De mijncité

 

Typische tuinhuiswoningen in mijncité van Beringen
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Typische tuinhuiswoningen in de mijncité van Beringen. Deze woningen werden bewoond door de arbeiders van de mijn.

De mijnwerkerswijk van Beringen is gelegen aan de plaatselijke steenkoolmijn, een van de zeven steenkoolmijnen van het Kempense steenkoolbekken. Studies wezen in 1876 uit dat in de ondergrond van de provincie Limburg grote voorraden steenkool aanwezig waren. Zes proefboringen in 1902 en 1903 in Beverlo, Beringen, Koersel en Paal bevestigden dat. In 1906 werd een concessie verleend voor een gebied dat oorspronkelijk 4950 hectaren groot was en in 1954 werd uitgebreid tot 5271 hectaren. Vanaf 1959 werd ook steenkool gedolven in het nabijgelegen Kwaadmechelen. Vanaf 1922 werd steenkool boven gehaald van 727, 789 en 850 meter diepte. Vanaf 1933 arriveerden er arbeiders uit de Balkan en later uit Italië en Spanje. In 1963 kwamen de eerste Turken en Marokkanen aan. In 1948 bereikte de tewerkstelling haar maximum met 6796 mijnwerkers. Het beste productiejaar was 1956, met 886.000 ton. Aan het eind van de jaren vijftig kreeg steenkool echter concurrentie van goedkopere energiebronnen. Om de verliezen te beperken fuseerden de verschillende mijnen in 1967 in de NV Kempische Steenkoolmijnen, maar de mijnsluitingen waren uiteindelijk onvermijdelijk. In totaal bedroeg de productie van de mijn in Beringen 79.332.200 ton. Op 28 oktober 1989 werd de mijn gesloten. Op de terreinen werd het Vlaams Mijnmuseum opgezet. In augustus 2009 raakte bekend dat de steenkoolmijn een nieuwe bestemming krijgt, met respect voor de gebouwen en de machines. Het gaat om B-mine, een project met winkels, woningen en horecazaken.

Tegelijk met de mijn werd er een hele wijk rond gebouwd. In 1908 werd gestart met de bouw van huisjes, geïnspireerd op de Engelse tuinwijken. De hiërarchie binnen de mijn was duidelijk uitgewerkt: het kaderpersoneel beschikte over grotere huizen. De directeurswoning uit 1912, Het Kasteeltje, was omringd door een park van vijf hectaren. In het Melkhuisje kregen de mijnwerkers elke dag gratis melk tegen de gevreesde stoflong. Ook waren er winkels, een cultuurhuis, scholen en een ziekenhuis. De ploeg van de mijn, FC Beringen, speelde in een mooi stadion.

Het Vlaams Mijnmuseum organiseert rondleidingen door de zeer goed bewaard gebleven bovengrondse gebouwen van de mijn (de ondergrondse installaties zijn niet meer toegankelijk). In de ondergrondse ruimte van het museum is onder meer een pijler en een steengang gereconstrueerd. Interessant is zeker ook de maquette van het mijnterrein. Verder zijn er natuurwandelingen op de steenbergen (terrils) en kan een bezoek worden gebracht aan Sint-Theodarduskerk. Dat is een van de mooiste Limburgse mijnkathedralen, tussen 1939 en 1943 opgetrokken in Byzantijnse stijl. Ook de Fatih-moskee kan worden bezocht, die werd opgericht voor de vele buitenlandse mijnwerkers.

© Reisgids naar de geschiedenis van België, Sam Van Clemen.