Algemeen
Inleiding en geschiedenis
Van graankorrel naar glas
Kiezen, bewaren, serveren en genieten
Bierstijlen
De Belgische Bierdatabank
Andere brouwnaties
Woordenlijst
Home
 
          
banner
Bierpul

Inleiding: België - Bierland bij uitstek

Dat België wereldwijde erkenning geniet als bierland, danken we aan oneindig veel factoren. Onze rijke brouwerstraditie, de unieke gistingsmethoden, de ambachtelijke vaardigheden van onze brouwers, het feit dat hun creativiteit nooit werd afgeremd door het Duitse Reinheitsgebot, de aanwezigheid van de juiste natuurlijke grondstoffen, de strategische ligging van ons land, de doorbraak van het internet en de enorme passie waarmee brouwers inspelen op de sterk toegenomen hang bij de consument naar alles wat authenticiteit uitstraalt: al deze elementen helpen stuk voor stuk mee te verklaren dat het Belgische bier een van de pijlers is die het imago van ons land in het buitenland hoog helpen houden.

Belgisch bier wordt vaak in één adem genoemd met Belgische chocolade, witlof en frieten als dé producten die tonen waar België voor staat. Bier is zelfs zo'n sterk aspect van het merk 'België' dat politici op recepties voor buitenlandse gasten graag bier schenken. In het vervolg van dit hoofdstuk staan we daarom graag even stil bij de uiteenlopende en soms verrassende redenen die van ons kleine koninkrijk aan de Noordzee het bierland bij uitstek maken.

Een lange geschiedenis

Bier is de oudste en populairste alcoholische drank ter wereld. Het eerste bier zou al gebrouwen zijn rond 6000 voor Christus: in Mesopotamië, de streek aan de Tigris en de Eufraat, waar nu Irak ligt. Bij opgravingen zijn immers stenen platen gevonden met primitieve afbeeldingen van een brouwproces.

Absoluut zeker is dat de Egyptenaren het brouwen van bier goed onder de knie hadden. Bier was in Egypte een drank waarmee plengoffers werden gebracht. Uit diverse historische bronnen blijkt dat er omstreeks 2000 voor Christus in Egypte al veertien verschillende biersoorten werden gebrouwen. Burgers mochten toen zo'n twee liter bier per dag drinken. Voor brouwers golden ook toen al strenge regels: brouwers die bier van slechte kwaliteit leverden, liepen naar verluidt het risico in hun eigen bier te worden verdronken.

BERA

Deze brouwsels werden toen wel nog niet 'bier' genoemd. Het is onzeker waar de naam precies vandaan komt, maar meestal draagt men als verklaring het Latijnse 'bibere' aan, wat 'drinken' betekent. Van Dale wijst als etymologische oorsprong naar het Latijnse woordje 'bera'.

Specialisten zijn het er alvast over eens dat deze naam dateert uit de middeleeuwen, een periode waarin bier en onze regio voor het eerst nadrukkelijk met elkaar geassocieerd raakten omdat heel wat kloosters aan het brouwen sloegen. Het gerstenat kreeg op die manier een goddelijke status, temeer omdat het drinken ervan een duidelijk positieve invloed had op de gezondheid. Mensen werden minder vaak ziek.

In de zeventiende eeuw kregen onze regio's er een groot aantal biersoorten bij. Deze kenmerkten zich door de gebruikte ingrediënten en de kwaliteit van het water. De kleine brouwerijen floreerden, maar de Franse Revolutie bracht daar verandering in. Ze maakte niet alleen een einde aan de tot dan bloeiende brouwersgilde, maar verwoestte ook veel kloosters en abdijen, waardoor er een einde kwam aan heel wat brouwersactiviteiten.

Toen Napoleon enkele jaren later de macht greep, kwamen de brouwersactiviteiten - gelukkig - weer meer dan ooit tot leven. De economie raakte over het algemeen in haar geheel uit het slop. En initiatiefnemers buiten de kloosters zagen in dat het brouwen van een drank die door iedereen geliefd is, niet alleen het antwoord is op een duidelijke behoefte, maar daarnaast zeker ook een lucratieve bezigheid kan zijn.

