De stad Hamont-Achel

 

Satellietfoto van de stad Hamont-Achel
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Algemene omschrijving

Hamont-Achel is een kleine stad en bosrijke gemeente in het uiterste noorden van de provincie Limburg, in de Kempen in BelgiŽ. Zij telt ruim 13.500 inwoners, waarvan 3485 inwoners met een Nederlandse nationaliteit. Hamont-Achel is in 1977 ontstaan door de samenvoeging van de gemeenten Hamont en Achel. In 1985 verkreeg de nieuwe gemeente haar stadsrechten en stadstitel van vroeger weer terug; dit bracht met zich mee dat de vlag en het wapen van de nieuwe gemeente werden ingevoerd. De gemeente behoort tot het kieskanton en het gerechtelijk kanton Neerpelt.

De kluis van Achel, waar sinds 1998 terug trappist gebrouwen wordt.

De Kluis van Achel, waar sinds 1998 terug trappistenbier gebrouwen wordt.

Geschiedenis

Archeologische vondsten bewijzen dat Achel in de prehistorie bewoond was. In 1139 wordt het vermeld als bezit van het kapittel van Sint-Servaas in Maastricht. Achel vormde samen met Hamont en Sint-Huibrechts-Lille een domeingoed. In de 13e-14e eeuw kwamen de rechten van dit domein in handen van de Heren van Boxtel, de voogden van het kapittel. Het domein werd de volwaardige heerlijkheid Grevenbroek. In de 14e eeuw bouwden de Heren in Achel een verblijf dat in de 15e eeuw uitgroeide tot kasteel Grevenbroek. Hiervan resten enkele grondvesten, die niet te bezichtigen zijn. De Tomp, een stenen torenmolen, was eigendom van deze Heren.

Achel bleef een residentieplaats, terwijl Hamont tot het economische centrum van de heerlijkheid uitgroeide en stadsrechten verkreeg. In Achel werden twee kloostergemeenschappen opgericht: het franciscanessenklooster Sint-Catharinadal in 1432 en het heremietenklooster de Kluis in 1685. Beide werden tijdens de Franse Revolutie afgeschaft. In 1846 werd de oude Achelse Kluis omgevormd tot het internationaal bekende trappistenklooster, sinds 1871 Sint-Benedictusabdij genoemd. Sinds de jaren 1960 wonen er veel Nederlanders in Achel.

De Tomp, een stenen torenmolen, eigendom van de Heren van Boxtel, te Achel

De Tomp, een stenen torenmolen, eigendom van de Heren van Boxtel, te Achel.

In 1962-1963 is een viertal grafheuvels uit de bronstijd opgegraven te Hamont. Andere vondsten dateren uit de Romeinse tijd, waaronder een belangrijke muntschat. In de vroege middeleeuwen behoorde Hamont samen met Achel en Sint-Huibrechts-Lille tot het kloosterdomein van Sint-Servaas in Maastricht. De kerk van Achel werd in 1139 vermeld onder de bezittingen van het Sint-Servaaskapittel. Na 1257 werd het kloosterdomein in fases eigendom van de Heren van Boxtel, de voogden van het kapittel. Zij stichtten de heerlijkheid Grevenbroek, die voor het eerst vermeld wordt in 1367. Deze vrije heerlijkheid ging over in verschillende handen, tot zij in 1401 afhankelijk werd van de prinsbisschop van Luik. In 1585 kocht die de heerlijkheid in volle eigendom. Hamont had binnen de heerlijkheid een speciaal statuut. Het werd in de loop van de 14e eeuw omwald en kreeg beperkte stadsrechten. In 1307 vestigden zich hier Lombarden en bloeide de handel met de Noord-Brabantse steden. Vanaf de 15e eeuw vervielen stad en heerlijkheid. Veel oorlogsgeweld en talloze epidemieën, vooral in de 16e en 17e eeuw, dompelden de streek in armoede. Dit gaf een impuls aan de Teutenhandel. De Teuten waren handelaars in stoffen en koperwerk die negen maanden per jaar in verre streken hun waren te koop aanboden. Hamont was in de 18e-19e eeuw een van de voornaamste centra van die handel.

Kaart uit 1748, met duidelijk zichtbaar de omwalling rond Hamont.

Hamont en Achel op een kaart van 1748, met duidelijk zichtbaar de omwalling rond Hamont.

