ons land - focus
De Vroege Middeleeuwen
Het H. Roomse Rijk van de Duitse Natie
Ontstaan en bloei van de vorstendommen (Vlaanderen en Brabant)
De Kruistochten
Godfried van Leuven wordt hertog van Neder-Lotharingen
Nieuwpoort krijgt zijn stadsrecht
De Vlamingen winnen de
Guldensporenslag
De hertogen van Brabant bezweren de Blijde Inkomst
Ontstaan en bloei van de vorstendommen (Henegouwen en Luik)
Limburg in de Middeleeuwen
Limburgse middeleeuwse steden
Home
           
banner
Wapenschilden van het Graafschap Henegouwen en het Prinsbisdom Luik.

De Middeleeuwen - Ontstaan en bloei van de vorstendommen (Deel 2: Henegouwen en Luik)

Na het uiteenvallen van het Karolingische rijk trachten de vorstendommen een onafhankelijke koers te varen ten aanzien van hun soeverein. Ten westen van de Schelde onttrekt het graafschap Vlaanderen zich heel snel van de macht van de Franse koning. In de gebieden tussen Maas en Schelde wordt de autoriteit van de Duits koning aangevochten, in het bijzonder door de graven van Henegouwen en Brabant.

Het prinsbisdom Luik is wat dat betreft een buitenbeentje. Het ontstaat rond het jaar 1000 met de hulp van de keizer om duidelijke grenzen te stellen aan de drang naar zelfbestuur van de graven. Hoewel het prinsbisdom geleid word door een bisschop, raakt het tijdens de middeleeuwen betrokken bij vele politieke twisten.

Vanaf de 10e eeuw duiken nog meer kleine vorstendommen op: het graafschap Namen en de hertogdommen Limburg, Luxemburg en Stavelot-Malmedy. Ondanks het iets bescheidener lot dat hen wacht, spelen ze zeker een rol in de ontwikkeling van de vier voornaamste vorstendommen.

Henegouwen, van Vlaanderen naar Beieren

Graafschap Henegouwen met de huidige Frans-Belgische grens dwars door Henegouwen. Het zuidelijke deel is Frans-Henegouwen.

Graafschap Henegouwen met de huidige Frans-Belgische grens dwars door Henegouwen. Het zuidelijke deel is Frans-Henegouwen.

Henegouwen dankt een groot deel van zijn autonomie aan de onverzettelijkheid van de familie Reinier, die vanaf het einde van de 9e eeuw constant het leven van de Duitse vorsten zuur maakt. In het begin van de 11e eeuw regeert graaf Herman van Bergen over een belangrijk grondgebied, dat zich uitstrekt tot in Valenciennes. Na zijn dood in 1051 wordt zijn weduwe Richildis overgeleverd aan de genade - en de ambitie - van haar tweede man, de graaf van Vlaanderen.

De scheiding van Henegouwen en Vlaanderen

Portret van Boudewijn VI, graaf van Vlaanderen en Richilde, gravin van Henegouwen.

Portret van Boudewijn VI, graaf van Vlaanderen en Richildis, gravin van Henegouwen.

Na de Slag bij Kassel (Cassel) in 1071, waar Arnold III op het slagveld sterft, zet zijn moeder Richildis de strijd tegen Robrecht I de Fries, de graaf van Vlaanderen, verder. Hetzelfde jaar geeft zij haar allodia (eigen, vrije erfgoederen) voor een grote som geld in leen aan de bisschop van Luik. De strijd eindigt in 1076 na tussenkomst van keizer Hendrik IV. Richildis verwerft Henegouwen voor haar zoon Boudewijn II, terwijl Robrecht I de Fries Vlaanderen behoudt. De twee gebieden zullen gescheiden blijven tot in 1194. Via de huwelijken van zijn kinderen probeert Boudewijn II de adel aan zich te binden. In 1095 vertrekt hij op kruistocht. Hij verdwijnt spoorloos in Syrië. Zijn zoon Boudewijn III en zijn weduwe Yolanda van Gelre slagen erin om de politieke zelfstandigheid van het graafschap te vrijwaren.

De lange regeerperiodes van Boudewijn IV en Boudewijn V van Henegouwen

De lange regeerperiodes van Boudewijn IV (1125-1171) en Boudewijn V (1171-1195) en de continuïteit die daaruit voortvloeit, geeft het graafschap Henegewouden een nieuw elan. Een militaire campagne tegen Robrecht I de Fries en zijn nazaten, die zich het graafschap Vlaanderen onrechtmatig tegeëigend hebben, zal weliswaar niets opleveren, in tegenstelling tot hun doordachte huwelijkspolitiek

Boudewijn IV, 'de Bouwer'

Afbeelding van Boudewijn IV van Henegouwen ('de Bouwer').

Na de moord op Karel de Goede, graaf van Vlaanderen, in 1127, eist Boudewijn IV tevergeefs zijn opvolging op. In een vlaag van razernij brandt hij Oudenaarde plat, maar hij wordt gedwongen zich terug te trekken. De troonsbestijging van Diederik van den Elzas in 1128 betekent weer een nederlaag. In een poging om nieuwe militaire bondgenoten te krijgen, trouwt hij enige tijd later met Aleidis van Namen. In 1148 en 1149 profiteert hij van de afwezigheid van Diederik van den Elzas, die op kruistocht is vertrokken, om Vlaanderen binnen te vallen. Zonder succes. In 1169 wordt er eindelijk vrede gesloten. Bij die gelegenheid huwt Margaretha, de dochter van Diederik van den Elzas, de zoon van Boudewijn IV, de toekomstig Boudewijn V. Een vermeerdering van de inkomsten vanaf 1140 laat de graaf toe nieuwe kastelen te bouwen en versterkingen van de stedelijke omwallingen te realiseren. Dat levert hem de bijnaam 'de Bouwer' op.