Pasteur en gist

Aan het einde van de negentiende eeuw deed Louis Pasteur heel wat ontdekkingen op het vlak van het gisten en conserveren van voedsel via pasteurisatie. Dit zorgde ervoor dat de brouwerijen een nieuwe weg konden inslaan. De verschillende gistsoorten, die allemaal resulteerden in een eigen smaak, inspireerden honderden brouwers om hun eigen bier te brouwen, elk met zijn eigen specifieke smaak. Rond 1900 waren er in ons land een kleine 3250 brouwerijen, met brouwerij Wielemans-Ceuppens in Vorst als vaandeldrager. Die had immers de naam de grootste en modernste brouwerij van heel Europa te zijn.

Al drinkend naar de stembus

Het indrukwekkende aantal brouwerijen in die dagen had ook een politieke reden: in heel wat dorpen was de lokale burgemeester eigenaar van de brouwerij. Zoals de liefde van de man door de maag gaat, waren de toenmalige brouwers ervan overtuigd dat de liefde van het kiezerspubliek - dat toen nog uitsluitend uit mannen bestond, aangezien het algemeen stemrecht voor vrouwen pas in 1948 werd ingevoerd - door het keelgat ging.

De politieke strijd tussen katholieken en liberalen gaf aanleiding tot wat we bijna een wildgroei van brouwerijen kunnen noemen. Als de brouwer katholiek was, kon de liberale tegenkandidaat voor het burgemeesterschap alleen maar voldoende tegenwind bieden als hij zelf ook met een brouwerij begon. Veel Vlaamse dorpen hadden daardoor twee brouwerijen, die een felle concurrentiestrijd leverden. En het is bekend dat concurrentie de creativiteit aanscherpt.

Een pluspunt was dat de Belgische brouwerijen, in tegenstelling tot de Duitse, niet gehinderd werden door het uit 1516 daterende Duitse Reinheitsgebot. Die verordening bepaalde dat alle bier voortaan alleen nog gemaakt mocht worden met gerst, hop en water. De Belgische brouwerijen kwamen daardoor steeds met nieuwe en betere smaken op de proppen in de hoop zo kiezers voor hen te winnen en uiteindelijk de macht te krijgen in het dorp. Zo ontstond de op zich toch wel wat absurde situatie dat een dorp met amper vijfhonderd inwoners tien verschillende bieren had.

Deze traditie is uniek in de wereld en de biercultuur heeft zich op die manier ten volle kunnen ontwikkelen. Uiteraard hebben de economische ontwikkelingen naderhand voor een stevige consolidatie gezorgd. Net zoals er in de meeste dorpen nu maar enkele cafés meer overblijven van de vele tientallen die er vroeger waren, slonk op een gegeven ogenblik ook het aantal brouwerijen drastisch.

Een diepgewortelde biercultuur

Veel ambachtelijke brouwerijen gingen na verloop van tijd over in handen van industriële groepen, maar er zijn altijd mensen gebleven die zich daar niet klakkeloos bij neerlegden en die er alles aan deden om de ambachtelijke brouwerstradities in ere te houden. Op die manier zijn de traditionele lambiekbrouwers overeind gebleven en zijn de typische Henegouwse saisonbieren erin geslaagd te overleven.

Grotere groepen van brouwers toonden bij het overnemen van kleinere brouwerijen meestal ook veel respect voor hun vakmanschap. De manier waarop Duvel Moortgat omgaat met het overgenomen Liefmans geeft bijvoorbeeld blijk van dit grote respect. De overnemer weet natuurlijk na de eerdere overname van onder meer de merken van de brouwerij Achouffe dat dit respect hem uiteindelijk geen windeieren legt. En ze hebben allemaal geleerd uit het onfortuinlijke avontuur van AB InBev, dat uit rationele overwegingen besliste om de productie van het Hoegaardse witbier over te brengen naar Jupille, maar daarna met de staart tussen de benen de productie weer naar zijn 'thuis' moest verhuizen.

Steeds meer passie voor het brouwen

Maar het blijft een vaststelling: de jongste vijftien jaar is er sprake van een dalend binnenlands bierverbruik. Dat we bij het eten steeds vaker wijn drinken, is daar zeker niet vreemd aan. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw gaan echter ook steeds meer mensen op vakantie naar het buitenland en ook daar leren we andere drank kennen, die we met zijn allen nu ook hier op café willen degusteren.

De tijd dat je voor een caipirinha de Braziliaanse zon moest opzoeken op het strand van Ipanema of voor een mojito naar Cuba moest afreizen, ligt lang achter ons. Tegenwoordig doen die cocktails het bier de nodige concurrentie aan, net als onder meer koffie en thee in al zijn verschillende soorten en het steeds ruimer wordende assortiment frisdranken - wie had dertig jaar geleden al van ice-tea gehoord?

