De stemmigste begraafplaats

De stilte groeide met de dag

 

Het Oude Kerkhof van Hasselt, ingewijd in 1796
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Het "Oude kerkhof" van Hasselt werd reeds ingewijd in 1796.

Als je op zoek bent naar een plek waar je ongestoord, ver van alle gewoel, eens grondig wil mediteren over wat je van je leven hebt gemaakt - en over het niet te vermijden eindpunt van dat leven - trek dan naar het oude kerkhof van Hasselt, dat zich languit in het groen uitstrekt aan de Kempische Steenweg, ten noorden van de stad. Je komt er terecht in volle negentiende eeuw, plus nog een staartje achttiende eeuw, want op 23 oktober 1796 werd de dodenakker ingewijd, zeven dagen nadat de eerste overledene er toevertrouwd werd aan de aarde. Belangrijk detail: niet het hele kerkhof werd gewijd. Al in die tijd was niet iedereen katholiek en bestonden er ongelovigen, geuzen en antichristen, en soortgelijk gespuis werd na overlijden in ongewijde grond gestopt. In Hasselt trok men voor alle zekerheid zelfs een muur op tussen de gewijde en ongewijde grond, maar die werd in 1864 gesloopt. In datzelfde jaar werd de dodenakker trouwens vergroot. Hij bleef tot in 1930 de enige stedelijke begraafplaats van Hasselt. De wilgen en cipressen konden van dan af ongestoord hun gang gaan. De ijzeren kruisen kregen een huid van roest, stenen kruisen gingen scheef staan of verkruimelden deels. Maar de stilte groeide met de dag: het Grote Zwijgen zit in alle groene hoeken en kanten, zowel bij de bescheiden graven van de kleine lieden als bij de pompeuze grafmonumenten van renteniers, hoge ambtenaren, jeneverstokers en andere kapitalisten, die zelfs in de dood hun pronkzucht niet konden afleggen.

Wil je, na je meditatietoer, nog wat meer opsteken over begraven worden, dan kun je terecht in de centrale kapel, die nu dienst doet als informatiecentrum.

© Het Toppunt van België, reisgids naar 500 uitzonderlijke plekken in eigen land, Julien Van Remoortere.