden hem hierdoor niet straffen, omdat volgens Jezus vergiffenis erg belangrijk is als iemand oprecht spijt heeft, daarnaast ontkende hij en als een trouwe Paus zou hij nooit liegen op het woord van God. De paus werd onschendbaar verklaard en hij moest alleen zijn daden verklaren aan God.

Tijdens de kroning van Karel de Grote was Leo III de regerende Paus. Deze Paus legde geheel vrijwillig een eed van zuiverheid af nadat hij door de neven van zijn voorganger Hadrianus I, beschuldigd werd van omkoping. Leo had geen blauw bloed en zou via een grote som geld tot paus zijn verkozen. De bisschoppen om hem heen wilden hem hierdoor niet straffen, omdat volgens Jezus vergiffenis erg belangrijk is als iemand oprecht spijt heeft, daarnaast ontkende hij en als een trouwe Paus zou hij nooit liegen op het woord van God. De paus werd onschendbaar verklaard en hij moest alleen zijn daden verklaren aan God.

Er is geen correspondentie noch uitspraak van Karel of zijn omgeving voorhanden die bewijzen dat er in de aanloop naar de keizerskroning van 800 een plan zou hebben bestaan waarbij de Frankische koning zelf internationale stappen zou hebben ondernomen om de titel van keizer te verkrijgen.

Karels koningschap werd, voor zover we verschillende getuigenissen in oorkondes, brieven en nalatenschappen bekijken, gezien als 'bij de genade Gods', in de eerste plaats verrijkt door voorbeelden uit het Oude Testament met zijn koningen - vooral David en Salomon - en van de eerste christelijke keizer Constantijn, die vooral door de pausen als dankbare voorganger - schenking! - werd beschouwd. De koning was de aanvoerder van het leger, hij riep de jaarlijkse vergadering op het meiveld bijeen en zijn rechtbank was de hoogste beroepsinstantie. De koning was - aangezien er geen feitelijke of theoretische grens bestond tussen 'staat' en 'kerk' - alomtegenwoordig in de meest eigenlijke zin van het woord. Zo wees Karel bijvoorbeeld begin 796 in een felicitatie- en aanmaningsbrief aan de nieuwe paus Leo III met vaak aangehaalde woorden op de taakverdeling tussen 'regnum' en 'sacerdotium'. Maar Karel was geen koning en priester tegelijk, zoals Melchisedek in het Oude Testament. Zo oefende hij nooit priesterlijke functies uit als wijdingen of het verlenen van de sacramenten. Maar hij voerde wel - zoals het voor een basileus paste - het voorzitterschap bij synodes en hij bepaalde de samenstelling van de geestelijke hiërarchie in zijn rijk. Bisschoppen en abten van kloosters zoals Lorsch of Prüm stonden onder zijn gezag als leiders van de koninklijke kerk. Hoe kon de keizerlijke titel zijn macht dan nog vergroten? Hier speelt het emotionele, uiters irrationele element mee, waarmee elk menselijk handelen, ook dat van de staatsman, verbonden is. Denken we maar aan de manier waarop Karel beschreef hoe hij 'als het ware verborgen in een grot' - als keizer - op een groet van zijn 'broeder', op nieuws uit Constantinopel had gewacht, ook als teken van toenadering en erkenning door de basileus.

Karolingische kunst uit het beroemde bijbelboek van de Abdij van Lorsch. Dit boek werd gemaakt in de periode 778-820. De Abdij van Lorsch (deelstaat Hessen, Duitsland) was een van de invloedrijkste abdijen in de Karolingische tijd. De abdij is nu een Werelderfgoedsite (sinds 1991).

Karolingische kunst uit het beroemde bijbelboek van de Abdij van Lorsch. Dit boek werd gemaakt in de periode 778-820. De Abdij van Lorsch (deelstaat Hessen, Duitsland) was een van de invloedrijkste abdijen in de Karolingische tijd. De abdij is nu een Werelderfgoedsite (sinds 1991).

