De gemeente Hoeselt

 

Satellietfoto van de gemeente Hoeselt.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Algemene omschrijving

Hoeselt is een plaats en gemeente in de provincie Limburg in BelgiŽ en behoort tot het kieskanton en het gerechtelijk kanton Bilzen. De gemeente telt een kleine 9500 inwoners. Hoeselt bevindt zich in de regio Vochtig Haspengouw. De kern van Hoeselt leunt nog aan bij het meer stedelijke Bilzen maar het grondgebied van de gemeente ten zuiden van de kern heeft alle kenmerken van een ruraal landschap van vochtig Haspengouw: natuurlijke valleien, reliŽfverschillen met valleihellingen, kasteeldomeinen met bossen, lintbebouwing, fruit en graslanden. De landschappelijke belevingskwaliteit kan, naar Vlaamse normen, als hoog beschouwd worden. Naast Hoeselt zelf telt de fusiegemeente nog de volgende deelgemeenten: Romershoven, Schalkhoven, Sint-Huibrechts-Hern en Werm. Deze tellen allen minder dan 1000 inwoners. Deelgemeente Hoeselt bestaat verder nog uit het gehucht Alt-Hoeselt in het zuiden, dat eveneens een zelfstandige parochie is, en uit de Onze-Lieve-Vrouwparochie (soms ook wel de Neder of Neroy(e) genoemd) in het noorden. Het gehucht Vrijhern maakt deel uit van deelgemeente Sint-Huibrechts-Hern.

Marktplein van Hoeselt met kiosk en de top van de torenspits van de Sint-Stephanuskerk

Marktplein van Hoeselt met kiosk en de top van de torenspits van de Sint-Stephanuskerk.

Geschiedenis

Opgravingen en vondsten wijzen op een niet-onbelangrijke Romeinse en Gallo-Romeinse kolonisatie, samenhangend het het nabije Romeinse Tongeren. Hoeselt lag bovendien aan de secundaire heerbaan Tongeren-Nijmegen. Nog voor de Karolingische tijd ontstond de zelfstandige moederparochie Hoeselt, die later het ontstaan gaf aan zeven afhankelijke kerken: Sint-Huibrechts-Hern, Vliermaal, Beverst, Romershoven, Schalkhoven, Werm en Althoeselt.

In 1066 schonk prins-bisschop Theoduinus van Luik de parochie Hoeselt met al haar afhankelijkheden aan het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Hoei. Zo werden de kapittelheren van Hoei de grote tiendheffers in Hoeselt. Toch bleef het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Tongeren nog tiendheffer op de oudst ontgonnen gronden van Hoeselt.

De parochies Vliermaal en Sint-Huibrechts-Hern verwierven rond 1250 een betrekkelijke zelfstandigheid. De overige parochies werden pas in de jaren 1830 onafhankelijk. Hoeselt was een deel van het koninklijke Frankische fiscus- of kroongebied, dat een vrijgemaakt kerkelijk leen werd onder het directe bestuur van de Luikse prins-bisschop. Het centrum van de gemeente toont sporen van dit oude Frankische dorp: een driehoekig dorpsplein, een motheuvel uit de 10e eeuw en op de zuidelijk gerichte hellingen de oudste akkers. De verder gelegen bossen werden in de 12e en de vroege 13e eeuw in cultuur gebracht. Hoeselt viel in de 13e eeuw en tot de opslorping van Loon door Luik in 1323 onder de voogdij van de graven van Loon. Niettemin bleef het Luiks territorium, en was het Luikse recht er van toepassing.

De goederen en de rechten die de prins-bisschop in Hoeselt bezat, werden van oudsher beheerd vanuit de Kellerij door een Kelleneer. Hoeselt was in acht kwartieren opgedeeld: Dorp, Gansteren, Cruys en Hombrouck, Neroy, Crieckendael, Buckinxlinde, Althoeselt-Dorp en Althoeselt-Brouck. Ieder jaar werd voor deze kwartieren een dorpsmeester of burgemeester aangesteld. In 1619 verpandde prins-bisschop Ferdinand van Beieren de heerlijkheid aan de landcommanderij van Alden Biesen. Achtereenvolgens voerden de landcommandeurs Edmond Huyn van Amstenraedt, Godfried Huyn van Amstenraedt van Geleen en Edmond Godfried von Bocholtz de titel van Heer van Hoeselt. In 1683 nam het Sint-Lambertskapittel van Luik de heerlijkheid terug en benoemde het kanunnik Bernard Guillaume de Hinnisdael tot tijdelijke Heer van Hoeselt. Willem-Gerard Moffarts werd in 1706 Heer van Hoeselt en zijn familie bleef deze functie uitoefenen tot aan de Franse Revolutie.

