ons land - focus

 

De Romeinse Tijd - Algemeen
Het Romeinse Rijk
Romeinen in België
Wat blijft er over?
Home
           
banner
Kaart van het Romeinse Rijk op het toppunt van zijn roem

Het Severische huis (193 - 235 n. C)

De Severische dynastie is een dynastie van Romeinse keizers welke aan de macht was van 193 tot 235. Het Severische Huis werd gesticht door keizer Septimius Severus die als overwinnaar komt uit de Romeinse burgeroorlog (193-197).

De keizers van de dynastie zijn:

De Severische dynastie eindigt met de moord op Severus Alexander en zijn moeder Julia Mamaea in februari/maart 235.

Alvorens over te gaan tot de beschrijving van deze keizers, geven we eerst een chronologie van de burgeroorlog die de heerschappij van Septimius Severus zwaar beheerst heeft.

193 - 197 n. C - De Romeinse burgeroorlog

De Romeinse burgeroorlog van 193-197 begon met de moord op Pertinax op 28 maart 193 en eindigde in een van de grootste veldslagen in de Romeinse geschiedenis. Tijdens de burgeroorlog hadden 3 keizers (2 zeer kortstondig) de macht in Rome. Dit waren:

Chronologie van de gebeurtenissen:

31 december 192

Op oudejaarsavond 192 werd de alom gehate keizer Commodus door een complot van senatoren en naasten van Commodus om het leven gebracht. Diezelfde avond nog werd bekendgemaakt dat Pertinax tot keizer was benoemd. Het door en door corrupte regime van Commodus kon echter niet zo snel ongedaan worden gemaakt. Pertinax die met de beste bedoelingen aan het werk ging om de corruptie weer uit te bannen en de bezittingen rechtvaardiger te verdelen, beging de fout te snel te gaan.

3 januari 193

Reeds binnen enkele dagen probeerden sommigen een coup te plegen en een tweede mislukte coup volgde begin maart.

28 maart 193: Begin van de burgeroorlog

De Praetoriaanse garde was ontevreden over de manier waarop de troonopvolging had plaatsgevonden. Zij bestormde het paleis en vermoordde de 66 jaar oude keizer.

In Rome onstond chaos en de senaat deed een beroep op de schoonvader van Pertinax, Flavius Sulpicianus om het keizerschap te aanvaarden en de Praetoriaanse garde met geld voor zich te winnen. Een zeer rijke senator, Didius Julianus begon echter tegen Sulpicianus op te beiden, waarop de op geld beluste Praetoriaanse garde de troon aan de hoogste bieder verkocht. Didius Julianus kocht diezelfde dag de troon voor het gigantische bedrag van 25.000 sestertii per man (dat overigens nooit in zijn geheel werd uitbetaald).

Het woedende Romeinse volk zond onmiddellijk een oproep naar de militaire commandanten in de provincies die trouw aan Pertinax waren, om Rome te bevrijden van de Praetoriaanse garde en haar vazal en de dood van Pertinax te wreken.

april 193

De walging die de gang van zaken in het hele Romeinse Rijk veroorzaakte was groot en drie gouverneurs gaven onafhankelijk van elkaar gehoor aan de oproep van het volk van Rome en werden door hun legioenen tot keizer uitgeroepen: Septimius Severus, gouverneur van boven Pannonia (9 april); Clodius Albinus (gouverneur van Britannia) en Pescennius Niger (gouverneur van Syrië).

2 juni 193

Septimius Severus die het dichtst bij was, bereikte Rome en Didius Julianus werd afgezet en onthoofd. De Praetoriaanse garde werd afgezet maar hun leven werd gespaard. Zij voldeden aan de voorwaarde de groep soldaten die Pertinax vermoord hadden uit te leveren en deze werden terechtgesteld.

