ons land - focus

 

De Romeinse Tijd - Algemeen
Het Romeinse Rijk
Romeinen in België
Wat blijft er over?
Home
           
banner
Kaart van het Romeinse Rijk op het toppunt van zijn roem

Adoptiefkeizers en het Antonijnse Huis (96 - 192 n. C)

dacht dat Nerva daar al te oud (66) voor was. Op 18 september 96 werd Domitianus vermoord, mogelijk door toedoen van Nerva. Om het keizerrijk te vrijwaren van mogelijk nog een despotische keizer, waarvan er in het korte bestaan van het keizerrijk al genoeg geweest waren, besloot de senaat het keizerschap aan de kinderloze, oudere senator aan te bieden. Nerva's betrekkingen met de senaat waren dan ook uitstekend, maar het bleek moeilijk het vertrouwen van het leger te winnen, aangezien dit trouw bleef aan Domitianus.

Nerva kreeg twee onaangename aanvaringen met het leger te verwerken. De eerste was met opstandige troepen bij de Danuvius (Donau). De tweede was met zijn eigen praetoriaanse garde die tegen zijn zin, tot in zijn paleis, twee personen achtervolgden om hen te arresteren op beschuldiging van medeplichtigheid op de moord op Domitianus. Om toch de goede betrekkingen met het leger te handhaven, vernederde Nerva zich door publiekelijk de praetoriaanse garde te bedanken voor hun illegale gewelddaden. Bovendien kwam hij het leger tegemoet door in september/oktober 97 Trajanus, gouverneur van Boven-Germanië, te adopteren zodat deze hem kon opvolgen.

Nerva stierf op 25 januari 98 een natuurlijke dood.

De periode van de Adoptiefkeizers en die van het Antonijnse Huis zijn twee overlappende periodes met als gemeenschappelijke elementen de keizers Antoninus Pius en Marcus Aurelius. De keizer die als enige enkel deel uitmaakte van het Antonijnse Huis was Commodus. Hieronder geven we een kort overzicht van beide periodes maar erna vervolgen we met een chronologische beschrijving van de 6 keizers uit beide perioden.

96 - 180 n. C - Adoptiefkeizers

De periode van de Adoptiefkeizers, ook Adoptiekeizers genoemd, is een periode tussen 96 en 180 waarin, bij gebrek aan nakomelingen, vijf keizers achter elkaar een of twee zoons als opvolgers adopteren. Het wordt een bloeiperiode, ook de Gouden Eeuw van Rome of gouden eeuw van de Antonijnen genoemd, waarin alle keizers het keizerrijk op bekwame wijze regeren. Deze periode is in het Engels ook bekend als "Five Good Emperors" ("Vijf Goede Keizers").

De Adoptiefkeizers overlappen voor een groot gedeelte met de keizers van het Antonijnse huis en deze twee groepen worden vaak gecombineerd tot de groep Adoptiefkeizers & Antonijnse huis. Deze groep wordt ook wel aangeduid met de term Nervische & Antonijnse Huis. Het Nervische Huis, waartoe Nerva, Trajanus en Hadrianus worden gerekend, is echter kunstmatig aangezien er tussen Nerva en de twee volgende keizers geen enkele familieband bestaat (een familieband bestaat echter wel tussen Trajanus en Hadrianus onderling).

De bloeiperiode van de Adoptiefkeizers eindigt wanneer Marcus Aurelius een zoon krijgt, Commodus, die hij als zijn opvolger benoemt. Het wanbestuur van Commodus zou de dagen van terreur die het keizerrijk onder Gaius ("Caligula") en Nero gekend had, doen herleven.

De keizers in deze periode zijn:

138 - 192 n. C - Het Antonijnse Huis

De Antonijnse dynastie is een dynastie van Romeinse keizers die aan de macht was van 138 tot 192. De keizers van het Antonijnse Huis maken deel uit van de Adoptiefkeizers met uitzondering van Commodus. Op het eerste gezicht is er geen sprake van een echte dynastie omdat er geen directe verwantschap tussen de keizers lijkt te bestaan. Verwantschap bestaat echter wel via de keizerinnen, aangezien de keizerlijke dochters zoveel als mogelijk werden gehuwd met de aangenomen zoons. Uiteindelijk is Antoninus Pius zowel de adoptief grootvader (via Marcus Aurelius) als de echte grootvader (via Faustina de Jongere) van Commodus.

De keizers van de dynastie zijn:

Standbeeld Trajanus in Rome

98 - 117 n. C - Het Keizerrijk onder Trajanus

Links: standbeeld van Trajanus te Rome.

Marcus Ulpius Trajanus (18 september 53 - 8 augustus 117) was keizer van Rome (98 - 117). Er wordt vaak gezegd dat onder hem het rijk zijn grootste omvang bereikte. Hij was de tweede van de adoptiefkeizers en wordt wel beschouwd als een van de beste keizers die Rome gehad heeft.

Trajanus was de zoon van M. Ulpius Trajanus (Trajanus Pater), een vooraanstaand senator en generaal uit een beroemd Etruskisch geslacht, de Ulpii. De familie had zich enige tijd na de Tweede Punische Oorlog gevestigd in de provincie Baetica in Spanje en Trajanus was slechts één van de vele bekende Ulpii, een geslacht dat nog lang na zijn dood zou voortduren.