Het oudste geschrift over Althoeselt gaat terug tot 965, toen prins-bisschop Everard van Luik een hoeve in Althoeselt aan de Saint-Martin van Luik schonk. Als kwartkapel hing de kerk van Althoeselt tot 1834 van de moederkerk van Hoeselt af. Op bestuurlijk vlak maakte Althoeselt steeds deel uit van de heerlijkheid Hoeselt en omvatte het de kwartieren Althoeselt-Dorp en Althoeselt-Brouck. De akkergronden werden vanaf de Gallo-Romeinse tijd bewerkt en gaven het ontstaan aan talrijke grote boerderijen: het hof van den Edelbampt, het hof van Pietersheim, het hof van Stevordia, het hof van Eysse. Alleen het hof Ter Poorten doorstond de tand des tijds.

Romershoven is een langgerekt straatdorp langs de Winterbeek. Parochiaal behoorde het als kwartkapel tot de succursale van Hoeselt. Na de Franse Revolutie werd de parochie Romershoven tot 1834 afhankelijk van die van Schalkhoven. In de 12e eeuw schonk de Luikse prins-bisschop de heerlijke rechten van Romershoven aan het kapittel van Sint-Jan de Evangelist. Een voogd, die oorspronkelijk onder de plaatselijke edelen gekozen werd, nam de belangen van de kanunniken in Romershoven waar. De oudst bekende is Henricus de Rumershoven, van 1220. Uit een onderzoek blijkt dat de motheuvel van Romershoven een versterkte, omwalde woning uit de 14e eeuw is. De gemeente Romershoven werd in 1971 bij Hoeselt gevoegd.

De kleinste deelgemeente van Hoeselt, Schalkhoven, ressorteerde als kwartkapel onder de succursale van Hoeselt. Na de Franse Revolutie werd Schalkhoven een onafhankelijke parochie, waarvan Sint-Huibrechts-Hern en Romershoven afhingen. Ridder Camille de Borman liet omstreeks 1865 op de Homberg en het Steenveld, in de onmiddellijke omgeving van het kasteel van Schalkhoven, opgravingen doen. Op die plaats werden talrijke Romeinse resten van een villa en een begraafplaats gevonden.

Samen met het aangrenzende Sint-Huibrechts-Hern vormde Schalkhoven één heerlijkheid, die als Loons leen in 1256 aan de Heer van Diepenbeek toebehoorde. Vanaf de 13e eeuw bezat het geslacht van Hamal of van Elderen de heerlijke rechten. De schepenbank oordeelde naar Loons recht en moest haar lering halen bij het hooggerechtshof van Vliermaal. Het maatschappelijke leven in Schalkhoven werd tot ver in de 20e eeuw door het kasteel van Schalkhoven en zijn bewoners beheerst. De gemeente werd in 1977 bij Hoeselt gevoegd.

In 1898 werden aan de oude heerbaan Tongeren-Nijmegen de drie tommen van Sint-Huibrechts-Hern onderzocht. Toen werd onder andere het graf van een schilder gevonden, die hier met zijn schildersmateriaal begraven lag. De parochie Hern hing af van de succursale van Hoeselt. In 1256 echter verwierf Hern, uitgegroeid tot een belangrijk bedevaartsoord van Sint-Hubertus, de status van mediane kerk. Daardoor kreeg de pastoor onder meer het recht om de laatste sacramenten toe te dienen. De rituelen van het branden van razende dieren en mensen met de Hubertussleutel zijn hier tot de 20e eeuw in gebruik gebleven. Na de Franse Revolutie werd Sint-Huibrechts-Hern als parochie afhankelijk van de kerk van Schalkhoven. Dat bleef zo tot in 1834. Hern behoorde met Schalkhoven, waarmee het een heerlijkheid vormde, als Loons leen aan de graven van Hamal of van Elderen toe. Sint-Huibrechts-Hern fuseerde in 1977 met Hoeselt.

