De stad Bilzen

 

Satellietfoto van de stad Bilzen
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Algemene omschrijving

Bilzen is een stad en gemeente in Belgisch-Limburg gelegen ongeveer halfweg tussen Hasselt en Maastricht. De stad is de hoofdplaats van het kieskanton en het gerechtelijk kanton Bilzen en telt ruim 30.000 inwoners in 13 deelgemeenten, waarvan ongeveer een derde in Bilzen zelf woont. Ze is goed bereikbaar door haar ligging langs de autosnelweg E313, het Albertkanaal, en de spoorlijn tussen Hasselt en Luik. Bilzen grenst in het westen aan Hoeselt, in het noordwesten aan Diepenbeek, in het noorden aan Genk en Zutendaal, in het oosten aan Lanaken en in het zuiden aan Riemst.

Bilzen ligt net op de grens van de Kempen met Haspengouw. Het stadscentrum, Beverst en delen van Rijkhoven zijn gelegen in de Demervallei. Ten zuidoosten van de Demer heeft het landschap een typisch Haspengouws glooiend uitzicht.

Naast Bilzen zelf liggen in de gemeente nog de deelgemeenten Beverst, Eigenbilzen, Grote-Spouwen, Hoelbeek, Hees, Kleine-Spouwen, Martenslinde, Mopertingen, Munsterbilzen, Rosmeer, Rijkhoven en Waltwilder. Op het grondgebied van Beverst ligt nog het gehucht Schoonbeek, gescheiden van het centrum van Beverst door de Demer.

Bilzen tijdens de Oostenrijkse overheersing (1735) met zijn aarden omwalling.

Geschiedenis

Op het grondgebied van Beverst werden losse prehistorische vondsten gedaan, geen Gallo-Romeinse. Het middeleeuwse leen Beverst werd vroeg in tweeën gedeeld. Een deel hoorde toe aan de heren van Oerle, een ander deel aan de Lonse graaf. De heren stelden beurtelings de schepenbank aan en hielden hun schepenbank op verschillende plaatsen. In de praktijk werden beide delen door dezelfde heer in leen genomen, achtereenvolgens door de families de Velroux, van den Broeck en de Geloes. In 1683 werd de heerlijkheid verkocht aan Edmond Godfried Huyn von Bocholtz, landcommandeur van Alden Biesen. Beverst zou eigendom blijven van de Duitse Orde tot aan de Franse Revolutie. De schepenbank van Beverst was juridisch deels aan de binnenbank van Bilzen, met Luiks recht, en deels aan de buitenbank, met Loons recht, onderworpen. De gehuchten Holt, Laar en Schoonbeek hoorden toen nog bij de vrijheid Bilzen zelf, maar sinds 1878 horen ze bij Beverst. De Sint-Gertrudis bleef tot het einde van het ancien régime een kapelanie van Hoeselt. De tienden gingen naar het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Hoei. Pas in 1837 werd Beverst een onafhankelijke parochie waaronder ook Schoonbeek, Holt en Laar ressorteerden. Alden Biesen bezat grote landbouwbedrijven op het grondgebied van Beverst-Hoeselt, onder meer Comme en Damereis, dat een apart, onafhankelijk statuut bezat.

Vlak bij het leen Beverst lag de heerlijkheid Schoonbeek, al vermeld in het oudste goederenregister van Alden Biesen van 1280. Daniël van Scoenbeke is de eerst bekende leenman van 1333. De familie van Scoenbeke hield het domein in leen tot 1463. Vervolgens kwam het in handen van de families van Chiny, Thibouts, Cortenbach, Emerix, de Méan, de Preston, Renesse en nu de Grunne.

Archeologische vondsten in Bilzen zelf zijn zeldzaam. Enkele Romeinse resten in het stadscentrum en het gehucht Broekom wijzen op een beperkte bewoning. Vanaf de vroege middeleeuwen is de steile Borreberg de vestigingsplaats van Germaanse kolonisten. Het gebied behoorde tot het domein van het klooster van Munsterbilzen. Op de oost-westverbinding naar Maastricht en het Rijnland, en vermoedelijk ook op de oud-Romeinse verbinding Tongeren-Nijmegen, groeide Bilzen uit tot een versterkt dorp met enige handelsactiviteit. In 1070 werd de heerlijkheid Bilzen samen met Kolmont door de Loonse graaf Lodewijk I ingepalmd. Hij gaf privileges in ruil. Op de Borreberg in Bilzen zou in die periode een houten vesting gestaan hebben. In 1180 vernielde de Luikse prins-bisschop Rudolf van Zähringen Bilzen. De bevestiging van de stadsrechten kwam omstreeks 1386, toen Loon Luiks geworden was. Bilzen was toen een van de Goede Steden van het prinsbisdom Luik. Ondertussen was Bilzen volledig omwald. Een buitenbank sprak Loons recht voor alle gebieden buiten de muren én fungeerde als hof van beroep voor de regio. Binnen de muren werd voor de binnenbank volgens Luiks recht gevonnist. Bilzen heeft zich nooit kunnen profileren als markt- of ambachtenstad. De stadsmagistratuur bestond uit twee burgemeesters, twee gezworenen en twaalf gouverneurs, en een griffier. In het ancien régime was Bilzen ook de zetel van de drossaard. Bilzen heeft zijn deel van de oorlogsgruwelen wel gehad. In 1483 werd de stad in de Luikse successiestrijd tussen Willem van der Marck en Jan van Hornes volledig verwoest en ontmanteld. Het zou eeuwen duren eer Bilzen deze slag te boven kwam. De nabijheid van de vesting Maastricht bracht in de 16e en 17e eeuw plunderingen en vernielingen mee. Talloze inkwartieringen van vreemde troepen hielden een economische heropleving tegen. Tijdens de Franse Revolutie was Bilzen de hoofdplaats van een kanton. In de 19e eeuw verloor het stadje terrein aan Beverst en Rijkhoven. De spoorlijn Hasselt-Tongeren en de modernisering van de belangrijkste verbindingen met Hasselt, Maastricht en Tongeren lieten Bilzen herleven. De stad barstte uit haar middeleeuwse omwalling. De aanleg van de autoweg E313 maakte van Bilzen een aantrekkelijke gemeente van pendelaars. De abdij van Munsterbilzen stichtte de Sint-Mauritsparochie. Het patronaat en een deel van de tienden bleven tot aan de Franse Revolutie in handen van de abdis. In Bilzen werd in de 13e eeuw een begijnhof gesticht aan de Demer. De begijnhofkerk is verdwenen, samen met het grootste gedeelte van de woonhuisjes. Franciscanessen bouwden aan het einde van de 15e eeuw in de Kloosterstraat. In hun voormalige klooster vestigden zich in 1836 de Zusters van het Heilig Graf, die zich vooral op onderwijsvlak verdienstelijk gemaakt hebben. De rederijkerskamer de Veltbloem was erg actief.