Boudewijn V, 'de Moedige'

Het versterkt kasteel van Ecaussinnes werd in de 12e eeuw gebouwd door Boudewijn V, graaf van Henegouwen.

Het versterkt kasteel van Ecaussinnes werd in de 12e eeuw gebouwd door Boudewijn V, graaf van Henegouwen.

Na de dood van Filips van den Elzas tijdens de Derde Kruistocht bij het Beleg van Akko in 1191, overmeestert Boudewijn V van Henegouwen (Boudewijn VIII van Vlaanderen) het graafschap Vlaanderen. Filips Augustus, de koning van Frankrijk, laat echter ook zijn rechten op dat graafschap gelden. Het Verdrag van Atrecht (Arras) eind 1191 bevestigt de vereniging van Henegouwen en Vlaanderen. Boudewijn V betaalt evenwel een hoge prijs. Filips Augustus aanvaardt zijn leenhulde, maar verkrijgt hiervoor 5000 marken zilver én een deel van het grondgebied van beide graafschappen.

De kortstondige vereniging van Vlaanderen en Henegouwen

In de eerste helft van de 13e eeuw zijn Vlaanderen en Henegouwen verenigd onder hetzelfde gezag. Deze unie lijkt echter algauw ten prooi te vallen aan de ambities van de machtige Engelse en Franse buren.

Boudewijn VI van Henegouwen (Boudewijn IX van Vlaanderen), 'de Kruisvaarder'

Standbeeld van Boudewijn VI van Henegouwen, ook Boudewijn IX van Vlaanderen en Boudewijn I van Constantinopel, te Bergen (Mons).

Boudewijn VI van Henegouwen neemt aanvankelijk een voorzichtige houding aan in het conflict tussen Filips II Augustus en Richard Leeuwenhart. Toch zal hij tamelijk snel kiezen voor een nauwer bondgenootschap met Engeland. De Engelse wol is immers van levensbelang voor de Vlaamse textielindustrie. In 1199 word Filips II Augustus gedwongen om de bepalingen van het Verdrag van Péronne te aanvaarden. Dat verdrag kent niet alleen Aire-sur-la-Lys en Saint-Omer toe aan Boudewijn VI, maar ook Ardres, Lillers, La Gorgue en Richebourg. In 1202 neemt de graaf deel aan de Vierde Kruistocht. Hij wordt uitgeroepen tot eerste Latijnse Keizer in Constantinopel maar sterft in 1205. Hij laat twee dochtertjes na.

Johanna van Constantinopel en Margaretha van Vlaanderen

Johanna van Constantinopel ging de geschiedenis in als een wilskrachtige en vrome vrouw. Zij begunstigde het kloosterleven en onder haar impuls ontstonden vele kloosters en abdijen. Ze steunde de bestaande hospitalen en leprozerieën en stichtte er nieuwe (onder meer de Hospice Comtesse in Rijsel). Onder haar bewind namen de economische macht en welvaart van de Vlaamse steden aanzienlijk toe. Haar standbeeld staat in de tuin van het begijnhof in Kortrijk, alsook in het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Gent, in een nis boven de ingang van de Dr. Decrolyschool in de Begijnhofdries.

Johanna van Constantinopel ging de geschiedenis in als een wilskrachtige en vrome vrouw. Zij begunstigde het kloosterleven en onder haar impuls ontstonden vele kloosters en abdijen. Ze steunde de bestaande hospitalen en leprozerieën en stichtte er nieuwe (onder meer de Hospice Comtesse in Rijsel). Onder haar bewind namen de economische macht en welvaart van de Vlaamse steden aanzienlijk toe. Haar standbeeld staat in de tuin van het begijnhof in Kortrijk, alsook in het Groot Begijnhof Sint-Elisabeth in Gent, in een nis boven de ingang van de Dr. Decrolyschool in de Begijnhofdries.

Door het Verdrag van Parijs moet Johanna dulden dat de pro-Franse adel, zals Jan van Nesle, de schout van Brugge, in het graafschap Vlaanderen de scepter zwaait. Henegouwen ondergaat op zijn beurt de autoriteit van de baljuw van Henegouwen. Als Johanna in 1244 sterft, volgt haar zus Margaretha haar op.

Margaretha II van Vlaanderen (ook Margaretha van Constantinopel en Margaretha I van Henegouwen) luistert samen met haar schoondochter Beatrijs van Brabant naar de dichter Diederik van Assenede. Beatrijs was getrouwd met de oudste zoon Willem van Dampierre, die omkwam bij een steekspel in 1251. Muurschildering in het stadhuis van Kortrijk.

Margaretha II van Vlaanderen (ook Margaretha van Constantinopel en Margaretha I van Henegouwen) luistert samen met haar schoondochter Beatrijs van Brabant naar de dichter Diederik van Assenede. Beatrijs was getrouwd met de oudste zoon Willem van Dampierre, die omkwam bij een steekspel in 1251. Muurschildering in het stadhuis van Kortrijk.

De twee huwelijken van Margaretha - een eerste, door de paus nietig verklaard huwelijk met Burchard van Avesnes en een tweede met Willem van Dampierre - liggen aan de basis van een nieuwe crisis die uitloopt op langdurige vijandelijkheden. Een arbitrale uitspraak van koning Lodewijk IX en van de kardinaal-legaat van de Heilige Stoel kent het graafschap Vlaanderen toe aan de Dampierres, terwijl de graafschappen Henegouwen en Namen toegewezen worden aan de Avesnes. In 1257 maakt een akkoord een einde aan de broedertwist. Gwijde erkent de heerschappij van de Avesnes over Henegouwen en hun suzereiniteit over Namen. Ook de Avesnes doen water bij de wijn. Ze zien af van hun aanspraken op Rijks-Vlaanderen en aanvaarden de autoriteit van de Dampierres in Cambrai.