Werm ontstond als parochie na 1250, als kwartkapel van de succursale van Hoeselt. Het werd een zelfstandige parochie in 1834. De Luikse heerlijkheid Werm was in het begin van de 14e eeuw in handen van de jonkers Hendrik en Godfried van Werm. In 1341 werd Werm eigendom van Louis Marteal, voogd van het nabijgelegen Hardelingen. Via de families de Bernar en van den Bosch kwam de heerlijkheid in de 15e eeuw in handen van Raes van Duras. De nobelste figuur uit de lange rij eigenaars van Werm was Mechtildis Schroets, Vrouwe van Werm van 1608 tot 1642. Door haar milde giften kon rond 1638 een nieuwe kerk gebouwd worden. Na haar dood werden de heerlijke rechten over Werm voor de helft verkocht aan de Tongerse familie Brouckmans. Voor de andere helft kwam de heerlijkheid in handen van de bewoners van het kasteel van Schalkhoven. De gemeente werd in 1971 bij Hoeselt gevoegd.

De voet van de toren van de Sint-Stephanuskerk is vroegromaans en stamt uit de 11e eeuw.

De voet van de toren van de Sint-Stephanuskerk is vroegromaans en stamt uit de 11e eeuw.

Bezienswaardigheden

Hoeselt:

De Sint-Stephanuskerk aan de Dorpsstraat heeft een voorstaande westertoren met een vroegromaanse basis van silex. Deze basis is een overblijfsel van het laatste stuk middenbeuk van de 11e-eeuwse preromaanse kerk. Het bovenste deel van de toren werd omstreeks 1250 gebouwd met mergelsteen, in een overgangsstijl tussen romaans en gotisch. De spits in Oostenrijkse barok dateert van 1769. De oude driebeukige gotische kerk uit de 13e eeuw werd in 1766 afgebroken en vervangen door een classicistische eenbeukige bakstenen zaalkerk. In 1896 werd de kerk met de helft verlengd en werd er een nieuw koor gebouwd. De zijbeuken zijn van 1932. Het barokke marmeren hoogaltaar van 1689 komt uit de Luikse Sint-Pauluskathedraal. Twee witmarmeren medaillons op het altaar, die Petrus en Paulus voorstellen, worden aan de Luikse beeldhouwer Jean Delcour toegeschreven. Het geelkoperen tabernakel werd in 1880 in opdracht van barones Philippina de Brouckmans vervaardigd door het Antwerpse atelier Van Rijswijck. Steniging van Stefanus op het hoogaltaar is in 1878 door Lodewijk Hendrix van Peer gemaakt. De vroeggotische doopvont, versierd met vier koppen, dateert van omstreeks 1250. Achter in de vroegere doopkapel bevindt zich een zandstenen beeldhouwwerk uit de 12e eeuw. Het koorgestoelte komt uit de kerk Sint-Jan de Evangelist van Luik en werd in 1760-1761 vervaardigd door Guillaume Lefèbre in Amay. Omstreeks 1770 vervaardigde Carl Weyskopf beide zijaltaren, de communiebank, die nu verwerkt is in het nieuwe altaar en in de lezenaar, de balustrade van het doksaal, de orgelkast, en de biechtstoelen in de zijbeuken. Het atelier van Rubens tekende voor de kruisafneming boven het koorgestoelte. Aan de andere kant hangt het schilderij Steniging van Stefanus van 1713, een creatie van Luikenaar Jean Detrihe. In het portaal onder de kerktoren ligt de grafsteen van Arnold Moffarts - Catherina de Heusch (?-1676).

Kasteel de Brouckmans dateert uit 1756. Het is nu een klooster en school.

Kasteel de Brouckmans maakt deel uit van het domein Burghof en dateert uit de 18e eeuw. Het is nu een klooster en school.

Naast de kerk ligt het domein Burghof, nu een klooster met een middelbare school. Het is toegankelijk via de poort met datumsteen 1756. Op het driehoekige fronton staat het wapenschild van de familie de Brouckmans. Het domein omvat twee kastelen. Het eerste, links van de poort, is nu het klooster van de Zusters van Voorzienigheid. Het werd gebouwd in de eerste helft van de 18e eeuw door Lutgardis de Heusch, weduwe van Arnold Moffarts. Het was later eigendom van de familie de Brouckmans, Heren van Werm. In het park wijst een toren met toegangspoort naar een ander kasteel, het Bethaniakasteel. Het dateer van 1622 en werd gebouwd door Walter de la Montaigne, griffier van de XXII in Luik. Bij zijn dood in 1633 liet hij zijn kasteel na aan Elisabeth Strauven, stichteres van de Zusters van de Calvarieberg in Maastricht. Tot 1698 diende het kasteel als klooster. In 1705 werd het eigendom van de familie de Voet en raakte het in verval. Op de toren met toegangspoort na werd het in de eerste helft van de 19e eeuw afgebroken.