In Eigenbilzen wijst de vondst van een neolithische vuurstenen bijl op prehistorische bewoning. Eigenbilzen is bekend om het vorstengraf uit de ijzertijd, in de 4e-5e eeuw voor Christus. Het graf werd in 1871 gevonden in de buurt van de Cannesberg. De gevonden voorwerpen, waaronder een bronzen Etruskische wijnkan en een gouden sierband, wijzen op handelsbetrekkingen met de mediterrane wereld. Op de Hommelenberg en in het Noterbos werden Romeinse grafsporen aangetroffen en op het Steenbergerveld dakpanfragmenten van een villa. In Noterbos werden Merovingische grafvoorwerpen gevonden. Vanaf de vroege middeleeuwen behoorde Eigenbilzen tot het uitgestrekte domein van de abdij van Munsterbilzen. In de 12e eeuw was het grootste deel van het dorp in wereldlijke handen geraakt. De graaf van Loon verwierf het leeuwendeel van de gemeente. Voor de leenzaal van Kuringen werd het dorp als grafelijk domein behandeld. Eigenbilzen was echter zo versnipperd over lenen, cijns- en laathoven, dat hier geen sprake kan zijn van een heerlijkheid. Pas in 1620 werd het dorp, samen met Gellik, in leen gegeven aan de familie Guillaume de Heusch. Van het voornemen een schepenbank op te richten kwam niets terecht. Tot aan de Franse Revolutie bleef Eigenbilzen onder de buitenbank van Bilzen ressorteren. In het noorden lag het uitgestrekte leengoed Haenenhof of Zangerije. Aert Haen, bekend in 1423, ligt aan de basis van dit uitgestrekte bezit, dat nog in vele toponiemen voortleeft. In 1558 verkocht Michiel Haenen het goed aan Jaspar van den Dijck, zanger in de Sint-Servaaskerk van Maastricht. Om die reden werd het Haenengoed tot Zangerije herdoopt. Vanaf het einde van de 16e eeuw kwam het goed in handen van de familie de Heusch. De Sint-Ursulaparochie was vanaf de 13e eeuw een dochterkerk van Gellik. De abdij van Munsterbilzen en die van Sinnich-Teuven enerzijds en de pastoors van Eigenbilzen en Gellik anderzijds verdeelden de tienden. De aanleg van de spoorweg leidde tot een sterke bevolkingsaangroei in de eerste helft van de 20e eeuw.

In Grote-Spouwen werden talloze vondsten uit de bandkeramische periode, de ijzertijd en de Gallo-Romeinse periode gedaan. Vooral aan de Riemsterweg op de grens met Vlijtingen en op een heuvel bij de kerk. Aan Paemen, bij de Kathedraalwinning, lag een tumulus die in de 18e of 19e eeuw afgegraven werd. De heerlijkheid Spouwen bestond als onafhankelijke entiteit voor het graafschap Loon gevormd was. De eerst bekende en wellicht enige heer was Godefridus van Spalden in 1096. Omstreeks 1100 werd Spalden door Loon ingepalmd. In de 13e eeuw duiken de heren van Gorsleeuw op als heren van Spouwen. Tot aan de Franse Revolutie zouden Grote-Spouwen en Gorsleeuw samen in leen genomen worden. Later kwam Grote-Spouwen achtereenvolgens in handen van het huis van Gelinden, tot 1436, van den Bosch, van 1436 tot 1649, van Bodbergen, van 1649 tot 1701, en de Copis tot 1794.

Grote-Spouwen bezat een van de oudste rechtbanken in de streek, ouder dan het graafschap Loon zelf. Vandaar het uitzonderlijke feit dat men hier de Luikse rechtspraak volgde en dat de schepenbank van Spouwen de doodstraf kon uitspreken. De galg op de Mensberg diende voor de uitvoering van de straf. Kort bij de grens met Vlijtingen stond een rad, waarop veroordeelden geradbraakt konden worden. Schout en schepenen vergaderden in de Franse Winning op het dorpsplein. Daar bevond zich ook de gevangenis.

Met uitzondering van een korte periode tijdens de Franse Revolutie is het gehucht Weert altijd een deel van Grote-Spouwen geweest. De fusie van 1971 voegde Grote- en Kleine Spouwen samen met Rijkhoven tot één gemeente. Bij de fusie van 1977 werd de gemeente in Groot-Bilzen opgenomen.

Het piepkleine Hees ligt in de buurt van de bandkeramische vindplaatsen van Rosmeer en Staberg. Aan de Tombe en de Grote Steenstraat werden sporen van Romeinse aanwezigheid gevonden. In de middeleeuwen vormde Hees een vrije rijksheerlijkheid, van oudsher eigendom van het Sint-Servaaskapittel van Maastricht. Met tien andere dorpen vormde Hees de 'elf banken' van Sint-Servaas. Het dorp was zowel bestuurlijk als rechterlijk aan de feodale heren onttrokken. In de 12e eeuw probeerde de Loonse graaf Hees in te palmen, maar keizer Barbarossa verhinderde die poging. Vanaf 1204 trad Jan I, hertog van Brabant, op als beschermheer. In 1632 namen de Hollanders Maastricht in, en vanaf 1638 trachtten de Staten-Generaal hier hun gezag te vestigen, wat hen in 1785 lukte. Kerkelijk bleef Hees afhankelijk van Sint-Servaas. Hees vormde pas in 1842 een afzonderlijke parochie. Gerechtelijk was Hees afhankelijk van de schepenbank van Vlijtingen. Op Hees lagen verschillende cijns- en laathoven, die vooral kerkelijk bezit waren. Ook kleinere brouwerijen en een molen, waar de molenaar de wind moest 'afkopen' van het kapittel. Door zijn ligging in de buurt van Maastricht heeft Hees in de 16e, de 17e en vooral de 18e eeuw zijn deel van de oorlogsellende gehad. In 1821 legde een brand het grootste deel van het dorp in de as. In 1971 fuseerde Hees met Mopertingen. Vanaf 1977 hoort het bij Groot-Bilzen.

In het uiterste zuiden van Hoelbeek, op het Ketelveld aan de Maastrichterstraat, werd in 1974 bij toeval een Romeinse tumulus ontdekt. De Loonse heerlijkheid Hoelbeek maakte deel uit van een uitgestrekte heerlijkheid, waarvan de burcht Jonckholt het centrum uitmaakte. De heerlijkheid werd door het graafschap Loon opgenomen. Latere leenheren waren: de families van Jonckholt, voor het eerst vermeld in 1280; van Guygoven, in 1391; van den Bosch de Mopertingen, in de eerste helft van de 15e eeuw; de Merode de Houffalize, op het einde van de 15e eeuw; Vaes en Van Eyll, in de 17e eeuw. De heerlijkheid omvatte het dorp, cijnshoven, molens en het kasteel van Jonckholt. Vanaf de 16e eeuw raakt de burcht in verval en tot de Franse Revolutie verbleven de heren van Jonckholt elders. Hoelbeek was juridisch van de buitenbank van Bilzen afhankelijk, met Loons recht.

In Kleine-Spouwen, bij het winnen van leem voor de steenbakkerijen werden bandkeramische voorwerpen, een grafveld en een villa uit de Romeinse tijd teruggevonden. De heuvelkam, waarop nu de kerk staat, heeft al vroeg bewoners aangetrokken. Waarschijnlijk vormden Kleine- en Grote-Spouwen oorspronkelijk één heerlijkheid. Vanaf de 12e eeuw blijkt de heerlijke macht over Kleine-Spouwen, samen met het patronaat en de tienden, in handen van de abdis van Munsterbilzen. Vandaar de naam Nonnespouwen die vanaf de late middeleeuwen regelmatig in de archieven opduikt. Het dorp was juridisch volledig onderworpen aan het gerechtshof van de abdij. Tot aan de Franse Revolutie benoemde de abdis de pastoor en inde zij de tienden. Ook de nabije landcommanderij Alden Biesen had uitgebreide bezittingen in Kleine-Spouwen. In 1971 werd Kleine-Spouwen opgenomen in de fusiegemeente Spouwen en in 1977 in Groot-Bilzen.

In tegenstelling tot de omringende dorpen kan Martenslinde geen bewijzen leveren van prehistorische of Romeinse bewoning. In de vroege middeleeuwen maakte het dorp deel uit van het domein Belisia, de abdij van Munsterbilzen. Later werd het dorp door de Loonse graven ingepalmd, die later werden opgevolgd door de Luikse prins-bisschoppen. Tot aan de Franse Revolutie zullen de prins-bisschoppen de heerlijke macht in Martenslinde uitoefenen, zonder het gebied in leen te geven. Juridisch ressorteerde Martenslinde onder de buitenbank van Bilzen. Het dorp had wel eigen burgemeesters. Vermoedelijk vervulde Martenslinde in de middeleeuwen een belangrijke juridische functie, zoals een rechtbank met uitgebreide regionale bevoegdheden, die traditioneel onder een lindeboom zitting hield. Tot het einde van de 18e eeuw bleef de kerkgemeenschap van Martenslinde een kapelanie van Bilzen. Doopsels, huwelijken en begrafenissen gebeurden in Bilzen. De tienden werden door de landcommandeur van Alden Biesen gedeeld met de abdis van Munsterbilzen. Pas in 1803 werd Martenslinde een afzonderlijke parochie.