Het huis van Avesnes

In 1299 worden Holland en Zeeland in een personele unie verenigd met Henegouwen. Dat is het gevolg van de opvolging van Jan II van Avesnes. In 1303, één jaar na de Guldensporenslag, begint Gwijde van Dampierre een militaire campagne in Zeeland. Hij slaagt erin om het grootste deel van Holland te veroveren. Een coalitie van Fransen, Hollanders en Genuezen verslaat op 10 augustus 1304 de Vlaamse vloot tijdens de Slag bij Zierikzee.

Willem de Goede (1287 – Valenciennes, 7 juni 1337) was, van 1304 tot aan zijn dood, als Willem I graaf van Henegouwen, en als Willem III graaf van Holland en Zeeland. Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen.

Willem de Goede (1287 – Valenciennes, 7 juni 1337) was, van 1304 tot aan zijn dood, als Willem I graaf van Henegouwen, en als Willem III graaf van Holland en Zeeland. Voordat hij zijn vader opvolgde nam hij als zeventienjarige deel aan de Slag bij Zierikzee in 1304 tegen het graafschap Vlaanderen.

Het Verdrag van Parijs (1323) verlost Willem I van Henegouwen (Willem III van Holland en Zeeland) van zijn verplichtingen tegenover de Franse koning in de strijd tegen de Vlaamse graven. Hoewel hij getrouwd is met Johanna van Valois, de zus van koning Filips en opgevoed werd aan het Franse hof, vaart hij een eigen koers. Hij roert zich steeds meer op Europees vlak. Zo mengt hij zich in de Engelse politiek door steun te verlenen aan koningin Isabella van Engeland. Die wil dat haar man, Edward II, afstand doet van de troon in het voordeel van hun zoon Edward. Edward III word gekroond in 1327. Het jaar daarop trouwt de nieuwe koning van Engeland, na de pauselijke dispensatie verkregen te hebben, in de kathedraal van York met Filippa, de dochter van Willem I.

Willem II (?, 1317 - Stavoren, 26 september 1345) was graaf van Henegouwen en als Willem IV, van Holland en Zeeland. Hij stierf tijdens de Slag bij Warns op 26 september 1345. Samen met zijn oom, Jan van Beaumont, graaf van Soissons, trok hij op naar Friesland, en wel naar Stavoren om daar bij het Sint-Odulphusklooster een sterke vesting te maken. Geharnast, maar zonder paarden, trokken ze brandschattend op. De plaatselijke bevolking had echter een hinderlaag voorbereid en in het moerassige landschap werden de Hollanders verpletterend verslagen. Ook Willem verloor hier zijn leven. Willem had bij zijn dood geen wettige kinderen en werd opgevolgd door zijn zuster Margaretha van Beieren, de vrouw van keizer Lodewijk IV.

Willem II (?, 1317 - Stavoren, 26 september 1345) was graaf van Henegouwen en als Willem IV, van Holland en Zeeland. Hij stierf tijdens de Slag bij Warns op 26 september 1345. Samen met zijn oom, Jan van Beaumont, graaf van Soissons, trok hij op naar Friesland, en wel naar Stavoren om daar bij het Sint-Odulphusklooster een sterke vesting te maken. Geharnast, maar zonder paarden, trokken ze brandschattend op. De plaatselijke bevolking had echter een hinderlaag voorbereid en in het moerassige landschap werden de Hollanders verpletterend verslagen. Ook Willem verloor hier zijn leven.

Zijn zoon Willem II van Henegouwen (Willem IV van Holland) volgt hem op in 1337. Acht jaar later sneuvelt hij in de Slag bij Stavoren. Hij heeft geen mannelijke erfgenaam. Zijn dochter Margaretha en haar zoon Willem twisten om de opvolging. In Holland vormen de steden de kern van de Kabeljauwen, die achter Willem staan. Margaretha kan rekenen op de steun van de Hoeken, vooral edelen. Er barst een openlijke strijd los. Willem verslaat zijn moeder tijdens de Slag bij Zwartewaal aan de Maas. Zo verwerft hij bijna het volledige grondgebied van Zeeland en Holland. De Engelse koning Edward III probeert de twee strijdende partijen te verzoenen. In 1351 krijgt Willem Holland, Zeeland en Friesland en mag Margaretha Henegouwen behouden. Na haar dood in 1356 wordt Willem ook graaf van Henegouwen.

Het huis van Beieren

Willem V van Holland (Frankfort, 12 mei 1330 - Le Quesnoy, 15 april 1389) was een zoon van keizer Lodewijk de Beier en Margaretha, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Hij is in de Nederlanden ook bekend als Willem van Beieren.

Willem III van Henegouwen (Frankfort, 12 mei 1330 - Le Quesnoy, 15 april 1389) was een zoon van keizer Lodewijk de Beier en Margaretha, gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. Hij is in de Nederlanden ook bekend als Willem van Beieren.

De drie grondgebieden worden dus verenigd onder Willem III van Henegouwen (Willem V van Holland). Vrij snel begint deze echter te dementeren. In 1358 word hij geïnterneerd. Hij sterft in 1389. Zijn broer Albrecht wordt eerste regent en volgt hem daarna op in zijn graafschappen en in de heerlijkheid van Friesland. Bovendien erft hij het hertogdom Beieren-Straubing. Vanaf het begin van zijn regentschap is het vrijwaren van zijn belangen in Holland en in Gelre één van de prioriteiten van Albrecht. Holland word opnieuw verscheurd door de twisten tussen de Kabeljauwen en de Hoeken. En in Gelre leiden spanningen tot een burgeroorlog. In 1361 maakt een vredesverdrag een einde aan alle vijandelijkheden.

Albrecht van Beieren (München, 25 juli 1336 - 's-Gravenhage, 16 december 1404) was graaf van Holland, Henegouwen en Zeeland en hertog van Beieren-Straubing uit het Huis Wittelsbach.

Albrecht van Beieren (München, 25 juli 1336 - 's-Gravenhage, 16 december 1404) was graaf van Holland, Henegouwen en Zeeland en hertog van Beieren-Straubing uit het Huis Wittelsbach.