Hij werd in de stad Itálica in Baetica geboren. Voor hij op zijn 46e jaar keizer werd, had hij al een lange militaire loopbaan achter de rug, waarin hij vooral in de moeilijkste gebieden, zoals de grens van de Rijn en de Donau, zijn sporen verdiend had. Hij nam deel aan de veldtochten van Domitianus tegen de Germanen. Toen deze keizer in 96 vermoord werd, was Trajanus een van diens belangrijkste legeraanvoerders. Dat maakte hem voor diens opvolger Nerva een aantrekkelijke beschermeling. Nerva was niet al te geliefd bij het leger, maar toen hij in de zomer van 97 Trajanus adopteerde en daarmee tot kroonprins maakte, verbeterden de betrekkingen met de legioenen aanzienlijk.

Na Nerva's overlijden op 25 januari 98 kon Trajanus hem dan ook in alle rust opvolgen. De man die hem het overlijdensbericht bracht was Hadrianus en daarmee ontstond een vertrouwensrelatie die tot Trajanus' dood standhield.

De nieuwe keizer kreeg een warm onthaal bij het volk en maakte zich nog geliefder door een aantal gevangenen, die sinds Domitianus vastzaten, vrij te laten en een groot aantal bezittingen, die door Domitianus in beslag genomen waren, terug te geven. De senaat gaf hem zelfs de titel optimus, de beste.

Trajanus is het bekendst als veldheer. In 101 hield hij een strafexpeditie tegen het koninkrijk Dacië, dat onder Domitianus de Romeinen een aantal vernederende nederlagen had toegebracht. Trajanus leidde zijn troepen de Donau over en dwong na een jaar koning Decebalus zich te onderwerpen. Trajanus nam de hoofdstad Sarmizegetusa in. Zijn terugkeer naar Rome was een zegetocht. Hem werd de titel Dacicus Maximus verleend.

Decebalus zon op wraak en trachtte de andere naties ten noorden van de Donau tegen de Romeinen op te zetten. Trajanus keerde terug naar het gebied, liet een grote brug bouwen over de Donau en veroverde geheel Dacië (106). Hij lijfde het goudrijke gebied in als provincie en Dacië veranderde in Romes belangrijkste wingewest. De enorme goudvoorraad van 500.000 goudstaven van koning Decebalus werd in de Romeinse economie gepompt door giften aan het volk, door militaire schenkingen, aan de onzinnige overdaad van de spelen besteed en als basisfonds aangewend om Trajanus' grote Aziatische militaire avonturen te bekostigen. De hoofdstad Sarmizegetusa werd verwoest en Decebalus pleegde zelfmoord, zijn hoofd werd naar Rome gestuurd. Op de puinhopen van de oude hoofdstad werd een nieuwe stad gebouwd. Colonia Ulpia Traiana. De Daciërs werden goeddeels uitgeroeid - een van de weinige gebieden waar de Romeinen dit deden - en het gebied werd met Romeinse kolonisten herbevolkt. Rome wist nauwelijks de stabiliteit te handhaven omdat door het ontstane vacuüm de naburige Sarmaten het door oorlog verwoeste land in bendes teisterden.

Rond dezelfde tijd kwam er ook een einde aan het onafhankelijke koninkrijk van Nabatea. Bij testament was bepaald, dat bij de dood van de laatste koning het gebied bij het Romeinse Rijk zou komen. Zo ontstond Arabia Petrea, een provincie die het huidige Jordanië en een stukje Saoedi-Arabië omvatte.

De volgende zeven jaren heerste Trajanus als burger-keizer en werd er niet minder om gewaardeerd. In deze tijd had hij een briefwisseling met Plinius de Jongere, o.a. over hoe om te gaan met de christenen. Trajanus vond dat ze met rust gelaten moesten worden als ze maar niet al te opzichtig van hun geloof blijk gaven. Er werden veel gebouwen neergezet in deze tijd, zowel in zijn geboorteland Hispania als in Italië, o.a. het forum dat nog steeds bestaat in Rome.

In 113 trok hij nog een laatste keer ten strijde, ditmaal tegen de Parthen. De eeuwige twistappel Armenië was de aanleiding. Al sinds Nero's tijd hadden de Romeinen en de Parthen de invloed over Armenië gedeeld, maar nu zette de Parthische koning Osroes de door de Romeinen benoemde Exedares af, om hem te vervangen door Partamasiris, een Parthische prins. Daarop trok Tajanus het land binnen, zette Parthamasiris af en lijfde het gebied in als de provincie Armenia. Daarna keerde hij zich tegen het Parthische Rijk zelf en veroverde eerst Babylon, dan Seleucia en uiteindelijk uiteindelijk Ctesiphon in 116. Hij trok verder tot de Golfkust en maakte het op de Parthen veroverde gebied tot de nieuwe provincie Mesopotamia.