We weten wel niet vanaf wanneer Karel met de gedachte aan een statusverhoging speelde. Het is dan ook niet duidelijk of de gebeurtenis van 25 december 800 niet al maanden van tevoren dan wel slechts een paar weken voor de kroning in Rome zelf was voorbereid. Einhard, Karels biograaf, wil ons laten geloven dat Karel totaal verrast was door de gebeurtenis en dat hij de St.-Pieterskerk niet zou hebben betreden als hij had geweten dat de paus hem tot keizer zou kronen. Deze versie is weinig aannemelijk om verschillende redenen: de kerstliturgie was voor de gelovige koning een gewichtige gebeurtenis en de kroning met ring en bijhorende acclamatie in de vorm van een litanie vereisten een gepaste voorbereiding. Karels vermeende uitlating zal wellicht ontstaan zijn uit ongenoegen over de manier waarop zijn concurrent aan de Bosporus reageerde en over het feit dat tijdens de ceremonie een prominente rol werd toebedeeld aan de paus en de Romeinen.

Interessanter en vermoedelijk meer aansluitend bij wat Karel en de zijnen werkelijk moeten hebben gedacht, zijn de overwegingen van de tijdgenoot en getuige abt Richbot van Lorsch die tegelijk ook bisschop van Trier was: En terwijl in die tijd de titel van keizer aan Griekse zijde opgehouden had te bestaan, heeft zowel paus Leo, als alle heilige vaderen [...], als de rest van het volk het belangrijk gevonden om Karel, de koning der Franken, tot keizer te benoemen die Rome hield, waar de Caesars altijd hadden gezeten, net als de overige zetels die hij in Italië of in Gallië of in Germanië (!) hield. En omdat God hem het gezag over al die plaatsen heeft gegeven, scheen het rechtvaardig dat hij met Gods hulp en op vraag van het volk deze naam zou dragen.

Kaart van Italië en Illyrië, met rechts van Rome, het hertogdom Spoleto, waar paus Leo III bescherming kreeg van hertog Winigis na de mislukte aanslag op 25 april 799.

Kaart van Italië en Illyrië, met rechts van Rome, het hertogdom Spoleto, waar paus Leo III bescherming kreeg van hertog Winigis na de mislukte aanslag op 25 april 799.

Wat was er daarvoor in Rome gebeurd? Na het overlijden van paus Hadrianus I, eind 795, werd na twee dagen al een opvolger gekozen, kardinaal Leo. Zijn afkomst was vrij duister en hij was als beheerder van de pauselijke kleedkamer 'van binnenuit' op de pauselijke stoel geraakt. Zijn reputatie was, ook aan de andere kant van de Alpen, niet zo zuiver. Er was gefluister over zedelijke misstappen en dubieuze handelszaakjes. Karel richtte hem in elk geval een nogal giftig schrijven toen hij hem feliciteerde met zijn nieuwe functie en maande hem aan om voor God en de mensen een voorbeeldige levenswandel te voeren. Een gedenkwaardig stuk tekst als getuigenis!

Leo III kreeg van bij het begin van zijn ambtsuitoefening af te rekenen met oppositie vanuit het Vaticaan zelf. De vijandigheden escaleerden tijdens de voorbereidingen van de vierjaarlijkse openbare pauselijke processie, de 'litania maior', op het feest van de heilige Marcus, op 25 april 799. De samenzweerders, onder leiding van twee vooraanstaanden uit de curie, overvielen de weerloze paus op zijn paard, probeerden hem de ogen uit te steken en de tong af te snijden om hem onbekwaam te maken voor zijn ambt. Maar het plan mislukte en Leo's genezing werd integendeel als een goddelijk wonder beschouwd, waardoor hij zich gerehabiliteerd zag. De pontifex was erin geslaagd over de kloostermuren te vluchten naar hertog Winigis van Spoleto die zich in de omgeving van Rome ophield of snel daarheen was gekomen toen hij het nieuws over de aanslag vernam. In recent onderzoek wordt vaak geopperd dat Karel van de aanslag zou hebben afgeweten of zelfs betrokken was bij de organisatie. Blijft de vraag welk politiek belang Karel zou hebben gehad met de afzetting van deze relatief zwakke paus. Er lijkt voor hem geen enkel voordeel mee verbonden te zijn. Van de tijdgenoten heeft niemand blijk gegeven van een vermoeden in die zin en bovendien lijkt het verdere verloop van de gebeurtenissen (opname van Leo ten noorden van de Alpen, eerherstel in Rome en ook de keizerskroning zelf) tegen deze hypothese in te druisen.

