Jong Paleolithicum (35.000 jaar geleden tot 14.000 jaar geleden)

De Mens

Tijdens het Jong-Paleolithicum verscheen in Europa de Homo Sapiens. De vroege Homo Sapiens in Europa noemt men ook wel "Cro-Magnon mens" naar het skelet dat gevonden werd in de Cro-Magnon grot (Frankrijk).

Hij verschilt van de Homo Neanderthalensis door zijn lichtere bouw. Zijn gelaat is minder vooruitspringend. Hij heeft geen zware wenkbrauwbogen meer en zijn voorhoofd is hoger en ronder. Kortom hij zag er anatomisch hetzelfde uit als de moderne mens. De Homo Sapiens is dan ook de soort waartoe wij behoren.

Hoe hij in Europa terecht kwam, staat nog volop ter discussie in de wetenschappelijke wereld. Volgens de meest gangbare theorie is hij afkomstig uit Afrika (Out-of-Africa 2 theorie), waar hij vanaf 200.000 tot 100.000 jaar geleden evolueerde uit een locale soort mensachtigen en zich van daaruit verspreidde over de ganse wereld, waar hij de oudere mensensoorten, zoals de Neanderthaler verving.

Een andere theorie is dat de moderne mens op verschillende plaatsen (Multiregionale theorie) geëvolueerd is uit de Homo Erectus of Homo Ergaster, die zich al eerder, zowat 1,8 miljoen jaar geleden, vanuit Afrika tot in Azië en Europa had verspreid (Out-of-Africa1 theorie).

Door het beendermateriaal, het archeologisch materiaal en de genetische gegevens te bestuderen tracht men de verschillende theorieën te staven of tegen te spreken. Maar tot nog toe blijft de discussie voortduren.

Artefacten

Werktuigen

Technologisch gezien werd met het Jong Paleolithicum veel vooruitgang geboekt op zeer korte tijd. Het lijkt erop dat de mens meer gericht te werk ging in het maken van zijn werktuigen en meer economisch omging met grondstof. Het waren voornamelijk geavanceerde jachtwapens die hij maakte, maar andere instrumenten komen ook voor.

Het algemeen gebruik van langwerpige klingen zorgde voor een enorme besparing in grondstof. Want uit eenzelfde silexknol, konden veel meer snijvlakken bekomen worden als men klingen afsloeg dan wanneer men andere afslagen produceerde. Door deze techniek te gebruiken waren de werktuigen ook allemaal vrij uniform.

Ten opzichte van de vorige periodes waren er niet alleen meer werktuigen, maar waren ze ook meer gespecialiseerd. Typische jong-paleolithische werktuigen zijn o.a. de boren en stekers voor het bewerken van been en gewei, spitsen die als speerpunt gebruikt werden en later ook microlieten die dienst deden als weerhaken... .

Archeologen zien in het archeologisch materiaal van Europa ook duidelijke regionale verschillen. In de vorige periodes was dat minder het geval, want toen leken de werktuigen overal sterk op elkaar.

Dat de mens wel degelijk bedachtzamer omging met zijn grondstof blijkt ook uit het feit dat hij juist die plaatsen opzocht waar vuursteen voorradig en makkelijk te ontginnen was, zoals bijvoorbeeld in Kanne, de enige gekende site uit het Jong-Paleolithicum in Vlaanderen. Op andere plaatsen blijkt zelfs dat de mens in staat was heel intensieve en complexe ontginningen te verrichten. In Nazlet Khater (Egypte) is nog een waar netwerk van mijngangen bewaard gebleven.

Naast steen werden ook andere materialen bewerkt. Been en ivoor werd vanaf nu verwerkt tot gestandaardiseerde naalden, spatels, harpoenen, speerdrijvers, commandostaven,... .

Kunst

Terwijl de kunst van de vroegere culturen grotendeels onbekend is, omdat ze waarschijnlijk vergankelijker was (bv. beschilderde huiden...), kennen we van het Jong Paleolithicum enorm veel kunstvoorwerpen van de mens. Zowel kleinkunstobjecten als wandversieringen van grotten zijn goed bewaard gebleven en tonen ons een variëteit aan stijlen. Vaak gaat het om dieren en menselijke figuren die worden voorgesteld, maar ook meer abstracte motieven komen voor.

Van de vele kleinkunstobjecten zijn de vrouwenbeeldjes wellicht het bekendst. Denk maar aan de "Venus van Willendorf" (Oostenrijk) en de "Venus van Laussel" (Frankrijk). Zij stellen figuren voor met uitgesproken vrouwelijke kenmerken.