Na 1830 leefde Hamont weer op. In 1839 vestigden de ursulinen zich hier. De augustinessen volgden in 1889 en de salvatorianen in 1902. In de 19e eeuw werden kleine bedrijven opgericht: steenbakkerijen, leerlooierijen, sigarenfabriekjes. De in 1853 door de Teutenfamilie Spaas opgerichte wasblekerij groeide uit tot een bekende kaarsenfabriek.

Bezienswaardigheden

Achel:

Het driehoekige plein, het voormalige gemeentehuis en de oude dorpspomp bepalen het aanzicht van het Achelse dorpscentrum. Ten noorden van de kerk bevindt zich het oorlogsmonument en de voormalige Katholieke Simonsschool.

De Sint-Monulfus en Gondulfuskerk heeft van haar laatgotische bouw alleen het koor, het transept en het oostelijke deel van het schip bewaard. Het schip stamt deels uit de 15e eeuw en deels uit de 16e eeuw. De architecten H. Martens en V. Lenertz breidden de kerk in 1908-1911 uit met een neogotische toren. Het neogotische interieur is vooral met beeldhouwwerk van Achelaar Th. Watson gestoffeerd. Oude beelden zijn: Sint-Barbara van het einde van de 15e eeuw en Sint-Rochus, Sint-Monulfus en Sint-Gondulfus uit de late 18e eeuw. Ook de biechtstoel, de sacristiekast in Luikse stijl, de hardstenen doopvont en het smeedijzeren hek dateren uit de late 18e eeuw. Het liturgische zilverwerk is 17e-19e-eeuws, met werk van zilversmid Fr. Malders van Maaseik. Tegen de buitenkant van het koor liggen oude grafstenen. Van het oude klooster Catharinadal rest alleen een overwelfde kelderruimte van het zogenaamde spinhuis. Het klooster is particulier bezit.

De Teutenvilla Simons van omstreeks 1880 is een statig eclectisch herenhuis met een park, en is nu gemeentelijk eigendom. Het herbergt het toeristenbureau en het stedelijke museum van Hamont-Achel. Het museum geeft een didactisch overzicht van de archeologie en van de lokale geschiedenis.

Teutenvilla Simons (ca. 1880) te Achel

De Teutenvilla Simons (ca. 1880) te Achel.

Oorspronkelijk is het kasteel Genebroek een belangrijk hoevecomplex, dat in de 15e eeuw vermeld wordt. In de 18e eeuw vormde de Luikse adellijke familie De Hubens het tot jachtdomein om. Van 1935 tot 1992 diende het kasteel als kloosterpand van de Kruisheren. Nu is het particulier eigendom.

De Tomp, gebouwd in het begin van de 15e eeuw, is een zeldzaam voorbeeld van een stenen torenmolen, eigendom van de Heren van Grevenbroek. Vroeger dacht men dat de Tomp een middeleeuwse vluchttoren was. In die zin werd de stevige dikke ronde bakstenen toren in 1968 gerestaureerd en gereconstrueerd naar een model van de Franse neogotische architect Viollet-le-Duc. Ook de omgeving met wallen en palissades werd gereconstrueerd. De Tomp is sinds 1947 als monument en als landschap beschermd.

De huidige gebouwen van de laathoeve Beverbeek een oude ontginning van Hamont-Achel die voor het eerst in 1360 wordt vermeldt, zijn 18e-eeuwse aanpassingen. Het woonhuis met bakhuis en stallingen is als monument beschermd. Het erf met rijpoort is sinds 1980 een beschermd dorpsgezicht. Het is particulier bezit. Het Mulke van 1742 en het Waaghuis van omstreeks 1775 zijn de enige restanten van de vele Achelse watermolens. Ze zijn in bouwvallige toestand. De plattegrond van het Waaghuis werd gereconstrueerd.

Het trappistenklooster Achelse Kluis of Sint-Benedictusabdij werd in 1846 gesticht als priorij en in 1871 tot zelfstandige abdij verheven. De oude Achelse Kluis was een verblijf voor kluizenaars, en werd in 1685 gesticht door P. van Eynatten. De Nederlander P.J. Cuypers tekende in 1885 de neogotische abdijkerk. Een groot deel van het klooster werd in 1945-1950 herbouwd in modern-gotische stijl naar een ontwerp van J. Ritzen. Bij het voormalige station op de lijn Hasselt-Eindhoven ontstond de nieuwe wijk Achel-Statie. In 1963 bouwde architect G. Daniëls van Maaseik hier de moderne zaalkerk Heilig Kruisvinding. Aan de Warande in de Orchideeënlaan staat de kapel Onze-Lieve-Vrouw in de Nood, van 1838. Bij het Pastoorsbos aan de Grote Haart ligt een grafveld uit de ijzertijd.