In 1364 laat de hertog van Beieren de heer van Enghien, Sohier, aanhouden en zonder proces onthoofden. Sohiers broers maken zich op listige wijze meester van het kasteel van Enghien en nemen de rest van Henegouwen in het vizier. Intussen verwoesten de Vlaamse legers van Lodewijk van Male het land. Albrecht wil een eigen krijgsmacht lichten, maar stuit op het verzet van de steden. Hij verschanst zich in Bergen, dat belegerd word. Uiteindelijk word in Brussel de vrede getekend die erg nadelig is voor Albrecht.

De volgende jaren tracht de hertog de verstandhouding met zijn vazallen te verbeteren. Hij onderhoudt daarenboven uitstekende relaties met Frankrijk. Er wordt zelfs een huwelijk onderhandeld tussen Willem, de zoon van de hertog, en Maria, de dochter van Karel V. Diens vroegtijdig overlijden gooit roet in het eten. In 1385 trouwt Willem met Margaretha van Bourgondië, de dochter van Filips de Stoute en van Margaretha van Male, terwijl zijn zus huwt met Jan zonder Vrees.

Willem van Oostervant (Den Haag, 5 april 1365 - Bouchain, 31 mei 1417) was als Willem VI graaf van Holland en Zeeland, als Willem II hertog van Beieren-Straubing en als Willem IV graaf van Henegouwen.

Willem van Oostervant (Den Haag, 5 april 1365 - Bouchain, 31 mei 1417) was als Willem VI graaf van Holland en Zeeland, als Willem II hertog van Beieren-Straubing en als Willem IV graaf van Henegouwen.

In 1404 volgt Willem IV van Henegouwen (Willem VI van Holland) zijn vader op. Als de steden van het prinsbisdom Luik in opstand komen, helpt hij met de steun van zijn schoonbroer, de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees, zijn zoon Jan van Beieren de overwinning te behalen in de Slag van Othée. Willem IV van Henegouwen sterft in 1417. Jacoba van Beieren, zijn dochter en enige erfgename, krijgt eerst Henegouwen en daarna Holland, Zeeland en Friesland in handen. Een jaar later trouwt ze met Jan IV van Brabant. In de hoop dat de paus haar huwelijk nietig verklaart, vlucht ze naar Engeland om er met de hertog van Gloucester, de broer van de koning, te trouwen. Het huwelijk vindt plaats nog voor de nietigverklaring is uitgesproken. Hertog Humphrey van Gloucester haast zich om Henegouwen in te palmen. Jan van Beieren, die Filips de Goede als erfgenaam heeft erkend, roept de hulp van deze laatste in om het op te nemen tegen Gloucester. Het Bourgondische leger bezet Bergen en Henegouwen. Jan IV benoemt Filips de Goede tot 'ruwaert' (beschermheer) van Holland en Zeeland. Jacoba, die verplicht is om in Gent te wonen, kiest eieren voor haar geld en vlucht naar haar eigendommen in het noorden. Daar neemt ze de wapens weer op.

Portret van Jacoba van Beieren, die Dauphine van Frankrijk en gravin van Henegouwen. Zij was erfgename van de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Een makkelijk leven had zij niet; al op vijfjarige leeftijd werd zij als huwelijkskandidate ingezet in het dynastieke machtsspel. Het bleef niet bij één gearrangeerd huwelijk. Haar eerste man overleed, de tweede echtverbintenis – met haar neef – liet ze ongeldig verklaren, een derde strandde. Voor haar vierde en laatste huwelijk moest zij afstand doen van haar macht, wat doet vermoeden dat het in dit geval om oprechte liefde ging. Tragisch genoeg stierf Jacoba twee jaar na de huwelijksvoltrekking aan de gevolgen van tuberculose.

Portret van Jacoba van Beieren, die Dauphine van Frankrijk en gravin van Henegouwen was. Zij was erfgename van de graafschappen Holland, Zeeland en Henegouwen. Een makkelijk leven had zij niet; al op vijfjarige leeftijd werd zij als huwelijkskandidate ingezet in het dynastieke machtsspel. Het bleef niet bij één gearrangeerd huwelijk. Haar eerste man overleed, de tweede echtverbintenis – met haar neef – liet ze ongeldig verklaren, een derde strandde. Voor haar vierde en laatste huwelijk moest zij afstand doen van haar macht, wat doet vermoeden dat het in dit geval om oprechte liefde ging. Tragisch genoeg stierf Jacoba twee jaar na de huwelijksvoltrekking aan de gevolgen van tuberculose.

In de jaren 1426-1428 blijven de twee partijen elkaar bestrijden. Uiteindelijk tekenen Filips de Goede en Jacoba van Beieren in 1428 het Verdrag van Delft (of de Zoen van Delft). Jacoba mag haar titel van gravin van Halland behouden, maar moet tegelijk Filips de Goede erkennen als ruwaert en erfgenaam van Henegouwen, Holland, Zeeland en Friesland. Ze mag ook niet meer hertrouwen zonder de toestemming van de hertog.

Luik, van Duits leen tot zelfstandig prinsbisdom

Sinds het begin van de 8e eeuw is Luik de zetel van het bisdom Tongeren. Dit uitgestrekt diocees omvat het volledige Maasbekken, van de samenvloeiing van de Maas en de Semois tot aan de monding. Ook een groot deel van het grondgebied van de eerste Karolingers, die er talrijke paleizen bouwden, maakt er deel van uit.

Van het diocees van Tongeren tot het prinsbisdom Luik

Beeld uit 1689 van Hubertus met hert door de Luikse beeldhouwer Jean Del Courin de Sint-Jacobskerk te Luik. De heilige Hubertus van Luik (655-727) was de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik.

Beeld uit 1689 van Hubertus met hert door de Luikse beeldhouwer Jean Del Courin de Sint-Jacobskerk te Luik. De heilige Hubertus van Luik (655-727) was de laatste bisschop van Maastricht en de eerste van Luik.