Hij vond het maar niets dat hij al te oud was om in de voetsporen van Alexander de Grote te treden, maar zette Osroes af en verving hem door een stroman, Parthamaspates. Vanaf dit moment ging het echter bergafwaarts. Er waren tegenvallers. Het fort van Hatra, achter zijn rug aan de Tigris, weigerde zich over te geven. Verder braken in Cyrenaica, Egypte, Syria en op Cyprus opstanden uit binnen de Joodse gemeenschappen (in later tijd aangeduid als de Kitosoorlog). Daarna kwam het ook in Mesopotamië tot een opstand en de gezondheid van de keizer ging achteruit. Laat in 116 verbleef hij in Cilicië en werd hij ernstig ziek. Hij leefde nog tot 8 augustus 117. Op zijn sterfbed droeg hij het keizerschap over aan Hadrianus, die als snel Mesopotamië maar teruggaf aan de Parthen, omdat het moeilijk te verdedigen was. Andere gebiedsuitbreidingen bleven voorlopig we behouden.

Een bekend misverstand is dat tijdens het bewind van Trajanus het Romeinse Rijk zijn grootste omvang bereikte. Dit idee, dat al te vinden is bij de Franse filosoof Montesquieu, werd in de twintigste eeuw gepropageerd door onder andere Mussolini, die er niet erg gelukkig mee was dat de keizer onder wiens heerschappij het imperium wel zijn grootste omvang bereikte - Septimius Severus - geen "echte" Romein was, maar afkomstig uit de Semitische stad Leptis Magna.

De muur die de noordelijke provincies van Britannia moest afschermen is later door Hadrianus verder naar het noorden herbouwd. In tegenstelling tot de muur van Trajanus is van deze muur nog heel veel blijven staan (Muur van Hadrianus).

Trajanus werd na zijn tijd gezien als een soort model-keizer. Iedere nieuwe keizer werd tot in de Byzantijnse tijd ingehuldigd met de bede felicior Augusto, melior Traiano (moge hij gelukkiger dan Augustus en beter dan Trajanus zijn).

Muur van Hadrianus ter hoogte van Banna (Birdoswald) aan de westelijke kant van Engeland (Cumbria)

Hierboven: het Romeinse fort (nagebouwd) met een stuk van de muur van Hadrianus ter hoogte van Banna (Birdoswald) in het westen van Engeland (Cumbria).

In 122 gaf Hadrianus het startsein voor de aanleg van de Vallum Hadriani, de Hadrianuswal of Pictenmuur in het noorden van Brittannia tegen de aanvallen van de Picten en Scoten (Schotten). Deze Hadrianuswal is circa 117 kilometer lang en loopt van oost naar west van het plaatsje Tynemouth, aan de monding van de Tyne, via Newcastle naar Solway Firth bij Carlisle aan de westkust. Deze limes in Caledonia bestond uit drie verdedigingslinies: een stenen muur met een gracht ervoor, een wal met eveneens een gracht ervoor en zeventien castella, forten en wachttorens. De resten van een groot Romeins gebouw bij Vindolanda die archeologen recent hebben ontdekt, zouden deel geweest zijn van het persoonlijke hoofdkwartier van Hadrianus.

Zijn huwelijk bleef kinderloos. In 136 adopteerde hij Lucius Ceionus Commodus als zijn zoon en opvolger - niet te verwarren met de latere keizer Commodus, zoon van Marcus Aurelius. Deze opvolger kreeg daarmee de naam Lucius Aelius Caesar, maar genoot zelf een zwakke gezondheid en overleed rond nieuwjaar 138. In 137 sloeg Hadrianus een samenzwering tegen hem neer van zijn zwager en ex-consul Lucius Julius Ursus Servianus en diens kleinzoon Gnaeus Pedanius Fuscus Salinator. Met Commodus had Hadrianus waarschijnlijk de opvolging in twee generaties wille veiligstellen, want een dochter van Commodus was verloofd met een vijftienjarige gunsteling, Marcus Aurelius Verus, de later Marcus Aurelius. Toen Commodus overleden was, adopteerde Hadrianus de gewaardeerde senator Antoninus in diens plaats, en vroeg hem op zijn beurt om de zoon van Commodus en Marcus Annius Verus te adopteren. Deze laatsten kregen respectievelijk de namen Lucius Aurelius Commodus en Marcus Aurelius Verus. Zo zorgde Hadrianus voor zijn opvolging door twee "goede" keizers, Antoninus Pius en na hem Marcus Aurelius.

Hadrianus stierf in zijn villa te Balae en werd eerst in Pozzuoli begraven, maar later herbegraven in de Tuinen van Domitia bij zijn onvoltooide mausoleum. Na voltooiing van zijn grafmonument, de Engelenburcht (Castel Sant'Angelo) in Rome, werd hij door zijn opvolger Antoninus Pius gecremeerd en bijgezet met de as van zijn vrouw Vibia Sabina en zijn adoptief-zoon Lucius Aelius. In 139 keurde de Senaat op initiatief van Antoninus Pius, Hadrianus' opname onder de goden goed, dit overigens tegen de zin van de Senaat waarvan Hadrianus de macht had beknot. Hadrianus' decreten draaide men meteen terug en er werd als vanouds weer vanuit Rome bestuurd volgens het principe Roma imperat. In 145 kreeg Hadrianus zijn tempel op het Campus Martius (Marsveld) in Rome waarvan er nog steeds zuilen staan, ingemetseld in een muur.

in Rome, dat hij liet herbouwen, Villa Adriana in Tivoli en de muur van Hadrianus in Engeland zijn voorbeelden van de grote werken die onder zijn leiding zijn uitgevoerd. Ook hervormde hij de rechtsspraak, stelde een ambtenarenapparaat in en stichtte diverse steden. Antieke bronnen voor zijn biografie zijn de Historia Augusta en Cassius Dio's Geschiedenis van Rome.