Bovendien heeft het erg lang - lees: te lang - geduurd voordat de rijke biercultuur en het ruime assortiment bieren van hoogstaande kwaliteit het respect kregen dat ze verdienden. Gelukkig hebben het respect van de Britse bierkenner Michael Jackson (nee, niet de zanger) voor de Belgische bieren en de lyrische uitlatingen van buitenlandse kenners op het internet voor een kentering gezorgd.

Jaarlijks vloeit er nu miljoenen hectoliter bier uit de tanks, waarvan 60 procent zijn weg vindt naar Japan, India en de Verenigde Staten, terwijl de brouwerij in Europa klanten heeft in Nederland, Groot-Brittannië, Zweden, Finland, Denemarken, Italië, Oostenrijk en Frankrijk.

Er zijn tientallen brouwersverhalen te vertellen, zowel ten noorden als ten zuiden van de taalgrens. De passie van bierproevers die ervan dromen om bierbrouwers te worden, spreekt steeds meer mensen aan. Vooral omdat de praktijk deze dromers vaak ongelooflijk goed bevalt. Eén van de verhalen dat er uitspringt is dat van de stichters van brouwerij Achouffe, met de zogenaamde kabouterbieren La Chouffe, die hun geesteskind na een aantal jaren van succesvol brouwen voor behoorlijk wat centen konden verkopen aan de brouwerij Duvel Moortgat. Deze passie zorgt er in elk gaval voor dat België steeds nadrukkelijker op de kaart wordt gezet als bierland.

Cijfers uit 2011

bierproductie (in België): 18.570.828 HL
uitvoer (naar het buitenland): 11.091.129 HL
invoer (naar België): 1.094.217 HL
consumptie (in België): 8.573.916 HL
hoofdelijk verbruik (per belg/per jaar): 78 liter
aantal brouwerijen (in België): 123

(Deze cijfers zullen jaarlijks aangepast worden, momenteel zijn de cijfers van 2012 nog niet gekend).

Hang naar authenticiteit

Wat iedereen al een tijdje met zijn ellebogen aanvoelde, kreeg recent bevestiging in het rapport Intrends Europe nr. 1 van het marktonderzoekbureau Research International: de Europese consumenten focussen steeds meer op de authentieke oorsprong van producten. En dat komt de Belgische biersector sterk ten goede.

Het is de paradox van de huidige beleveniseconomie: hoe meer gekunsteld de wereld wordt, hoe meer de consument échte dingen wil - dingen die pakkend, persoonlijk en, bovenal, authentiek zijn. Als klanten het aanbod niet 'echt' genoeg vinden, krijgen winkeliers al snel het etiket 'nep' opgekleefd. Met omzetverlies als gevolg. Wat en waar de consument ook koopt, het is voor hem en haar van steeds groter belang dat zijn aankoop authentiek is. Dat komt op de meest extreme en onverwachte gebieden tot uiting: onlangs stond ergens te lezen dat zelfs fabrikanten van porno niet langer willen weten van fake, maar op zoek gaan naar echtheid.

Om deze trend kunnen brouwers met hun ambachtelijke brouwtechnieken en vakmanschap in elk geval niet rouwig zijn. Zij zijn als geen ander goed geplaatst om aan deze hang naar authenticiteit en duurzaamheid te voldoen, en hebben zo de sleutel naar de harten, de hoofden en de portemonnees van de klant in handen. De groeiende interesse in zuivere smaken, natuurlijke productie- en rijpingsmethodes en typsiche streekgerechten speelt alleen in hun voordeel.

In landen als Zweden en Denemarken, die nochtans sterk gericht waren op de Angelsaksische en Europese gewoontes, herontdekt men zo de Scandinavische keuken. Het Deense restaurant Noma, dat zich specialiseert in Scandinavische gerechten, haalt al enkele jaren zonder problemen de titel binnen van beste restaurant ter wereld. Steeds meer Europese streekproducten krijgen een herkomstbescherming. Denk maar aan de Spaanse Serranoham, de Engelse Stiltonkaas, de Napolitaanse pizza. En in ons land hebben de Geraardsbergse mattentaart en de lambiekbieren sinds enige tijd hun Europese erkenning op zak.

