ons land - focus

 

De Frankische Periode - De Merovingers
Hoe leefden de eerste Franken?
De Bekering van Vlaanderen (500-751)
De Frankische Periode - De Karolingers
De Karolingen in de Nederlanden
De Bekering van Vlaanderen (751-987)
Karel De Grote
De schok van nieuwe invasies
"Van de Noormannen, verlos ons Heer"
Boudewijn met de Ijzeren Arm
schaakt Judith
Home
           
banner
Karel de Grote

Keizerschap en opvolging - Karel de Grote: wat blijft

Op de afbeelding Vincentius van Beauvais, die vooral bijdroeg tot het epitethon "de Grote" aan de naam van Karel.

Op de afbeelding Vincentius van Beauvais, die vooral bijdroeg tot het epitethon "de Grote" aan de naam van Karel.

Het is weinig opportuun en tegelijk ook moeilijk om vanuit een hedendaags wereldbeeld een oordeel te geven over de historische 'grootsheid' van vorsten uit het verleden. Het woord 'grootsheid' is sinds de minder fraaie bladzijden uit de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw al te zeer beladen geraakt met negatieve connotaties. Maar laat ons hier even abstractie van maken. Het eptheton 'groot', 'magnus', dat in het Frans, Italiaans en in het Engels aan de naam van Karel werd toegevoegd, was aanvankelijk niet meer dan een toevoegsel bij de titel van keizer zoals 'orthodox' ('rechtzinnig') of 'augustus' ('verheven') en sloeg vooral op zijn uitzonderlijke status, het was geen persoonlijke eigenschap. Pas in latere eeuwen werd uit het 'magnus imperator', de grote keizer, Carolus magnus, Karel de Grote gecreëerd. Tijdens de evolutie van dit epitheton tot een persoonlijk attribuut ontstond de legende, de mythe rond Karel de Grote. Ongeveer tien jaar na de dood van de vorst begon Einhard in zijn biografie al met het verheerlijken en monumentaliseren van Karel. Zijn boek werd met ongeveer 120 tekstfragmenten die ons vandaag bekend zijn tot een middeleeuwse bestseller, die onder invloed van de monniken van St.-Denis een onderdeel werden van de officiële overgeleverde kronieken van het Franse koningschap in de hoge en late Middeleeuwen. Vincentius van Beauvais schiep al in zijn Speculum Historiale de klassieke versie van het 'reditus ad stirpem Karoli', de doctrine van de terugkeer van de Capetingers tot de familie van Karel, eerst in de persoon van Ludwig VIII, daarna van Ludwig de Heilige, diens zoon.

Karel VII van Valois, koning van Frankrijk, beriep zich in de 15e eeuw als afstammeling van Karel de Grote.

Karel VII van Valois, koning van Frankrijk, beriep zich in de 15e eeuw als afstammeling van Karel de Grote.

Met name in de 15e eeuw werd Karel herdacht als voorvader van de Valois. De bisschop van Chalon-sur-Saône duide de Franse koning Karel VII in 1452 dan ook aan als 'Karel, Koning van Frankrijk, genoemd de overwinnaar, nieuwe David, nieuwe Constantijn, nieuwe Charlemagne'. En Lodewijk XI stuurde in alle devotie in 1481 het beroemde gouden armreliek, een meesterlijk staaltje van goudsmeedkunst uit Lyon, als pendant voor het hoofdrelikwie dat keizer Karel IV na 1348 had geschonken, naar de koninklijke kapel van Aken.

Het oud-Franse Chanson de Roland, had als kruistochtepos al het voorbereidende werk gedaan om de relatie tussen Karel en de 'Fransen' tot stand te brengen. De dynastieke naamgeving met de steeds terugkerende Karolingische namen Karel en Lodewijk bevestigde sinds de 12e eeuw dergelijke voorstellingen, die bovendien meer en meer in Charlemagne de ware schepper van het moderne Frankrijk, van de beroemde hexagoon zagen. Als reactie creërden de Staufen, met op kop Frederik I en zijn kleinzoon Frederik II, in 1165 en 1215 de 'rijksheilige' Karel, wiens gebeente sindsdien in de Karelsschrijn van de dom van Münster rust. De Luxemburger Karel IV cultiveerde in de 14e eeuw de verering van zijn gelijknamige voorganger met succes. De beeldende kunsten schiepen in heel Europa in de verschillende landen miniaturen, schilderijen, glasramen en niet te vergeten de sculpturen en beelden van Roeland, waarvan het grootste sinds 1404 op de markt van Bremen te zien is. Dit beeld toont Karel in de gedaante van zijn paladijn en moest hem aan de toekomstige generaties vooral als schepper en behoeder van het recht, als ideaalbeeld van een rechtvaardige heerser voorstellen.

