Paleolithicum (Oude Steentijd)

Oud Paleolithicum (2,5 miljoen jaar geleden tot 250.000 jaar geleden)

Het Oud Paleolithicum is de allervroegste fase van de Oude Steentijd en begint ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden. Uit die tijd dateren namelijk de eerste werktuigen die teruggevonden zijn in Hadar (Ethiopië) samen met resten van hominiden. Uit nog ander opgravingen in Afrika neemt men aan dat de Homo Habilis de echte maker van de werktuigen is.

Of het maken van werktuigen nu voldoende is om hem "mens" te noemen blijft voor discussie vatbaar. Chimpansees blijken immers ook in staat te zijn werktuigen te maken. Misschien zijn minder tastbare gegevens zoals zelfbewustzijn en taal betere criteria om een hominide ook "mens" te gaan noemen?

In Europa vonden archeologen eveneens Oud Paleolithische werktuigen van voor 700.000 jaar geleden. Het zijn zeer eenvoudige stenen werktuigen met een snijdende boord, die soms moeilijk te onderscheiden zijn van stenen die op natuurlijke wijze gebroken zijn. Omdat goed herkenbare en dateerbare vondsten in Europa beperkt zijn, weten we totnogtoe weinig over dit deel van onze geschiedenis. Voorlopig veronderstelt men dat de mens vanaf 1,2 miljoen jaar geleden in het Europese continent aanwezig was, maar dat we pas vanaf 700.000 jaar geleden een duidelijke toename krijgen van menselijke bewoning.

In Vlaanderen zelf werden nog geen artefacten van het Oud Paleolithicum teruggevonden. Dit betekent echter niet dat de mens hier niet geleefd zou hebben. Het is mogelijk dat onze streken wel bewoond waren, tenminste in de warmere tussenijstijden, maar dat het materiaal verloren is gegaan door erosie, of tot op heden onontdekt is gebleven.

Midden Paleolithicum (250.000 jaar geleden tot 35.000 jaar geleden)

Het Midden Paleolithicum of de middelste fase van de Oude Steentijd is beter gedocumenteerd dan het haast ondoorgrondbare Oud Paleolithicum. Vooral in Europa en het Midden-Oosten tellen we veel meer archeologische sites dan in de vorige periode. De grote verspreiding van sites wijst erop dat in een periode van 200.000 jaar waarin ijstijden elkaar afwisselden, de mens niet terugdeinsde voor de koude streken van Europa. Hij kon zich blijkbaar goed aanpassen aan het gure klimaat en de toendra's van het Noorden.

Het specifieke aan het Midden Paleolithicum is de verbetering van de technieken om stenen werktuigen te maken. Hiermee kon men niet alleen betere werktuigen maken, maar moest men ook minder grondstof verbruiken.

In Europa en het Midden-Oosten was de maker van deze werktuigen de "Homo Neanderthalensis". Het verschijnen van deze "Neanderthaler" is waarschijnlijk het meest bekende facet van het Midden Paleolithicum. Met hem komen we voor het eerst ook meer te weten over het bewustzijn van de mens in die tijd. Want de Neanderthaler is de eerste die zijn doden begroef en ons sporen naliet van een eigen denkwereld.

In heel België zijn er een honderdtal vindplaatsen uit deze periode gekend. Zij tonen de aanwezigheid van verschillende cultuurgroepen op verschillende tijdstippen aan. In het tijdperk van IJstijden en tussenijstijden 'kwam en ging' de Neanderthaler immers afhankelijk van het wisselende klimaat. Het meeste materiaal dat in Vlaanderen werd teruggevonden is in verband te brengen met de cultuurgroep van het zogenaamde "Mousteriaan". Deze groep leefde gedurende de laatste tussenijstijd en het eerste deel van de laatste ijstijd. Zij bereikten onze streken vanuit Noord-Frankrijk en vanuit het Rijnland.

