De Abdij van Herkenrode

 

De prachtig gerestaureerde Tiendenschuur van de Abdij van Herkenrode te Kuringen (Hasselt)
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

De prachtig, gerestaureerde tiendenschuur van de Abdij van Herkenrode te Kuringen (Hasselt).

De Abdij van Herkenrode is gelegen in Kuringen, een deelgemeente van de Belgische stad Hasselt. De naam Herkenrode is een samenstelling van het Keltische woord arika, verkleinwoord van ara dat rivier betekent en rode dat open, ontgonnen plaats betekent. Het is dus de open plaats bij de beek. De gebouwen en het omliggende domein zijn sinds 1974 beschermd als monument en historisch landschap.

De abdij werd rond 1182 gesticht door Gerard, graaf van Loon. Hij verkocht een deel van zijn domein aan een broeder uit Aulne, die er een klooster voor Cisterciënzerinnen stichtte. De verkoop was bedoeld om zijn deelname aan de kruistocht te financieren. Sommige geschiedschrijvers vermelden dat hij verplicht werd om de abdij te stichten door de prins-bisschop van Luik tot verzoening voor het verbranden van de collegiale kerk te Tongeren. Daarnaast gaf hij een aantal tienden als onderpand voor een lening. Omdat de graaf overleed bij het beleg van Akko, kon hij zijn lening niet terugbetalen en verwierf het klooster aanzienlijke rijkdommen. In 1217 werd de abdij opgenomen in de orde van Cîteaux. Zij was de eerste en werd de grootste en rijkste vrouwenabdij van die orde in de Nederlanden. De religieuzen rekenden zich tot "des nobles dames de l'ordre de Cîteaux du comté de Looz". (adellijke dames van de orde van Cîteaux van het graafschap Loon).

De graven van Loon waren enkele jaren voordien verhuisd van Borgloon naar Kuringen, op 2,5 km van de plaats waar de abdij werd opgericht. Zij waren verwikkeld geraakt in een strijd met enkele andere machtsblokken. Hun hoofdburcht in Borgloon werd in 1179 vernield en ze weken uit naar de burcht in Kuringen (het Prinsenhof) in Kuringen. Vanaf graaf Gerard I werden alle graven in de abdijkerk van Herkenrode begraven. Enkel de laatste graaf, Diederik van Heinsberg, werd hier niet begraven omdat de abdis zijn begraving weigerde nadat hij in de ban van de kerk was geslagen. Ze wist niet dat die ban al was opgeheven. Uiteindelijk vond de graaf in de ondertussen verdwenen kerk van het Augustijnenklooster in Hasselt zijn laatste rustplaats. Na het overlijden van de laatste graaf ging Loon, na jaren van strijd en discussie, over in handen van het Prinsbisdom Luik. Ook met de prins-bisschoppen had de abdij goede relaties in het bijzonder met Everhard van der Mark die regelmatig verbleef in het Prinsenhof in Kuringen ten tijde van abdis Mechtildis de Lechy. Hun wapenschilden prijken in het poortgebouw van de abdij dat dateert van 1531.

Onlusten, vooral in de 15e eeuw, zorgden voor een sterk verval. Vanaf omstreeks 1500 kende de abdij een heropbloei. In de 18e eeuw plande men zelfs een totaal nieuwe abdij. Het nieuwe abdissenverblijf in classicistische stijl is daarvan gerealiseerd. Later werd er een weidse en nog steeds intacte Engelse tuin met uitheemse boomsoorten aangelegd. In de abdij resideerden twee soorten zusters: koordames en conversen of werkzusters naast enkele mannelijke religieuzen, de pachter van de abdijhoeve, gasten, pelgrims en ambachtslui van allerlei slag.

De Fransen sloten de abdij in 1797. Na de verkoop aan Claes en Libotton takelden de gebouwen langzaam af. In 1826 verwoestte een brand grote delen van de kerk, die ingericht was als werkplaats met weefgetouwen. Eerder verving men de brandglasramen door klaar vensterglas. In 1844 werd tot de afbraak van de ontstane ruïnes overgegaan. Daardoor verloor Herkenrode ook het bovengronds mausoleum van de graven van Loon. De kerk, op de plaats van de eerste middeleeuwse kerk, dateerde uit het begin van de 16e eeuw. De abdij had drie refugehuizen (vluchthuizen) die er nog zijn, weliswaar met een andere bestemming: in Hasselt, Sint-Truiden en Maastricht.