De Keizerpalts te Paderborn waar Karel de Grote in de zomer van 799 paus Leo III ontving. De keizerpalts werd in de jaren zeventig van vorige eeuw heropgebouwd op de funderingen die nog authentiek zijn uit de Karolingische tijd.

De Keizerpalts te Paderborn waar Karel de Grote in de zomer van 799 paus Leo III ontving. De keizerpalts werd in de jaren zeventig van vorige eeuw heropgebouwd op de funderingen die nog authentiek zijn uit de Karolingische tijd.

De paus vluchtte naar zijn beschermheer, de Frankische koning. Karel ontving hem in de zomer van 799 in zijn residentie in Paderborn in het verre Saksenland. Met veel vertoon liet Karel de Romeinse pontifex begeleiden tot aan de grenzen van de oecumene en demonstreerde zo zijn macht en invloed als Frankische koning. Of er toen al sprake was van een soort keizersplan, is niet na te gaan. Leo's eerste zorg was terug als paus in Rome te geraken en de daders te veroordelen en te straffen. Het zogenaamde epos van Paderborn, dat enkele jaren na de spectaculaire gebeurtenis werd geschreven, vermeld hierover niets, terwijl Aken wel als het 'nieuwe Rome' wordt aangehaald.

Afbeelding van het verdwenen mozaïek in het triclinium (eetzaal) van het Lateraans paleis te Rome. In het midden op de afbeelding de H. Petrus met aan zijn rechterhand Paus Leo III die het pallium ontvangt als teken van de geestelijke macht en links Karel de Grote die een vlaggenmast ontvangt als teken van zijn wereldlijke macht.

Afbeelding van het verdwenen mozaïek in het triclinium (eetzaal) van het Lateraans paleis te Rome. In het midden op de afbeelding de H. Petrus met aan zijn rechterhand Paus Leo III die het pallium ontvangt als teken van de geestelijke macht en links Karel de Grote die een vlaggenmast ontvangt als teken van zijn wereldlijke macht.

Leo's toenmalige ideeën over de relatie tussen beide machten, 'regnum' en 'sacerdotium', geestelijk en wereldlijk gezag, die paus Gelasius I in een beroemd pauselijk besluit al op het einde van de 5e eeuw had uitgevaardigd ten gunste van de priesterlijke stand, werden nu toegelicht in een mozaïek dat werd ontworpen en uitgevoerd in het triclinium - de eetzaal - van het Lateraans paleis. De afbeelding is verdwenen, maar werd via latere tekeningen en kopieën overgeleverd: paus Leo III (aan de rechter- en eervolle kant) en koning Karel knielen voor de heilige Petrus, die aan de paus het pallium overhandigt als teken van zijn waardigheid, maar aan de koning een vlag. Het opschrift luidt: Heilige Petrus, Gij geeft paus Leo het leven en Gij geeft koning Karel de overwinning. In deze beeldverklaring die Karel als koning de bescherming van Rome en de Roomse kerk opdraagt, ontbreekt elke verwijzing naar het (toekomstige) keizerschap. Vanuit het standpunt van de paus is dat zeker goed te begrijpen, aangezien de niet veel oudere grootschalige vervalsing met betrekking tot Constantijn de Grote, de 'Constantijnse schenking', uitdrukkelijk poneert dat de keizer moet afzien van elke vorm van macht in de Eeuwige Stad, als premisse voor de machtsgelijkheid tussen de paus en de keizer.

Ook Alcuinus, toen al abt van Tours, van wie de brieven de eerste getuigenissen zijn voor de toen heersende sfeer in de entourage van de koning, ziet in Karel nog altijd de nieuwe David als grondlegger van een eeuwigdurend koningschap. In een opmerkelijk schrijven neem de Angelsaksische abt zelfs principieel stelling tegenover de 'situatie in de wereld' en de machtsverdeling tussen het Oosten en het Westen, waarbij het islamitische kalifaat als grootmacht vreemd genoeg onvermeld blijft. Enkel Karel - het keizerschap en het pausdom zijn niet ingevuld - kan en moet handelen.

De abdij van St.-Riquier waar Karel op pelgrimstocht naar toe trok om advies in te winnen bij Abt Angilbert.