Severus sloot vrede met Clodius Albinus door hem de titel Caesar aan te bieden, en zo kon hij zich concentreren op Pescennius Niger in het oosten.

lente 194

Na een bloedige strijd in Silicia was Pescennius Niger verslagen en het gehele keizerrijk onder controle van Severus.

herfst 195

Severus gaf zijn oudste zoon de titel Caesar en de senaat verklaarde Albinus tot staatsvijand. Albinus ging naar Gallia en werd door de legioenen aldaar tot keizer uitgeroepen.

19 februari 197: Einde van de burgeroorlog

Het kwam tot een treffen tussen de legioenen van Severus die naar de slag bij Lugdunum waren opgetrokken. Daar werden Albinus' troepen verslagen in een van de grootste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis. Albinus vluchtte en pleegde zelfmoord.

positie op eigen kracht opklom tot het hoogste ambt in het Romeinse Rijk.

Pertinax werd geboren in Liguria op 1 augustus 126 als de zoon van een bevrijde slaaf die een eigen school had opgericht. Als jongeman begon hij een loopbaan als schoolmeester, maar diende later in het leger. Hij maakte snel promotie in de oostelijke oorlogen van de jaren 160-170. Daarna werd hij door Marcus Aurelius benoemd tot senator en zijn eerste consulaat in 175, en daarna benoemd tot gouverneur van verscheidene belangrijke provincies, waaronder Syrië. In 192 was hij consul en prefect van Rome.

Op oudejaarsavond 31 december 192 werd de gehate keizer Commodus door een complot van senatoren en met behulp van naasten van Commodus om het leven gebracht. Diezelfde avond nog werd bekend gemaakt dat Pertinax tot keizer was benoemd.

Het corrupte regime van Commodus kon echter niet zo snel ongedaan gemaakt worden. Pertinax, die met de beste bedoelingen aan het werk ging om de corruptie uit te bannen en de bezittingen rechtvaardiger te verdelen, beging de fout te snel te willen gaan. Door de economische maatregelen die hij nam ging zijn populariteit bij de nog machtige corrupte elite snel achteruit, vooral bij de op geld beluste praetoriaanse garde.

Reeds binnen enkele dagen, op 3 januari, probeerden sommigen een coup te plegen; een tweede mislukte coup volgde begin maart. Een van de mislukte coupplegers, consul Sosius Flaco, werd gearresteerd. Pertinax pleitte echter voor zijn leven uit respect voor het senatorschap.

Het grootste gevaar kwam echter van de praetoriaanse garde, die ook ontevreden was over de manier waarop de troonopvolging had plaatsgevonden. Op 28 maart 193 bestormde een groep muitende soldaten het paleis en vermoordde de 66 jaar oude keizer.

Deze moord ontketende een burgeroorlog die bijna vier jaar zou duren, waarin drie aspirant-keizers de dood zouden vinden (waaronder zijn onmiddellijke opvolger Didius Julianus), en uiteindelijk Septimius Severus zou zegevieren.

Munt met afbeelding van Keizer Pertinax (31-12-192 - 20-03-193 n. C)

31-12-192 - 28-03-193 n. C - Het keizerrijk onder Pertinax

Links: Munt met afbeelding van Keizer Pertinax. Met toestemming van Classical Numismatic Group, Inc. (CNG).

Publius Helvius Pertinax (126-193) was gedurende 87 dagen keizer van Rome, van 31 december 192 tot 28 maart 193. Hij was een integere keizer, die slachtoffer werd van een diep gewortelde, van zijn voorganger geërfde corruptie. Hij is ook een voorbeeld van iemand die van de meest bescheiden

Munt met afbeelding van Keizer Didius Julianus (28-03-193 - 02-06-193 n. C)

28-03-193 - 02-06-193 n. C - Het Keizerrijk onder Didius Julianus

Links: Munt met afbeelding van Keizer Didius Julianus. Met toestemming van Classical Numismatic Group, Inc. (CNG)

Marcus Severus Didius Julianus (133-193) was keizer van Rome van 28 maart tot 2 juni 193. Hij kwam aan de macht door de troon te kopen. Dit betekende het begin van een burgeroorlog die ongeveer vier jaar zou duren. Hij werd afgezet en terechtgesteld door zijn opvolger, Septimius Severus.

