ons land - focus

 

De Vroege Middeleeuwen
Het H. Roomse Rijk van de Duitse Natie
Ontstaan en bloei van de vorstendommen (Vlaanderen en Brabant)
De Kruistochten
Godfried van Leuven wordt hertog van Neder-Lotharingen
Nieuwpoort krijgt zijn stadsrecht
De Vlamingen winnen de
Guldensporenslag
De hertogen van Brabant bezweren de Blijde Inkomst
Ontstaan en bloei van de vorstendommen (Henegouwen en Luik)
Limburg in de Middeleeuwen
Limburgse middeleeuwse steden
Home
           
banner
Keizer Hendrik IV - De boetegang naar Canossa

De Middeleeuwen - Het Heilg Roomse Rijk van de Duitse Natie
(911-1268)

Duitsland, het Heilige Roomse Rijk

De gekozen koning

Met de dood van Lodewijk het Kind in 911, de laatste telg uit het geslacht van de Karolingers, dreigde het Duitse rijk geheel uiteen te vallen. Om verdere versnippering te voorkomen, werd besloten om voortaan bij de dood van een koning het rijk niet meer onder zijn zoons te verdelen. De zoons zouden onder elkaar één opvolger kiezen, die koning werd.

De eerste op deze manier gekozen Duitse koning was Koenraad van Frankenland (911-919). Tijdens zijn regering kregen de Duitsers te kampen met invallen van woeste stammen uit het oosten. Eenheid en gezamenlijk optreden waren hard nodig om de vijanden te kunnen weerstaan. Maar Koenraad I was geen krachtige figuur en hij wist die eenheid niet te bereiken. In zijn rijk heersten wanorde en verdeeldheid, omdat vele hertogen - allemaal van koninklijke afkomst - dongen naar de positie van koning. In plaats van zich in te zetten voor de eenheid van het rijk, stichtten de hertogen aparte rijkjes. Van het bestuur van de koning trokken ze zich maar weinig aan.

Middeleeuwse afbeelding van Koning Koenraad I, Rooms Koning van Oost-Francië.

Middeleeuwse afbeelding van Koning Koenraad I, Rooms Koning van Oost-Francië.

De keizerskroon als ideaal

Op zijn sterfbed in 919 benoemde Koenraad I één van zijn grootste tegenstanders, maar tevens de bekwaamste, tot zijn opvolger. Het was Hendrik I. Toen Hendrik het bericht ontving van zijn benoeming tot koning van Duitsland, was hij juist op valkenjacht. Jagen met valken was de grote liefhebberij van deze koning. Daarom ging hij de geschiedenis in als Hendrik de Vogelaar.

Zijn zoon Otto de Grote volgde hem in 936 op. Otto bestreed met veel succes de invallende Hongaren, Slaven en Vikingen. Hij wist zelfs zijn rijk met grote delen van Italië uit te breiden. Otto's grote ideaal was, net als zijn grote voorganger Karel de Grote de keizerskroon te mogen dragen. Handig gebruik makend van de hulp die de paus hem eens vroeg, wist hij dit ideaal te verwezenlijken.

Het graf van Otto I. De keizer ligt, samen met zijn eerste vrouw, Edith van Wessex, begraven in de dom van Maagdenburg die ze samen hadden gesticht.

Het graf van Otto I. De keizer ligt, samen met zijn eerste vrouw, Edith van Wessex, begraven in de dom van Maagdenburg die ze samen hadden gesticht.

Zijn kleinzoon Otto III, die regeerde van 983 tot 1002, had nog grotere idealen. Hij probeerde in het grote Duitse rijk de glorie van het oude Romeinse rijk te laten herleven. Daarom bemoeide hij zich vooral met de Italiaanse rijksdelen. Hij bracht er met behulp van zijn Duitse ambtenaren orde en rust. Zo kwam er een einde aan een lange periode van wanorde in het oude moederland van de Romeinen.

Kroning van Otto III tot keizer van het Heilige Roomse Rijk door paus Gregorius V.

Kroning van Otto III tot keizer van het Heilige Roomse Rijk door paus Gregorius V.

Otto III herstelde ook de positie van de paus, die in de 10e eeuw een man zonder gezag was geworden. Hij bezorgde het hoofd van de katholieke kerk zelfs veel wereldlijke macht. Het zou latere Duitse keizers voor grote problemen stellen. De voortdurende strijd tussen de keizer van Duitsland en de paus van Rome zou als een rode draad door de geschiedenis van het middeleeuwse Duitsland lopen...

Frederik Barbarossa

Ondanks verwoede pogingen van de elkaar opvolgende Duitse vorsten, bleef het herstel van de koninklijke macht een visioen. Soms waren er lange of kortere periodes waarin het leek dat er eindelijk één sterk Duitsland was ontstaan. Maar dan volgde weer een tijd waarin de hertogen meer tegen elkaar vochten, dan gezamenlijk tegen een gemeenschappelijke vijand. Zo volgden de keizers elkaar op.

In het jaar 1152 was van eenheid binnen de Duitse rijksgrenzen geen sprake. Heerszuchtige hertogen voerden voortdurend oorlog met elkaar. Het volk betaalde de prijs van de ellende en leed onder plundering en brandstichting. In dat jaar kwam de toen 30-jarige Frederik I op de Duitse troon. Om zijn vurige baard noemden zijn Italiaanse onderdanen hem Frederik Brabarossa (Roodbaard).

De resten van een paleis van keizer Frederik I Barbarossa in de Duitse stad Gelnhausen.

De resten van een paleis van keizer Frederik I Barbarossa in de Duitse stad Gelnhausen.