Van het twaalfde-eeuwse klooster is niets bewaard gebleven. De onderbouw van de molen aan de Demer kan nog uit de vroege fase dateren. De gebouwen die nu nog te zien zijn, waaronder het monumentale poortgebouw, de watermolen op de Demer, de infirmerie (ziekenhuis), de hoevegebouwen, de tiendenschuur en de residenties van de abdissen, dateren allen uit de 16de-18de eeuw.

Een deel van de kunstschatten uit de kerk zijn elders bewaard gebleven:

Herkenrode nu: van roemrijk verleden naar project voor de toekomst

Het klooster van het Heilig Graf met een bezinningscentrum

In 1972 kochten de Kanunnikessen van het Heilig Graf een deel van het domein: de 18de-eeuwse abdissenresidentie met het landschapspark en de bouwvallen van het 16de-eeuwse abdissenverblijf en vestigden er in 1974 een klooster en een bezinningscentrum. In 1982 kochten zij ook de infirmerie uit 1658 en de resten van de vervallen 16e-eeuwse zusterverblijven. Een nieuw klooster voor de gemeenschap van de zusters werd vanaf 1985 gebouwd op de geconserveerde fundamenten en gewelven van het 'oude' abdissenkwartier uit 1538. Een jaar nadien werd ook de kloosterkerk in hedendaagse architectuurstijl gebouwd. Architect Lucas Van Herck ging hierbij uit van een filosofie die het patrimonium behoudt en toch ook dynamisch verder ontwikkelt. Dit betekende historizerende restauratie, curatieve conservering, invularchitectuur en nieuwbouw. De moderne kerk, steeds voor het publiek toegankelijk, is opgevat als een centraalbouw met in het midden een 'volle leegte' waar het altaar vooruitgeschoven is opgesteld. Rondom dit centrum zijn het koorgestoelte voor de kloostergemeenschap en de tribunes voor de gasten geschikt. Belangrijk voor de spiritualiteit van de Grafzusters is de open grafkamer van de Verrezen Christus, rechts van het altaar. Het bezinningscentrum is gevestigd in het classicistische 'nieuwe' abdissenkwartier uit 1768, ontworpen door architect Laurent-Benoit Dewez in opdracht van abdis Anne de Croy. Een Engels landschapspark van 10 ha sluit aan op dit gebouw. Het centrum staat open voor ieder die individueel of in groep op zoek is naar stilte, rust, zingeving en herbronning. Er hebben retraites, bezinningsdagen, midweekdagen en avondconferenties plaats. Daartoe zijn conferentie- en vergaderzalen voorzien en verblijfsaccommodatie met 36 comfortabele gastenkamers. Er zijn plannen om vanaf 2012 het klooster en het bezinningscentrum aan te vullen met een Europees Trefpunt voor Wereldreligies.

Ontsluiting van de abdijsite

In 1998 werd het andere deel van het domein, 105 ha groot, met het poortgebouw, de molen en de hoevegebouwen verworven door het Vlaams Gewest, die de gebouwen in beheer gaf aan Erfgoed Vlaanderen. De architecten van Mimesis ontwikkelden een creatief cultuurhistorisch ontsluitingsconcept voor de site. Centraal idee van dit concept is het opnieuw zichtbaar maken van de vroegere eenheid en harmonie tussen de verschillende onderdelen van het domein. Verdwenen elementen zoals de imposante abdijkerk zullen opnieuw geëvoceerd worden door middel van moderne ingrepen. Opgravingen begonnen in 2004 op de plaats waar de kerk en een aantal kloostergebouwen stonden. De volledige kerk en het herenhuis werden blootgelegd. Resten van het omvangrijke grachtensysteem werden teruggevonden. In de overblijfselen van het gastenverblijf werd een kleine laat 16de-eeuwse beerput opgegraven. Het kloosterpand kan nu volledig worden in beeld gebracht aan de hand van de opgravingen (o.a. kapittelzaal, refter, sacristie).

Restauratie van het landschap

Het landschap rondom de abdij wordt heringericht, inclusief de waterlopen, met de toestand van 300 jaar geleden als model. Een appelboomgaard van een honderdtal verschillende appelsoorten (hoogstam) en een kersenboomgaard zijn reeds aangelegd. Bewegwijzerde wandelpaden werden ingericht en een kruidentuin van 2 ha met meer dan 400 kruiden en planten en een 200 meter lange loofgang is opengesteld voor het publiek. Die wordt uitgebreid met een zintuin (een tuin waar te nemen met alle zintuigen), een zentuin (een labyrint) en een zontuin (een zonnewijzer waarin de mens betrokken is).

