Oud Paleolithicum (2,5 miljoen jaar geleden tot 250.000 jaar geleden)

De Mens

Het is nog onmogelijk om met zekerheid te bepalen welke menselijke soort de eerste werktuigen vervaardigde. De meeste vindplaatsen zijn immers niet meer dan een verzameling van werktuigen, dierenbeenderen en soms enkele fragmentaire resten van de hominide zelf. Uit onderzoek in Afrika neemt men aan dat de Homo Habilis daar de eerste was die gebruik maakte van stenen werktuigen.

In Europa blijven de vraagstukken over de eerste inwoners van het continent onopgelost. Hier zijn de resten van de oudste hominiden die totnogtoe teruggevonden werden zo beperkt en fragmentair, dat het zelfs moeilijk is om het beendermateriaal toe te wijzen aan een bepaalde mensensoort.

De situatie is soms zo complex dat men nieuwe soortnamen creëert. Zo werden de oudste fossielen van mensachtigen die vroeger ontdekt werden "Homo Heidelbergensis" genoemd naar de vondst van een onderkaak in Heidelberg. Vandaag spreekt men dan weer over de "Homo antecessor" die eventueel de voorouder zou zijn van de Homo Heidelbergensis.

Algemeen kunnen we stellen dat deze regionale fossielen familie zijn van de beter gekende "Homo erectus".

Artefacten

In Afrika worden de oud-paleolithische artefacten opgedeeld in verschillende cultuurgroepen. Men spreekt onder andere van het "Olduviaan" en het "Acheuleaan". Enkel deze laatste cultuurgroep is verspreid tot in Europa en het Nabije Oosten.

De stenen werktuigen zij vrij primitief in hun vorm en vervaardigingstechniek. Door op een silexknol te slaan met een harde of zachte klopper, werden er stukken afgekliefd tot men een goed bruikbare vorm met scherpe randen bekwam. Deze techniek noemt men de kerntechniek omdat het werktuig de 'kern' van de knol bevat waar afslagen zijn vanaf gehakt. Het nadeel van deze techniek is dat er van 1 vuursteenknol maar 1 werktuig gemaakt kan worden. Men moest dus voldoende vuursteen in de buurt hebben of het aanvoeren van elders.

Het is mogelijk dat ook de afslagen werden gebruikt als werktuigen. Zij hadden immers ook een scherpe rand.

De voornaamste vuurstenen werktuigen waren vuistbijlen, choppers en schrabbers. Waarvoor deze werktuigen werden gebruikt kan worden bepaald door microwear analysis. Veelal dienden ze om vlees van het been te schrapen, beenderen open te kloppen...

Bewoning

Vondsten in het buitenland tonen ons dat de mensen van het Oud-Paleolithicum zowel in natuurlijke grotten als in gebouwde constructies leefden. Zo is de cirkelvormige structuur van stenen op de site DK in Olduvai (Tanzania) waarschijnlijk de basis geweest van een hut die voor de rest opgebouwd was uit vergankelijk materiaal.

In Vlaanderen werd nog geen Oud-Paleolithisch materiaal teruggevonden.

Bij onze Waalse landgenoten is dit wel het geval. Naast de grotsite "La Belle Roche" in Sprimont, die belangrijke informatie over het dierenbestand leverde, zijn er enkele openluchtsites gekend langs de Hene (Mesvin, Petit-Spiennes). Maar meestal gaat het om oppervlaktevondsten die niet meer in hun oorspronkelijke context zitten.

Leefwijze

Hoewel onze informatie over deze periode zo miniem is, kunnen we wel waarschijnlijkheden over de leefwijze van de mens in die tijd formuleren.

Op vele sites in het buitenland werden stenen werktuigen teruggevonden samen met dierenbeenderen en houtskoolresten. Hieruit leiden we af dat de mens vlees consumeerde. Of hij de dieren zelf bejaagde, dan wel uitsluitend als aaseter door het leven ging, is nog ter discussie.

Ook het plukken van vruchten kan belangrijk geweest zijn. Maar het is moeilijk om hier archeologische bewijzen van te vinden omdat deze materie zo vergankelijk is.

Midden Paleolithicum (250.000 jaar geleden tot 35.000 jaar geleden)

De Mens

De mens die in het Midden Paleolithicum in Europa leefde was de zogenaamde "Neanderthaler" of Homo Neanderthalensis, genoemd naar de eerste vindplaats in Duitsland, het 'Neanderthal'. Deze hominide verschilde in uitzicht nog van de moderne mens, maar zag er niet zo aapachtig uit als wetenschappers aanvankelijk dachten. Zijn lichaamsbouw leek afgestemd te zijn op het koude klimaat in die tijden. Hij was sterk gespierd, breed en tot maximum 1,70 m groot. Zijn aangezicht was robuuster dan dat van de moderne mens, met een zware onderkaak, een grote neus, vooruitstekende wenkbrauwen en een vlak voorhoofd. Toch had hij ook al kenmerken van de moderne mens. Daarom heeft men zich ook altijd afgevraagd hoe de relatie tussen de Neanderthaler en de moderne Homo Sapiens was. Was de Neanderthaler onze voorloper en zijn wij een resultaat van de onderlinge voortplanting tussen de Neanderthaler en de Homo Sapiens? Of was de Neanderthaler een andere mensensoort die uitstierf zonder een bijdrage te leveren aan de genetische ontwikkeling van de moderne mens? Vergelijkend DNA-onderzoek van de Neanderthaler en de moderne mens van nu heeft probleem nog niet opgelost.