Sinds de relikwieën van Sint-Lambertus en Sint-Hubertus er ondergebracht werden, ontwikkelde Luik zich tot een belangrijk religieus centrum en pelgrimsoord. Het lichaam van Sint-Hubertus zal in 825 overgebracht worden naar de abdij van Andage, later bekend als de abdij van Sint-Hubertus. In 882 wordt Luik een civitas, en is de stad voortaan officieel een bisschoppelijke zetel. Onder het episcopaat van Francon (855-901), een briljante intellectueel die opgeleid werd aan het hof van Karel de Kale, krijgt de bisschoppelijke functie een belangrijke politieke dimensie. Als een echte militaire medespeler, vecht de bisschop mee tegen de Vikingen. Hierdoor verkrijgt hij heel wat belangrijke leengoederen. Deze goederen worden hem toegekend in de streken van Lobbes, Thuin, Theux, Fosses en zelfs in de buurt van Metz (Madière).

Vanaf de troonsbestijging van Otto I van het Duitse Rijk (936) wordt de bisschop van Luik benoemd door de keizer zelf en wordt hij zo diens belangrijkste vertegenwoordiger in de diocese. Hij verdedigt dus ook de belangen van het rijk tegen het zelfstandigheidsstreven van de Lotharingse adel.

Luik, Sint-Jacobskerk: beeld (1691) van Notger.

Luik, Sint-Jacobskerk: beeld (1691) van Notger.

In 972 versterkt de benoeming van Notger de politiek-militaire rol van het Luikse episcopaat. Deze edelman uit Zwaben (Zuid-Duitsland) bouwt de religieuze en strategische positie van Luik nog verder uit. De voornaamste religieuze plaatsen worden heropgebouwd en gegroepeerd binnen een sterke omwalling. Een nieuw bisschoppelijk paleis verrijst. De gebieden die onder de controle van het bisdom vallen, worden versterkt. In 980 verleent Otto II hem algemene immuniteit op alle bezittingen verworven sinds het Karolingische tijdperk. Hij wordt met andere woorden aan het hoofd geplaatst van een echt prinsbisdom dat over een reële soevereiniteit beschikt. Notger wordt prins-bisschop van Luik. Het grondgebied bestaat, naast de graafschappen Haspengouw en Condroz, uit domeinen in Thuin, Fosses, Lobbes, Malonne, Florennes en Couvin. Daar komt in 985 nog het graafschap Hoei bij.

Het Athene van het Noorden

Deze veilige, beschermde omgeving vormt de ideale voedingsbodem voor de Karolingische renaissance. De monastieke vitaliteit is er bijzonder intens op een ogenblik dat elders abdijen een slechte reputatie verworven hebben. De kloosters in het Luikse bevorderen de voorliefde voor de studie en zijn erudiete centra van kalligrafie en verluchting van handschriften. De klassieke cultuur wordt er onderwezen en leeft er voort. De Luikse scholen genieten vanaf het einde van de 9e eeuw een uitstekende internationale reputatie. Hun lesgevers onderscheiden zich op het gebied van wiskunde (Raoul van Luik en Francon van Luik), het kerkelijk recht (Rathier van Verona, Olbrecht van Gemblux), en vooral de geschiedenis (Folcuin, Heriger van Lobbes, Sigebert van Gembloux).

De voormalige Sint-Lambertuskathedraal te Luik was de hoofdkerk van het prinsbisdom Luik. Op de tekening zien we rechts de kathedraal, naast het bisschoppelijk paleis (de tekening werd gemaakt in de 18e eeuw). De kerk werd afgebroken tijdens de Franse Revolutie (eind 18e eeuw). In Luik bleef er, letterlijk en figuurlijk, een gat in het hart van de stad. Het duurde tientallen jaren voordat het nieuw ontstane plein een nieuwe bestemming kreeg. De lege plek waar de kathedraal stond heet nu Place Saint-Lambert.

De voormalige Sint-Lambertuskathedraal te Luik was de hoofdkerk van het prinsbisdom Luik. Op de tekening zien we rechts de kathedraal, naast het bisschoppelijk paleis (de tekening werd gemaakt in de 18e eeuw). De kerk werd afgebroken tijdens de Franse Revolutie (eind 18e eeuw). In Luik bleef er, letterlijk en figuurlijk, een gat in het hart van de stad. Het duurde tientallen jaren voordat het nieuw ontstane plein een nieuwe bestemming kreeg. De lege plek waar de kathedraal stond heet nu Place Saint-Lambert.

Ook op architecturaal gebied is de bloei opmerkelijk. In 978 word begonnen met de bouw van de kathedraal van Sint-Lambertus. Het keizerlijk heiligdom van Nivelles word ingewijd in 1046. Tussen de 10e en de 12e eeuw zullen er meer dan tweehonderd religieuzen bouwwerken opgetrokken worden in het Maasland. Met hun imposante klokkentorens, die ware verdedigingstorens zijn, en hun grote kerkschepen in steen overheersen ze de eerste stedelijke en landelijke woongebieden. In deze periode word het prinsbisdom Luik omwille van zijn culturele en architecturale ontwikkeling soms ook het 'Athene van het Noorden' genoemd. Luik trekt inderdaad veel intellectuelen aan. Die komen van overal: niet alleen uit de Duitse gebieden, maar evengoed uit Italië en Frankrijk. Dit gouden tijdperk, dat liep van 950 tot 1150, heeft zich middels een gezegde in het collectief geheugen gegrift: "Luikenaars, jullie hebben Notger aan Christus te danken en al de rest aan Notger."

Het prinsbisdom bedreigd

Het zegel van Theoduinus (ook Dietwin genoemd), prins-bisschop van Luik van 1048 tot 1075.

Het zegel van Theoduinus (ook Dietwin genoemd), prins-bisschop van Luik van 1048 tot 1075.