Rond de eeuwwisseling werd op de grens van Mopertingen en Eigenbilzen een Romeinse tumulus gevonden. Mopertingen was in het begin van onze tijdrekening al bewoond. In 1251 was de heerlijkheid in handen van de Brabantse hertog. Macharias van Mopertingen is de oudst bekende heer van Mopertingen. De familie van Mopertingen bleef tot in 1410 de heerlijkheid in leen houden. Dan kwamen de families van den Bosch, en de Merode. In 1648 werd de heerlijkheid verkocht. Na een lang proces wees de rechter Mopertingen in 1690 aan de familie van Eyll toe. Vanaf 1648 waren de Staten-Generaal de feitelijke machthebbers in Mopertingen, hoewel de Spanjaarden en Oostenrijkers dit tot 1785 betwistten. Mopertingen was een van de acht Luikse 'redemptiedorpen': dorpen in het prinsbisdom, die na betwisting tussen de Republiek der Verenigde Provinciën en Spanje in 1648 bij Staats-Brabant gevoegd werden. De heren van Mopertingen, die hier de heerlijke rechten bezaten, woonden oorspronkelijk in een kasteel op de Blanckaert. Vanaf de 16e eeuw resideerden ze buiten de gemeente. Tot 1665 stelden de Brabantse schepenen van Maastricht de plaatselijke schepenbank aan. Daarna namen de 'commissarissen-deciseurs' van de Staten van de Verenigde Provinciën en de Luikse prins-bisschoppen samen die taak over. Kerkelijk was Mopertingen een kapelanie van het nabijgelegen Eigenbilzen. Pas in 1835 werd Mopertingen een onafhankelijke parochie. In 1971 gaf Mopertingen zijn naam aan een fusiegemeente met Hees en Rosmeer. Vanaf 1977 ressorteert Mopertingen onder Bilzen.

Omstreeks 1100 was de graaf van Loon voogd van het adellijke sticht Sint-Amor. De abdis bezat de heerlijke rechten over Munsterbilzen en andere dorpen in de omgeving. In 1773 moest de abdis de macht van de Luikse prins-bisschop erkennen.

In 1096 schonk Ida van Bolen gronden in Rijkhoven aan de abdij van Munsterbilzen. In de daaropvolgende eeuwen duikt de naam van het drop op als gehucht van de stad Bilzen. In 1209 bouwde de abdis van Munsterbilzen op een vochtige plek een klein kerkje, dat al snel tot een bedevaartplaats uitgroeide. Graaf Arnold III van Loon en abdis Mechtildis van Are schonken samen dit kerkje met de omliggende grond in 1220 aan de Duitse Orde. Dankzij schenkingen en privileges kon deze militaire ridderorde hier een commanderij, later een landcommanderij, bouwen. Het werd de hoofdzetel van de orde in het Rijn-Maasgebied, met twaalf onderhorige commanderijen. In de 15e eeuw 'ontaardde' de orde. In de 17e eeuw werd ze een adellijke ridderorde met hoge inkomsten. De 'sobere huizen' van de orde werden adellijke residenties. In 1809 schafte Napoleon de orde af. In 1797 werd Alden Biesen door de Fransen openbaar verkocht. De familie Claes en haar nazaten verbleven tot in 1971 op het kasteel. Het slot was echter veel te groot voor één familie en raakte in verval. In 1942 werd Alden Biesen beschermd, maar het duurde tot 1971 voor de laatste eigenaar het domein aan de Belgische staat wilde verkopen. Een brand legde het waterslot volledig in de as. De koop ging toch door en na meer dan 20 jaar is Alden Biesen in al zijn grandeur uit zijn as herrezen. Het is het cultureel centrum van de Vlaamse gemeenschap, met Europese aspiraties en het speelt een centrale rol in de euregionale cultuurcontacten. Haast heel Rijkhoven en grote delen van de omringende dorpen waren in handen van Alden Biesen. Toch heeft de orde in Rijkhoven nooit de bestuurlijke macht gehad, op een kleine poging van landcommandeur von Bocholtz in de 17e eeuw na. Rijkhoven bleef onder Bilzen ressorteren en was ook juridisch afhankelijk van de buitenbank van Bilzen. De Rijkhovenaars gingen in Bilzen naar de kerk. In 1797 kregen ze de kerk van de landcommanderij in erfpacht van eigenaar Willem Claes. Pas in 1870 werd Rijkhoven een onafhankelijke parochie, en in 1900 een zelfstandige gemeente.

Rosmeer is de belangrijkste vindplaats van de bandkeramische cultuur, die vanaf het zesde millennium tot 4500 voor C. in Zuid-Limburg aanwezig was. Op Vlijtingenberg, Staberg en De Bos werden in de jaren 1950-1960 bandkeramische dorpen opgegraven: grondplannen van grote woonhoeves, vuurstenen artefacten en typisch aardewerk met bandmotieven. Op verschillende plaatsen werden sporen uit de ijzertijd gevonden. Aan de Diepestraat ontdekten archeologen de fundamenten en een volledige kelder van een Romeinse villa. Op de Boelhof Hinnedoäk vonden ze een genivelleerde tumulus. Aan de Diepestraat werd ook een groot 7e-eeuws Merovingisch grafveld ontdekt. Daar werden wapens en sieraden gevonden, en een gouden schijf met een kruissymbool, het vroegste christelijke sieraad in Haspengouw.

Het dorp Rosmeer was vroeger een Loonse heerlijkheid, dat onder rechtstreeks beheer van de graaf stond, en later van de prins-bisschop. In 1771 en 1783 werd Rosmeer samen met Waltwilder en Zutendaal verpacht aan Grady de Groenendaal. Rosmeer bezat een eigen gerechtshof, dat de doodstraf kon uitspreken. De galg stond in het Broek, de schandpaal in de Oude Vlijtingenstraat. Op het grondgebied van Rosmeer lagen verschillende Loonse laathoven en leengoederen, meestal bezit van religieuze instellingen. Het verdwenen Udenberg was het belangrijkste leengoed, en kwam achtereenvolgens in handen van de families van Udenberg, van Jonckholt, van Elderen, van Houthem, de Dufflem à Juncis, Emmerix, Van der Maesen en Janssens. Het patronaat en de tienden van de Sint-Pietersparochie kwamen sinds 1140 aan het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van Maastricht toe. In 1971 fuseerde Rosmeer met Mopertingen en Hees. Sinds 1977 maakt het deel uit van Groot-Bilzen.

Te Waltwilder bewijzen drie genivelleerde tumuli met talloze grafgiften in de omgeving van de Molenstraat en dakpanfragmenten aan de Wilderstraat, Romeinse aanwezigheid tussen de 1e en 3e eeuw. Waltwilder zelf en Amelsdorp zijn Frankische stichtingen, die in de middeleeuwen Loonse leengoederen werden. Waltwilder had de lage rechtspraak. Beroep aantekenen kon bij de buitenbank van Bilzen met Loons recht, die in Waltwilder haar galg had op de Galgenberg. Waltwilder werd pas in 1771 in pand genomen door de proost van de Luikse Sint-Maartenkerk en is nooit een aparte heerlijkheid geweest. Het noordelijk gelegen Groenendaal of Croonendaal vormde tot het begin van de 15e eeuw een geheel met de heerlijkheid Jonckholt. Toen verdeelde Jan van Jonckholt zijn leen onder zijn twee dochters. Aleidis erfde Croonendaal en de bijbehorende goederen. Achtereenvolgens ging dit niet onbelangrijke Loonse leen naar de families van Elderen in 1418, de Lamboy in 1476, en uiteindelijk in 1757 naar de Grady. Groenendaal was volledig onafhankelijk van Waltwilder en werd pas in de 19e eeuw bij de gemeente gevoegd. Het is vandaag privé-eigendom van baron Rosen de Borgharen.