Het Heilige Roomse Rijk

Frederik Barbarossa wist de hertogen tot meer eendracht te bewegen. In zijn eigen hertogdom Zwaben verstevigde hij zijn macht en hij kwam zoveel mogelijk tegemoet aan vele eisen van zijn hertogelijke leenmannen. Daar stond tegenover dat ze hem als de leider van het Duitse rijk aanvaardden. Zelfs in het altijd oproerige Italië, dat door de hoge Alpen van de rest van het Duitse rijk werd gescheiden, stelde Frederik Barbarossa orde op zaken. Dit betekende voornamelijk, dat de paus als wereldlijk heerser de nodige veren moest laten.

Keizer Frederik I, uit het geslacht van de Hohenstaufen, wordt beschouwd als de stichter van wat genoemd word het "Heilige Roomse Rijk". Met 'Heilig' word bedoeld, dat het rijk beschouwd kon worden als de vaandeldrager van het christendom in Europa. Met 'Rooms' word bedoeld dat de stad Rome als het middelpunt van het rijk werd beschouwd. Overigens doet de naam 'Heilige Roomse Rijk' niet vermoeden, dat de verhouding tussen keizer en paus in dit rijk bepaald slecht was.

Tot 1268 de Hohenstaufen

Stamboom van de Hohenstaufen dynastie.

Stamboom van de Hohenstaufen dynastie.

De opvolgers van Frederik Barbarossa bouwden het Duitse rijk nog verder uit. Ze beschouwden echter niet langer Duitsland als hoofdland, maar het beschaafder Italië. Ze bestuurden een machtig rijk, waarin kunsten en wetenschappen bloeiden en op een hoog peil kwamen te staan. De strijd tussen keizer en paus bereikte tijdens de regeringsperiode van Frederik II (1218-1250) opnieuw een hoogtepunt. 'Moge de hemel jubelen en de aarde zich verheugen,' schreef de paus bij de dood van de keizer in 1250. De paus was toen naar Frankrijk gevlucht, omdat hij Rome na een verloren veldtocht tegen Frederik II had moeten verlaten.

De Duitse vorsten van 911 tot 1268

Koning Koenraad I (911 - 918)

Koning Hendrik I (919 - 936)
Keizer Otto I de Grote (936 - 973)
Keizer Otto II (973 - 983)
Keizer Otto III (983 - 1002)
Keizer Hendrik II (1002 - 1024)
Keizer Koenraad II (1024 - 1039)
Keizer Hendrik III (1039 - 1056)
Keizer Hendrik IV (1056 - 1106)
Keizer Hendrik V (1106 - 1125)
Keizer Lotharius van Saksen (1125 - 1137)
Koning Koenraad III (1138 - 1152)
Keizer Frederik I Barbarossa (1152 - 1190)
Keizer Hendrik VI (1190 - 1197)
Koning Filips van Zwaben (1198 - 1208)
Keizer Otto IV (1208 - 1218)
Keizer Frederik II (1218 - 1250)
Koning Koenraad IV (1250 - 1254)
Koning Manfred (1254 - 1266)
Koning Konradijn (1266 - 1268)

Ook de nazaten van Frederik II werd door de elkaar opvolgende pausen steeds fel belaagd. Koenraad IV stierf al in 1254. Zijn opvolger Manfred sneuvelde in 1266. De vijftienjarige Konradijn kwam toen op de troon. Hem was geen lange regeringsperiode beschoren, noch een lang leven. Nog geen twee jaar later werd Konradijn door een aanhanger van de paus gevangengenomen en onthoofd. Met de dood van deze laatste Hohenstauf kwam er een einde aan het Heilige Roomse Rijk.

De legende van Barbarossa

Keizer Frederik Barbarossa, de grondlegger van het Heilige Roomse Rijk, stierf tijdens een kruistocht. Toen hij in Klein-Azië op 10 juni 1190 de rivier Calycadnus wilde oversteken, werd hij door de stroom meegesleurd en verdronk hij jammerlijk. De plotselinge dood van hun keizer stelde het geloof van de Duitse kruisridders danig op de proef. De meesten keerden geschokt naar huis terug.

Keizer Frederik I werd om zijn rode baard door zijn Italiaanse onderdanen 'Barbarossa' genoemd. Frederik Barbarossa wist de Duitse hertogen tot eendracht te bewegen. Deze keizer, uit het geslacht van de Hohenstaufen, word beschouwd als de grondlegger van het 'Heilige Roomse Rijk'. Op deze afbeelding word hij voorgesteld als kruisvaarder. Het betreft een miniatuur uit een manuscript daterend van 1188 en dat zich in de Vaticaanse Bibliotheek bevindt.

Keizer Frederik I werd om zijn rode baard door zijn Italiaanse onderdanen 'Barbarossa' genoemd. Frederik Barbarossa wist de Duitse hertogen tot eendracht te bewegen. Deze keizer, uit het geslacht van de Hohenstaufen, word beschouwd als de grondlegger van het 'Heilige Roomse Rijk'. Op deze afbeelding word hij voorgesteld als kruisvaarder. Het betreft een miniatuur uit een manuscript daterend van 1188 en dat zich in de Vaticaanse Bibliotheek bevindt.

In Duitsland onstond de legende dat de geliefde keizer helemaal niet dood was (men had zijn lijk nooit teruggevonden). Hij zou zich hebben teruggetrokken in het binnenste van de Kyffhäuserberg in het Duitse Thüringen. Zelfs in onze 21e eeuw zou hij daar nog steeds peinzend aan een grote stenen tafel zitten. Zijn rode baard groeit en groeit. Pas als de stenen tafel geheel door de baard is omwikkeld, zal de keizer definitief uit zijn mijmeringen ontwaken. Hoog rond de spitsen van de berg cirkelen zwarte raven. Zodra deze grote zwarte vogels door adelaars worden verjaagd, zal de keizer zijn onderaardse burcht verlaten. Slechts zelden is het stervelingen gelukt tot de oude keizer door te dringen. De keizer ontwaakte dan en vroeg of de raven nog steeds rond de berg vlogen. Als dit bevestigend werd beantwoord zuchtte de keizer diep en zei: "Het zal nog eeuwen duren voor ik weer onder mijn volk mag verschijnen. Mijn vermoeide ziel slaapt weer in. Ik heb nog honderden jaren de tijd...".

