ons land - focus

 

Neolithicum - Algemeen
Trechterbeker vs. Seine-Oise-Marne
Culturen in Vlaanderen
Home

Trechterbekercultuur (Nederland, Duitsland en Denemarken) vs. Seine-Oise-Marne-cultuur (Frankrijk en België)

           
banner
Gereedschap uit het Neolithicum

Trechterbekercultuur (ca. 4500 v. Chr. tot 2700 v. Chr.)

De trechterbekercultuur is een cultuur in het neolithicum van ca. 4500 v. Chr. tot 2800/2700 v. Chr.

Leefgebied

Verspreidingsgebied Trechterbekercultuur

De naam trechterbekercultuur is een verzamelnaam. Er was een groot aantal met elkaar verwante gemeenschappen in de Nieuwe Steentijd of het neolithicum, wonend in het gebied vanaf zuidelijk Scandinavië en noordelijk Europa (vanaf Nederland tot aan het huidige Oekraïne).

(Hiernaast: verspreidingsgebied Trechterbekercultuur (TRB) en aanverwante culturen).

De Nederlandse tak maakte deel uit van de Westgroep. Deze groep liet de hunebedden achter in zijn leefgebied, het huide Drenthe en het aangrenzende Nedersaksen. In de hunebedden zijn trechtervormige keramische bekers gevonden.

De mensen die deel uitmaakten van deze cultuur leefden op de zandgronden van Friesland en Drenthe. Een vergelijkbare cultuur is ook te vinden in Noord-Duitsland, Denemarken en in delen van Noorwegen en Zweden.

De voorganger van de trechterbekercultuur was de Ertebøllecultuur, genoemd naar het Deense Ertebølle, en de hieraan verwante Swifterbantcultuur. Die mensen waren nog jager-verzamelaars, terwijl de dragers van de trechterbekercultuur landbouw beoefenden. De trechterbekercultuur werd opgevolgd door de touwbekercultuur.

Keramiek

Beker uit tunnelgraf

Het keramiek van de trechterbekercultuur werd vooral van klei gemaakt en wel in een aantal kenmerken vormen.

De standvoetbeker is een bloemvaasvormige kleien beker. Andere vormen lijken op emmers, manden, kommen, schalen, kraaghalsflesjes en zuigflesjes.

(Hiernaast: Beker uit een tunnelgraf in Skåne, Zweden).

Gereedschap

Neolithische bijl

Het gevonden gereedschap was vaak gemaakt van steen en hout, zoals gepolijste stenen hamers en hamerbijlen met doorboringen voor bevestiging aan een steel. De hamers met doorboringen die in Noordoost-Nederland zijn gevonden behoren tot de typologie strijdhamercultuur.

In het Drents Museum in Assen is een apparaat te zien dat men mogelijk gebruikte om de gaten mee te boren in het steen. De bijlen en speerpunten waren niet erg scherp.

Er zijn aanwijzingen dat er handel werd gedreven met naburige volken uit Sleeswijk en Denemarken.

(Hiernaast: Een bijl uit Närke, Zweden).

Landbouw

De boeren verbouwden eenkoorn en emmertarwe op de kleine akkers die rond hun huis lagen. Voor het zware werk gebruikten ze trekossen. De veestapel bestond uit runderen, schapen, varkens en geiten, die graasden in een afgebakend stuk grond rondom hun woning. Het - in Nederland - oudste gevonden wiel dateert van ongeveer 2400 v. Chr., dus werd voor zover men weet nog niet gebruikt door deze cultuur.

De mensen van de trechterbekercultuur waren gemiddeld 1,65 meter lang en werden over het algemeen niet veel ouder dan 35 of 40 jaar. Ze leefden in boerderijen waarin ze konden staan. Anderen leefden in hutten met een houten skelet. De muren hiervan waren van leem met gevlochten takken en er lag riet op het dak. Hun doden begroeven ze in hunebedden. Er zijn aanwijzingen dat men als afscheid een groot feest hield, waarvan de restanten werden meebegraven. Verder werden de botten gesorteerd neergelegd in de hunebedden; schedels bij schedels en bv. dijbenen bij dijbenen. Een andere bijzondere eigenschap van deze cultuur was, dat men de dode een tijd in huis liet liggen (in een aparte kamer) voordat deze werd begraven/bijgezet. De gevonden tuitbekertjes duidden erop dat men extra zorg besteedde aan zuigelingen en/of ouderen.

Vindplaatsen

In Drenthe liggen 54 hunebedden uit die tijd, en een groot aantal grafheuvels en tombes. Hier zijn ook vele aardewerkresten e.a. gevonden. De grafheuvels vindt men ook in o.a. Gelderland en Overijssel. In 2006 werden in de oude terp van Oostrum resten van de trechterbekercultuur aangetroffen, bestaande uit aardewerk en gebruikte vuursteen.

Seine-Oise-Marne-cultuur (4500 v. Chr. tot 2700 v. Chr.)