Didius Julianus was grootgebracht in het huishouden van Domitia Lucilla, moeder van Marcus Aurelius en was consul in 175. Als generaal had hij gestreden tegen de Chauken en de Chatten in Belgica, en was daarna stadhouder van Germania Inferior en Pontus et Bithynia.

Na de moord op Pertinax, werd de troon door de op geld beluste praetoriaanse garde per opbod verkocht. Didius Julianus was met zijn gigantisch bod van 25.000 sestertii per soldaat de hoogste bieder en werd door de senaat, onder bedreiging van de militairen, uitgeroepen tot keizer. Zijn vrouw en dochter kregen beiden de titel Augusta.

Door de walging die deze gang van zaken in het hele Romeinse Rijk veroorzaakte, gaven gouverneurs onafhankelijk van elkaar in drie verschillende provincies gehoor aan de oproep van het woedende Romeinse volk hen te bevrijdden van de tirannie van de praetoriaanse garde. Eén van hen, Septimius Severus, trok onmiddellijk naar Rome, zette Didius Julianus af en liet hem onthoofden; hij zette de gehele praetoriaanse garde af, maar liet alleen de groep soldaten die Pertinax hadden vermoord executeren en spaarde de rest.

Keizer Septimius Severus (193-211 n. C)

193 - 211 n. C - Het keizerrijk onder Septimius Severus

Links: Keizer Septimius Severus in het Romeins-Germaans Museum te Keulen (Duitsland).

Lucius Septimius Severus, ook wel Septimius Severus (Leptis Magna, 11 april 145 - Eboracum (nu: York), 4 februari 211) was keizer van Rome van 193 tot 211. Hij staat bekend als een krachtige heerser die het intern verdeelde Romeinse rijk na een burgeroorlog opnieuw onder één gezag verenigde. Hij was de laatste keizer die nieuwe gebieden aan het imperium toevoegde.

Septimius Severus werd geboren in de Noord-Afrikaanse stad Leptis Magna (ook Lepcis Magna),

de meest oostelijke stad van de drie waaraan de streek Tripolitania zijn naam te danken heeft.

In 187 trouwde hij met rijke Syrische prinses Julia Domna (zijn tweede huwelijk). In 188 en 189 kregen zij twee zoons, de toekomstige keizer Caracalla en medekeizer Geta.

In 190 werd Severus tot consul gekozen. Toen Pertinax op 28 maart 193 werd vermoord was hij gouverneur van Boven-Pannonia. Dit betekende het begin van de Burgerloorlog van 193-197. Geschokt door de walgelijke manier waarop in Rome het keizerschap per opbod was verkocht aan de hoogste bieder, Didius Julianus, riepen zijn troepen slechts 12 dagen later, op 9 april, Severus uit tot keizer van Rome.

Tegelijkertijd hadden ook troepen in andere gedeelten van het keizerrijk om dezelfde reden ook hun commandanten tot keizer uitgeroepen: Clodius Albinus (gouverneur van Britannia) en Pescennius Niger (gouverneur van Syrië). Maar meer legioenen steunden Severus en hij was ook het dichtst bij Rome. Binnen enkele maanden had Severus Rome bereikt en werd Julianus afgezet en op 2 juni geëxecuteerd. De moordenaars van Pertinax werden opgespoord en ook terechtgesteld.