In het vervolg van dit artikel belichten we nog een aantal keizers uit deze periode die zich hebben doen opmerken - in positieve of negatieve zin.

Hoe Duitsland weer een keizer kreeg

De vergevingsgezinde Otto de Grote

Afbeelding van het ruiterstandbeeld van Otto I de Grote in het cultuurhistorisch museum van Maagdenburg.

Afbeelding van het ruiterstandbeeld van Otto I de Grote in het cultuurhistorisch museum van Maagdenburg.

Keizer Otto I, die als Otto de Grote de geschiedenis zou ingaan, liet zich in 936 de koningskroon op het hoofd drukken door de aartsbiscchop van Mainz. Het levensdoel van Otto I was, keizer te worden over een machtig rijk, zoals vroeger Karel de Grote. Net als zijn grote voorbeeld was hij vergevingsgezind tegenover ieder die hem te na kwam. Maar hij was ook mateloos eerzuchtig en vaak driftig in zijn optreden. Dikwijls nam hij beslissingen zonder er eerst goed over na te denken. Dit leverde hem vele vijanden binnen zijn rijksgrenzen op. Nauwelijks was Otto I koning geworden, of een aantal hertogen kwam tegen hem in opstand. Zijn broer Hendrik, die liever zelf tot koning was gekozen, steunde de opstandelingen. Maar uiteindelijk moest Hendrik het onderspit delven. De koning vergaf zijn broer het verraad en benoemde hem zelfs tot hertog van Lotharingen, een welvarend deel van het rijk.

De Hongaren verslagen

Het oostelijk deel van het rijk van Otto de Grote werd voortdurend aangevallen door woeste stammen, voornamelijk heidense Slaven en Hongaren. In de slag bij Lechfeld (955) wist hij de Hongaren definitief te verslaan.

Slag bij Lechfeld

Vooral de sterke Hongaren, die het Otto's vader Hendrik I al lastig hadden gemaakt, maakten het Duitse rijk onveilig. Otto besloot de Hongaren voor eens en voor altijd een lesje te geven. Met een legermacht van wel 100.000 man waren de plunderende Hongaren in 955 het rijke Beieren binnengevallen. Otto de Grote verzamelde de legers van al zijn hertogen en wist samen met zijn broer Hendrik de Hongaarse horden bij Lechfeld te verslaan.

De zegevierende Duitse soldaten waren zó geestdriftig over de knappe wijze waarop hun koninklijke aanvoerder de overmachtige vijand had weten te verslaan, dat ze nog op het slagveld een grote parade organiseerden. Bij de stad Augsburg, omringd door de duizenden lijken van gesneuvelde Hongaren en krijgsbroeders, bejubelden ze hun gevierde koning. In alle landen van de christenheid werd Otto de Grote om dit wapenfeit als held geëerd. Alle vorsten van Europa zonden gezantschappen naar het Duitse hof, om toch vooral op goede voet te blijven met deze machtige vorst!

Slimme zet met de bisschoppen

Koning Otto de Grote begon genoeg te krijgen van de opstanden van de hertogen, waarmee zijn voorgangers ook al het nodige te stellen hadden gehad. Hij bedacht een slim plan. Als de op macht beluste hertogen zich dan niet wilden onderwerpen aan hem, de leenheer, dan zou hij gehoorzame leenmannen aanstellen. Die gehoorzamer vazallen vond de koning in... de Duitse bisschoppen.

Op de bisschoppelijke belofte dat ze als leenman hun koning trouw zouden zijn, begon Otto de kerkvorsten meer land te schenken dan ze reeds bezaten. De bisdommen kregen grafelijke rechten. Dit betekende dat de bisschoppen voortaan zelf in hun steeds groter wordende gebieden de rechtspraak mochten regelen en... belastingen mochten heffen.

Uit een middeleeuws manuscript (±1200): Otto I Theutonicorum Rex (Otto de eerste koning der Duitsers) aanvaardt de overgave van Koning Berengarius van het Koninkrijk Italië.

Uit een middeleeuws manuscript (±1200): Otto I Theutonicorum Rex (Otto de eerste koning der Duitsers) aanvaardt de overgave van Koning Berengarius van het Koninkrijk Italië.

De bisschoppen hadden wel oren naar deze uitbreiding van hun macht. En Otto de Grote stelde tot zijn volle tevredenheid vast, dat de bisschoppen bijzonder trouwe leenmannen waren: trouwer dan de hertogen!

Een bijkomend voordeel was, dat de bisschoppen niet mochten trouwen, zodat ze hun leen niet erfelijk konden maken. De Duitse keizer kon dus steeds aan iemand die hem welgezind was een bisdom in leen geven.

Bisdommen te koop...

Door de maatregel van Otto de Grote waren de Duitse bisschoppen voortaan niet alleen verantwoordelijk voor het geestelijk welzijn van de gelovigen, maar ook de wereldlijke bestuurders van hun machtige bisdommen. Want de slimme Otto benoemde de bisschoppen vanzelfsprekend niet meer om hun kwaliteit als geestelijken, maar om hun geschiktheid als heersers en hun trouw als leenmannen.

Otto paste op grote schaal vriendjespolitiek toe. Hij zette één van zijn broers op de aartsbisschoppelijke zetel van Keulen. Eén van Otto's zonen werd aartsbisschop van Mainz en een oom bracht het tot aartsbisschop van Trier.

Muurschildering in de Sint-Andreaskerk van Keulen, die Bruno - aartsbisschop van Keulen en broer van Otto I - voorstelt.