Geschiedenis en mythevorming waren blijkbaar al in de tijd van Karel zelf met elkaar verweven. Einhards monumentale schildering kleurt de contouren in die Karel zelf al had uitgezet. Het is dan ook niet toevallig dat de aanduiding voor 'koning', 'kral', in verschillende Slavische talen overeenkomt met het Frankische 'Karel', 'Kerel'.

Op de kaart de verdeling van het Karolingische Rijk na het Verdrag van Verdun in 843. Het Karolingische Rijk overlapte dus het huidige Frankrijk, Duitsland, België, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en delen van Italië, Polen, Tsjechië, Slovenië en Kroatië.

Op de kaart de verdeling van het Karolingische Rijk na het Verdrag van Verdun in 843. Het Karolingische Rijk overlapte dus het huidige Frankrijk, Duitsland, België, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk en delen van Italië, Polen, Tsjechië, Slovenië en Kroatië.

Hoe was de 'grootsheid' - ook voor de tijdgenoten - te vatten? Eerst was Karel volgens de criteria die vanaf de oudheid tot in de 20e eeuw in de inschatting van staatslui werden gehanteerd een ware 'Augustus', een 'Uitbreider van het rijk'. Met zijn oorlogen, laat Einhard ons weten, vergrootte hij het Frankenrijk, dat hij als opvolger van zijn vader als groot en sterk rijk had geërfd, op een edele wijze (nobiliter), in die zin dat hij het in omvang bijna verdubbelde. (E. hfst. 15) Tijdens de militaire expansiefase werd de grens van het Frankische rijk ten oosten van de Rijn verlegd tot aan de Elbe en de Saale als 'natte grenzen', waarmee de territoriale voorwaarde werd geschapen voor het latere 'regnum Teutonicum' - 'Duitsland' - als deel van het hoog-middeleeuwse trias van landen, Duitsland, Italië en Bourgondië, waaruit in de elfde eeuw het 'Heilige Roomse Rijk' werd samengesteld. Karel voegde verder nog Aquitanië en de Gascogne, het land tussen Loire en Pyreneeën, aan het oudere Francia tussen de Rijn en de Loire toe en legde zo de basis voor een latere integratie in het rijk van het zuiden, de Langue d'Oc, als aanvulling van de Langue d'Oil, tijdens de monarchie van de Capetingers. De verovering van het Langobardische rijk in een verbond met het pausdom zorge bovendien tot in de 19e eeuw voor een blijvende band tussen de noordelijke en zuidelijke kan van de Alpen en behoedde de laars voor het lot dat het Iberische schiereiland beschoren was: grotendeels ten prooi te vallen aan de moslims. De nieuwe keizerlijke waardigheid was zeker een belangrijk bindend element tussen de twee rijksdelen. Karels focus op Rome zou een stempel drukken op de verdere geschiedenis van Europa. De verhouding tussen de 'heilige autoriteit van de priesters' en de 'koninklijke macht' (Paus Gelasius I) leidde meer en meer tot een systeem van wederzijdse afhankelijkheid. Op het einde van een lange ontwikkeling maakte het pausdom aanspraak op de beschikkingsmacht over de twee zwaarden, het geestelijke en het wereldlijke, en op die manier op de politieke leiding van Europa. Dit dualisme was zowel de late antieke Oudheid als het keizerrijk aan de Bosporus altijd vreemd gebleven. De binding met Rome kwam politiek tot uiting in bondgenootschappen die steeds een welbepaald doel dienden, maar berustte fundamenteel op een strikte opvolging van de gebruiken en gewoontes van de kerk van Rome. Aan deze kant van de Alpen deden oud-Antieke geleerdheid en het geregelde leven van de monniken hun intrede. Karel was heel inventief in het aantrekken van geleerden en kennis uit alle regionen en gaf vorm aan de cultureel-intellectuele 'europeanisering' van het Westen, het tot stand komen van het avondland.