Hadrianus werd in 76 geboren als zoon van de senator en ex-pretor Hadrianus Afer. Waarschijnlijk werd hij in Rome geboren, of anders in Itálica, de Romeinse kolonie in Zuid-Spanje waar zijn familie vandaan kwam. Door de vroegtijdige dood van zijn vader werd Hadrianus reeds op 10-jarige leeftijd opgenomen in het kinderloze gezin van zijn achteroom, de latere keizer Trajanus. Hadrianus was een kleinzoon van de zuster van Trajanus' vader. Of er een officiële adoptie heeft plaatsgevonden, is niet zeker. Trajanus zorgde voor zijn opleiding in Rome. Hadrianus waardeerde de Griekse cultuur zozeer dat hij de bijnaam Graeculus (Griekje) kreeg. Hadrianus maakte carrière in het Romeinse leger, en vocht als stafofficier tegen de Daciërs en Visigoten in Oost-Europa, en daarna tegen de Parthen in Klein-Azië. Toen keizer Nerva overleed, haastte Hadrianus zich vanuit Rome naar Germanië om dit Trajanus, de beoogde opvolger, persoonlijk mee te delen.

Pompeia Plotina, de vrouw van Trajanus, was bijzonder op Hadrianus gesteld. Spoedig nadat Trajanus keizer was geworden, arrangeerde zij Hadrianus' politieke huwelijk met Vibia Sabina, een achternicht van Trajanus, in het jaar 100, hetgeen de kansen voor een eventuele opvolging sterk verhoogde.

Hadrianus doorliep de volgende loopbaan: decemvir stlitibus iudicandis - sevir turmae equitum Romanorum - praefectus urbi feriarum Latinarum - tribunus militum legionis II Adiutricis Piae Fidelis (95, in Pannonia inferior) - tribunus militum legionis V Macedonicae (96, in Moesia Inferior) - tribunus militum legionis XXII Primigeniae Piae Fidelis (96, in Germania Superior) - quaestor (101) - ab actis senatus - tribunus plebis (105) - praetor (106) - legatus legionis I Minerviae Piae Fidelis (106, in Germania Inferior) - legatus Augusti pro praetore Pannoniae Inferioris (107) - consul suffectus (108) - septemvir epulonum (voor 112) - sodalis Augustalis (voor 112) - archon Athenis (112/13) - legatus Syriae (117).

Hadrianus vergezelde keizer Trajanus in de Dacische Oorlogen. Vervolgens werd hij gouverneur van Pannonië, dat toentertijd te lijden had van invallen van vijandelijke stammen. In 108 was hij consul. Toen Trajanus in 113/114 zijn veldtocht tegen de Parthen begon, ging Hadrianus mee. Na deze oorlog werd hij in 117 legatus Augusti pro praetore van Syria. Toen overleed Trajanus.

Waarschijnlijk heeft Plotina, toen keizer Trajanus in 117 overleed, de adoptie van Hadrianus door Trajanus aan diens sterfbed vervalst en zo een opvolging van Hadrianus geforceerd. Ofschoon velen twijfelden aan de rechtmatigheid van de adoptie, vocht niemand die aan.

Hadrianus kan zijn opvolging ook bij Trajanus' leven al verdiend hebben. In de jaren 105-108 toonde Trajanus zijn voorkeur voor Hadrianus door hem te verloven met zijn achternicht Vibia Sabina en hem de ambten van quaestor imperatoris en comes Augusti (hoog keizerlijk ambtenaar) te verlenen. Bovendien schonk Trajanus Hadrianus de diamant van Nerva en stelde hij hem onder meer voor als consul suffectus. Hadrianus was de enige directe mannelijke bloedverwant van Trajanus. Toch was de steun van Plotina en Lucius Licinius Sura (overleden in 108) van groot belang voor Hadrianus.

Hadrianus liet verklaarde vijanden als Celsus, Palma, Gaius Avidius Nigrinus en Lusius Quietus kort na elkaar vermoorden door zijn voogd Attianus, wat de Senaat tegen hem innam. De nieuwe keizer kreeg onmiddellijk te maken met de nasleep van de Kitosoorlog, een Joodse opstand die op zijn hoogtepunt een groot deel van het oosten van het rijk besloeg. Kort na de opvolging trok Hadrianus de Romeinse garnizoenen terug uit Armenia, Syria en Mesopotamië. Dit deed hij niet uit vredelievendheid. De kosten van de voortdurende oorlogen aan de bedreigde grenzen liepen uit de hand, terwijl handhaving van het gezag in het rijk zelf al veel inspanning vergde.

In Europa bereikte de romanisering haar hoogtepunt. Keizer Hadrianus trok veel macht naar zich toe ten koste van de Senaat en benoemde een uitgebreide persoonlijke ambtelijke staf. Lastposten liet hij ombrengen. Hij streefde naar wetgeving die zou gelden voor het hele Romeinse imperium en gaf de jurist Publius Salvius Julianus in 130 opdracht om de praetoriaanse edicten samen te vatten tot een wetboek: het edictum perpetuum.