In België zijn skeletresten van Neanderthalers enkel teruggevonden in grotten langs de Maas. De meest bekende zijn die van de grot van Spy. Daar werd vrij recent beendermateriaal opgegraven dat dateert van tussen 50.000 en 35.000 jaar geleden. Uit de grot "La Naulette" nabij Chaleux en uit de grot "Scladina" te Scalyn komen de oudste skeletresten die totnogtoe gevonden werden in België. Zij stammen uit de laatste tussenijstijd, zo'n 100.000 jaar terug.

Artefacten

Stenen werktuigen

De Midden-Paleolithische cultuur wordt meestal geassocieerd met de stenen werktuigen van het "Mousteriaan" type, genoemd naar de grotsite "Le Moustier" in de Franse Dordogne streek.

In deze cultuur maakte men om steen te bewerken gebruik van de afslagtechniek in plaats van de kerntechniek. Dat wil zeggen dat men systematisch en nauwkeurig stukeen van de 'kern' ging afslaan in plaats van de silexknol rudimentair om te vormen tot een bruikbaar werktuig. Door de silexknol of 'kern' op een precieze manier voor te bereiden kon men de vorm en grootte van de afslag beter controleren, minder afval maken en dus ook in grondstof besparen. Deze techniek wordt "Levaloistechniek" genoemd.

Zowel de overgebleven kern als de afslagen werden als werktuig gebruikt. De afslagen op zich moesten hiervoor wel nog verder bewerkt worden.

De voornaamste werktuigen van het Mousteriaan zijn de boordschrabbers die gebruikt werden om vlees van beenderen te halen; spitsen die als speerpunten dienden en messen. De traditie van de vuistbijlen uit het Oude-Paleolithicum bleef nog verder bestaan, maar zij werden zeldzamer.

Kunst

We weten niet zeker of de Neanderthaler echt met kunst bezig was. Enkele vondsten wijzen misschien in die richting.

In 1964 werd in Tata (Hongarije) bijvoorbeeld een gepolijste mammoettand teruggevonden die met rode oker was beschilderd. Verder kennen we uit Frankrijk verschillende objecten van been of ivoor waarin een soort van motief ingesneden was, of die doorboord waren om als amuletten te dienen.

Een wel heel bijzondere vondst die in 1996 gedaan werd in Divje Babe (Slovenië) wijst er misschien op dat de Neanderthaler ook muziek maakte. Het teruggevonden been waarin een aantal ronde gaten waren uitgeboord lijkt immers verdacht veel op een fluit.

In België hebben we nog geen kunstvoorwerpen uit deze periode teruggevonden.

Bewoning

Enerzijds maakte de mens in het Midden Paleolithicum nog steeds gebruik van de natuurlijke bescherming die grotten boden om in te wonen. In de valleien van de Samber en Maas vinden we verschillende van dergelijke grotsites.

Anderzijds bouwden de Neanderthalers ook diverse constructies om zich te beschermen in de grote open vlakten van Europa. Ze maakten bijvoorbeeld houten hutten die bedekt werden met huiden zoals blijkt uit de opgravingen in Terra Amata in Frankrijk. In Oekraïne zijn dan weer resten bewaard gebleven van woningen opgetrokken uit mammoetbeenderen.

Hoewel we in België niet zo'n sprekende voorbeelden van bewoning hebben, zijn er toch een honderdtal vindplaatsen uit deze periode gekend. Terwijl in Wallonië vele grotsites voorkomen, gaat het in Vlaanderen meestal om oppervlaktevondsten maar ook openluchtkampplaatsen komen er voor. Ze bevinden zich op de leemplateaus van Midden-België (o.a. Veldwezelt, Kesselt) en aan de rand van de zogenaamde "Vlaamse vallei" langs riviertjes (o.a. Aalter, Ruien) en op heuvels (Vollezele).

Vermoedelijk gaat het om tijdelijke jachtkampen waar de mens voor enkele uren of een langere tijd verbleef. Hij produceerde er zijn stenen werktuigen of gebruikte ze voor het bewerken van huiden, snijden van vlees,... .

Tot op vandaag blijven op sommige sites nog resten van deze activiteiten bewaard in de vorm van achtergebleven werktuigen, houtskoolstukjes van kampvuren en debitage-afval dat ontstond bij het vervaardigen van de werktuigen.

De meeste Midden-Paleolithische sites in Vlaanderen werden ongetwijfeld gedurende de laatste ijstijd vernield door erosie en bedekt met een dik loesspakket. Door de moderne exploitatie van deze leemafzetting voor de baksteenindustrie, gaan vele van de sites onherroepelijk verloren. Andere sites worden juist op die manier ontdekt en nog andere zijn waarschijnlijk veilig bedekt gebleven.