Tijdens de 11e eeuw voelt de prins-bisschop van Luik zich nog verwant met de andere feodale heren van Lotharingen. Hij blijft de belangen van de keizer verdedigen, maar denkt toch vooral aan het behouden en het uitbreiden van zijn grondgebied. Hij gebruikt desnoods geweld, zoals in 1012 in Hoegaarden of in 1040 in Dinant, of richt versterkingen op om de aanspraken van andere graven te ontmoedigen. Hij koopt ook kastelen, zoals die van Couvin en Bouillon, die in 1096 verkocht worden omdat hun eigenaars op kruistocht vertrekken. Zijn uitbreidingspogingen zijn evenwel niet altijd succesvol: zo lijdt Luik in 1013 een nederlaag in Hoegaarden tegen de graaf van Leuven. Ook de aanvallen van de militair sterke naburige adel brengen veel schade toe. Zo verwoest de graaf van Vlaanderen in 1053 Hoei. Om de heropbouw van de collegiale kerk te bekostigen, geeft prins-bisschop Theoduinus een pak voorrechten aan de poorters. Deze worden opgetekend in het eerste charter met vrijheden dat het licht ziet in het Westen (1066). Rond het einde van de 11e eeuw en in het begin van de 12e eeuw ontstaan de eerste gemeentelijke instellingen in het hart van de stad Luik.

Kaart van het Graafschap Gulik (in de cirkel) en de omliggende vorstendommen.

Kaart van het Graafschap Gulik (in de cirkel) en de omliggende vorstendommen.

Tijdens de 12e eeuw lijdt het prinsbisdom onder de Investituurstrijd. Het principe van de benoeming van bisschoppen door de keizer word opnieuw in vraag gesteld. In 1119 strijden twee kandidaten voor de opvolging van prins-bisschop Otbert. De eerste, Frederik van Namen, krijgt de steun van de paus en van zijn broer Godfried, graaf van Namen. De tweede, Alexander van Gulik, afkomstig uit de Luikse adel, is de beschermeling van de geëxcommuniceerde keizer Hendrik IV. Frederik haalt het, maar het bisdom wordt wel geteisterd door de legers van beide strijdende kampen. Hij sterft twee jaar later. Alexander wordt in 1128 dan toch bisschop, maar wordt in 1135 afgezet na beschuldiging van simonie. De keizerlijke invloed brokkelt langzaam maar zeker af. Het kapittel van Sint-Lambertus mag voortaan debisschoppen benoemen. In dat kapittel proberen proberen de verschillende adellijke families hun kandidaten naar voren te schuiven. Ondertussen schrikken hun verwanten er niet voor terug om de kleine, versterkte plaatsen die het grondgebied van het prinsbisdom verdedigen, in te nemen. Zo valt Hendrik de Blinde, graaf van Namen, de steden Fosses (in 1140 en 1142) en Andenne (in 1151) aan. Om deze dreiging van de machtige feodale buren het hoofd te bieden, doet het Luikse leger een beroep op de stedelijke milities, die door hun groot aantal manschappen en grote inzet een aanzienlijke bijdrage leveren. Deze troepen hebben een aanzienlijk aandeel in twee belangrijke overwinningen: in 1179 tegen de graaf van Loon en vooral in 1213 tegen de hertog van Brabant. De eerste triomf leidt tot de integratie van Loon in het prinsbisdom, terwijl de tweede overwinning toelaat aan de druk van het hertogdom Brabant te weerstaan. De eerste successen leiden zelfs tot de verovering van een deel van het grondgebied van Haspengouw (vooral Gembloers).

De Slag van Steps vond op 13 oktober 1213 bij Montenaken in de Belgische provincie Limburg plaats. De Stepsheuvel waar de slag plaatsvond, gelegen tussen Montenaken, Walshoutem en Cras-Avernas verleende zijn naam aan de veldslag.

De Slag van Steps vond op 13 oktober 1213 bij Montenaken in de Belgische provincie Limburg plaats. De Stepsheuvel waar de slag plaatsvond, gelegen tussen Montenaken, Walshoutem en Cras-Avernas verleende zijn naam aan de veldslag.

In 1212 belegeren, veroveren en verwoesten de Brabanders de 'Vurige Stede' Luik. Eén jaar later, terwijl de stad een nieuwe omwalling opbouwt, behaalt een leger, samengesteld uit de stedelijke milities van de verschillende steden van het prinsbisdom, de beroemde overwinning op de Brabanders in de Slag van Steps.

Aanleiding was de twist tussen het hertogdom Brabant en het prinsbisdom Luik over de zeggenschap over de erfopvolging van het graafschap Moha. Lodewijk en Hendrik waren beide verwanten van de laatste graaf van Moha, Albert III.

De Brabantse hertog Hendrik I viel het prinsbisdom Luik aan. Hij had de stad Luik al in 1212 verwoest. Hij werd door prins-bisschop Hugo II van Pierrepont en diens bondgenoot Lodewijk II van Loon op de heuvel van Steps in Montenaken verslagen. De overwinnaars hadden ook steun gekregen uit Hoei en Dinant.

De overlevende Brabanders werden achternagezeten en trokken in wanorde terug door de velden van deze Brabantse uithoek richting Tienen. Op het slagveld vochten de zwerfhonden voor de achtergebleven kadavers van de gesneuvelde Brabanders.

Eerst in 1229 liet Hendrik zijn aanspraken op Moha varen. Moha werd bij Luik gevoegd. Deze slag zou de eerste zijn waarbij een leger van edellieden verslagen werd door een volksleger.

Legende

De Luikenaars haalden een O.L.V.-beeld uit de kerk van Montenaken en brachten het naar het slagveld. Zodra het beeld ter plaatse was scheen de zon zo hevig dat ze de ogen van de tegenstanders verblindde en de wapens neerlegden. Ieder jaar wordt het wonderdadig beeld in de maand mei van de kerk van Montenaken naar de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van Steps gebracht.