Muurschildering in de Sint-Andreaskerk van Keulen, die Bruno - aartsbisschop van Keulen en broer van Otto I - voorstelt.

Anderen kregen de hoge kerkelijke positie, als zij Otto I geldelijke steun gaven. Otto bood bisdommen te koop aan!

Otto de Grote tot keizer gekroond

Otto's hoogste levensdoel was het inruilen van zijn 'eenvoudige' koningskroon voor de begeerde keizerskroon. Hij deed een poging hiertoe, toen hij in 950 aanspraken kon laten gelden op de Italiaanse troon. Een verre nazaat van Karel de Grote overleed als koning van Italië. De macht werd daarop overgenomen door een leenman, die de weduwe van de koning gevangen zette. Otto de Grote verzamelde zijn legers en trok in 951 over de Alpen naar Italië. Hij versloeg het leger van de tirannieke leenman en bevrijdde de koningin. Toen hij met haar trouwde, werd hij uitgeroepen tot koning van Italië.

Otto de Grote bezat toen een rijk van de Oostzee in het noorden tot de Middellandse Zee in het zuiden. Naar hij zelf vond, was dat rijk groot genoeg voor een keizer in plaats van een koning. Maar de paus weigerde Otto tot keizer te kronen.

Otto had geen tijd om de paus tot andere gedachten te brengen. Hij moest met zijn leger naar Duitsland terug, om zich met de strijd tegen de Hongaren te bemoeien. In 961 trok Otto de Grote voor de tweede maal over de Alpen zuidwaarts. Die keer was hij door de paus te hulp geroepen. Otto smeedde het goud voor de keizerskroon toen het heet was en stelde de paus zijn voorwaarden. Op 2 februari 962 kroonde de paus hem tot keizer van het Duitse rijk.

Ontmoeting tussen Keizer van het Duitse rijk, Otto I en paus Johannes XII. Afbeelding van een onbekende kunstenaar, omstreeks 1450.

Ontmoeting tussen Keizer van het Duitse rijk, Otto I en paus Johannes XII. Afbeelding van een onbekende kunstenaar, omstreeks 1450.

Daarna werd het gebruikelijk dat de gekozen Duitse koning door de paus tot keizer werd gekroond, maar dat gebeurde niet altijd.

Ruzie om de Duitse bisschoppen

'Naar Canossa gaan wij niet!'

Bijna 150 jaar geleden, om precies te zijn op 14 mei 1872, riep de Duitse staatsman Bismarck in de Rijksdag, het Duitse parlement, uit: 'Nach Canossa gehen wir nicht!' Hij had op dat ogenblik ernstige problemen en het zag ernaar uit, dat hij een zware politieke nederlaag zou moeten lijden. Maar Bismarck wilde zich in geen geval onderdanig in het stof wentelen en zich ten aanschouwen van de wereld laten vernederen. Vandaar zijn uitroep: 'Naar Canossa gaan wij niet!'.

Koning Hendrik IV bij paus Gregorius VII te Canossa.

Koning Hendrik IV bij paus Gregorius VII te Canossa.

De Duitse kanselier doelde daarmee op de vernedering die de Duitse koning Hendrik IV (1056-1106) acht eeuwen eerder had moeten ondergaan tegenover paus Gregorius VII op het Italiaanse kasteel van Canossa. Deze gebeurtenis in Canossa heeft op de mensheid door de eeuwen heen een grote indruk achtergelaten.

De investituurstrijd

De strijd tussen de Duitse koning en de paus van Rome vormde het hoogtepunt in de strijd rond de 'investituur': het recht tot benoeming van de bisschoppen. Keizer Otto de Grote was al omstreeks 950 begonnen met het benoemen van de bisschoppen, om zuiver politieke redenen. Hij had de bisdommen grafelijke rechten gegeven, waardoor de bisschoppen grote delen van het Duitse rijk bestuurden als wereldlijke heren. Dat die bisschoppen vaak onaanvaardbaar waren voor de kerk, kon zowel Otto de Grote als zijn opvolgers weinig schelen. De bisschoppen waren trouwe leenmannen en zorgden voor voldoende belastingopbrengst. Maar al gauw kwam het voor, dat iemand die bisschop wilde worden, de Duitse vorst een grote som geld aanbood. De vorst nam dan de vrijheid zich te laten omkopen...

Vele Duitse bisschoppen hielden zich niet aan hun celibaatsverplichting, wat betekende dat ze er vaak vrouwen en kinderen op na hielden. Een strijd tussen kerk en vorst over deze kwestie kon niet uitblijven. Van het begin af had de paus zich tegen deze misstand verzet. Maar hij kon in Duitsland maar weinig uitrichten, omdat de regerende vorsten gewoonlijk over voldoende machtsmiddelen beschikten om de paus te weerstaan.

Gregorius VII nam maatregelen

Hoogtepunt van de Investituurstrijd: keizer Hendrik IV vraagt Mathilde van Toscane en abt Hugo van Cluny te bemiddelen, waarna de tocht naar Canossa, een kasteel van Mathilde, de excommunicatie van Hendrik IV beëindigde.

Hoogtepunt van de Investituurstrijd: keizer Hendrik IV vraagt Mathilde van Toscane en abt Hugo van Cluny te bemiddelen, waarna de tocht naar Canossa, een kasteel van Mathilde, de excommunicatie van Hendrik IV beëindigde.

In 1073 werd de pauselijke troon bezet door Gregorius VII. Hij was een krachtige en intelligente monnik. Hij nam zich voor zijn kerk volledig onafhankelijk te maken van welke wereldlijke heerser ook. Elke bemoeienis van niet-geestelijken, zoals van de Duitse vorst, wees hij beslist van de hand. De paus was zelfs van mening, dat de minste priester nog belangrijker was dan de machtigste koning.