Ook de volkscafés worden in ere hersteld en steeds meer artisanale brouwers pikken een graantje mee van het feit dat mensen hun buik vol hebben van massaproductie en hun dorst vooral willen lessen met een lekker streekbiertje. Massamarketing slaat niet meer aan, mensen doorprikken veel sneller dan vroeger alles wat niet echt is. Dit speelt allemaal in op een hang naar veiligheid: traditionele producten die al eeuwenlang een bepaalde erkenning genieten, zijn het soms heel lokaal, bieden een ankerpunt voor consumenten in een wereld die aan grote veranderingen onderhevig is.

Daarnaast verhoogt de authenticiteit van een product zijn waarde. Het bier bijvoorbeeld krijgt een geschiedenis, een context. Dat zorgt ervoor dat de consument het ook beter begrijpt en dat hij het gebruik ervan op een intensievere manier beleeft. In een maatschappij waarin consumenten in wezen geen primaire behoeften meer hebben en dus geen materialistische redenen hebben om bepaalde producten te kopen, helpt de keuze voor het authentieke de 'schuld' verminderen, omdat het dan niet alleen meer om het consumeren draait, maar ook om de ontdekking en het genieten van een bijna teloorgegaan verleden. Dat de lambiekbrouwerijen uit het Pajottenland aan een revival bezig zijn, is dus geen toeval.

Het gevaar is natuurlijk dat kiezen voor authenticiteit de prijzen gaat opdrijven, zodat slechts een bepaalde elite duurzame en authentieke producten kan aanschaffen. Dat zou misschien de kansen van een aantal brouwers kunnen fnuiken, zeker nu consumenten geneigd zijn meer op hun centen te letten. Toch wordt die bedreiging wellicht gecompenseerd door het feit dat de behoefte aan authenticiteit nog nooit zo groot is geweest als nu. De kleine en grote brouwers zijn zich daar duidelijk van bewust.

De toenemende belangstelling voor de combinatie van bier en culinaire genoegens is een andere positieve trend. Bescheiden als Belgen zijn, zijn ook zij er altijd van overtuigd geweest dat de Franse keuken de beste is van Europa, hoewel de huzarenstukjes van sommige Belgische koks daar zeker niet voor moeten onderdoen. Steeds meer groeit nu het besef dat onze keuken er ook best mag zijn én dat bier drinken bij een lekkere maaltijd helemaal niet minderwaardig is. Een groeiend aantal chefs heeft zelfs ontdekt dat bier verwerken in gerechten zeker de moeite is.

Unieke methoden

België is het enige land waar men nog brouwt volgens de vier gistingswijzen. De brouwerij Palm noemt zichzelf zelfs de enige brouwerij ter wereld die deze vier gistingsprocessen nog volop hanteert. Om dat te verduidelijken moeten we even stil staan bij de manier waarop bier gemaakt wordt.

Dit edele vocht wordt gemaakt uit zetmeel, dat onder andere in aardappelen en alle granen zit. Het basisbestanddeel van bier is meestal gerst. Door de gerst vochtig te maken, gaat die kiemen. De gekiemde gerst noemt men mout. De brouwer mengt de mout met water tot een pap. Dat is het zogenaamde beslag, dat hij dan opwarmt. Op die manier wordt het zetmeel uit de gerst afgebroken tot suikers. De pap wordt dan gefilterd zodat al het vaste materiaal afkomstig van de mout verdwijnt. Het wort - de substantie die overblijft - gaat naar de brouwketels en wordt daar anderhalf uur gekookt samen met de hop, die het bier uiteindelijk zijn smaak geeft, maar die ook wordt toegevoegd omwille van zijn conserverende eigenschappen. Dan filtert de brouwer de hopresten weg en gaat het wort naar de gisttanken, waar de gist de suikers omzet in alcohol en koolzuurgas. Het bier gist een week lang en moet dan nog drie weken rijpen. Pas na een maand is het bier drinkbaar.

BELGIË HOPLAND

De prachtige hopranken in de streek van Poperinge reiken tot acht meter hoog in het hoogseizoen. De hopoogst is vandaag een peulenschil van wat ooit een rijke Belgische hopnijverheid was. Een handjevol hopboeren draagt de ganse sector.

Dat hopteelt in België mogelijk is, komt door zijn unieke geografische ligging. Hop kan enkel gedijen in gebieden tussen de 35e en 55e breedtegraad. Dit heeft te maken met de stand van de zon. Naast Poperinge heeft België nog een tweede hopregio, de provinciegrensstreek Asse-Aalst. Hier zijn nog minder hopboeren actief. Er gaan stemmen op om de hopteelt hier te beschermen als streekproduct.