Hadrianus koos voor interne versterking en consolidering in plaats van de uitbreiding van het Romeinse Rijk. Hij sloot grenslanden als Bulgarije buiten en trok het leger terug uit oorlogsgebieden. Hij verbeterde de bestaande infrastructuur en schonk fiscale amnestie aan belastingsontduikers. Gemor van het volk drukte hij de kop in en hij bedaarde de gemoederen onder andere door belastingvermindering.

Buste van Nerva, Narni, Italië.

96 - 98 n. C - Het keizerrijk onder Nerva

Links: Buste van Nerva, Narni, Italië.

Marcus Cocceius Nerva (rond 30 - 98) was keizer van het Romeinse Rijk van 96 - 98. Hij was de eerste van de zogeheten adoptiefkeizers: Nerva, Trajanus, Hadrianus, Antonius Pius en Marcus Aurelius. Dit systeem zou gedurende het grootste gedeelte van de 2e eeuw goed werken, tot Commodus in 180 zijn natuurlijke vader Marcus Aurelius opvolgde.

Nerva stond in de gunst bij keizer Domitianus, die ondanks een astrologische voorspelling dat Nerva hem op zou volgen

Buste van Hadrianus, Louvre, Parijs

117 - 138 n. C - Het keizerrijk onder Hadrianus

Links: Buste van Hadrianus met gorgoneion (kuras met Gorgo), marmer, 127-128, gevonden in Heraklion, Kreta. Louvre, Parijs.

Publius Aelius Trajanus Hadrianus (24 januari 76 - 10 juli 138, officiële titel als keizer imperator Caesar Divi Traiani fillus Traianus Hadrianus Augustus en Divus Hadrianus na zijn dood en apotheose) was keizer van Rome van 117 tot 138 en de derde van de adoptiefkeizers. De keizer gold als een erudiete persoonlijkheid, vertrouwd met de filosofische stromingen van zijn tijd. Hij dweepte met de toenmalige Griekse cultuur en droeg daarom de bijnaam Griekje (Latijn: Graeculus). Het Pantheon

Het Romeinse Rijk ten tijde van Hadrianus

De keizer reisde voortdurend rond als projectleider-inspecteur en militair om zijn veldheren te controleren. Hij stichtte onderweg vele steden, onder meer Hadrianapolis (Adrianopel, de huidige Turkse grensplaats Edirne) in Thracië en iet er opmerkelijke openbare gebouwen aanleggen zoals thermen. In Nederland was Hadrianus in 121 en 122 en stichtte Forum Hadriani op de plaats van het huidige Voorburg, dat als marktstad bloeide tot in de derde eeuw.

In Jeruzalem trachtte hij het Jodendom te verbieden. Onder meer verbood hij de besnijdenis en stichtte hij een nieuwe Romeinse kolonie op de resten van Jeruzalem, waarbij hij religieus verzet van de joden onder leiding van Bar Kochba met grof geweld liet neerslaan met grote eigen verliezen. Daarvoor werden wel twaalf legioenen ingezet. Vele joden kwamen door toedoen van Rome om in de woestijn of trokken weg, waarmee de joodse diaspora een nieuwe fase inging.

Sinds de begintijd van het Romeinse Rijk hebben de keizers de veroverde gebieden afgegrendeld met verdedigingslinies tegen barbaren. Op de meest bedreigde punten was al een limes, versterkte grens, aangelegd. In Noord-Afrika, Syrië, Roemenië/Hongarije (Dacië), Duitsland, Nederland en Engeland - in de huidige benamingen. Voor Germania hadden de Romeinen sinds de slag in het Teutoburgerwoud in het jaar 9 weinig belangstelling meer. In 83 begon de afgrendeling met limes tussen de natuurlijke verdedingingslinies Rijn en Donau, van Rheinbrohl ten zuiden van Keulen naar de omgeving van Regensburg. Dit stuk van de limes was 550 kilometer lang en voorzien van minstens duizend wachttorens en honderden forten. De muren in Brittannië moesten nog worden gebouwd, daar werd nog te hard teruggevochten. In Germania liet Hadrianus de limes versterken in 122 na Christus. Zijn opvolger Antoninus Pius zou de limes in 160 nog wat uitbreiden in oostelijke richting.

Standbeeld van Antoninus Pius te Nîmes

138 - 161 n. C - Het keizerrijk onder Antoninus Pius

Links: Standbeeld van Antoninus Pius in Nîmes.

Antoninus Pius (19 september 86 - 7 maart 161) was keizer van Rome van 138 tot 161 en lid van de invloedrijke Gens Aurelia.

Hij was een van de bekwaamste keizers uit de geschiedenis van het Romeinse Rijk. Zijn lange regeringsperiode van ruim 22 jaar valt in de periode van de adoptiefkeizers. Het was een tijd van vrede en welvaart en het keizerrijk kwam tot grote bloei.

Antoninus Pius werd in het jaar 86 geboren als Titus Aurelius Fulvus Boionius Arrius Antoninus. Hij kwam uit een gerenommeerde familie uit Nemausus (tegenwoordig Nîmes). Na de dood op 1 januari 138 van Lucius Aelius Verus Caesar, de beoogde opvolger, adopteerde Hadrianus op 25 februari de 51-jarige Antoninus als zijn zoon, zodat deze hem kon opvolgen. Voorwaarde was echter dat hij de 16-jarige Marcus Aurelius en de 7-jarige Lucius Verus zou adopteren.