De abdij van St.-Riquier waar Karel op pelgrimstocht naar toe trok om advies in te winnen bij Abt Angilbert.

Eind 799 vertrok de paus samen met een delegatie notabelen van Paderborn naar Rome om ter plekke te onderzoeken wat er precies aan de hand was en de koning objectieve informatie te geven. Leo wordt in de Eeuwige Stad blijkbaar unaniem en opnieuw met alle eer ontvangen, de twee aanvoerders van de couppoging zijn opgepakt en naar het hof van Karel overgebracht. Door hun getuigenis en via geruchten die Karel vanuit Rome bereikten, kwamen alweer massaal klachten over Leo's levenswijze en manier van werken aan het licht. Het waren uitspraken die de aangekondigde rechtsgang zeker niet vergemakkelijkten. Bovendien moest een oplossing worden gevonden voor het delicate probleem hoe met de paus moest worden omgegaan, aangezien hij volgens een eerder (vervalst) pauselijk decreet door niemand mocht worden berecht, behalve door het Goddelijke oordeel.

Met zoveel moeilijkheden in het vooruitzicht is het niet verwonderlijk dat Karel twijfelde voor hij naar Rome vertrok en in het voorjaar van 800 een uitgebreide pelgrimstocht door Francia ondernam om door advies en gebed tot beter inzicht te komen. Hij bezocht St.-Riquier en Tours en overlegde met abt Angilbert en abt Alcuinus en hij riep meteen ook zijn zonen en opvolgers Karel, Lodewijk en Pippijn bij zich.

Een hofdag in Mainz in de zomer van 800 was uiteindelijk de aanzet voor Karels laatste reis naar Rome, onder begeleiding van zijn zonen Karel en Pippijn en zijn dochters. Koning Lodewijk bleef als 'stadhouder' benoorden de Alpen. De reis liep over Ravenna en de belangrijke haven Anconi in de richting van Rome. Alleen Pippijn werd met een legerafdeling naar Benevento afgevaardigd, met weinig succes.

De Romeinse voorstad, Mentana. Op 23 november 800 ontmoette Paus Leo III, Karel hier en hield er ter zijner ere een reusachtig ceremonieel zonder weerga.

De Romeinse voorstad, Mentana. Op 23 november 800 ontmoette Paus Leo III, Karel hier en hield er ter zijner ere een reusachtig ceremonieel zonder weerga.

Bij de veertiende mijlsteen, bij Mentana, werd de koning op 23 november 800 door de paus en zijn gevolg feestelijk ingehaald en met een rijkelijk maal geëerd. Nog daargelaten of dit reeds kaderde in de 'keizerlijke' ontvangst, overtrof het reusachtige ceremonieel ruimschoots alle protocollaire eer die Karel in 774 werd bewezen. De volgende dag - Leo III was de koning voorafgegaan - ontving de pontifex de koning der Franken op de bovenste trede van het atrium van St.-Pieters en leidde hem binnen in de basiliek van Constantijn de Grote. Dit groeide uit tot een historische gebeurtenis van wereldformaat.

Een week na Karels aankomst kwam in St.-Pieters een vergadering van hoogwaardigheidsbekleders bijeen om onder leiding van de koning definitief een beslissing te nemen in de zaak van paus Leo. Zonder de omstandigheden verder nog toe te lichten - door intensief verhoor van de belangrijkste aanwezige hoofddaders - zag de synode zich verplicht over schuld of onschuld van de paus te oordelen. Dit werd unaniem afgekeurd door de kerkvaders omdat 'de Apostolische Stoel door niemand kan worden berecht!'. Leo hakte zelf de gordiaanse knoop door en legde zich neer bij een eed van reiniging die hij - zonder op die manier een precedent te willen scheppen voor zijn navolgers, zoals hij benadrukte - drie weken later (!) op 23 december als teken van zijn onschuld voor de vergadering aflegde. Over de misdadigers werd niet geoordeeld, was het een bevoegdheidsprobleem? Over verbanning of doodstraf in Rome kon immers alleen Byzantium beslissen.

Afbeelding van de kroning tot keizer van Karel de Grote in een van de zogenaamde "Stanze de Raphaël" (kamers van Rafael) in de Sint-Pieterskerk te Rome. De fresco's werden voltooid in de periode 1508-1531.