Severus moest nu orde op zaken stellen met de twee andere uitgeroepen keizers. Na vrede gesloten te hebben met Clodius Albinus door hem de titel Caesar aan te bieden, kon hij zich concentreren op Pescennius Niger in het oosten. Deze rivaal werd gesteund door een aan de Parthen onderhorige Mesopotamische koning. Na een bloedige strijd in Cilicia was in 194 het gehele keizerrijk onder controle van Severus. Omdat hij de Parthische rol als inmenging in Romeinse aangelegenheden beschouwde, viel hij ook Irak binnen, waar hij in 195 de staatjes Edessa en Nisibis annexeerde en omvormde tot een nieuwe provincie, Mesopotamië.

Na een korte periode in Rome braken er opnieuw oorlogen uit en werd Marcus Aurelius weer gedwongen naar de Germaanse grensgebieden te vertrekken. Een serie oorlogen zou hem de volgende 8 jaar verhinderen voor langere tijd naar Rome terug te keren. Gedurende deze periode ziet hij toch kans om zijn beroemde filosofische werk Ta eis heauton (vertaald als Meditaties) te schrijven.

Na enige tijd, in 195, gaf Severus zijn oudste zoon Caracalla, de titel Caesar en verklaarde de Senaat Albinus als staatsvijand. Severus versloeg Albinus in een van de grootste veldslagen uit de Romeinse geschiedenis bij de slag bij Lugdunum op 19 februari 197. Albinus moest vluchten en pleegde zelfmoord.

Nadat Severus de staat intern had hersteld wilde hij deze ook naar buiten toe versterken. De verovering van Mesopotamië was een defensieve maatregel geweest en bedoeld om de welvarende provincie Syrië meer veiligheid te bieden, en in dat licht moet ook zijn tweede Partische veldtocht worden gezien. In 197/198 voer hij de Eufraat af en veroverde vervolgens, samen met zijn zoons, Parthia en de hoofdstad Ctesiphon in 198, waarbij de stad werd leeggeroofd, alle mannen gedood en de ongeveer honderdduizend overlevende vrouwen en kinderen als slaaf gevangengenomen. Zijn oudste zoon werd uitgeroepen tot Augustus en werd medekeizer en zijn jongste zoon kreeg de vrijgekomen titel Caesar. In 209 werd ook Geta tot medekeizer benoemd.

Naast Parthia, veroverde Severus ook gebieden in Noord-Afrika en richtte hij zijn aandacht vervolgens op Britannia, waar hij de tachtig jaar oude muur van Hadrianus waar nodig liet herstellen. Daar stierf hij op 65-jarige leeftijd een natuurlijke dood op 4 februari 211 in York.

Een Romeins historicus bericht dat Severus op zijn sterfbed zijn beide zoons de volgende uiterst cynische raad gaf: vermijd tweespalt, maak de soldaten rijk en bekommer je niet om de anderen (Cassius Dio 77,15).

Munt met afbeelding van Keizer Caracalla (211-217 n. C)

211 - 217 n. C - Het keizerrijk onder Caracalla

Links: portret van de Romeinse Keizer Caracalla op een sestertius.

Marcus Aurelius Antoninus (188-217), beter bekend onder de naam Caracalla, was de zoon van keizer Septimius Severus en was Romeins keizer van 198 tot 217. Hij staat bekend als de bouwer van de Thermen van Caracalla maar ook als een wrede, geestelijk gestoorde keizer, die zijn broer Geta vermoordde en uiteindelijk zelf door de praetoriaanse garde vermoord werd.

Lucius Septimius Bassianus (ook geschreven als "Bessaianus"), zoals hij oorspronkelijk heette, werd geboren in Lugdunum, het tegenwoordige Lyon. Zijn vader, keizer Septimus Severus was in Leptis Magna geboren; zijn moeder kwam uit Syrië. Hij groeide op als een zachtaardige jongeman. Hij zou zelfs tijdens gladiatorengevechten zijn hoofd hebben afgewend als het te bloederig werd.