Afbeelding van Bilzen tijdens de middeleeuwen
Het Stadhuis van Bilzen (1686).

Het stadhuis van Bilzen in Maaslandse Renaissancestijl (1686).

Bezienswaardigheden Beverst

De Sint-Gertrudiskerk werd in 1896- 1900 in neogotische stijl gebouwd onder leiding van de architecten H. Martens van Stevoort en M. Christiaens van Tongeren. De bakstenen kerk heeft drie beuken, een uitspringend transept, een koor en een deels ingebouwde westertoren. Het kerkmeubilair is overwegend 19e-eeuws.

Hoeve de Zon en hoeve de Maan, aan de rijksweg, hebben een 17e-eeuwse kern en ondergingen heel wat 18e-eeuwse classicistische verbouwingen. Op de plaats van deze hoeves zou de schepenbank gezeteld hebben. Achter de Zon ligt de Sint-Gertrudisbron. De Maan ligt tussen twee korfboogvormige inrijpoorten.

De kapel van Holt aan de rijksweg Bilzen-Diepenbeek werd gebouwd in 1851 en gerestaureerd in 1991-1992. Ze vervangt een oudere kapel van 1669. Naast de kapel stond vroeger een kluis. Het gebouwtje wordt ook kapel der Trouwlustigen genoemd: het klokje eenmaal luiden helpt binnen het jaar aan een partner. Tweemaal luiden is voorbehouden voor weduwes en weduwnaars, en driemaal luiden smeekt kinderzegen af. De kapel Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand, in de Waterkasteelstraat, werd in 1849 gebouwd en in 1930 gerestaureerd. De Damereiskapel, gebouwd in 1927, heeft weinig met het gelijknamige landbouwbedrijf te maken.

Het kasteel van Schoonbeek heeft nog resten uit de 14e eeuw.

Het kasteel van Schoonbeek heeft nog resten uit de 14e eeuw.

Het kasteel van Schoonbeek is vandaag en conglomeraat van stijlen uit de 17e tot de 19e eeuw. Het grondplan van het kasteel is U-vormig en vertrekt vanuit een donjon, waarvan de 14e-eeuwse fundamenten zich rechts van de ingangspoort bevinden. De toren dateert van 1628 en geeft een versterkte indruk. Een deel van de oostelijke vleugel en het zuidelijke deel van de westelijke vleugel zijn 17e-eeuws. De rest is 18e- of 19e-eeuwse Maaslandse renaissance. Het poortgebouw in rococostijl bevat het wapen van de Prestons. Het 'paanhuis' en de dienstgebouwen zijn dan weer classicistisch. De kapel met altaar en houtwerk dateert uit het begin van de 19e eeuw. De kasteelvleugel tegenover de poort dateert van 1828. Het classicistische interieur met Italiaans stucwerk, een imposante 16e-eeuwse diensttrap en een verzameling portretten van Theodoor Renesse (1854-1927), heraldicus en gouverneur, zijn niet toegankelijk. Het door de Prestons aangelegde Engelse park met de vele paviljoentjes vervalt en verwildert. Het landschap, gevormd door het kasteel, de dreef en het park is sinds 1958 beschermd.

De Lenaertshoeve in Schoonbeek is een prachtig staaltje van gerestaureerde vakwerkbouw.

Bezienswaardigheden Bilzen

De Sint-Mauritskerk te Bilzen. Gedeelten van de kerk rusten op fundamenten uit de 11e eeuw.

De Sint-Mauritskerk te Bilzen. Gedeelten van de kerk rusten op fundamenten uit de 11e eeuw.

De Sint-Mauritskerk neemt het grootste deel van de markt in. Recent archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het koor van deze kerk op fundamenten uit de 11e eeuw rust. De gotische kerk die men daarop bouwde, werd in 1636 vernield. Alleen het koor en de pijlers van de middenbeuk zijn in de kerk van 1636 opgenomen. In het begin van de 20e eeuw vergrootte architect M. Christiaens het driebeukige schip en het pseudotransept in neogotische stijl. Het nieuwe deel steekt wat af tegen de barokke elementen van de toren van 1667, ontworpen door architect Frans van Gulpen van Maastricht. In de toren bevindt zich een beiaard met negentien klokken, uit het atelier van M. Michiels in 1935 en F. Sergeys in 1977. De kerk werd uit mergelzandsteen gebouwd op een sokkel van breuksteen en arduin. De Sint-Mauritskerk is een van de zeldzame hallenkerken in de regio. Ze is meer breed dan lang. Het interieur werd in 1993-1994 gerestaureerd, het schilderwerk werd opgefrist. De tongewelven rusten op zware pilaren, die op hun beurt op zware veelhoekige 16e-eeuwse arduinen sokkels steunen. De kerk is rijk aan beelden: een 16e-eeuwse Sint-Cecilia; een Sint-Rochus van omstreeks 1660; een Sint-Antonius van Padua, en een Maria met de verrezen Christus, uit de 17e eeuw; een Luikse Sint-Jozef, en een Luis geklede Onze-Lieve-Vrouw van omstreeks 1700; een beeldengroep van Sint-Familie, een Sint-Barbara met Toren, en een Sint-Anna te drieën van het begin van de 16e eeuw. De 17e-eeuwse landcommandeur von Bocholtz van Alden Biesen was de Sint-Mauritskerk toegenegen. Hij verleende grote steun bij de heropbouw en de aankleding van de nieuwe kerk. Hij schonk Walthère Daméry's schilderij Sint-Dominicus die de Rozenkrans ontvangt met Landcommandeur, en de doeken Sint-Franciscus van Sales en Sint-Carolus Borromeus. Andere giften van hem zijn: het laatgotische altaar van 1656, de biechtstoelen en enkele kostbare stukken uit de kerkschat. Recent opgraafwerk laat een familiegrafkelder zien. Een indrukwekkende grafsteen van de Bocholtzen heeft na jaren opnieuw een ereplaats gekregen. In de kerk zijn ook grafplaten van andere lokale edelen of rijke burgers te zien. De zonnewijzer van verguld koper dateert van 1745.

Het stadhuis (zie foto hierboven) is een van de oudste van Limburg en sinds 1936 beschermd. Het dateert van 1686-1689 en is een voorbeeld van Maaslandse renaissance. Het werd gebouwd naar een ontwerp van Lambert Derrick van Antheit Hoei, die de volledige voorgevel lmet Naamse kalksteen liet uitvoeren. In de kelder onder de dubbele trap was vroeger een gevangenis. De dubbele trap werd volgens Luikse traditie gebouwd. Zo konden beide burgemeesters tijdens het ancien régime tegelijk het gebouw betreden. Tot het einde van de 19e eeuw stonden er huizen tegen de blinde gevels. Het marktplein was volledig omsloten en de kerk maakte geen deel uit van plein. Op de markt werden drie beuken aangeplant. De beuk staat in het wapenschild afgebeeld.

Vanaf de 14e eeuw onderscheidt de naam Bouchoultbilsen of Beukenbilzen de stad van Munsterbilzen en Eigenbilzen. Een standbeeld eert Camille Huysmans, de bekendste inwoner van de Demerstad (1871-1968). Hij was burgemeester van Antwerpen, tweemaal minister, voorzitter van de Kamer en in 1945 minister van staat.

Het tuinpaviljoentje van de oude dekenij werd gebouwd in 1743.

Het tuinpaviljoentje van de oude dekenij werd gebouwd in 1743.