De paus verklaarde ook waarom hij dit vond: 'Een priester kan iemand op zijn sterfbed nog de eeuwige zaligheid bezorgen. Een leek kan dit nooit, hoe hoog zijn maatschappelijke positie ook is.'

Maar de Duitse koning trok zich van de paus niets aan en hij ging zijn eigen gang. Aanvankelijk wist de paus niet welke maatregelen hij moest nemen. Pas toen Hendrik IV in 1076 door een opstand in zijn rijk in moeilijkheden kwam, greep de paus zijn kans. Hij wees de Duitse bisschoppen op hun celibaatsverplichtingen en verbood de Duitse vorst om nog langer bisschoppen te benoemen. Elke bisschop, die het met dit pauselijk bevel niet eens was, werd onmiddellijk in de ban gedaan!

Hendrik IV in de ban

Afbeelding van een gravure die paus Gregorius VII voorstelt, voorgaand in de Mis.

Afbeelding van een gravure die paus Gregorius VII voorstelt, voorgaand in de Mis.

De openlijke uitbrander van de paus wekt bij Hendrik IV wrevel op. Woedend riep hij zijn Duitse bisschoppen bijeen. Met hen nam hij de beslissing, die 'valse monnik' in Rome te verzoeken de pauselijke stoel te verlaten. Prompt sprak Gregorius VII de banvloek uit over de drieste Hendrik.

Drie dagen en drie nachten

De macht van de paus was zó groot geworden, dat Hendrik IV door die banvloek zijn troon in gevaar zag komen. Er zat niets anders op dan te proberen de paus tot andere gedachten te brengen. Hij besloot de paus te smeken de ban op te heffen.

Volgens de overlevering liet de paus de Duitse koning drie dagen en drie nachten in vorst en sneeuw voor de slotpoort van de burcht te Canossa staan. Toen pas was de heilige vader voldoende overtuigd van de geloofwaardigheid van de boetedoening van Hendrik IV. Hij hief de banvloek op.

In het tuinhuis

Ondanks de geweldige vernedering die Hendrik IV voor de ogen van zijn volk en de wereld moest ondergaan, verloor de koning niet zijn aanzien. Zijn tijdgenoten beschouwden het als een normale en eervolle zaak, dat de vorst boete deed om van zijn banvloek af te komen. Dat hij daarvoor drie etmalen op zijn blote voeten in de sneeuw moest blijven staan, werd door velen niet echt geloofd.

Afbeelding van een gravure die Hendrik IV voorstelt - op zijn blote voeten - voor de poort van Canossa.

Afbeelding van een gravure die Hendrik IV voorstelt - op zijn blote voeten - voor de poort van Canossa.

Dit ongeloof is waarschijnlijk terecht geweest. Het verhaal werd zo goed als zeker in de wereld gebracht om de paus gunstig te stemmen. Ook staat vrijwel vast, dat Hendrik IV in het behaaglijke tuinhuis van het kasteel verbleef. Intussen onderhandelden zijn raadsheren met die van de paus over de voorwaarden die tot opheffing van de banvloek zouden moeten leiden. Uiteindelijk werden de paus en de koning het met elkaar eens.

Opnieuw naar Canossa

De gang naar Canossa maakte aan de banvloek een einde. Voor het ogenblik had de paus gewonnen, maar de misstanden waren daarmee zeker niet verdwenen. De Duitse koning bleef zich heimelijk tegen de paus verzetten.

Toen Gregorius VII genoeg kreeg van Hendriks onwil, deed hij hem in 1180 opnieuw in de ban. Dit keer miste het uitspreken van de banvloek de gewenste uitwerking. Het lag er voor iedereen te dik bovenop, dat de paus de Duitse vorst uitsluitend om politieke redenen uit de ker had gezet. Hendrik IV zelf reageerde lakoniek op de tweede pauselijke banvloek, die over zijn hoofd was gekomen. Hij trok met een leger naar Italië. In 1084 veroverde hij Rome en zette de lastige paus af.

Illustratie uit een handschrift uit 1150 waarin de investituurstrijd wordt uitgebeeld. Te zien zijn tegenpaus Clemens III (midden) met keizer Hendrik IV, de kroning van Hendrik IV, Clemens en de vlucht en dood van Gregorius VII.

Illustratie uit een handschrift uit 1150 waarin de investituurstrijd wordt uitgebeeld. Te zien zijn tegenpaus Clemens III (midden) met keizer Hendrik IV, de kroning van Hendrik IV, Clemens en de vlucht en dood van Gregorius VII.

Een van Hendriks Italiaanse leenmannen werd op aandringen van de Duitse koning tot paus gekozen. De eerste daad van de nieuwe (anti-)paus, die zich Clemens III noemde, was het kronen van Hendrik IV tot keizer...

Het Concordaat van Worms

Op 23 september 1122 verklaarde de volgende vorst, Hendrik V, dat hij verder afzag van bemoeienissen met kerkelijke zaken. De benoeming van geestelijken op belangrijke posten werd voortaan uitsluitend overgelaten aan de kerk. Deze koninklijke beslissing wordt het 'Concordaat van Worms' genoemd.

De originele oorkonde van het Concordaat van Worms uit 1122.

De originele oorkonde van het Concordaat van Worms uit 1122.

Maar toch bleef de Duitse vorst enige invloed uitoefenen op de bisschopsbenoemingen. Want als de geestelijken het over een benoeming niet eens konden worden, had de koning het recht om zelf te beslissen. Toch kan worden gesteld, dat met het Concordaat van Worms een einde kwam aan de lange investituurstrijd.

Een geleerde op de keizerstroon

Opgevoed door de paus

Op tweede kerstdag 1194 werd in het Zuiditaliaanse stadje Jesi de zoon geboren van de Duitse keizer Hendrik VI. Hendrik VI was op 20-jarige leeftijd getrouwd met de 10 jaar oudere Constanza, een Normandische prinses uit Sicilië. Na negen kinderloze jaren was er eindelijk een zoon gekomen, die aanvankelijk de naam van Konstantijn kreeg. Pas later zou de jonge prins de naam aannemen van zijn beroemde grootvader: Frederik.