In 195 maakte zijn vader zijn adoptie in de familie van Marcus Aurelius bekend en doopte zijn zoon om tot Marcus Aurelius Antoninus, wat vanaf dat moment zijn officiële naam werd. In 202 werd Antoninus consul met zijn vader Septimius Severus en in hetzelfde jaar trouwde hij met Plautilla, dochter van Plautianus, de machtige prefect van de Praetoriaanse garde (die minder dan drie jaar later uit de weg geruimd zou worden). In 205 werd hij voor de tweede keer consul, ditmaal met zijn broer Geta. Antoninus en Geta namen met hun vader deel aan de campagnes in Britannia en toen Severus daar in 211 stierf, bestegen zij samen de troon als elkaars medekeizers. Hoewel hun vader hen meerdere malen, zelfs op zijn sterfbed, op het hart had gedrukt geen ruzie te maken en het Romeinse Rijk samen te besturen, werd de kloof tussen beiden na de dood van hun vader alleen maar groter.

Na hun terugkeer naar Rome moest hun moeder Julia Domna tussenbeide komen om te verhinderen dat de ruziënde broers het Romeinse Rijk onder elkaar zouden verdelen. Op 19 december 211 haalde Antoninus zijn moeder en broer over om met hem te spreken om de geschillen bij te leggen. Kort na de aankomst van zijn broer, stormde Antoninus met een groep soldaten binnen en vermoordde Geta. Daarop haastte hij zich naar het Praetoriaanse kamp om de steun van de garde te kopen via speciale donativa en een flinke loonsverhoging ter ere van wat hij noemde zijn "ontsnapping aan het complot van Geta". Vervolgens werd een bloedbad aangericht onder alle vrienden en aanhangers van Geta.

In 213 begon hij aan een serie campagnes in Germanië en behaalde overwinningen op de Alemanni. Tijdens deze oorlogen gebruikte de keizer vaak een Keltische soldatencape die caracallus genoemd werd en waaraan hij zijn bijnaam "Caracalla" te danken heeft.

In 214 vertrok hij naar het oostelijk deel van het rijk, waarbij zijn geestelijke gestoordheid steeds duidelijker werd. Zo vereenzelvigde hij zich met Alexander de Grote, bouwde een leger op van 16.000 man verkleed als soldaten van een half millennium daarvoor, liet soldaten uit Sparta komen en voegde olifanten toe aan zijn kolossale toneelspel. Hij liet vervolgens de oorlogen van Troje naspelen, waarbij hij zelf Achilles was en een vn zijn beste vrienden Festus. Diens dood was met de juiste dosering perfect ge-timed zodat zijn echte begrafenis een groots spektakel voor de gevallen Festus kon worden.

Het volgend jaar bezocht hij Alexandrië en liet er een enorm bloedbad onder de bevolking aanrichten. Tientallen duizenden ongewapende burgers kwamen om in een slachtpartij die dagenlang doorging onder het voorwendsel dat sommigen hem bespot zouden hebben. Datzelfde jaar werden in Rome de beroemde Thermen van Caracalla voltooid, het grootste architectonische project tijdens zijn regering.

Rond 216 werden de oorlogen in het oosten heviger en werd onder andere Armenia veroverd en staken de Romeinse legers zonder veel tegenstand de Tigris over. Tijdens deze oorlogen was de weerstand tegen de waanzinnige keizer zo hoog opgelopen dat hij op 8 april 217 bij Carrhae door een complot van Macrinus, prefect van de Praetoriaanse garde werd vermoord.

Munt met afbeelding van Keizer Macrinus (217-218 n. C)

217 - 218 n. C - Het Keizerrijk onder Macrinus

Links: Portret van keizer Macrinus op een bronzen munt uit Moesia Inferior met opschrift: AVT K M O?E??I CEVH MAKPINOC AV.

Marcus Opellius Macrinus was een Romeinse keizer van 11 april 217, na de moord op zijn voorganger Caracalla bij Carrhae, tot 8 juni 218 toen hij mede door acties van Caracalla's familie in Syrië verslagen en gedood werd door de troepen van Elagabalus.

