Geschiedenis
Bedreigd Werelderfgoed
Cultureel Werelderfgoed
Home
wereld - selected
          
banner
Slag bij Adowa. Op de foto het standbeeld van Keizer Menelik II boven op Mount Entoto.
Vlag Ethiopië

Officiële landstaal: Amhaars
Hoofdstad: Addis Abeba
Regeringsvorm: republiek
Religie: 63% Christelijk, 34% Islam, 3% Animisme
Oppervlakte: 1.104.300 km²
Inwoners: 85.237.338 (2009)
Inwoners / km²: 77,2 / km² (2009)
Munteenheid: Birr
Nationale feestdag: 28 mei
Volkslied: Whedefit Gesgeshi Woude Henate Ethiopia

Thumbnail vlag Ethiopië

01-03-1896 : Slag bij Adowa

Standbeeld van Keizer Menelik II boven op Mount Entoto

Op 10 maart 1889, stierf Keizer Yohannes van Ethiopië tijdens de Slag om Gallabat (Matemma). Met zijn laatste adem, verklaarde hij zijn natuurlijke zoon, Dejazmach Mengesha Yohannes, als zijn troonopvolger. Op 25 maart, nadat hij de dood van Yohannes vernam, verklaarde echter Negus Menelik zich als opvolger van Yohannes.

De opvolging werd dus betwist tussen Mengesha Yohannes van Tigray en Menelik van Shewa. Menelik argumenteerde dat de familie van Yohannes slechts in vrouwelijke lijn afstamde van Koning Solomon en de Koningin van Sheba, terwijl hijzelf een directe afstammeling was van de mannelijke lijn. Dit maakte de aanspraak van het Huis van Shewa minstens gelijkwaardig met de oudere Gondar lijn van de dynastie. Uiteindelijk wist Menelik zich te verzekeren van de steun van een groot aantal Ethiopische edellieden. Op 3 november 1889, werd Menelik gekroond als keizer van Ethiopië voor een massale menigte van vele dignitarissen en clerici. Hij werd gekroond door Abuna Mattewos, de Bisschop van Shewa, in de kerk van Maria op Mount Entoto.

De nieuwe ingehuldigde en gekroonde Keizer Menelik II maakte een snelle reis in het noorden van zijn land. Hij verkreeg daar verder de steun van lokale bevelhebbers in Lasta, Yejju, Gojjam, Welo en Begemder.

In april 1889, terwijl hij nog de troon betwistte tegen Mengesha Yohannes, had Menelik een overeenkomst getekend in Wuchale (Uccialli in het Italiaans) in de Wollo provincie, met Italië, waarin hij de oprichting van de nieuwe Italiaanse kolonie Eritrea aanvaardde, met hoofdzetel te Asmara. De kolonie was ervoor een republiek van verschillende districten onder de titel Medri-Bahri (Land van de Zee), en bestond uit Hamasien, Akele-Guzay en Seraye. Verder werd er ook naar gerefereerd als Merab Melash wat "Land over de Rivier" betekent. De rivier was de politieke grens die Medri-Bahri (heerser: Ras Woldeinkel) en Tigrai (heerser: Ras Mengesha) scheidden.

In de overeenkomst met Italië, vermeldde Keizer Menelik II in 1889 dat: "De gebieden ten noorden van de Merab Melash (Modern Eritrea) behoren niet tot mijn grondgebied en behoren ook niet tot mijn heerschappij. Ik ben de Keizer van Abessinië. Het land waar naar verwezen wordt als Eritrea, is niet bevolkt door Abessiniërs, maar wel door Adals, Bejas en Tigres. Abessinië zal haar grondgebied verdedigen maar zal niet vechten om andere landen te veroveren waarvan Eritrea bij mijn weten er een is."

Alzo tekende Menelik de Overeenkomst van Wuchale met de Italianen op 2 mei 1889. Al vlug echter ontstond er controverse over de interpretatie van artikel 17 van de overeenkomst. Terwijl de Amhaarse tekst stelt dat Menelik, als hij wenste, kon gebruik maken van de diensten van de Italiaanse authoriteiten als hij wilde communiceren met andere machten, stond in de Italiaanse versie dat dit verplicht was, waardoor Ethiopië in feite een protectoraat van Italië werd.

Het kwam echter al snel uit dat het enkel de Italiaanse versie van de overeenkomst was die Ethiopië onder het protectoraat van Italië plaatste, terwijl de Amhaarse versie dit niet deed. Keizer Menelik zwoer de Italiaanse versie onmiddellijk af en eiste dat de Italiaanse versie van de overeenkomst zou veranderd worden. Onderhandelingen mislukten echter, waardoor Menelik in het openbaar weigerde om de overeenkomst na te leven. Dit leidde tot de oorlogsverklaring van Italië aan Ethiopië, waarna ze een invasie deden vanuit Eritrea. Nadat ze de Italianen echter versloegen in Amba Alagi en Mekele, werd hen nog een grotere nederlaag aangedaan in de Slag om Adowa op 1 maart 1896, waar de Italianen gedwongen werden te capituleren. Een nieuwe overeenkomst werd getekend in Addis Abeba die de absolute soevereiniteit en onafhankelijkheid van Ethiopië erkende.