In 1197 stierf Hendrik VI toen zijn zoontje pas 3 jaar was. Moeder Constanza maakte van de dood van haar echtgenoot gebruik om de prins een Italiaanse opvoeding te geven. Wat haar betrof, zou haar zoon het rijksdeel ten noorden van de Alpen hebben opgegeven en zich uitsluitend hebben beziggehouden met Italië.

Toen de kleine Frederik 4 jaar oud was, liet zijn moeder hem tot koning van Sicilië kronen. Enige maanden later stierf Constanza. Op haar sterfbed vertrouwde ze haar zoon toe aan de zorgen van de kerk en de paus.

Buitengewoon goed verstand

Frederik II afgebeeld met een arend. Hij was een gepassioneerde valkenier. Hij was zo geboeid door de valkenjacht, dat hij zich uit alle windstreken valken liet toesturen, om die zelf af te richten.

Frederik II afgebeeld met een arend. Hij was een gepassioneerde valkenier. Hij was zo geboeid door de valkenjacht, dat hij zich uit alle windstreken valken liet toesturen, om die zelf af te richten.

Frederik beschikte over een buitengewoon goed verstand en hij was bijzonder leergierig. Hij studeerde van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Zelfs de moeilijkste leerstof nam hij snel in zich op. Als kind leerde hij Frans, Duits, Italiaans, Latijn, Grieks en Arabisch. Hierdoor kon hij zich met al zijn onderdanen in hun eigen taal onderhouden.

De knapste Italiaanse professoren werden uitgezocht als leermeesters van de veelbelovende jongeman. Ze verbaasden zich keer op keer over de geweldige intelligentie van de prins. Frederik rijpte al snel tot een man, die begreep dat hij alleen op zichzelf kon vertrouwen. Hij verachtte de meeste leden van zijn hofhouding, die steeds in zijn nabijheid te vinden waren om te proberen bij hem in de gunst te komen.

Op de afbeelding Keizer Hendrik VI en Keizerin Constanza van Sicilië, de ouders van Frederik II (Liber ad Honorem Augusti van Petrus de Ebulo, 1196).

Op de afbeelding Keizer Hendrik VI en Keizerin Constanza van Sicilië, de ouders van Frederik II ('Liber ad Honorem Augusti' van Petrus de Ebulo, 1196).

De geruchten over Keizerin Constanza

Keizer Frederik II heeft in een van zijn geschriften het plaatsje Jesi zijn 'Bethlehem' genoemd. Zijn moeder, die hem daar ter wereld bracht, stelde hij op één lijn met de 'Goddelijke Moeder' die de Heiland baarde.

In werkelijkheid was de sfeer waarin hij werd geboren weinig heilig. De onderdanen van Hendrik VI waren na het negen jaar lange onvruchtbare huwelijk van hun koning ervan overtuigd geraakt, dat er geen opvolger meer zou worden geboren. Daar kwam nog bij, dat keizerin Constanza 10 jaar ouder was dan Hendrik VI en de veertig reeds naderde. Toen ze toch zwanger werd, deed het verhaal de ronde dat zij in haar slaap door de duivel was bevrucht...

Een ander verhaal wilde dat Frederik een zogenaamd ondergeschoven kind was, dat Constanza niet zelf ter wereld had gebracht. Toen Constanza dit ter ore kwam, wilde ze bewijzen, dat ze wel degelijk de moeder was. Ze ging naar de markt en liet daar aan iedereen haar volle borsten zien, terwijl de jonge Frederik dronk. Daarmee was het gerucht ontzenuwd...

Grote aantrekkingskracht op vrouwen

De enige wezens die Frederik vertrouwde, waren dieren. Zijn paarden, honden en vogels behandelde hij als vrienden. Ondanks de vele uren die hij besteedde aan studie, ontwikkelde hij zich tot een lichamelijk sterke man, die uitblonk in paardrijden, schermen en boogschieten. Hij was een hartstochtelijk jager, die zowel met de speer en met pijl en boog, als met valken jaagde.

Niet alleen door zijn hoge afkomst, maar ook door zijn krachtige verschijning oefende Frederik grote aantrekkingskracht uit op vrouwen. Hij trouwde verschillende malen en had talloze minnaressen. Reeds op 16-jarige leeftijd werd hij vader.

Zijn oudste zoon Hendrik zou hem later het leven zuur maken. Hendrik sloot zich namelijk aan bij opstandige hertogen in het rijk van zijn vader. Frederik liet daarbij niets van zijn gevoelens blijken. Want behalve beminnelijk voor zijn omgeving kon hij ook meedogenloos wreed en hard zijn voor wie zich tegen zijn gezag verzette.

Castel Ursino (= Berenkasteel) in Catania, is een van de vele kastelen en paleizen die Frederik II liet bouwen op het eiland Sicilië. Het kasteel werd gebouwd in de periode 1239-1250.

Castel Ursino (= Berenkasteel) in Catania, is een van de vele kastelen en paleizen die Frederik II liet bouwen op het eiland Sicilië. Het kasteel werd gebouwd in de periode 1239-1250.

Geleerde en jager

Keizer Frederik II regeerde zijn grote Duits-Italiaanse rijk vanuit zijn paleis in de Siciliaanse stad Palermo. Hij verzamelde een grote kring van dichters en geleerden om zich heen. Samen met kunstenaars en geleerden bracht hij de tijd door met studie en wijsgerige gesprekken. Op die manier droeg Frederik II belangrijk bij aan de wetenschappelijke ontwikkeling in die tijd. Frederik zelf met zijn briljante geest en grote kennis werd in heel Europa als een groot geleerde beschouwd.