De ontwikkeling van de stedelijke macht

De citadel van Luik

De citadel van Luik

In de 13e eeuw verrijkt de buitengewone groei van de handel langs de Maas de burgers van de voornaamste steden van het prinsbisdom: Luik, Maastricht, Hoei en Dinant. In deze vier steden, evenals in Tongeren en Sint-Truiden zorgt de economische ontwikkeling voor een sterke bevolkingsaangroei, de oprichting van betere verdedigingsmuren en de bewapening van de stedelijke gilden. Langzaam maar zeker weerklinkt de roep om de lagere bevolkingsgroepen het recht te geven te participeren in de stedelijke macht. In 1253 wordt Hendrik van Dinant door toedoen van een volksbeweging burgemeester van de stad Luik. Een gewelddadige opstand dwingt bisschop Hendrik van Gelre uit te wijken naar Hoei. Met de hulp van de hertog van Brabant en van de graven van Loon en Gelre slaagt hij erin het oproer te bedwingen. Hij laat een citadel bouwen die de stad domineert en zijn turbulente inwoners bedwingt. Nochtans verenigen de magistraten van de belangrijkste steden van het prinsbisdom zich. Tijdens de 13e eeuw sluiten zij meerdere bondgenootschappen.

De boerderij te Goesnes, waar een diefstal van een koe, de aanleiding was tot "De oorlog van de Koe" (Guerre de la Vache). Momenteel houdt een autoroute de herinnering levendig aan deze middeleeuwse episode in het Prinsbisdom Luik.

De boerderij te Goesnes, waar een diefstal van een koe, de aanleiding was tot "De oorlog van de Koe" (Guerre de la Vache). Momenteel houdt een autoroute de herinnering levendig aan deze middeleeuwse episode in het Prinsbisdom Luik.

In diezelfde periode, tussen 1275 en 1278, escaleert een rivaliteit tussen kleinere heren uit de Condroz tot een groot conflict: de 'guerre de la vache' (de oorlog van de koe). De bisschop van Luik en de graaf van Namen komen met elkaar in botsing. Ze branden meerdere steden in de Condroz, de Ardennen en de Maasvallei plat en verneilen ze. Er is een optreden van Filips de Stoute, de koning van Frankrijk, nodig om een einde te maken aan dit conflict. Op het einde van de eeuw verscheurt een nieuwe tegenstelling het prinsbisdom. De Awans en de Waroux, twee adellijke families, slepen hun bondgenoten en vazallen mee in een bloedige strijd. De vele militaire confrontaties of duels tussen de 'kampioenen' eisen tal van slachtoffers. Deze anekdote toont aan dat de prins-bisschop niet in staat is om zijn autoriteit op te dringen en de plaatselijke adel in toom te houden.

Neogotisch reliëf van de Sint-Maartensramp (Mal Saint-Martin) op het provinciehuis van Luik

Neogotisch reliëf van de Sint-Maartensramp (Mal Saint-Martin) op het provinciehuis van Luik.

Het begin van de 14e eeuw kenmerkt zich door nieuwe volksopstanden. Die bereiken een hoogtepunt in 1312 met de Mal Saint-Martin (Sint-Maartensramp). Na de dood van prins-bisschop Theobald van de Bar is het even wachten op de benoeming van een opvolger. Intussentijd moet er een mambour (regent) aangeduid worden om het prinsbisdom te besturen. Het kapittel van Sint-Lambertus schuift zijn groot-provoost als kandidaat naar voor, de adel doet hetzelfde met de graaf van Loon. Het volk kiest de kant van de groot-provoost, maar de aristocratische krachten trachten tijdens de nacht van 3 op 4 augustus de stedelijke macht te grijpen. Er breekt een ware volksopstand uit tegen de ridders die de stad zijn binnengetrokken. Deze worden teruggedreven in de kerk van Sint-Martinus en door een ontketende menigte levend verbrand.

Afbeelding van Boudewijn IV van Henegouwen ('de Bouwer').
Standbeeld van Boudewijn VI van Henegouwen, ook Boudewijn IX van Vlaanderen en Boudewijn I van Constantinopel, te Bergen (Mons).
Gedenksteen in Fexhe met de tekst Liberté individuelle et bonne justice (Persoonlijke vrijheid en goede justitie).

Gedenksteen in Fexhe met de tekst Liberté individuelle et bonne justice (Persoonlijke vrijheid en goede justitie).

Op 18 juni 1316 ondertekent de nieuwe prins-bisschop Adolf van der Mark de Vrede van Fexhe. Dat vredestraktaat waarborgt alle partijen van het prinsbisdom voortaan een theoretische deelname aan de macht. De wetten en gewoonten van het prinsbisdom mogen niet mmer veranderd worden zonder de toestemming van de 'sens du pays', de vier expliciet vermelde actoren: de bisschop, het kapittel van Sint-Lambertus, de adellijke stand (52 families van feodale heren) en de steden. De steden zullen worden vertegenwoordigd door schepenen, aangeduid door de prins-bisschop en de gezworenen, gekozen door de ambachten. Negen 'goede steden' krijgen dit recht van vertegenwoordiging: Luik, Hoei, Dinant, Maastricht, Tongeren, Sint-Truiden, Fosses, Couvin en Thuin. Niettemin kan de invoering van dit systeem niet beschouwd worden als de invoering van een representatief systeem van de Luikse bevolking. Beslissingen worden niet unaniem genomen. Bovendien rekruteren de bisschop, het kapittel en de adelstand binnen dezelfde aristocratische bevolkingsklasse. Binnen de stedelijke vertegenwoordigingen nemen de patriciërs de belangrijkste posten in. Bovendien is de werkelijke bijdrage van de 'sens du pays' bij de totstandkoming van wettelijke normen in de middeleeuwen eerder gering.

Tussen de druk van de milities en het Bourgondische gevaar

Wapenschild van Adolf van der Mark, prins-bisschop van Luik van 1313 tot aan zijn dood in 1344. Hij was een zoon van Everhard I van der Mark en Maria van Loon.