Jong Paleolithicum (35.000 jaar geleden tot 14.000 jaar geleden)

Het Jong Paleolithicum was een zeer dynamische periode die het einde van de Oude Steentijd inluidde. Op korte tijd ontwikkelden zich aparte culturen in verschillende streken. Elke regio ontwikkelde haar eigen techniek om vuursteen te bewerken en het gamma werktuigen was zeer uitgebreid en geavanceerd per streek. Omdat men zich meer ging specialiseren in de jacht op grote kuddes, ware de meeste werktuigen wapens die voor dit soort jacht geschikt waren.

Naast het jagen hield de jong paleolithische mens zich ook bezig met kunst. De grotschilderingen van Lascaux bijvoorbeeld, zijn ons allen wel bekend.

De drager van deze culturen was de Homo Sapiens, de mensensoort waartoe wij behoren. Hij verscheen in Europa omstreeks 35.000 jaar geleden en leefde nog voor een lange tijd naast de Neanderthaler. De Neanderthaler of Homo Neanderthalensis bewoonde het Europese continent al zeker 150.000 jaar eerder, maar verdween om een nog onbekende reden omstreeks 30.000 jaar geleden. Misschien had de nieuwkomer, de Homo Sapiens, er iets mee te maken of was de Neanderthaler ten onder gegaan aan bepaalde ziektes? Het blijft nog een raadsel.

In België zijn sporen van het Jong Paleolithicum heel zeldzaam. Verschillende grotten in Wallonië waren in het begin van deze periode nog bewoond, maar daarna verdwijnt elk spoor van menselijke aanwezigheid voor een tijd. Vlaanderen zal in die tijd te koud en onherbergzaam geweest zijn om te leven, want toen had de koudste periode van de laatste ijstijd, tussen 25.000 en 13.000 jaar geleden, grote delen van Europa met ijs bedekt. Het zeeniveau was toen zodanig gezakt dat zelfs de Beringstraat, het verbindingsstuk tussen Amerika en Siberië, droog was komen te liggen en de mens, via deze weg, voor het eerst voet kon zetten op Amerikaanse bodem.

Wanneer het klimaat vanaf 13.000 jaar terug (Bölling) langzaam begon te verbeteren en het gebied terug toegankelijk werd, kwamen verschillende groepen terug naar onze streken. Zij droegen elk een eigen cultuur met zich mee, die aanknopingspunten vertoonde met tradities afkomstig uit zowel Frankrijk als Centraal-Europa.

Finaal Paleolithicum (14.000 jaar geleden tot 12.000 jaar geleden)

Met de term "Finaal Paleolithicum" of "Epi-Paleolithicum" duiden de archeologen de overgangsfase aan tussen het Paleolithicum (de Oude Steentijd) en het Mesolithicum (de Midden Steentijd).

Het was het einde van de laatste IJstijd en het klimaat begon in Noordwest-Europa stilaan te verbeteren, zij het met koudere tussenperiodes. De kale toendra's raakten terug begroeid met bosjes berk, den, wilg en populier en de grote kuddes rendieren verhuisden naar het koudere Noorden. De mens ging zijn leefwijze aanpassen aan deze nieuwe situatie. Hij ging op kleinere dieren jagen en wapens maken die geschikter waren in een bebost terrein.

De groepen jagers-verzamelaars die toen in Noordwest-Europa leefden noemt men de Federmesser-groepen. Zij hebben hun naam te danken aan het meest kenmerkende werktuig dat ze gebruikten, namelijk een spits met afgestompte boord die lijkt op het lemmet van een zakmes. Vandaar dat de Duitse archeologen ze ook "Federmesser" noemden. De Federmesser-groepen bleken sterk verspreid te zijn geweest want we zien sterke gelijkenissen in het archeologische materiaal van over heel Europa. Ook in Vlaanderen vinden we veel materiaal van hun cultuur terug. Het zijn zelfs de eerste duidelijke bewoningssporen die we in Vlaanderen kennen van de mens.

Toch waren er ook nog andere cultuurgroepen in Europa zoals bijvoorbeeld de Ahrensburgcultuur, die we ook aantreffen in de grotten van de Maasvallei.

ons land - focus

 

Paleolithicum - Algemeen
Oude en Midden-Paleolithicum
Jong Paleolithicum
Home
           
banner
Vergelijking anatomie neanderthaler - moderne mens