In de grottenkunst zien we naast voorstellingen van mensen ook afbeeldingen van dieren en abstracte motieven. Beroemde voorbeelden hiervan zijn de grotschilderingen van Lascaux (Frankrijk) en Altamira (Spanje).

Ook in de grotten van de Maasvallei zijn tal van kunstobjecten teruggevonden die dateren uit het Jong Paleolithicum. Mooie stukken zijn o.a. het halssnoer van paardentanden uit de Grotte de Hoyet (Mozet), het antropomorfe beeldje in ivoor uit de Trou Magritte, de gravures in gewei en de stenen plaquette uit de Trou de Challeux... .

Grotschilderingen zijn niet gekend in België.

Bewoning

De woningen van het Jong-Paleolithicum waren zeer divers en afhankelijk van streek, klimaat en tradities. In Oekraïne (bv. Mezhirich) vonden archeologen hutten die gebouwd waren uit mammoetbeenderen net zoals in het Midden-Paleolithicum. In Frankrijk (bv. Pincevent) werden dan weer sporen van tenten uit hout opgegraven. Al deze constructies waren waarschijnlijk overdekt met dierenhuiden.

Van echte bewoning in Vlaanderen gedurende het Jong-Paleolithicum kunnen we moeilijk spreken, want de enige site die we kennen is Kanne. Deze plaats werd waarschijnlijk bezocht omwille van de vuursteen die er in de valleien aan het oppervlak lag. Ook Orp werd om diezelfde reden bezocht.

In Wallonië, langs de Maas, zijn wel vele grotsites en abri's gekend en bestudeerd, zoals bv. De Walou-grot in Trooz; de Trou-Magritte bij Pont-à-Lesse; de Trou Chaleux in Namen. En ook op de leemplateaus van Midden-België (bv. Maisières) treffen we jong-paleolithisch materiaal aan.

Begraving

Net zoals de Neanderthaler besteedde ook de jong-paleolithische mens veel aandacht aan de begraving van zijn doden.

Vooral de graven van Sungir in Rusland werpen een licht op de gebruiken die er werden toegepast.

De vijf lichamen die hier werden opgegraven lagen op hun rug begraven met een enorme hoeveelheid grafgiften. Naast de duizenden ivoren kralen en doorboorde tanden die als versiering op de ondertussen vergane kledij waren genaaid, lagen er ook hangers en armbanden uit ivoor, borstplaten, stenen dolken en pijlen, speren, zelfs een lans van 2,4 meter lang die was gemaakt uit een mammoettand, en nog veel meer objecten.

Omdat de grafgiften hier lijken te verschillen naargelang het geslacht en de leeftijd van de dode, gaat men ervan uit dat er in die tijd al een zekere sociale indeling van de bevolking was.

Denkwereld

Met het verschijnen van kunst in het archeologisch materiaal van het Jong Paleolithicum, gaan archeologen zich ook vragen beginnen stellen over de ideeën die achter deze expressies schuil gingen.

Wat de beeldjes zoals de "Venus van Willendorf" betreft, kunnen we wel stellen dat het in die tijd een veelvoorkomende weergave was van een vrouwelijk figuur. Van Frankrijk tot Rusland komen soortgelijke beeldjes voor waarvan de vrouwelijke kenmerken sterk geaccentueerd waren.

Waarschijnlijk zal hier wel degelijk met het idee van vruchtbaarheid gespeeld zijn. Maar of deze figurines echt dienst deden als beelden van moedergodinnen waaraan de mens magische krachten toekende, blijft echter een raadsel. Het zou evengoed kunnen dat de beeldjes vruchtbaarheidsamuletten waren voor de prehistorische vrouw.

Hetzelfde geldt voor de grotschilderingen. Wat de eigenlijke bedoeling was van de figuren die op de rotswanden werden geschilderd kunnen we moeilijk achterhalen. De ene beweert dat het een magisch ritueel was om een goede jacht te beginnen. De anderen, zoals de wetenschapper Leroi-Gourhan, zien er eerder een wisselwerking in van tegengestelde en aanvullende symbolen, te vergelijken met het mannelijke en het vrouwelijke aspect.

ons land - focus

 

Paleolithicum - Algemeen
Oude en Midden-Paleolithicum
Jong Paleolithicum
Home
           
banner
Vergelijking anatomie neanderthaler - moderne mens