De Arte Venandi cum Avibus (De kunst van het jagen met vogels) is een 13e-eeuws geïllumineerd Latijns manuscript geschreven door keizer Frederik II. Het originele exemplaar is verloren gegaan bij de belegering van Parma in 1248. Een kopie die zijn zoon Manfred van de twee koloms 111 folia perkamenten codex had laten maken bevindt zich in de bibliotheek van het Vaticaan.

De Arte Venandi cum Avibus (De kunst van het jagen met vogels) is een 13e-eeuws geïllumineerd Latijns manuscript geschreven door keizer Frederik II. Het originele exemplaar is verloren gegaan bij de belegering van Parma in 1248. Een kopie die zijn zoon Manfred van de twee koloms 111 folia perkamenten codex had laten maken bevindt zich in de bibliotheek van het Vaticaan.

Door zijn grote voorliefde voor de valkenjacht bestudeerde de keizer diepgaand het leven de vogels. Al zijn kennis over vogels legde hij vast in zijn boek 'Over de Kunst van het Jagen met Vogels' (Arte Venandi cum Avibus). Uit alle hem bekende streken liet hij zich valken toesturen en richtte die zelf af. Frederik was door de valkenjacht gegrepen. Hij kon zich niets mooiers voorstellen dan een valkenier, die tien vogels de vrijheid gaf om te jagen en ze allemaal te laten terugkeren met buit. De geheimzinnige macht die de vogels hiertoe dwong, boeide Frederik mateloos. Hij koesterde grote verachting voor jagers, die hun prooi met vallen en netten vingen.

Soldaat en toernooiridder

De Duitse keizer Frederik II, de geleerde op de keizerstroon, was een gevreesd soldaat. Hij zag niet veel nut in het deelnemen aan riddertoernooien. Maar als hij zich in het strijdperk begaf, toonde hij zich in een geducht tegenstander, die alle andere ridders in het stof liet bijten.

In de vele oorlogen die hij als keizer moest voeren, gedroeg hij zich als een dapper strijder. Frederik II ontzag zich niet, in de voorste linies te vechten. Hij was goed geoefend en wist altijd heelhuids uit de strijd te komen.

Hij bezat een ongelooflijk uithoudingsvermogen. Voor vele leden van zijn hofhouding, die tijdens de strijd of de jacht niet van zijn zijde mochten wijken, was dit een verschrikking.

Voorstelling van de Slag bij Parma in 1248. Frederik II verloor deze veldslag tegen de Lombarden.

Voorstelling van de Slag bij Parma in 1248. Frederik II verloor deze veldslag tegen de Lombarden.

Een geschiedschrijver vertelde, dat Frederik II nog twee jaar voor zijn dood 24 uren achtereen te paard kon zitten, zonder zichtbaar vermoeid te raken. Eerst was hij in alle vroegte op de valkenjacht gegaan, waarna hij 's middags slag leverde tegen de Lombarden bij Parma (1248). Hij verloor de strijd en reed in de nacht terug naar zijn verblijf in Cremona. Bij het ochtendgloren begon hij daar onmiddellijk met het hergroeperen van zijn verslagen troepen.

Ook werd van Frederik II verteld, dat hij eens in volle wapenrusting te paard een rit maakte van 140 kilometer. Aan het einde van die lange tocht rustte hij niet uit, maar nam onmiddellijk de stad Vicenza in. De verdedigers van de stad waren volledig verrast, omdat ze niet konden geloven dat Frederik II en zijn leger zich zó snel konden verplaatsen. De barre tocht had twee dagen en twee nachten geduurd.

Een krijgslist

De intelligente Frederik II nam bij veldslagen en belegeringen van steden of burchten vaak zijn toevlucht tot listen.

Afbeelding van de Slag bij Cortenuova (1237) waar Frederik II gebruik maakte van een list om de stad te veroveren.

Afbeelding van de Slag bij Cortenuova (1237) waar Frederik II gebruik maakte van een list om de stad te veroveren.

In 1237 veroverde hij de stad Cortenuova door te doen alsof hij met zijn legers de aftocht blies. Maar in werkelijkheid gingen de keizerlijke troepen in hinderlaag. De verraste vijanden liepen erin en werden bij duizenden gevangen gemaakt. Daarop maakte Frederik II als een zegevierend Romeins veldheer zijn intocht in de stad, met veel pracht en praal en de gevangenen in triomf met zich meevoerend.

Frederik op kruistocht

Hoewel keizer Frederik weinig zin had om een kruistocht naar het Heilige Land te ondernemen, kwam hij er toch niet onderuit. Tijdens zijn huwelijksplechtigheid in 1215 had hij de gelofte afgelegd dat hij Jeruzalem van de muzelmannen zou bevrijden en de opvolgers van paus Innocentius waren dat niet vergeten.

Steeds weer wist Frederik de datum van vertrek uit te stellen. In 1219 was het bijna zover geweest, maar de keizer had de veldtocht afgelast. Toen hij in 1227 opnieuw de voorgenomen kruistocht niet liet doorgaan omdat in zijn leger de pest was uitgebroken, werd Frederik door de paus in de ban gedaan. Maar in zijn hart hoopte de paus, dat de Duitse keizer helemaal niet op kruistocht zou gaan. Want als Frederik niet vóór 1229 ten strijde zou trekken tegen de muzelmannen, dan mocht de paus het koninkrijk Sicilië bij zijn kerkelijke staat trekken. Dat was nu eenmaal zo afgesproken...