Antoninus heeft zijn titel Pius te danken aan zijn loyaliteit en zijn mildheid. Vlak na zijn benoeming tot keizer stond hij erop Hadrianus de eretitel Divus (god) toe te kennen. Aangezien de Senaat de laatste jaren niet op goede voet had gestaan met Hadrianus en dit voorstel oorspronkelijk afwees, dreigde er een constitutionele crisis. Antoninus dreigde af te zullen treden als de Senaat zijn voorstel niet aanvaardde. Onder de indruk van zijn loyaliteit aan zijn voorganger en adoptieve vader gaf de Senaat uiteindelijk toe. Bovendien maakte hij indruk door hen die aan het eind van het bewind van Hadrianus ter dood waren veroordeeld, gratie te verlenen. Om deze redenen besloot de Senaat hem de titel Pius (de "Vrome") toe te kennen.

Later stelde de Senaat voor de maand september naar Antoninus Pius te noemen (de maand juli was al genoemd naar Julius Caesar en de maand augustus naar keizer Augustus) vanwege zijn uitmuntend leiderschap. Hij weigerde deze eer echter pertinent en vanaf die tijd is dat soort voorstellen niet meer gedaan (op enkele tijdelijke pogingen na: zie bijvoorbeeld Commodus) en hebben alle maanden vanaf september hun oorspronkelijke namen behouden.

Antoninus Pius was gelukkig getrouwd met Faustina (Faustina de Oudere, om haar te onderscheiden van hun dochter Faustina de Jongere die later met Marcus Aurelius trouwde). Zij stierf echter vrij jong, reeds drie jaar nadat hij keizer was geworden, en Antoninus eerde haar door onder andere een grote hoeveelheid munten te laten slaan met haar portret.

Er is relatief weinig geschreven over deze periode omdat er vrijwel geen oorlogen waren, met uitzondering van enkele opstanden in Noord-Britannia. Naar aanleiding daarvan werd de muur van Antoninus gebouwd op zo'n 120 km ten noorden van de muur van Hadrianus. Er waren ook nog enkele problemen van kleinere omvang in onder andere Egypte, Judea en Mauretania.

De belangrijkste gebeurtenis uit deze periode is wel de viering van de 900e verjaardag van Rome. Deze werd op grandioze wijze gevierd met activiteiten die plaatsvonden gedurende de jaren 147 en 148. Het hoogtepunt viel op 21 april 147. Er werden spektakels georganiseerd waarin veel wilde dieren voorkwamen waaronder een aantal olifanten wel het meest indruk maakten. Zij werden zelfs als symbool gebruikt voor de viering.

In het jaar 161 stierf Antoninus Pius eennatuurlijke dood op 74-jarige leeftijd in zijn paleis in Lorium in Etrurië. Sommige verhalen spreken over voedselvergiftiging door bedorven kaas, maar er is onvoldoende historisch bewijs voor deze bewering.

Antoninus werd opgevolgd door zijn adoptiefzonen Marcus Aurelius en Lucius Aurelius Commodus, die aanvankelijk samen regeerden.

Munten met afbeeldingen van Antoninus Pius zijn zover teruggevonden als Oc-Eo (Vietnam).

Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius

161 - 180 n. C - Het keizerrijk onder Marcus Aurelius

Links: Ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius.

De filosoof-keizer Marcus Aurelius (26 april 121 - 17 maart 180) regeerde over het Romeinse Rijk van 161 tot 180 en was de vijfde en laatste van de adoptiefkeizers. Hij was het toonbeeld van een rechtvaardig en menselijk heerser en belichaamde de voor-christelijke Stoïcijnse deugden van Rome. Marcus Aurelius behoorde tot het geslacht der Aurelii.

Marcus Aurelius werd in 121 in Rome geboren als Marcus Annius Verus en was een neef van Faustina de Oudere. Na het vroegtijdig overlijden van zijn vader werd hij door zijn grootvader (ook M. Annus Verus) grootgebracht.

Keizer Hadrianus leerde hem vroeg kennen en was onder de indruk van de jongeman.

Toen hij 15 was, arrangeerde Hadrianus een verloving tussen Marcus en de dochter van zijn adoptiefzoon en toekomstige opvolger, Lucius Aelius Verus Caesar. Aelius stierf echter voortijdig en de plannen moesten worden gewijzigd. Hadrianus bepaalde in 138, korte tijd voor zijn dood, dat Marcus geadopteerd moest worden door Hadrianus' nieuwe opvolger, Antoninus Pius. Lucius Verus, de zoon van Aelius, moest ook geadopteerd worden.