Iets verder, op een graspleintje, staat het tuinpaviljoentje van de oude dekenij. Landcommandeur von Sickingen liet het in 1743-1749 bouwen. Het is versierd met prachtig stucwerk en lambrisering. Het fungeert vandaag als bijkantoortje van het toeristenbureau. Op de markt staat het perron, het vrijheidssymbool van de Luikse steden. De Demerlaan leidt naar het park van Haffmans. Het openbare deel is als Engels park ingericht. De villa zelf is niet toegankelijk. Ze werd op het einde van de 19e eeuw in neorococo gebouwd uit baksteen, arduin en mergelzandsteen. In het park staat de Bilzermolen. Hij is bekend van 1569 en werd in 1894 gerestaureerd. Deze graanmolen van het type onderslagmolen heeft een ijzeren schoepenrad.

Een korte wandeling brengt de bezoeker naar het voormalige begijnhof, waar weinig aan zijn oorspronkelijke functie herinnert. Aan de overzijde van de Demer ligt de Borreberg. Een sterke klim leidt naar de vermoedelijke burchtheuvel, waar een uitkijktoren een mooi gezicht op Bilzen en omgeving biedt.

De Borreberg met uitkijktoren.

De Borreberg met uitkijktoren.

De gemeente kocht goed Claes, een burgerhuis uit de 19e eeuw, dat aan de voet van de Borreberg staat, en verbouwde het tot administratief centrum en vredegerecht.

In de Kloosterstraat bevindt zich de voormalige neoclassicistische dekenij met voortuintje. Een monumentje huldigt deken Paquay (1879-1976), die een lijvige geschiedenis van het Demerstadje schreef. Aan de rijksweg naar Hasselt, vlak over de spoorweg, ligt de oude kerkhofkapel. Het bakstenen gebouwtje is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Smarten. De oudste vermelding van de kapel dateert van 1575. De huidige kapel werd in 1834 gerestaureerd.

Stroomafwaarts aan de Demer liggen enkele oude molens. De Rentfortmolen dateert uit de 19e eeuw en werkt vandaag op elektriciteit. Het ijzeren rad en de kunstmatige waterval zijn bewaard. De Biezenslagmolen was eigendom van de Duitse Orde van Alden Biesen. Deze oliemolen wordt in 1415 vermeld. De slagen van deze molen waren van ver te horen. Vandaag is hier een grote zagerij gevestigd. Boven de poort van de zagerij hangt het wapenschild van de Duitse Orde, met als vermelding '1715 von Schönborn'.

De 18e-eeuwse Boswinning in Heesveld en Kleine Bivelen in Merem zijn typische gesloten hoeves. In de wijk Merem bouwde architect Lavigne in 1966 een moderne, parochiale zaalkerk. Het koperplaten beeld Jezus aan het Kruis van omstreeks 1966 is een werk van Raf Verjans. Heesveld kreeg in 1932 een eenvoudige zaalkerk.

Bezienswaardigheden Eigenbilzen

De Sint-Ursulakerk te Eigenbilzen heeft een torenspits die dateert uit de 13e-14e eeuw.

De Sint-Ursulakerk te Eigenbilzen heeft een torenspits die dateert uit de 13e-14e eeuw.

De Sint-Ursulakerk domineert het dorpscentrum met haar sierlijke 13e-14e-eeuwse romaans-gotische toren van mergelzandsteen. In 1908-1910 herbouwde architect M. Christiaens van Tongeren de kerk in neogotische stijl met baksteen en lagen gekleurde tegels. De plattegrond is symmetrisch, met een voorstaande westertoren, een driebeukig schip met zes traveeën, een dwarsbeuk, een hoofdkoor en een driezijdige apsis. Verder zijn er twee zijkoren en sacristieën in het verlengde van de koren. In de kerk staan een 17e-eeuwse preekstoel en twee 18e-eeuwse biechtstoelen. Het Sint-Ursulabeeld is 17e-eeuws. De Mariakapel op de hoek van de Dorpsstraat en de Steenveldstraat dateert van 1754.

Van het kasteel Zangerheide is weinig overgebleven. Waar nu enkele stallingen van een 19e-eeuwse kwadraathoeve staan, stond in de 19e eeuw een splinternieuw neoclassicistisch kasteel. Het was gebouwd op de resten van een prachtig 18e-eeuws waterslot, dat op zijn beurt gefundeerd was op een 15e-eeuwse sterkte. De resterende gebouwen zijn niet toegankelijk. De Zangerheidemolen, aan de andere zijde van de straat, is een bakstenen gebouw met elementen van verschillende neostijlen. Vroeger werd hij door de Molenbeek aangedreven. Het grootste deel van domein De Hoefaert, dat 60 ha groot is, ligt op grondgebied Gellik. Het domein is een naald- en loofbos met vijvers, dat in 1976 als natuur- en vogelreservaat beschermd werd, maar ook voor natuurrecreatie toegankelijk is. Het is hier rustig wandelen.

Bezienswaardigheden Grote-Spouwen

Panorama op Grote-Spouwen.

Panorama op Grote-Spouwen.

Van de vroegere gotische Sint-Lambertuskerk rest slechts de mergelstenen westertoren met 18e-eeuwse spits. Het bakstenen classicistische en driebeukige schip zonder dwarsbeuk werd omstreeks 1772 gebouwd. In de torenmuur is een fragment van een grafsteen van een zekere Godfried van 1280 ingebouwd. Godfried was misschien heer van Spouwen en Gorsleeuw. Het meubilair van de kerk is grotendeels 18e-eeuws: twee biechtstoelen, een credenstafel en een doksaal met balustrade. De Jezus aan het Kruis en Sint-Job dateren uit de 16e eeuw, het beeld van Sint-Lambertus uit de 17e eeuw. De orgelkast werd in 1875 gebouwd. Op het kerkhof staan oude grafkruisen van de 17e tot de 19e eeuw.

In de zogenaamde Franse Winning, op de hoek van de Pastorijstraat en de Grote-Spouwenstraat, was het gerechtshof gevestigd. Reizigers en pelgrims vonden in dit eigendom van de Luikse prins-bisschop ook een onderkomen. De Franse Winning werd ook paanhuis genoemd, naar een van de drie brouwerijen die het dorp rijk was. De Schaliewinning in de Papestraat werd genoemd naar het kostbare leiendak en was waarschijnlijk bezit van de landcommanderij Alden Biesen. De hoeve bezit nog een prachtig in Maaslandse renaissance opgetrokken woonhuis, met een fraai rondbogig deurtje en een bekronend oculus in een arduinen omlijsting. De Kathedraalwinning in de Sapstraat is een typische kwadraathoeve, grotendeels 19e-eeuws met 18e-eeuwse delen. Ze was eigendom van de Luikse Sint-Lambertuskathedraal. Opvallend is de schuur die volledig uit mergelstenen is gebouwd, een steensoort die ook gebruikt werd voor de sokkel, de ankers op de hoeken en de benedenverdieping van het classicistische woonhuis. Grote-Spouwen heeft talloze imposante kwadraathoeves, die in het anciën régime eigendom waren van religieuze instellingen. De Hochtwinning in de Pastorijstraat, deels van 1728, was eigendom van de abdij van Hocht in Lanaken. De steen met wapenschild van Claire de Warnant, abdis van Hocht van 1719 tot 1733, bevond zich oorspronkelijk in de nu afgebroken toegangspoort van deze winning. In de Zapstraat, in de Daalstraat en in Weert staan nog 19e-eeuwse vierkantshoeves.

De gerestaureerde Sint-Rochuskapel van 1744 was vroeger een belangrijk regionaal bedevaartsoord. Ze vormt met de prachtige beuk een rustpunt aan de rand van het dorp.

Bezienswaardigheden Hees

De 14e-eeuwse bewaarde kerktoren van Hees, Bilzen.

De 14e-eeuwse bewaarde kerktoren van Hees, Bilzen.