Hamont:

Het marktplein bewaart het tracé van de middeleeuwse stad. Op de markt staat het pomp-perron, een stadspomp die ook als stadspaal dienst deed. Het pomp-perron werd opgericht in 1782 en in 1989 gereconstrueerd.

Het Pomp-perron van Hamont

De pomp-perron te Hamont.

De decanale Sint-Laurenskerk van 1903-1904 is van de architecten J. Cuypers en J. Stuyt. Het sinds 1994 beschermde kerkgebouw is een neogotische bakstenen kruiskerk met dito versiering. Het schip heeft een brede middenbeuk. De zijbeuken zijn opvallend smal. Het transept heeft vijf beuken. De westertoren heeft een spits tussen vier hoektorentjes. Bovenaan de toren is een galerij en in de top een kroon. Het Roermondse atelier Cuypers stoffeerde het neogotische interieur. Het beeldenbestand dateert uit de 14e tot de 20e eeuw. De Sedes Sapientiae is 14e-eeuws, Sint-Laurens, Sint-Brigitta, Sint-Rochus, Piëta en Sint-Anna ten Drieën dateren uit de vroege 16e eeuw. Sint-Nepomuk en een tweede Sint-Laurens dateren uit de 18e eeuw. De kerk bezit diverse schilderijen uit de 19e eeuw. Gaspar en Willem Moer, van 's Hertogenbosch, goten de twee torenklokken in 1502. De metalen koorkapsluiting van 1300 is meesterlijk smeedwerk. Het liturgische zilverwerk dateert uit de 17e tot de 20e eeuw, waaronder een neogotische pronkkmonstrans van Esser in Weert uit het begin van de 20e eeuw. De neogotische glasramen van 1907-1914 zijn creaties van Gentenaar Gustave Ladon. Grafstenen uit de 17e-20e eeuw liggen aan de buitenkant van het koor, waaronder het grafmonument van dokter A. Mathijsen, de uitvinder van het gipsverband
(† 1878).

Rond het marktplein staan Teutenhuizen uit de 19e eeuw en het renaissance huis de Poel van 1655, met een eigenaardige sluitsteen, waarop "Stad 37" te lezen staat.

Huis "De Poel" te Hamont

Huis "De Poel" te Hamont. Dit herenhuis in het centrum van de stad heeft een renaissancistische opbouw en is de oudste woning van de streek. Het huis werd in 1655 gebouwd, een jaar na de totale vernietiging van de stad Hamont door de Lorreinen. In 1997 werd het huis beschermd als monument.

Het neoclassicistische huis de Gulden Poort ligt net buiten de oude wallen, aan Stadswaag 8. Aan de overkant, bij de toegang van de stad, ligt het mooi gerestaureerde Teutenhuis Feyen, nu Villa Christina. Aan de Kloosterstraat zijn resten te zien van het ursulinenklooster, dat in 1839 gesticht werd als internationaal pensionaat.

De Ursulinenkapel van 1914 is een boeiend neogotisch gebouw van de Nederlandse architect P.J. Cuypers, de grootmeester van de neogotiek.

Aan de dr. Mathijsenstraat staat een stenen windmolen: Mathijsmolen of Van Breemolen of Napoleonsmolen van "An XII" of 1804. Het is de eerste vrije windmolen na het ancien régime, en werd opgericht door invloedrijke Teuten. Het is een graan- en korenmolen met een gietijzeren molenas en twee steenkoppels, een bovenkruier en een stellingmolen, die cilindrisch verhoogd werd. De molen is sinds 1982 beschermd.

Het winkelcomplex het Boerke aan de Kapelstraat is van het begin van de 20e eeuw.

De grafheuvels uit de bronstijd op de Haarterheid zijn gerestaureerd.

In 1889 bouwde volksvertegenwoordiger Slegers het kasteel, dat niet toegankelijk is. Het kasteel de l'Escaille van 1875 staat in het gehucht het Lo en is evenmin toegankelijk.

Voor het gehucht 't Lo ontwierp architect Simons-Baert de moderne zaalkerk Salvator Mundi van 1964. De bouw van het kloostercomplex van de salvatorianen met aangrenzende schoolgebouwen begon in 1902.

Dit moet je gezien hebben