Begraving

De Neanderthaler is de eerste mens waarvan vastgesteld is dat hij zijn doden begroef. Soms gaat het duidelijk om familieleden die dichtbij elkaar begraven liggen. In de meeste graven werd de dode in slaappositie in een kuil gelegd. Soms werden er grafgiften bijgelegd. Niet zelden werden verbrandde dierenbeenderen, rode oker, vuurstenen werktuigen, hoorns van berggeiten,... aangetroffen in het graf zelf of in kuilen in de buurt van het skelet. In de Shanidar grot in Irak had men bloemen rondom het hoofd van de overledene gelegd. Door pollenanalyse uit te voeren op grondstalen die rondom de schedel genomen waren, kon men achterhalen om welke soorten bloemen het hier ging.

Denkwereld

Dat de Neanderthaler zijn dode medemens begroef staat ondertussen vast. De rituelen die hiermee gepaard gingen of het spiritueel leven blijven ons echter onbekend. We zien alleen dat er bij de begraving veel zorg werd gedragen voor de dode en dat de mens zich dus wel degelijk bewust was van leven en dood.

Verschillende veronderstellingen over het denken van de Neanderthaler werden al geformuleerd, maar echte bewijzen zijn natuurlijk moeilijk terug te vinden in de beperkte archeologische resten.

Men kan bijvoorbeeld vermoeden dat er een soort "berencultus" bestaan heeft door de resultaten van de opgravingen in Drachenloch (Zwitserland). Daar trof men een kuil aan die gevuld was met schedels van beren en die afgedekt was met een massieve steen. Ook in Regourdou (Frankrijk) was een jonge man begraven samen met resten van een bruine beer.

Leefwijze

De Neanderthaler was een jager-verzamelaar, die voornamelijk vlees at, maar ook fruit, wilde granen en zelfs bladeren verorberde. Wat hij at, was afhankelijk van het klimaat waarin hij leefde.

Op de Neanderthalersite in Veldwezelt, bij Lanaken, vonden de archeologen botten en tanden van dieren die typisch zijn voor steppegebied. Het gaat voornamelijk om grote herbivoren zoals het paard, de wolharige neushoorn en de steppebison. Zij kwamen hier vermoedelijk in de zomer het graslandschap opzoeken, waar ook hun jagers, de holenleeuw en de holenhyena, leefden.

Daarnaast vond men ook beenderen van de mammoet, het rendier en de poolvos. Dit zijn dieren die thuis horen in een kouder klimaat en waarschijnlijk enkel in de koude winters in Vlaanderen konden leven. Al deze dieren konden een mogelijke prooi geweest zijn voor de mens, maar bewijzen hiervoor zijn er nog niet gevonden in Veldwezelt. Sites in het buitenland kunnen ons meer vertellen over de jachtmethoden van de Neanderthaler.

Hij doodde zijn prooien van op korte afstand met houten speren waarop hij vuurstenen spitsen had bevestigd of door de kuddes in een val te drijven. In La Quina (Frankrijk) bijvoorbeeld werden beenderen gevonden van schapen, paarden en rendieren,... onderaan een steile klif. Om de dieren naar deze dodelijke val te jagen moeten verschillende mensen hebben samengewerkt. Door zich zo als groep te organiseren in de jacht konden ze zich meten met de grote dieren uit die tijd. Omdat de kuddes van de ene streek naar de andere trokken met het wisselen van de seizoenen, was de mens genoodzaakt zich mee te verplaatsen en in tijdelijke kampen te wonen.

Hoe het dagelijkse leven in zo een Neanderthaler kamp er precies uitzag blijft nog hypothetisch. Waarschijnlijk leefden de Neanderthalers in groepen of 'clans' tot 50 personen, waarin ze voor elkaar zorgden, hun doden begroeven en de huishoudelijke taken verdeelden. Maar of de Neanderthalers daarom ook al een taal beheersten, waarmeeze konden communiceren, blijft nog een twistpunt onder de wetenschappers.

Sommigen beweren zelfs dat de Neanderthalers kannibalen waren. Menselijke schedels en beenderen die opengebroken waren maar waar geen kauwsporen van dieren opzaten deden dit vermoeden rijzen. Het zou even goed kunnen dat de beenderen beschadigd werden tijdens de begravingsrituelen waarover we niets weten.

Andere vondsten laten een meer zorgzame Neanderthaler zien. Onderzoek van de skeletresten uit de Shanidar grot (Irak) wees immers uit dat de man die er begraven lag, gedeeltelijk blind was en een geamputeerde arm had die goed genezen was. Het kan dus niet anders dat deze man tot aan zijn dood verzorgd werd door leden van de groep.

ons land - focus

 

Paleolithicum - Algemeen
Oude en Midden-Paleolithicum
Jong Paleolithicum
Home
           
banner
Vergelijking anatomie neanderthaler - moderne mens