Een jaar later, in 139 verwierf hij de titel Caesar, werd zijn verloving met de dochter van Aelius ontbonden en een verloving gearrangeerd met Faustina de Jongere, de dochter van zijn adoptiefvader. Het huwelijk vond plaats in 145. Zij kregen 13 kinderen waarvan meer dan de helft gedurende de kinderjaren stierf. Van hun zoons overleefde slechts één, Commodus, zijn kinderjaren. Tijdens zijn jeugd en ook later gedurende zijn keizerschap, dat ongeveer 20 jaar duurde, besteedde Marcus Aurelius veel tijd aan de filosofiestudie. Hij was een aanhanger van de Stoïcijnse leer van Epictetus. Marcus werd opgeleid in filosofie door Apollonius van Chalchedon en in retorica door Fronto. Correspondentie tussen leerling en leermeester Fronto is overgeleverd en geeft een beeld van Marcus' opleiding.

Na de dood van Antoninus Pius op 7 maart 161 kreeg Marcus Aurelius de titel Augustus. Zijn eerste keizerlijke daad was om, volgens de wil van Hadrianus, de keizerlijke macht te delen met Lucius Verus.

Spoedig braken grote onlusten uit zodat Verus in 162 naar de oostelijke provincies moest vertrekken, terwijl Marcus Aurelius in Rome bleef. Verus keerde in triomf terug maar zijn troepen brachten ook een pestepidemie naar het westen, die grote delen van het keizerrijk en ook Rome zelf teisterde. Bovendien begonnen Germaanse stammen, de Marcomanni en de Quadi, de Alpen over te trekken en Italië binnen te vallen. Beide keizers kwamen in actie en drongen de Germanen terug tot voorbij de Alpen. In 169 keerden zij terug naar Rome. Op de terugweg kreeg Verus een ziekte-aanval en stierf.

Na een korte periode in Rome braken er opnieuw oorlogen uit en werd Marcus Aurelius weer gedwongen naar de Germaanse grensgebieden te vertrekken. Een serie oorlogen zou hem de volgende 8 jaar verhinderen voor langere tijd naar Rome terug te keren. Gedurende deze periode ziet hij toch kans om zijn beroemde filosofische werk Ta eis heauton (vertaald als Meditaties) te schrijven.

Na succesvolle campagnes in Germanië ontving hij in 172 samen met zijn zoon Commodus de titel Germanicus.

De zuil op de Piazza Colonna te Rome toont tientallen taferelen van Marcus Aurelius' veldtocht. Daarna braken oorlogen uit in het oostelijk deel van het rijk.

In 175 werd hij zo zwaar ziek dat hij op sterven leek te liggen. Zijn vrouw liet de gouverneur van Syria, Gaius Avidius Cassius, inlichten zodat deze in opstand kon komen tegen Marcus Aurelius. De meest voor de hand liggende reden is wel dat zij wilde verhinderen dat haar zoon Commodus, waarvan zij het karakter als geen ander kende, keizer zou worden omdat zij kon vermoeden hoe rampzalig dit voor Rome zou zijn. Marcus Aurelius genas echter en sloeg de opstand neer. Een jaar later stierf Faustina de Jongere.

In 177 keerde Marcus Aurelius terug naar Rome en verhief zijn zoon Commodus tot Augustus. Tot zijn dood drie jaar later, zou de keizerlijke macht worden gedeeld tussen Marcus Aurelius en Commodus.

In 178 braken er echter opnieuw oorlogen uit en weer moest de keizer naar de grensgebieden. In de film Gladiator wordt onder meer een treffen van Marcus met de Germanen verbeeld.

Op 17 maart 180 stierf Marcus Aurelius, op 58-jarige leeftijd, uitgeput door jaren van oorlog, een natuurlijke dood. Hij brak met de traditie van de adoptiefkeizers sinds Nerva om een capabele adoptiefzoon als opvolger te benoemen. Zijn zoon Commodus volgde hem op. De klassieke geschiedschrijving, bijvoorbeeld Historia Augusta, moest niets hebben van Commodus. De benoeming van zijn eigen zoon tot zijn opvolger was in die optiek de grootste fout van de anders zo wijze Marcus Aurelius. Zo kwam een eind aan de gouden eeuw van het Imperium. Het rijk werd door Aurelius' opvolgers in toenemende mate omgevormd tot een strenggeregelde militaire dictatuur.

Commodus' buste in het Kunsthistorisches Museum te Wenen.

177 - 192 n. C - Het keizerrijk onder Commodus

Links: Commodus' buste in het Kunsthistorisches Museum, Wenen. Volgens Herodianus was Commodus trots op zijn knappe uiterlijk met van nature blond en krullend haar.

Marcus Aurelius Commodus Antoninus, kortweg Commodus genoemd, (31 augustus 161 - 31 december 192) was keizer van Rome van 177 tot 192, waarvan de eerste drie jaar medekeizer van zijn vader, Marcus Aurelius. De klassieke, mogelijk partijdige geschiedschrijving van de Historia Augusta - in deze tekst gevolgd - beschouwt hem als een van de slechtste keizers van het Romeinse Rijk. In ieder geval viel Commodus slecht bij de Romeinse Senaat. Via zijn vader was hij lid van de belangrijke gens Aurelia.

Lucius Aurelius Commodus, kortweg Commodus, was het negende kind en enige overlevende zoon van Marcus Aurelius en Faustina en werd geboren in Lanuvium in augustus 161. Vanaf zijn prilste jeugd zorgde zijn vader voor de best mogelijke opleiding. De beroemde arts Claudius Galenus had hem als patiënt. Hij kreeg de titel Caesar op zijn vijfde, wat betekent dat hij vanaf dat moment officieel de opvolger van Marcus Aurelius was. Daarmee week Marcus Aurelius dus voor het eerst sinds vijf generaties af van de traditie om een geadopteerde zoon als opvolger te benoemen.