Afbeelding van de kroning tot keizer van Karel de Grote in een van de zogenaamde "Stanze de Raphaël" (kamers van Rafael) in de Sint-Pieterskerk te Rome. De fresco's werden voltooid in de periode 1508-1531.

In die dagen voor het kerstfeest keerde de eerder genoemde hofpriester Zacharias uit Jeruzalem terug. Hij bracht de sleutel mee van de heilige plaatsen en een vlag van de stad. Voor de effectieve politiek van weinig belang gezien de werkelijke machtsverhoudingen in het Nabije Oosten, maar van het allerhoogste belang voor het prestige van Karel als 'protector sancti sepulcri' ('beschermer van het Heilige Graf').

De koning bevond zich op het hoogtepunt van zijn macht. Karel had allang de status en macht van een koning overstegen, zelfs die van tweevoudig koning van Franken en Langobarden. Een bijkomende titel was nodig om de reikwijdte van zijn immense macht zichtbaar te maken. En dat kon sinds de dagen van Augustus en Constantijn alleen maar de titel van 'imperator', 'caesar' of 'keizer' zijn. Deze rangverhoging bracht meteen ook mee dat hij op dezelfde hoogte werd gesteld als zijn 'broeder' in Constantinopel, de basileus, en het bood de mogelijkheid om eindelijk een oplossing te vinden voor de zaak van Leo en de daders te kunnen bestraffen.

Wat er op de ochtend van de eerste kerstdag 800 in de St.-Pieterskerk gebeurde kan Karel nauwelijks hebben verrast. De voorbereiding, waaronder het vervaardigen van de kroon en het instuderen van de feestelijke koorliederen moet op zijn drie weken in beslag hebben genomen. Alleen de verschillende stappen van het ceremonieel waren door de koning en de paus waarschijnlijk niet voorbereid, waarover Karel zich achteraf beklaagde, zoals we van Einhard weten.

Het voorbeeld van de keizerverheffing was alleen in Constantinopel te vinden, waar gedeeltelijk nog bij de oude Romeinse tradities werd aangeknoopt. In het oude Rome was het essentieel dat de keizer in titel en functie door de senaat en het volk in de hippodroom, de oude renbaan vlakbij het paleis, werd gekopzen en uitgeroepen, terwijl de latere kroning van de basileus door de patriarch van Constantinopel op de ambo van de Hagia Sofia een sacrale bijzaak bleef.

Voor de confessio, het grafaltaar in Sint-Pieters werd de mis gehouden waarin Karel tot keizer gekroond werd.

Voor de confessio, het grafaltaar in Sint-Pieters werd de mis gehouden waarin Karel tot keizer gekroond werd.

Een senaat met dergelijke bevoegdheid bestond in Rome niet meer, ook al werd zo'n rang door de vervalste oorkonde op naam van Constantijn verleend aan de pauselijke curie. De paus nam dan ook het beslissende initiatief over bij de kroning tijdens de mis voor de confessio, het grafaltaar in St.-Pieters. Deze gewijde plechtigheid werd ondersteund door het gejuich van de aanwezigen: voor Karel, de allervroomste Augustus, door God gekroond, de grote en vredestichtende imperator, leven en overwinning. Daarna zalfde de paus Karels gelijknamige zoon tot koning. Pas na zijn rangverheffing was Karel bereid om zijn zoon en rechterhand de titel van koning te verlenen. Tot op dat moment kon er maar één 'koning der Franken' bestaan, hij zelf. De keizer overlaadde het Petrusaltaar met gewijde geschenken. Leo III verzuimde niet om zich voor Karel op de grond te werpen en de nieuwe heerser de proskynese of voetval te bewijzen, zoals het in Byzantium gebruikelijk was. De annalen uit de abdij van Lorsch, geschreven door abt Richbot beperken de pauselijke rol - blijkbaar helemaal zoals Karel het had gewenst - bij de vernieuwing van het 'westelijke' keizerschap dat weliswaar een door en door 'middeleeuws' keizerschap moest worden. Voor de derde keer echter had de Heilige Stoel een belangrijke rol gespeeld voor de tweede Frankische koningsdynastie: in de jaren 751/754 door het rechterlijk advies en de zalving van Pippijn en zijn zonen, in 781 door de aanstelling van Pippijn en Lodewijk tot koningen van Italië en Aquitanië en nu in 800 bij de vernieuwing van de titel van keizer. Vanaf dit ogenblik zullen pausdom en keizerschap samengaan en als een januskop hun stempel drukken op de geschiedenis van het middeleeuwse Europa.