Algemeen

De Seine-Oise-Marne-cultuur (SOM) was een cultuur in het laat-neolithicum. De kern bevond zich in het Bekken van Parijs, maar ze had uitlopers tot in het noorden (in België: de vallei van de Maas en de Samber maar ook in mindere mate in Vlaanderen en Zuid-Nederland). De Ardennen lagen binnen een uitloper van het SOM-gebied maar buiten het gebied van de trechterbekercultuur (TRB)-gebied.

De Seine-Oise-Marne-cultuur kan (minimaal) ca. 2500 v. Chr. gesitueerd worden, maar de cultuur wordt meestal als een tijdsgenoot van de trechterbekercultuur gezien. Zo werd het graf van Stein (Limburg, Nederland) (ca. 2800 v. Chr.) en de dolmens bij Wéris (ca. 2900 v. Chr.) waarschijnlijk gebouwd door de Seine-Oise-Marne-cultuur.

Verspreiding

Verspreidingsgebied Seine-Oise-Marne-cultuur

(Verspreidingsgebied van de Seine-Oise-Marne-cultuur (rode cirkel)).

De Seine-Oise-Marne-cultuur is de meest zuidelijke Europese cultuur. De kern bevindt zich in het bekken van Parijs, maar de cultuur had uitlopers tot in het noorden. In België in de vallei van Samber en Maas maar ook tot in Vlaanderen en Zuid-Nederland. Er zijn echter maar zeer sporadisch vondsten gedaan in onze streken.

Grafcontexten

Grafcontexten zijn vrijwel de enige bron van informatie over deze cultuur. Er zijn drie vormen van begraven:

1. Megalietgraven

Allées couvertes (galerijgraven).

Grafsite 1 te Wéris

(Grafsite 1 te Wéris)

De bekendste megalietgraven van België zijn te vinden in Wéris op 2 locaties (benoemd als Wéris I en II). Wéris I is een volledig stenen constructie met een geplaveid voorportaal en een opstaande steen met een opening als toegang tot de centrale grafkamer. De grafkamer bestaat uit enkele orthostaten (rechtopstaande stenen, over het algemeen versierd, die de sokkel van een muur bekleden). Het geheel wordt afgesloten met één steen. Wéris II heeft hetzelfde concept als Wéris I: voorportaal, scheidingsplaat en grafkamer. Deze indeling is zeer typisch voor de megalietgraven van de zuidelijke culturen.

Verschil met de hunebedden van de trechterbekercultuur

De dolmen in België en Frankrijk zijn kleiner dan hun tegenhangers in Nederland, Duitsland en Denemarken. De ingang van de dolmen bevindt zich in de korte zijde in plaats van in de lange zuidelijke zijde zoals bij de hunebedden. In de dolmen is er slechts 1 grafkamer, bij hunebedden kunnen dit er meerdere zijn.

2. Grafgrotten

Grafgrotten werden herhaaldelijk gebruikt. Bij nieuwe bijzettingen werden de oude botten opzij gelegd.

Enkele bekende locaties waar grafgrotten werden teruggevonden in België zijn:

Trou du Frontal te Furfooz

 

(Hiernaast: "Le Trou du Frontal" in Furfooz).

Problemen werden er ondervonden bij de datering van deze graven. Vroeger werden dateringen gedaan op basis van grafgiften, maar die waren niet erg talrijk. Na vondsten van slechts enkele graven met aardewerk werd de lijn doorgetrokken naar alle gelijkaardige graven uit de regio (ze

werden alle beschouwd als contexten van de Seine-Oise-Marne-cultuur).

Nu wordt door middel van 14C gedateerd. Hieruit blijkt dat er reeds in het Vroeg-Mesolithicum mensen in grafgrotten werden begraven. Niet alle grotten behoorden dus toe aan de Seine-Oise-Marne-cultuur.

Het deponeren van de doden was zeer uiteenlopend:

Bot met pijlpunt (Grotte Bibiche te Dinant)

 

 

(Hiernaast: een bot met pijlpunt gevonden in de Grotte Bibiche te Dinant).

 

3. Marchets

Marchet uit de Famennestreek

(Hierboven: Marchet in de Famennestreek).

Marchets bevinden zich voornamelijk in de Famennestreek. Het zijn grafheuvels die zijn opgebouwd uit stenen in plaats van aarde. Het dateren van deze graven is zeer moeilijk omdat er nauwelijks grafgriften of bijzettingen werden gevonden. Men weet echter wel dat dit type van graven ook nog gebruikt werd in het brons- en ijzertijdperk.

Menhirs

Menhirs komen voornamelijk in Wallonië voor en dan vooral in Luxemburg. In Wéris staan ook menhirs. Hier staan ze in een as met de galerijgraven (dolmen). De betekenis van menhirs is nooit met zekerheid achterhaald.

Aardewerk

Het aardewerk van deze cultuur is grof en dikwandig. Door de slechte bakking worden er nu meestal enkel scherven teruggevonden. De vormen zijn rudimentair (met een S-vormig profiel of met een zware bodem). Versieringen werden niet aangebracht.