Restauratie en herbestemming van de gebouwen

Sinds 2002 is de tiendenschuur uit 1656, ten tijde van abdis Catharina de Lamboy, met een oppervlakte van 1000 m² en 15 m hoog, deels met steun van privésponsors gerestaureerd. Grote tentoonstellingen, concerten en allerlei evenementen vinden er plaats. Begin mei 2007 is de restauratie van het poortgebouw voltooid. Dit gebouw van 1531, ten tijde van abdis Mechtildis de Lechy, is het eindpunt van een lange dreef afgeboord met een dubbele rij bomen. Het gebouw dat toen al een knooppunt was in de abdijsite heeft als functies: tentoonstellingsruimte, conferentie- en seminarieruimte en de mogelijkheid om beperkte feesten te organiseren. De portierswoning biedt sinds midden 2009 een onderkomen aan de administratieve diensten. Ook de stallingen, de molen en de paardenstal staan in de steigers. In dit laatste gebouw komt een café-restaurant. In het hoevegebouw komt een permanente tentoonstelling over het leven in de middeleeuwen en meer specifiek in een abdij als die van Herkenrode. Dat zal gebeuren rond de thema's: water, landbouw, veeteelt, kruiden, zelfredzaamheid/energie en architectuur. Van elk thema komt steeds de historische, de middeleeuws-mystieke en de op vandaag toepasbare betekenis aan bod. Naast de restauratie wordt ook de commerciële exploitatie een belangrijk aandachtspunt in de ontwikkeling van de site. Clavis, de uitgeverij van kinder- en jeugdboeken, vestigt zich vanaf 2010 in de abdij van Herkenrode. Op 6 augustus 2009 werd daartoe een overeenkomst gesloten met Erfgoed Vlaanderen. Niet alleen worden de kantoren ondergebracht in de zuidelijke stallen, opvallend worden vooral de ‘voorleestoren’ in de hoektoren van het hoevecomplex, een boekenwinkel en het museum van het kinderboek. Ook de restauratie van een groot deel van de Tuiltermolen, aan de westelijke rand van het domein, is gerealiseerd. Tijdens die werken werd de grafsteen van Margareta van Stein, abdis van 1303 tot 1333, teruggevonden. Een jonge enthousiaste boer bereidt er zich voor om daar een beheersboerderij uit te bouwen en er het levend erfgoed een plaats te geven. Het "Vlaamse schaap" dat voorkomt op het schilderij "Het Lam Gods" van Jan van Eyck wordt er nu al gekweekt. Ook zal er een molen worden in bedrijf gesteld om 'groene stroom' te leveren.

Organisatie en beheer

De restauratie van de Abdijsite Herkenrode, de inrichting ervan voor nieuwe bestemmingen, de aanleg van de tuin en de opgravingen worden beheerd door Erfgoed Vlaanderen. Het omliggende landschap wordt beheerd door het Agentschap voor Natuur en Bos, een Vlaamse overheidsdienst. De exploitatie en animatie ter plaatse is in handen van Herkenrode vzw en haar talrijke vrijwilligers onder de leiding van Wim Van Lishout. De abdij van Herkenrode maakt deel uit van het Europese charter van cisterciënzer abdijen en sites. De abdissen van Herkenrode voerden een opspringende eenhoorn in het wapen van de abdij. Het logo van het huidige Herkenrode toont de initialen van Abdijsite Herkenrode en verwijst naar de uitroep van aangename verrassing 'aha', 'een aha-erlebnis'. De eenhoorn springt weer op! De wervende slogan voor het project Herkenrode luidt "waar je cultuur en natuur ontdekt!".

Abdijproducten

Eigen abdijproducten van Herkenrode zijn o.m op de site verkrijgbaar: Herkenrodekaas, vlierbloesemlikeur, sleedoornbessenlikeur, honing, Herkenrodechocolaatjes en sinds begin juli 2009 het abdijbier Herkenrode Tripel. Dit is een natuurlijk bier met een stevig schuim, lichtblonde kleur, lichte troebelheid, een frisse geur, een zuurzoete smaak en een alcoholgehalte van 7% vol. Het is erkend als 'Belgisch Abdijbier'. Daarmee wordt weer aangeknoopt met een biertraditie op de abdijsite waar tot aan de Franse Revolutie steeds een brouwerij was. Daarvan getuigt een akte uit 1420 waarbij abdis Aleidis van Rijkel de schoenmakerij verpacht en in de pachtovereenkomst laat vastleggen dat de pachter elk jaar een paar schoenen moet leveren onder meer aan de knechten van het paanhuis (de brouwerij).