Henri Pirenne, Belgisch historicus (Verviers, 23 december 1862 - Ukkel, 25 oktober 1935) is gekend om de Pirenne thesis. Deze thesis luidt de Middeleeuwen in als de aswenteling van de wereldgeschiedenis naar het Noorden.

Henri Pirenne, Belgisch historicus (Verviers, 23 december 1862 - Ukkel, 25 oktober 1935) is gekend om de Pirenne thesis. Deze thesis luidt de Middeleeuwen in als de aswenteling van de wereldgeschiedenis naar het Noorden.

De transformatie van de oude wereld in de wereld van de Middeleeuwen voltrok zich toen met de aswenteling van de wereldgeschiedenis naar het Noorden, zoals de Belgische historicus Henri Pirenne dit proces al tientallen jaren geleden noemde. Het midden van het continent werd een smeltkroes van Romeinse, Keltische, Germaans-Frankische en ook Slavische elementen, waaruit een nieuw tijdperk, de 'Middeleeuwen', ontstond. Toen al had dit proces het stadium van de onomkeerbaarheid bereikt.

Die invloed hield aanvankelijk op aan de Elbe en de Saale, het Boheemse woud, de Enns en de Drau en werd later uitgebreid naar het noorden, in de richting van Scandinavië, om vervolgens omstreeks 1000 door te dringen over de natte grenzen in oostelijke en zuidoostelijke richting en nog later tot in het Baltische gebied.

Al in het beeld dat de tijdgenoten zich hadden gevormd over de koning-keizer, die meer dan veertig jaar lang het Frankische rijk geregeerd en tot leidende macht op het continent had uitgebouwd, bestond er een nauwe band tussen de expansie door oorlogsvoering en het geduldige 'vredeswerk' van Karel. Gemeten aan zijn nakomelingen, die geen aanspraak meer konden maken op de gunst van de eerste uren, verscheen hij als een heerser van buitengewoon formaat, wiens grootte tijdens zijn leven een enorme schaduw gooide over zijn zoon en kleinzoon. De onbekende auteur van het Paderborner Epos zag in Karel dan ook de 'vuurtoren', de 'top van Europa', bijgevolg zelfs de 'vader' van een continent dat toen niet veel meer was dan een geografisch begrip en dat als gevolg van de uitbreiding naar het noorden en het oosten steeds meer van zijn middeleeuwse basisomvang verwijderd raakte. Karel heeft de vormen van Europa aangezet waarvan we vandaag nog op vele domeinen de verdere uitwerking zien. De binnenlandse politiek was gericht op hervormingen, op vrede en gerechtigheid. Bovendien stond Karel op buitenlands vlak een politiek voor die duidelijk georiënteerd was op wederzijdse wisselwerking en compromissen, op vreedzaam naast elkaar bestaan van verschillende religies en culturen in de landen rond de Middellandse Zee. De dialoog was ingezet. De wereldpolitiek van die tijd - niet voor niets de eeuw van Karel en tegelijk van Harun-ar-Raschid genoemd - zou men in zeker opzicht (en met zeer veel voorbehoud) als voorbeeld kunnen zien voor vandaag, in tegenstelling tot de periode van de kruistochten als uitdrukking van geweld en vervreemding.

De vraag of Karel al een 'Europeaan' zou zijn geweest, zij het een Europeaan van het eerste uur, misschien zelfs een wegbereider van het Verdrag van Rome van 1957, is anachronistisch. Hij was ook geen Vlaming, geen Duitser of geen Fransman. Zijn strijd is historisch geworden: hij was een Frank in een halfarchaïsch tijdperk, die vanuit het perspectief van de volgende generaties het fundament legde, waarop Europa als gemeenschappelijk huis, als 'work in progress' tot vandaag verder ontwikkelt. Karels heerschappij heeft Europa niet geschapen, maar ligt aan de basis van de Europese middeleeuwse en meteen ook moderne geschiedenis. Zijn tijdperk schiep de voorwaarden voor het onze.