Hees heeft een karakteristiek uitzicht. De voormalige parochiale Sint-Kwintenskerk is compleet vervallen. Met moeite ontdek je nog de classicistische toegangspoort van 1787, en de twee 16e-eeuwse eiken zuilen onder het doksaal. Alleen de 14e-eeuwse voorstaande mergelstenen westertoren lijkt stand te houden. De kostbaarheden van deze kerk werden tussen 1966 en 1967 overgebracht naar de nieuwe kerk aan de Maastrichterstraat, die ontworpen werd door de Hasseltse architect A. Nivelle. Het ging onder meer om een 18e-eeuwse preekstoel, een 16e-eeuws beeld van Sint-Norbertus en een 17e-eeuwse Sint-Kwinten. De ruïne werd omgetoverd tot een fietskluis, waar toeristen kunnen overnachten. In de dorpskern liggen enkele vierkantshoeves.

In de ruïne van de Sint-Kwintenskerk te Hees, werd een fietskluis gebouwd waar toeristen kunnen overnachten.

In de ruïne van de Sint-Kwintenskerk te Hees, werd een fietskluis gebouwd waar toeristen kunnen overnachten.

Bezienswaardigheden Hoelbeek

Jonckholt was een versterkte burcht die in de 14e eeuw werd opgericht op funderingen van een 11e eeuwse strategische nederzetting.

Jonckholt was een versterkte burcht die in de 14e eeuw werd opgericht op funderingen van een 11e eeuwse strategische nederzetting.

De ruïne van Jonckholt lag eeuwen verscholen onder het kreupelhout. Dankzij de Vlaamse Dienst voor Opgravingen en de stad Bilzen is het grondplan van de middeleeuwse burcht te bewonderen. De burcht had een uniek dubbel grachtensysteem uit de periode van de eerste vuurwapens. Van de eerste grotendeels houten sterkte is weinig overgebleven. De mergelstenen fundamenten van de muren en de vier robuuste hoektorens zijn haast onbeschadigd uit de moerassige bodem tevoorschijn gekomen. Jonckholt is permanent voor bezoekers opengesteld.

De Sint-Adriaanskerk is een neoromaanse zaalkerk met ingebouwde westertoren van 1926. Hoelbeek vormt pas sinds 1934 een autonome parochie. In 1969 werd het interieur door een brand vernietigd.

In het noorden van de gemeente werd in 1947 een kapel gebouwd met het opschrift Schuiloord van het Geheim Leger. Een arduinen gedenksteen vermeldt de naam van de 49 verzetslieden die 'vielen voor volk en vaderland'. Hoelbeek heeft nog oude boerderijen en een Mariakapel van 1925.

Bezienswaardigheden Kleine-Spouwen

De Sint-Aldegondiskerk van Kleine-Spouwen heeft een toren die dateert uit de 14e eeuw.

De Sint-Aldegondiskerk van Kleine-Spouwen heeft een toren die dateert uit de 14e eeuw.

De Sint-Aldegondiskerk bezit nog een 14e-eeuwse mergelstenen toren in gotische stijl. In 1896 werden het koor en de dwarsbeuk naar een ontwerp van M. Christiaens verbouwd. In 1960 werd het schip aanzienlijk vergroot. Beelden in de kerk zijn: de 18e-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw met Kind, de 17e-eeuwse Sint-Amand en de 17e-eeuwse Sint-Aldegondis. Deze laatste was een tijdgenote van Sint-Landrada, stichtster van het eerste klooster van Munsterbilzen. De kerk biedt een prachtig gezicht op het open landschap van droog Haspengouw met zijn holle wegen. In de verte is het Apostelenhuis van Alden Biesen te zien. Het Geitenpad leidt door dit zeer vruchtbare landbouwgebied. Het Boelhof in de J. Vandersandenstraat is een vierkantshoeve, die vroeger waarschijnlijk versterkt was. Ze is tot vakantiehoeve verbouwd. Kleine-Spouwen bezit nog andere imposante 19e-eeuwse boerderijen, bijvoorbeeld op de hoek van de Driesstraat en de Messeweg. Aan de steenweg van Bilzen naar Vlijtingen staat de grote steenbakkerij van J. Vandersanden.

Bezienswaardigheden Martenslinde

De Sint-Maartenskerk van Martenslinde heeft een vroeg-gotisch koor dat dateert uit 1400.

De Sint-Maartenskerk van Martenslinde heeft een vroeg-gotisch koor dat dateert uit 1400 (zie voorgrond foto).

De Sint-Maartenskerk werd in 1892-1893 door architect Christiaens verbouwd in neogotische stijl. Het schip werd in 1935-1941 hersteld. Alleen het veelhoekige afgesloten mergelzandstenen koor is vroeggotisch en dateert van omstreeks 1400. Het interieur bevat een classicistische communiebank, een preekstoel van het einde van de 18e eeuw, een triomfkruis uit de 16e eeuw, een 16e-eeuwse stenen Madonna en een volkse Sint-Maarten met Bedelaar, van omstreeks 1700. De kruisweg is een zeldzaam product van schilderwerk achter glas uit het midden van de 19e eeuw.

Tegen de muur van de pastorie van 1842-1844 staan enkele oude grafstenen. In de pastorie werd een prachtige 16e-eeuwse eikenhouten kast ontdekt, met het wapenschild van landcommandeur von Reuschenberg van Alden Biesen.

De neogotische Sint-Annakapel aan de Linneveldstraat dateert van 1886. Martenslinde bezit nog mooie hoeven in traditionele bak- en zandsteenstijl, onder andere aan de Linneveldstraat en de Kleine Wilderstraat.

Bezienswaardigheden Mopertingen

Vroeger de Dorpstraat, nu de Mopertingenstraat te Mopertingen.

Op vraag van één van de bewoners in de huidige Mopertingenstraat, moesten we de recente foto van deze straat verwijderen omdat hij er niet akkoord mee ging dat een gevel van zijn woning op de foto werd getoond en dat we hem geen toestemming hadden gevraagd om dit te doen. We verwijzen graag naar Google Streetview waarop de straat wel nog kan bekeken worden. Red. Eric en Eveline Vilters-Vanhemel. Op de foto de vroegere Dorpsstraat, nu de Mopertingenstraat te Mopertingen.

In de dorpskom bevindt zich de neoromaanse Sint-Catharinakerk, ontworpen door architect Lambert Jaminé van Hasselt en gebouwd in de jaren 1840. Een paar stukken van het kerkmeubilair komen uit de vroegere kapel: Sint-Barbara van eind 16e eeuw, en Onze-Lieve-Vrouw met de Rozenkrans met Sint-Dominicus. De andere stukken zijn voornamelijk 19e-eeuws: een calvariegroep, biechtstoelen, muurschilderingen, een Sint-Jozefsaltaar en een Sint-Catherina-altaar.

In de Mopertingenstraat (zie foto) staan fraaie 19e-eeuwse hoeves, in typische bak-en zandsteenstijl. Aan de Cabergstraat staat een prachtige vierkantshoeve van 1891.

Bezienswaardigheden Munsterbilzen

Het oud-gemeentehuis van Munsterbilzen is beschermd en dateert uit 1664.

Het oud-gemeentehuis van Munsterbilzen is beschermd en dateert uit 1664.

In de dorpskom staat het beschermde oud gemeentehuis van van 1664 in Maaslandse renaissance en de neogotische kerk Onze-Lieve-Vrouw Tenhemelopneming van 1851-1852. Deze kerk, vergroot in 1910, werd in 1921-1922 met twee zijbeuken verruimd en nog eens uitgebreid met twee zijkoren in 1951. Ze vervangt de rommanse abdijkerk, die in 1851 gesloopt werd. De laatgotische toren van 1565-1567 bleef bewaard tussen het koor en de zuidelijke transeptarm. De neogotische altaren dateren uit de 19e eeuw. Het koorgestoelte is 18e-eeuws, de biechtstoel 19e-eeuws met 17e- en 18e-eeuwse bestanddelen. De fraaie hardstenen romaanse doopvont dateert uit de 11e eeuw. De beelden zijn 15e- tot 18e-eeuws: een Calvariegroep en een Onze-Lieve-Vrouw met Kind, eind-15e-eeuws; een Sint-Amor, en de Engel, 17e-eeuws; Jozef met Kind, 18e-eeuws. Het schilderij Kruisafneming is een werk van Deodatus van der Mont (1582-1664). Opdracht van Maria en Aanbidding der Herders, beide van 1659, zijn creaties van een zekere Legatz. Tot de kerkschat behoren een vergulde zilveren kelk uit de 16e eeuw en Sint-Landrada, een drinknap uit de 14e-15e eeuw. De karmelieten verbleven hier van 1673 tot 1779, de kapucijnen van 1780 tot 1795. Het klooster, met Latijnse school, is verdwenen.