Macrinus was een berber afkomstig uit de Romeinse

provincie Mauretania Caesariensis (Noord-Afrika). Hij was prefect van de Praetoriaanse garde onder Caracalla totdat hij het vermoeden kreeg dat hij wel eens diens volgende slachtoffer zou kunnen worden.

De Parthen, onder koning Artabanus IV, waren een probleem voor de kersverse keizer, en hij probeerde meteen vrede te sluiten. De Parthische koning zag dit echter (terecht) als zwakheid en viel aan. Macrinus werd verslagen en moest een zeer nadelige vrede sluiten. Ook sloot hij vrede met de Armeniërs en de Daciërs. Alle goodwil die Macrinus nog had was inmiddels wel weg (ook omdat hij nog altijd Rome niet had bezocht). Iulia Domna, de moeder van Caracalla, en Iulia Maesa, haar zus, besloten om Macrinus uit de weg te ruimen. Ze lieten het leger op 15 mei 218 Maesa's kleinzoon Elagabalus (14 jaar oud) tot keizer uitroepen. Op 8 juni kwam het tot een veldslag tussen de opstandige troepen van Elagabalus en troepen loyaal aan Macrinus. Elagabalus overwon en Macrinus' lot was bezegeld. Hij vluchtte, maar werd niet lang erna geëxecuteerd in Cappadocia. Zijn zoon Diadumenianus, die kort voor de beslissende slag tot medekeizer benoemd was, volgde het lot van zijn vader niet veel later.

Buste van Elagabalus, Keizer van Rome van 218-222 n. C

218 - 222 n. C - Het Keizerrijk onder Elagabalus

Links: Capitolijns Museum, buste van Elagabalus als jongeman.

Marcus Aurelius Antoninus algemeen bekend bij zijn bijnaam "Elagabalus" of "Heliogabalus", was een Romeinse keizer van 218-222. Bij zijn geboorte, rond het jaar 203 heette hij Varius Avitus Bassianus. Zijn moeder, Julia Soaemias, was een nichtje van de roemruchte moeder van Caracalla, Julia Domna. Hij groeide echter op in Emesa in Syrië.

Volgens de antieke bronnen was Elagabalus een

liederlijke figuur. Hij was een Syrische priester van de zonnegod El Gebal en hij heeft zijn bijnaam daaraan te danken. Hij probeerde zijn god onder de titel van Deus Sol Invictus tot de Romeinse oppergod te maken. Ter ere van zijn god liet hij op de Palatijn de grote Tempel van Elagabal bouwen.

Hij was pas veertien jaar toen hij tot keizer werd uitgeroepen door de aanhangers van de oude keizerlijke familie die de dood van Caracalla door Macrinus wilden wreken. Hij liet het regeren voornamelijk aan Julia Maesa over en wijdde zich aan zijn, in de ogen van de Romeinen, bizarre cultus. In 221 overtuigde Julia Maesa hem zijn neef Severus Alexander tot Caesar (kroonprins/onderkeizer) te benoemen, zodat hij zich nog meer aan zijn religie kon wijden.

Na vier jaar in het purper werd de 18-jarige keizer met zijn moeder op 11 maart 222 door zijn eigen lijfwacht - de pretoriaanse garde in samenzwering met Julia Maesa en Julia Mamaea - vermoord en hun verminkte lichamen door de straten van Rome gesleept alvorens in de Tiber te worden gegooid. Gezien het voor het Romeinse volk zeer kwetsende gedrag van deze keizer (hij koos bijvoorbeeld een Vestaalse maagd als tweede en vierde vrouw), is het niet de kortstondigheid van zijn macht die verwondering moet wekken, maar juist de lengte ervan.