Nu kon ook het Romeinse keizerlijke recht op de samenzweerders van de aanslag worden toegepast. In de zogenaamde rijksannalen wordt het zo geformuleerd: Er werd een onderzoek ingesteld op basis van het Romeinse recht en ze werden wegens hoogverraad ter dood veroordeeld. Zo diende het delict van hoogverraad, het 'crimen lesae maiestatis', dat niet alleen aanvallen op de persoon van de 'princeps', maar ook de 'res publica' en haar organen sterk bedreigde, als rechtsbasis voor de veroordeling van de samenzweerders. En tegelijk betekende dit het einde van de rechterlijke bevoegdheid van Byzantium over het Westen. De veroordeelden werden op verzoek van Leo III niet terechtgesteld, maar tot verbanning naar Francia veroordeeld, van waar ze na de dood van de paus in 816 weer terugkeerden.

Op zijn terugweg naar Aken, na de keizerskroning, bezocht Karel onder andere Ravenna en deze Abdij van Nonantola.

Op zijn terugweg naar Aken, na de keizerskroning, bezocht Karel onder andere Ravenna en deze Abdij van Nonantola.

Omdat Karel zich - in zoverre wij kunnen beoordelen - afhield van elke bemoeienis in de toestand van Rome (stad en kerk), bleven de bevoegdheid en de functie van het nieuwe keizerschap voor het rechtsgeding doorgaans open. De koninklijke kanselarij had het er blijkbaar moeilijk mee om de rangverhoging van haar heer om te zetten in een adequate titulatuur. Pas nadat hij terugkeerde naar het Frankenrijk, na een kort verblijf in Ravenna, de plaats die in Karels 'receptie van de antieke Oudheid' qua architectuur en vormgeving het hoogst stond aangeschreven, werd een specifieke formulering gebruikt in een oorkonde van 29 mei 801, die voor de abdij van Nonantola bestemd was: Karolus serenissimus augustus a Deo coronatus [door God gekroond!] magnus pacificus imperator Romanum imperium gubernans [die het Romeinse Rijk leidt], qui et per misericordiam dei rex Francorum et Langobardorum.

De ingewikkelde formule maakt op een heel subtiele manier twee zaken duidelijk: de heerser blijft koning der Franken en Langobarden. Hij staat aan het hoofd van een tweevoudig verbond van volgelingen. Bovendien staat hij aan de leiding van een institutie, het Romeinse Rijk, als onderdeel van het voormalige imperium. Karel is echt noch Romeins keizer noch keizer der Romeinen, hij is keizer en 'stuurman van het Romeinse Rijk'. Er kwam pas een rechtzetting, ook in de aanspreekvormen, toen vrede werd gesloten met Byzantium, waarmee formeel werd bezegeld dat de twee keizerrijken naas elkaar bestonden. De basileus voegde aan zijn titel 'der Romeinen' toe, om zo de unieke afkomst en waardigheid van zijn keizerschap te benadrukken. Karel daarentegen zag - net zoals zijn zoon en opvolger - af van de complexe stuurmansformulering 'Romanum imperium gubernans' en nam zoals zijn 'broeder' in het Oosten de keizerstitel aan.

Het 'westelijke' keizerschap is inderdaad een product van de middeleeuwen, dat weliswaar aansluit bij bepaalde oudere Romeinse tradities en aanleunt bij Byzantium, maar deze elementen tot een nieuw geheel verbindt. Rome blijft wel een centrale rol vervullen - de idee van een Akens keizerschap op Germaanse basis is een verzinsel van ouder historisch onderzoek - maar niet het volk, de senaat of zelfs het leger maken de keizer. Na de gedenkwaardige gebeurtenissen van 800 is de paus daarvoor verantwoordelijk. Keizerschap en pausdom bleken zo nauw verbonden dat al in het midden van de negende eeuw de voorstelling opgang maakte dat de opvolger van Petrus de keizerlijke waardigheid in een 'translatio imperii' ('overbrenging van het rijk') van de Grieken op de Franken had overgedragen.