Net als wijn, brood, kaas en sauzen is bier dus voor een groot stuk afhankelijk van het micro-organisme gist. De gist consumeert suikers en zet deze om in alcohol en koolzuur. Zonder gist zou wijn druivensap zijn en bier gerstwater.

De eerste wijnmakers wisten niet dat hun werk mogelijk werd gemaakt door de gist op de huid van hun druiven. Ook biermakers begrepen niet dat hun wort tijdens het afkoelen de aandacht trok van in de lucht aanwezige gisten. Deze methode - de spontane gisting - wordt nog toegepast door brouwers van pappige traditionele bieren, gemaakt van inheemse granen, wortels en sappen in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. De spontane gisting kenmerkt ook de lambiekbieren.

Bier van hoge gisting krijg je met gist die op relatief hoge temperatuur en gedurende een korte tijd gaat gisten. Dit is bier van het type speciale, trappist, stout of ale. Deze methode met hoge gisting ontstond voordat een kunstmatige koeling mogelijk was. De gist wordt in dit geval in kuipen gebracht bij een omgevingstemperatuur van ongeveer 15 graden.

Dat het relatief lang duurde voordat brouwers erin slaagden om de zo populaire bieren van lage gisting te maken, kwam doordat ze de invloed van het klimaat en de temperatuur op het gistingsproces moeilijk konden inschatten. Volgens bierpaus Michael Jackson wisten brouwers in de streek rond München al in de vijftiende eeuw dat een voorraad bier die was opgeslagen in ijskoude grotten in de uitlopers van de Alpen, gedurende de hele warme Beierse zomer goed bleef. Zij wisten alleen niet hoe dat kwam. Pas later ontdekten ze dat de koude geen gastvrije omgeving vormde voor de wilde gisten, en dat de al in de kuip aanwezige gist door de kou naar de bodem zakte waardoor hij niet kon kruisen met indringers. Na de uitvinding van het kunstmatige koelen was het hek voor de lage gisting helemaal van de dam.

Bieren van gemengde gisting ten slotte zijn het resultaat van de combinatie van hoge gisting en bacteriële flora die organische zuren en hogere alcoholen omzetten in esters. Typische bieren van gemengde gisting zijn de Vlaamse 'rode' bieren, zoals Rodenbach.

Het unieke besef dat in een klein landje als België de vier gistingswijzen nog altijd worden toegepast heeft het respect voor ons land als bierland alleen maar doen toenemen. Dit heeft immers geleid tot een grote variëteit aan biersoorten met uiteenlopende alcoholpercentages, van lichte doordrinkbieren tot behoorlijk zware degustatiebieren.

GEZOND!

Niet onbelangrijk is dat steeds meer gezondheidsspecialisten verwijzen naar het feit dat bier, bij matig gebruik, een gezond product is. Bier bestaat immers uit een combinatie van vier natuurlijke grondstoffen: gekiemde gerst, hop, gist en water. In bier zit geen enkele stof die de toxische drempel overstijgt. Het bevat veel mineralen en vitaminen, en is dus eigenlijk een vloeibaar voedingsmiddel. Het bevat ook weinig zout en veel magnesium, wat positief is tegen hartaandoeningen en gal- en nierstenen. Daar komt nog bij dat hop een aantal medicinale eigenschappen heeft. Zo zou het een perfect kalmeermiddel zijn tegen toestanden van onrust, angst en slaapstoornissen van nerveuze aard. Wie heeft daar in deze drukke tijden al niet eens behoefte aan?

Het wereldwijde net

Zonder het internet hadden de befaamde Struise Brouwers hun artisanaal gebrouwen bieren niet op de wereldkaart kunnen zetten. Probeer het maar eens uit: een zoekopdracht naar 'Belgian Beer' levert op Google maar liefst 5.850.000 verwijzingen op. Met andere woorden, de reputatie van ons gerstenat heeft zich dankzij het wereldwijde web als een olievlek uitgebreid.

In combinatie met de vaststelling dat de verkoop via het internet in weerwil van de crisis in de lift blijft zitten, biedt dat de Belgische brouwers mooie perspectieven op.

© Uittreksels uit Tournée Générale - De geheimen van het Belgische Bier - Geert Degrande en Jaarrapport Belgian Brewers - www.belgianbrewers.be.