Op zijn tiende kreeg Commodus de titel Germanicus en op zijn veertiende werd hij princeps iuventutis. In 175 vertrok hij met zijn vader oostwaarts. Een jaar later keerde hij in triomf terug en ontving hij de titel imperator.

In 177 kreeg hij de titel Augustus en wordt hij daarmee medekeizer van zijn vader. In datzelfde jaar trouwde hij met Crispina. Na de dood van zijn vader in 180 kreeg Commodus de volledige macht als keizer. Zijn officiële naam werd Marcus Aurelius Antoninus Commodus, maar deze naam word later weer veranderd. Vanaf 180 deed hij zijn best om de vrede terug te brengen en beëindigde de expansie van het rijk, ingezet door zijn voorgangers. Hij sloot vrede met Germanië en keerde snel terug naar Rome waar hij zijn vader eerde met de titel 'Divus' (=vergoddelijkte).

Volgens de derde- en vierde-eeuwse geschiedschrijvers Cassius Dio, Herodianus en de anonieme auteur van de Historia Augusta bleek de nieuwe keizer de kwaliteiten van zijn vader als leider totaal te ontberen. Hij zou veel vijanden hebben gemaakt door slechte vriendjespolitiek en keuze van verkeerde adviseurs. Zijn zuster Lucilla en zijn vrouw Crispina, die oorspronkelijk niet met elkaar konden opschieten, legden hun geschillen bij en raakten in 183 betrokken bij een complot van een groep senatoren om Commodus uit de weg te ruimen. De zaak lekte echter uit en Lucilla werd verbannen en geëxecuteerd. Commodus' vijandschap met de senaat werd openlijk en grimmig en zijn autocratische regering zou steeds corrupter zijn geworden. In hetzelfde jaar beschuldigde de keizer zijn vrouw Crispina van overspel en liet haar executeren. Volgens de Romeinse geschiedschrijving zou deze beschuldiging van een man komen die zelf zo overspelig was dat verhaald wordt dat hij er een harem van 300 vrouwen en evenveel mannen op na hield.

We moeten er echter voor waken de woorden van deze historici voetstoots aan te nemen. Neutrale geschiedschrijving bestond nog niet, er werd altijd een bepaalde partij of een doel mee gediend.

Commodus' regime zou het keizerrijk hebben geteisterd en overal begonnen protesten uit te breken, ook onder de troepen. Verscheidene moordaanslagen mislukten. De corruptie veroorzaakte zelfs een hongersnood en bracht Rome op de rand van een burgeroorlog. Bovendien brak een pestepidemie uit die zich over heel Italië uitbreidde.

In de loop van de jaren zou de waanzin van Commodus zich steeds duidelijker hebben gemanifesteerd. Hij zou buitengewoon wreed zijn geweest en om de geringste verdenkingen executies hebben verordonneerd. Zijn terreurregime zou niet onder hebben gedaan voor de regeringen van Caligula, Nero (en Domitianus) en hij zou niet alleen door de senaat, maar ook door de bevolking worden gehaat. Zelfs zijn naaste adviseurs zouden niet veilig zijn geweest.

Zijn aandacht voor staatszaken werd nog minder dan het in het begin al het geval was en hij hield zich steeds meer bezig met zijn hobby's: de jacht en gladiatorspelen. Tot grote afschuw van de senaat trad hij zelf ook op als gladiator in het circus. Zijn grootheidswaan was grenzeloos. Hij liet zichzelf identificeren en aanspreken met Hercules en hernoemde alle maanden van het jaar naar zijn eigen namen en titels. In volgorde: Aelius, Aurelius, Commodus, Augustus, Herculeus, Romanus, Exsuperatorius, Amazonius, Invictus, Felix, Pius. Vooral de naam 'Amazonius', zijn titel als gladiator, schoot bij velen in het verkeerde keelgat. Hij hernoemde het leger en vloten naar zichzelf. In 192 brandde een deel van Rome af. Commodus nam de gelegenheid te baat om de stad te herdopen als Colonia Commodiana.

Eind 192 maakte Commodus bekend dat hij, tijdens de belangrijke evenementen die op het programma stonden voor Nieuwjaarsdag 193, als gladiator zou verschijnen om zo aan zijn nieuwe consulaat te beginnen. De senaat was dermate verontwaardigd dat een groep senatoren besloot dat hij onder geen beding de kans mocht krijgen de plechtige traditionele ceremonies te ontheiligen. Er werd snel maar zorgvuldig een complot beraamd om hem uit de weg te ruimen en op oudejaarsavond 192 werd hij door zijn concubine Marcia vergiftigd en, om er zeker van te zijn dat hij het niet overleefde, gewurgd door een ingehuurde atleet, Narcissus. Juichend ontving de opgeluchte senaat het overlijdensbericht en sprak een damnatio memoriae (vervloeking der nagedachtenis) uit. Binnen drie jaar werd de senaat echter door Septimius Severus gedwongen de titel 'Divus' (goddelijk) aan de door hen vervloekte Commodus toe te kennen.