Wapenschild van Adolf van der Mark, prins-bisschop van Luik van 1313 tot aan zijn dood in 1344. Hij was een zoon van Everhard I van der Mark en Maria van Loon.

De personaliteit van de prins-bisschop Adolf van der Mark is weinig compatibel met de nieuwe politiek, waarin de macht wordt verdeeld. Hij komt al snel in conflict met de 'sens du pays'. Die eist maatregelen om machtsmisbruik tegen te gaan, in het bijzonder de geweldplegingen van de bisschoppelijke ambtenaren. Adolf zoekt zijn toevlucht in Hoei. Van hieruit vecht hij tussen 1325 en 1331 een genadeloze oorlog uit met de stedelijke milities. Uiteindelijk behaalt hij de overwinning, maar niet zonder de hulp van de graafschappen Mark, Gulik, Gelre en Berg. Wanneer hij naar Luik terugkeert, regeert Adolf met ijzeren hand over het prinsbisdom. In het begin van de jaren 1340 begint hij een oorlog tegen Jan III, de machtige hertog van Brabant, die een nieuwe volksopstand in Hoei ondersteunt.

Om nog andere steden in handen te krijgen en de inwoners van Hoei opnieuw voor zich te winnen, vaardigt de prins-bisschop in juni 1343 de Brief der XXII uit. Dit document roept een nieuwe gerechtelijke instelling, het Tribunaal der XXII, in het leven. Dat is bevoegd om beschuldigingen van machtsmisbruik door openbare ambtenaren te beoordelen. Het Tribunaal komt elke maand samen en is samengesteld uit vier kanunniken, vier edellieden en veertien vertegenwoordigers van de steden. Engelbert, de neef en opvolger van Adolf van der Mark, is de eerste prins-bisschop die bij zijn inhuldiging trouw zweert aan de Vrede van Fexhe. Bovendien slaagt hij erin om het graafschap Loon definitief bij het prinsbisdom te voegen. Na een lange periode van inactiviteit treedt het Tribunaal der XXII in 1373 opnieuw in werking. Toch blijven er spanningen bestaan tussen de prins-bisschop en de stedelijke milities van verschillende 'goede steden'. Af en toe aarzelen die zelfs niet om allianties te sluiten met vijanden van de prins-bisschop.

Jan van Beieren (Le Quesnoy, ca. 1374 - Den Haag, 6 januari 1425), was een zoon van Albrecht van Beieren en Margaretha van Brieg. Hij huwde met Elisabeth van Görlitz, waardoor hij hertog van Luxemburg werd. In 1389 volgde hij Arnold van Horne op als prins-bisschop van Luik.

Jan van Beieren (Le Quesnoy, ca. 1374 - Den Haag, 6 januari 1425), was een zoon van Albrecht van Beieren en Margaretha van Brieg. Hij huwde met Elisabeth van Görlitz, waardoor hij hertog van Luxemburg werd. In 1389 volgde hij Arnold van Horne op als prins-bisschop van Luik.

In 1389 wordt Jan van Beieren prins-bisschop. Hij is de zoon van de graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland. Zijn schoonbroer is niemand minder dan Jan zonder Vrees, de hertog van Bourgondië. Met zijn autoritaire aanpak komt hij al snel in aanvaring met de steden. Het geschil heeft vooral te maken met de pogingen van de bisschop om de jurisdictie van zijn gerechtshof, de Anneau du Palais, uit te breiden. De burgers eisen om, zoals de Vrede van Fexhe bepaalt, berecht te worden door hun 'natuurlijke rechter', de stedelijke schepencolleges. Beide partijen komen openlijk met elkaar in conflict in het begin van de 15e eeuw. In 1406 kondigen de stedelijke poorters de afzetting van de prins-bisschop en de afschaffing van de Anneau du Palais af. De stad Luik bundelt de krachten met de hertog van Brabant en de hertog van Gelre. Jan van Beieren heeft zich ondertussen verschanst in Maastricht, dat belegerd word door de stedelijke milities van de belangrijkste prins-bisschoppelijke steden. In 1408 roept hij de hulp in van zijn verwanten, de graaf van Vlaanderen en de hertog van Bourgondië. In 1408 verpletteren zij de opstandige troepen nabij Orthée. De repressie van Jan van Beieren is bloederig en meedogenloos. De gemeenten verliezen al hun privileges. De stedelijke instellingen worden afgeschaft. Hun keuren worden in beslag genomen en vernietigd. De rebellerende steden krijgen zware financiële straffen. Enkele van hen moet zelfs hun omwallingen ontmantelen. In 1417 treedt Jan van Beieren af als prins-bisschop om de hertogin van Luxemburg te huwen en in aanmerking te komen voor de erfenis van zijn broer, de graaf van Henegouwen.

Onder het episcopaat van Jan van Heinsberg (1419-1455) worden de gemeentelijke instellingen hersteld. Het Tribunaal der XXII wordt weer actief. In 1424 vaardigt hij een edict uit dat de verkiezingen moet vrijwaren van de invloed van verschillende drukkingsgroepen. De druk neemt echter weer toe, vooral van de kant van de hertog van Bourgondië. Zijn grondgebied omringt nu dat van het prinsbisdom. Sinds hun integratie in 1429 in de Bourgondische staat, verhogen de Namenaren hun aanvallen provocaties. Zo neemt de oude vijandschap tussen de steden Bouvignes (graafschap Namen) en Dinant (prinsbisdom Luik) nieuwe proporties aan. De twee steden, die nauwelijks enkele kilometers uit elkaar liggen, staan elkaar vanaf het begin van de 15e eeuw bijna continu naar het leven. In 1455 word Jan van Heinsberg door Filips de Goede gedwongen af te treden en plaats te ruimen voor zijn neef, Lodewijk van Bourbon. De Bourgondische invloed legt de Luikse autonomie aanzienlijk aan banden.