Frederik II besloot toen eindelijk om toch maar te gaan en in 1228 vertrok hij naar Palestina. Zijn faam snelde de keizer vooruit. De muzelmannen hadden groot ontzag voor de machtige keizer. De geruchten wilden, dat hij met een onvoorstelbaar groot en goed bewapend leger zou verschijnen. Maar in werkelijkheid had Frederik II een bescheiden krijgsmacht van 1000 ruiters en 10.000 man voetvolk. De Duitse keizer durfde niet op de kracht van zijn leger te vertrouwen, ook al omdat de paus monniken met het leger had meegstuurd, die probeerden de manschappen tegen hun in de ban verkerende keizer op te zetten. Frederik II besloot dan ook om het niet op een veldslag met de muzelmannen te laten aankomen...

De diplomatieke gaven van de keizer

De Zesde Kruistocht begon in 1228 als een poging om Jeruzalem te heroveren. Het begon zeven jaar na het falen van de Vijfde Kruistocht. Er waren maar weinig echte gevechten in deze kruistocht. De diplomatieke manoeuvres van de Rooms-Duitse keizer Frederik II, resulteerden in het feit dat het koninkrijk Jeruzalem voor 15 jaar terug controle kreeg over Jeruzalem en andere gebieden. Op de afbeelding, Frederik (links) en Al-Kamil bezegelen de vrede met een handdruk.

De Zesde Kruistocht begon in 1228 als een poging om Jeruzalem te heroveren. Het begon zeven jaar na het falen van de Vijfde Kruistocht. Er waren maar weinig echte gevechten in deze kruistocht. De diplomatieke manoeuvres van de Rooms-Duitse keizer Frederik II, resulteerden in het feit dat het koninkrijk Jeruzalem voor 15 jaar terug controle kreeg over Jeruzalem en andere gebieden. Op de afbeelding, Frederik (links) en Al-Kamil bezegelen de vrede met een handdruk.

Frederik II vertrouwde liever op zijn diplomatieke gaven. En niet ten onrechte, want zonder enige strijd kreeg hij van de sultan van Jeruzalem gedaan, dat die de stad openstelde voor de christenen. Ook andere heilige plaatsen, zoals Nazareth en Bethlehem, waren voortaan vrij toegankelijk voor de Europeanen. Een keizer die in de ban was gedaan, had kans gezien bij de muzelmannen zijn zin te krijgen zonder bloed te laten vloeien!

Met de sultan van Jeruzalem, met wie de Duitse keizer de overeenkomst had gesloten, kreeg Frederik II een bijzonder vriendschappelijke verhouding. Door zijn kennis van de Arabische taal won de keizer de harten van alle muzelmannen. Hij werd door zijn moslim-vrienden de 'sultan van de christenen' genoemd en genoot onder hen een ongekende populariteit. De paus kon het succes van de Duitse keizer slecht zetten. Maar hij kon er niet onderuit de keizer in 1229 van de banvloek te ontheffen in ruil voor Sicilië.

Lees veel meer over de kruistochten in de volgende hoofdstukken.

Frederiks dierentuin

Afbeelding aan het hof van Frederik II. Op de afbeelding zijn meerdere dieren te zien. Keizer Frederik II was een groot dierenliefhebber en bezat ook vele exotische dieren, o.a. leeuwen en olifanten. Bij het huwelijk van koning Hendrik III van Engeland, stuurde Frederik II drie leeuwen als huwelijksgeschenk.

Afbeelding aan het hof van Frederik II. Op de afbeelding zijn meerdere dieren te zien. Keizer Frederik II was een groot dierenliefhebber en bezat ook vele exotische dieren, o.a. leeuwen en olifanten. Bij het huwelijk van koning Hendrik III van Engeland, stuurde Frederik II drie leeuwen als huwelijksgeschenk.

Frederik II had een zwak voor mooie en bijzondere dingen. Hij hield ervan met zijn vaak bijzonder kostbare bezittingen te pronken. Zijn hofhouding in Palermo leek dan ook sterk op die van een oosterse sultan. Terwijl hij baadde in weelde en overvloed, keken de arme Siciliaanse boeren hun ogen uit.

Soms reed de keizer uit, gevolgd door een volledig dierenpark, met beesten die men nog nooit had gezien. De keizer bezat luipaarden, leeuwen, panters, apen, beren, vele verschillende honden, kleurrijke pauwen, uilen, adelaars, buizerds, papegaaien, struisvogels en olifanten, waaronder een witte. De stoet werd gesloten door een giraffe.

Frederiks harem

De keizer hield er niet alleen talloze dieren op na. In zijn paleis bevond zich ook een groot aantal Saraceense meisjes, bewaakt door oosterse lijfwachten. Volgens Frederik waren al die meisjes nodig om te zingen, te dansen en fijn handwerk te doen. Maar zijn hofhouding wist wel beter...

Tot de buitenissige hofhouding van de keizer behoorde voorts een muziekkorps, bestaande uit gevangengenomen Noordafrikaanse negers.

De dood van de keizer

Sarcofaag van Keizer Frederik II in de kathedraal van Palermo. De keizer overleed in 1250 na een aanval van dysenterie.

Sarcofaag van Keizer Frederik II in de kathedraal van Palermo. De keizer overleed in 1250 na een aanval van dysenterie.

In december 1250 werd Frederik II tijdens het beleg van Parma plotseling overvallen door dysenterie. Hij kreeg hevige koortsen en begreep dat zijn leven te einde liep. Ten slotte stierf hij in de armen van zijn lievelingszoon Manfred.

Volgens de legende zag een monnik, die aan zee in gebed was verzonken, op het ogenblik van diens sterven de keizer in volle wapenrusting en gevolgd door 5.000 ruiters de vulkaan de Etna inrijden... Het volk kon en wilde niet geloven dat de geliefde keizer echt dood was. Nog tientallen jaren lang werden bedriegers die zich uitgaven voor de keizer, aanvankelijk geloofd.

Het lichaam van keizer Frederik II werd bijgezet in een enorme, donkerrode graftombe in de kathedraal van Palermo, naast het graf van zijn vader Hendrik VI en zijn moeder Constanza.