De schrijver van de Historia Augusta - een navolger van Suetonius - veroordeelt in zijn biografie het leven van de verdorven jonge keizer, maar beschrijft wel alle uitspattingen die plaats hadden op zowel religieus en sociaal als op seksueel gebied. Sommige latere auteurs waren zo mogelijk nog vernietigender over hem. Zo noemde de 19e eeuwse historicus S.W. Stevenson hem "...the most cruel and infamous wretch that ever disgraced humanity and polluted a throne..." ("...de wreedste en verachtelijkste stakker die ooit de mensheid ontsierde en een troon vervuilde...").

Louis Couperus wijdde zijn werk "De Berg van Licht" aan Elagabalus. De keizer was een zeer jong aan de macht gekomen buitenstaander, daar hij immers opgegroeid was buiten Rome. Hij ging aan zijn eigen decadentie, die de weerstand van het volk opriep, ten onder.

Afbeelding van de Romeinse Keizer Severus Alexander (222 - 235 n. C)

222 - 235 n. C - Het Keizerrijk onder Severus Alexander

Links: afbeelding uit "Baumeister" van Keizer Severus Alexander.

Severus Alexander (208-235), ook vaak Alexander Severus genoemd, geboren als Marcus Julius Gessius Alexianus (of volgens andere bronnen Gessius Bassianus Alexianus) in Caesarea sub Libano in Phoenicië, later bekend als Marcus Aurelius Severus Alexander, was keizer van Rome van 222-235. Geheel in tegenstelling tot zijn voorganger was Severus Alexander een gematigde en zachtmoedige keizer.

Zijn grootmoeder Julia Maesa had ervoor gezorgd dat hij tot erfgenaam van de keizer benoemd werd

en hem beschermd tegen een latere poging hem uit de weg te ruimen. Elagabalus werd vermoord en de jonge Alexander Severus werd, eerst onder voogdij van zijn grootmoeder en na haar dood van zijn moeder Julia Mamaea de nieuwe keizer.

Als neef van zijn voorganger Elagabalus had Alexander Severus het priesterschap van El-Gabaal geërfd, maar hij maakte een eind aan de geïmporteerde religieuze praktijken in Rome, stuurde de heilige steen van Emesa terug naar Syrië en wijdde de tempel van Elagabalus opnieuw aan Jupiter Ultor.

Hoewel de beide Julia's met de jonge Severus Alexander Rome weer een kundig en gematigd bestuur verschaften, ontstond er al gauw onrust tegen het vrouwenbewind. Onderwijl vond er in het buurrijk van de Parthen een belangrijke en gevaarlijke verandering plaats. De Sassaniden namen onder Ardashir de mach over van het zwakke bewind van de Parthen. Hiermee werd de oosterbuur een bedreiging van belang. In 230 ging Mesopotamië voorgoed verloren en werd het hele oosten bedreigd. Alexander en zijn moeder vertrokken naar het oosten en wisten met succes het hoofd te bieden aan de Perzische dreiging. Toch was zijn aanval op het nieuwbakken Sassanidische Rijk niet het succes dat hij gehoopt had. Ardashir wist de belangrijkste aanval, die op Ctesifon, niet alleen af te weren maar om te zetten in een Romeinse nederlaag van formaat. In plaats van een overwinning die voorgoed een eind maakte aan de lastige Perzen en Alexander in de voetsporen van zijn illustere naamgenoot had kunnen laten treden, moest hij genoegen nemen met wat in feite een gelijkspel was. Het verhinderde Alexander niet op 25 september 233 een overwinningstoespraak te houden waarin de nederlaag bij Ctesifon verzwegen werd.

Alexander keerde dus triomfantelijk naar Rome terug maar moest daarna naar de Donau-grens waar hij het aanzien van zijn strijdkrachten verloor door op onderhandelingen aan te dringen. In 235 werden hij en zijn moeder vermoord en kwam de eerste soldatenkeizer Maximinus I Thrax op de keizerlijke troon.