Sint-Landrada stichtte hier omstreeks 670 een vrouwenklooster. De abdij van Sint-Amor werd door de Noormannen verwoest en in de 10e eeuw heropgericht. Ze evolueerde op het einde van de 12e eeuw tot een adellijk sticht en bleef als zodanig tot het einde van de 18e eeuw bestaan. De abdis beschouwde zich als een soevereine vorstin over Munsterbilzen en enkele naburige dorpen. Hoewel haar die territoriale bevoegdheid vanaf de 16e eeuw door de Luikse prins-bisschop betwist werd, werd haar soevereiniteit in 1773 toch definitief erkend.

Het 17e-eeuwse Abdissenhuis te Munsterbilzen.

Het 17e-eeuwse Abdissenhuis te Munsterbilzen.

Van de gebouwen van het adellijke sticht, die gedeeltelijk gesloopt werden, bleven de volgende delen bewaard: de 16e-eeuwse toren, het 17e-eeuwse renaissancistische abdissenhuis, de voormalige school en het oud-gemeentehuis, en de muur rond het sticht van 1660. Sinds 1963 staat op het Perronplein een nieuw perron met de wapens van Sint-Landrada.

Het 19e-eeuwse kasteel Edelhof is nu gemeentelijk bezit, en het park met vijver is een gemeentepark. Het Heilig Hartbeeld is een werk uit keramiek van Raf Mailleux van Genk. Op verschillende plaatsen in het dorp staan typische kapellen, onder meer de 18e-eeuwse Rochuskapel en de Sint-Landradakapel. In het centrum staan twee 18e-eeuwse classicistische woonhuizen.

Bezienswaardigheden Rijkhoven

Zicht vanuit de Franse Tuin op de waterburcht en bijgebouwen van Alden Biesen.

Zicht vanuit de Franse Tuin op de waterburcht en bijgebouwen van Alden Biesen.

In 1543 werd de eerste steen van het kasteel van Alden Biesen gelegd. Vroeger stond hier een naar het oost-westen gerichte kerk met bijgebouwen, waarvan fundamenten zichtbaar zijn in de huidige Franse tuin bij de kerk. Het kasteel groeide uit tot een van de grootste kasteelcomplexen van België. In 1543 begon de bouw van het waterslot (foto hierboven). Met zijn vier robuuste hoektorens en toenmalige kleine vensters gaf het gestalte aan het ridderlijke ideaal van de orde. De hoge traptoren, de poortgebouwen en de oostelijke vleugel van het kasteel en de voorburcht waren omstreeks 1571 voltooid. De stijlevolutie is zichtbaar in de sluitgevels van de oostelijke en westelijke gevel van het kasteel. De eerste gevel is een typische trapgevel in Maaslandse renaissance, de tweede een barokke krulgevel. Op het Cour d'Honneur, het binnenplein van het kasteel, is het duidelijk dat permanent aan dit slot werd verbouwd. De oostelijke vleugel bewaart het best de oorspronkelijke kenmerken van de Maaslandse renaissance. Landcommandeur von Wasseman verbouwde de oorspronkelijke galerijen van de noord- en zuidvleugel omstreeks 1700 tot appartement en privékapel. In opdracht van landcommandeur von Schönborn wijzigde architect von Hildebrandt nadien de oostvleugel. Enkele kelders hebben nog gewelfde plafonds met gotische zuilen en waterbladkapitelen. Rond de voorhof werden dienstgebouwen opgetrokken in Maaslandse stijl, met koetshuizen, een brouwerij, een smidse en vertrekken voor de rentmeester en de ordepriester. De twee oostelijke hoektorens waren oorspronkelijk door een westgevel verbonden, zodat het geheel een versterkt middeleeuws karakter droeg. In het begin van de 18e eeuw werd de gevel afgebroken, en de gracht gedempt. Later werden een rijschool en tiendschuur bijgebouwd. Rond het neerhof lagen een galerij, een kerk en een boerderij. Het gebouw boven de galerij was oorspronkelijk even hoog als de kerk. Twee robuuste hoektorens, waarvan een als klokkentoren gebruikt wordt, sluiten het geheel af. Op de monumentale wapenstenen die overal in Alden Biesen te vinden zijn, staat de handtekening van de landcommandeur die het initiatief tot de verbouwing nam.

De kerk van Alden Biesen dateert uit 1634-1638.

De kerk van Alden Biesen dateert uit 1634-1638.

De vroegbarokke kerk draagt nog vele gotische kenmerken. Het is een eenbeukige bidplaats van 1634-1638 met een licht uitspringend transept, en een rechthoekig koor in baksteen- en zandsteen-architectuur. In de kerk zijn de patroonheiligen van de orde aanwezig. Het barokke hoofdaltaar is grotendeels uit hout gesneden en in zwart-wit, de kleuren van de orde, geschilderd. Maria, hoofdpatroonheilige van de orde, staat centraal op het schilderij Aanbidding der Wijzen, van Gerard Douffet (1594-1665). Links hangt een Kruisafneming, met Elisabeth van Hongarije, patrones van de armenzorg, rechts een Sint-Joris, patroon van de ridders. Beide doeken worden aan Gaspar de Crayer (1584-1669) toegeschreven. De Madonna met Kind, op het linkeraltaar, dateert van omstreeks 1300 en werd in een Luiks atelier gesneden. De marmeren zijaltaren zijn 17e-eeuws, met een Sint-Blasiusbeeld. Hier liggen verschillende grafstenen uit de 13e eeuw, onder andere die van Edmond von Wörth, bisschop van Koerland. Het schilderij Jezus valt onder het Kruis dateert van omstreeks 1670. De marmeren doopvont en de biechtstoelen zijn 17e-eeuws.

Zicht op de formele Franse Tuin van Alden Biesen.

Zicht op de formele Franse Tuin van Alden Biesen.

De formele Franse tuinen werden opnieuw aangelegd naar het oude grondplan. De voormalige classicistische oranjerie werd tot cafetaria verbouwd. Het Engelse park is een provinciaal domein. Het werd aangelegd op het einde van de 18e eeuw, naar een plan van landschapsarchitect G.J. Henry. Enkele beuken zijn zeer oud. Verschillende paviljoentjes lagen oorspronkelijk als eilandjes in een kanaal.

Een van de Minerva-tempeltjes in het Engelse park te Alden Biesen.

Een van de Minervatempeltjes in het Engelse park te Alden Biesen.

Je vindt er onder andere prachtig gerestaureerde mergelzandstenen Minervatempeltjes met loden dak, een leeuwenkuil van Daniël met een Griekse ruïne, een kluizenaarswoning, en belvedère met een ijskelder, waarin nu een kleine didactische tentoonstelling over fauna en flora ondergebracht is. Ook de uitgestrekte hoogstamboomgaarden zijn eigendom van de provincie en brengen oude fruitsoorten voort. In de volledig ommuurde Hertenweide werden vroeger damhertjes gekweekt om in het jachtseizoen uitgezet te worden.

Het gerestaureerde voormalige 16e-eeuwse Gasthuis herbergt onder meer het toeristische bureau en een tentoonstelling met maquettes van de Duitse Orde. De vroegere hoofdingang van het Gasthuis heeft een imposante toren. In het wachterhuis en apostelhuis vonden arme en behoeftige mensen een onderkomen. Het open Haspengouwse landschap met zeven dreven die hier op een hoog punt samenkomen, is indrukwekkend. De rentmeesterwoning in Maaslandse stijl op de noordelijke heuvel is niet toegankelijk. In Rijkhoven zjn nog enkele vierkantshoeves met de typische speklagen van baksteen en zandmergelsteen.

Bezienswaardigheden Rosmeer

De Sint-Pieterskerk werd, met uitzondering van de laatromaanse toren, in 1790 gesloopt en vervangen door een neogotische kerk met drie beuken. Deze werd op haar beurt in 1932-1934 gevoelig vergroot met nog twee nieuwe zijbeuken. Vandaag is het een vijfbeukig bakstenen gebouw met een driezijdig afgesloten koor, geflankeerd door twee sacristieën. De romaanse toren is volledig uit mergel en telt drie geledingen. De kerk bevat fraai meubilair, beelden en schilderijen. De doopvont bestaat uit een laat-romaans voetstuk uit de 12e eeuw en een laatgotische kuip met vier maskers uit het begin van de 16e eeuw. Het gotische wijwatervat staat op een 14e-eeuws voetstuk en heeft een 16e-eeuwse kuip. Het 18e-eeuwse meubilair omvat een dienstaltaar, een lezenaar, een credenstafel gemaakt van de oude communiebank, nog een credenstafel, een altaar in de doopkapel, een communiebank, en een doksaal met een classicistische balustrade. In de kerk staan prachtige beelden: een 14e-eeuwse Onze-Lieve-Vrouw met Kind, een 15e-eeuwse Sint-Nicolaas met drie ingepekelde knaapjes, en een 16e-eeuwse Sint-Barbara, Sint-Bertiliabuste en Sint-Petrus. Het schilderij Sint-Pieter Apostel, Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans, en vijftien medaillons met de Mysteries, dateren uit de 18e eeuw. Drie 18e-eeuwse sacristiekasten herbergen de kerkschat: een cilindervormige monstrans uit de 17e eeuw, een zilveren ciborie van 1779 van Joseph Binon uit Tongeren, en twee 17e-eeuwse reliekhouders van geschilderd hout in de vorm van een arm. De barokke grafsteen van de familie de la Brasinne dateert uit de 17e eeuw. Twee nieuwe glasramen van 2002-2004 (580 cm x 330 cm) zijn van Jos Knaepen van Borgloon. Ze stellen Sint-Bertilia, bron van hoop, en Sint-Pieter, steenrots, voor.

De Bertiliabron te Rosmeer zou een heidense oorsprong hebben.

De Bertiliabron is oorspronkelijk ontsproten uit een heidense cultus ter ere van Rosmerta, een Keltische brongodin. Omstreeks het midden van de 7de eeuw werd dit gebruik gekerstend en zo werd de St.Bertiliabron een bekend bedevaartsoord. Op de eerste zondag van mei legden honderden bedevaartgangers zeven maal de weg af tussen bron en kerk, de heilige aanroepend tegen kinderziekten en vrouwenkwalen. De pelgrims gooiden linnen lapjes en stukjes stof van de kleren van de zieken in het water. Bleef het lapje drijven dan was het gebed verhoord, ging het onder dan moest men nogmaals op bedevaart komen.

De Sint-Bertiliabron ligt op korte afstand van de kerk en zou in de Keltische en de Gallo-Romeinse tijd aan de godin Rosmerta gewijd zijn. Omstreeks 650 werd de bron een bedevaartsoord. Op de eerste zondag van mei legden honderden bedevaarders zevenmaal de weg af tussen de bron en de kerk. Ze riepen de heilige aan tegen kinderziektes en besmettelijke aandoeningen bij mens en vee. De pelgrims gooiden linnen lapjes en stukjes stof van de zieken in het water. Als het lapje bleef drijven, dan waren hun gebeden verhoord. Als het onderging, dan moest men nog een keer op bedevaart komen. In Rosmeer wordt Sint-Bertilia van Maroeuil vereerd. Deze heilige deed een bron ontspringen en ging op het einde van haar leven in een cel wonen tegen het kerkkoor van Maroeuil. Samen met Sint-Eutropia van Rijkel en Sint-Genoveva van Zepperen, werd zij ook in Brustum vereerd. Ze werden de drie gezusters genoemd, omdat de drie bedevaartplaatsen op één dag bezocht konden worden. Omdat de bedevaart naar Rosmeer de oudste was, werd Bertilia moeder genoemd. Ook nu nog wordt Sint-Bertilia alle zondagen van mei in de kerk van Rosmeer vereerd. De grote bedevaart op de eerste zondag van mei bracht de kermis van mei voort.

De Monnikenhoeve was afhankelijk van de abdij van Hocht, waaraan ook een laathof verbonden was. Na de slag bij Lafelt in 1747, waarbij het hele dorp verwoest werd, werd de hoeve heropgebouwd. De Bos, het hoogste punt van Groot-Bilzen, biedt mooie vergezichten op de Kempen en Haspengouw tot Maastricht toe. In de omgeving van het Bos in Rosmeer ligt het hoogste punt van Bilzen.

In 1986 werd de reusachtige betonnen watertoren gebouwd die op 128 m boven de zeespiegel prijkt. Bij helder weer zijn de 'terrils' van het Kempens bekken en van de Waalse bekkens zonder verrekijker zichtbaar. De omgeving van de watertoren vormt de scheiding tussen Maas- en Scheldebekken. Ten zuidoosten van de watertoren ligt het gemeentelijk natuurgebied het Broek waarin de Weyerkensbeek ontspringt.

Bezienswaardigheden Waltwilder

De Sint-Remigiuskerk van 1862 is in neoclassicistische stijl gebouwd. Het schip telt drie beuken en wordt afgesloten door een halfronde koorapsis, onmiddellijk aansluitend op het transept. De ingebouwde westertoren werd in 1910 onder leiding van architect H. Martens van Stevoort verhoogd. In 1940 werd de kerk zwaar beschadigd, maar nog tijdens de oorlog werd ze hersteld. Het meubilair is overwegend 19e-eeuws, uitgezonderd het tabernakel, een credenstafel uit de 17e eeuw en een portiekaltaar van omstreeks 1700 in de doopkapel. De kerk bezit een prachtig Mariabeeld met Kind en Wereldbol van het eind van de 17e eeuw, en enkele 17e-eeuwse messingen altaarkandelaars. Op het doksaal met balustrade staat een orgelkast van 1865. De grafkruisen dateren van 1615 en 1805.

Het kasteel van Groenendaal te Waltwilder dateert uit 1702.

Het kasteel van Groenendaal te Waltwilder dateert uit 1702.

Het Maaslandse renaissancekasteel Groenendaal of Croonendaal rust waarschijnlijk op een ouder fundament. Het oudste deel van het huidige slot dateert van 1702. Alleen de zijgevels overleefden een grondige verbouwing op het einde van de 18e eeuw. Ze zijn te herkennen aan de karakteristieke baksteenbouw in horizontale banden met hoekkettingen en vensteromlijstingen van mergelsteen. De rest van het gebouw ademt een classicistische sfeer. Het Luikse interieur heeft rococostucwerk, mythologisch geïnspireerd sierschilderwerk door H. Deprez van omstreeks 1775 en familieportretten: het is niet toegankelijk. Groenendaal ligt in een prachtig park met meer dan 100 ha loofbos, vijvers, weides en velden. De lange dreven ontsluiten het park voor een groot deel voor wandelaars.

Verschillende van de bezienswaardige vierkantshoeves zijn gerestaureerd, onder meer een hoeve in de Langestraat met typische speklagen. Ook in het gehucht Amelsdorp liggen prachtige vierkantshoeves.

Dit moet je gezien hebben