Tegenover de Burghof, aan de andere kant van de Hulstraat, staat een hoeve met datumsteen 1785. Daarachter ligt nog de omwaterde motheuvel, restant van een vroegmiddeleeuwse versterkte woning. De heuvel is als dorpsgezicht en monument beschermd sinds 1982.

De Motheuvel, restant van een vroegmiddeleeuwse versterkte woning.

Hogerop in de Dorpsstraat staat het kasteel van Bockrijck in het park Les Vieux Arbres. Het kasteel is in oorsprong 17e-eeuws, maar werd omstreeks 1780 verbouwd. Vanaf de 15e eeuw was het eigendom van de families de Corswarem en de Moffarts. In de late 19e eeuw verwierf de familie de Borman het goed. De familie Van Bockrijck kocht het na de Eerste Wereldoorlog.

Op de gemeentelijke begraafplaats bevindt zich het grafmonument van de Hoeseltse schrijver Lambrecht Lambrechts (1885-1932). Over de spoorweg, aan de Pasbrugstraat, staat het kasteel ter Weyer. Het was een Loons leengoed, dat al in de 13e eeuw vermeld werd. Tot 1603 bleef het eigendom van de familie van de Weyer. Jean Baptist de Graty verbouwde het kasteel in 1641. De vijver is een overblijfsel van de vroegere watergracht.

Aan de Groenstraat ligt het oude Hof van Oprode. Deze hoeve behoorde vanaf de 13e eeuw toe aan de landcommanderij van Alden Biesen. Het woonhuis draagt het jaartal 1742. De gevel links van de poort dateert uit de eerste helft van de 17e eeuw.

Onder impuls van pastoor Jan Libotte en pater Andreas Driesen van het Tongerse Jacobusgasthuis werd in 1678 aan de weg naar Althoeselt de Lindekapel gebouwd. Op deze plek vereerde men al eeuwen Onze-Lieve-Vrouw Behoudenis der Kranken. Wellicht stond hier eerder een kleinere kapel. Tijdens de Franse Revolutie werd de kapel van 1678 tot op 1 m afgebroken. In 1817 werd zij in haar oorspronkelijke staat hersteld. Sinds 1985 is zij als monument beschermd.

In het verlengde van de Hooilingenstraat op Twee Kruisenveld werden in de 16e eeuw twee arduinen veldkruisen neergezet. Het kruis van 1592 werd gestolen. Het grote arduinen kruis, dat dateert van 1567, werd als zoenkruis opgericht voor de moord op ene Ghijs Pauwels.

De vollersmole Molen op den Pas ter Huelstraeten

Deze korenmolen werd al voor 1300 vermeld. In de 16de-19de eeuw diende hij ook voor het vollen van lakens (volmolens). Van de volinrichting is niets meer bewaard gebleven. De molen bezit nog een houten watergevel. Helaas is de molen erg vervallen: de muren en het dak vertonen vele openingen. Ondanks de bescherming als monument in 1986 is er nog steeds geen restauratie gebeurd. De molen wordt steeds meer een ruine.

De vollersmolen Molen op den Pas ter Huelstraeten in Hoeselt gaat terug tot de 13e eeuw. Omstreeks 1680 werd de Demer verlegd en kon Gilis Scherpenbergh een graanmolen en een volmolen aandrijven, met bovenslag en onderslag. In een volmolen werden geweven wollen stoffen van de plaatselijke huisnijverheid gedicht. In 1761 renoveerde schout Mathias van de Bosch van Fall-Valmeer de gebouwen volledig. Later baatten de geslachten Somers en Stulens de molen uit. De molen is sterk verbouwd en sinds 1986 beschermd, maar in verval.

De Sint-Lambrechtskerk in Althoeselt is een neogotische basilicakerk van baksteen, met een ingebouwde westertoren, drie beuken van vier traveeën en een koor met halfronde apsis. De kerk dateert van 1862-1863. Van het interieur is vermeldenswaard: het neogotische hoofdaltaar met retabel, de houten preekstoel van 1904 door Guillaume Gielen van Sint-Truiden, het orgel van 1904 door Jean Baptist D'Hondt van Wolfsdonk-Aarschot, het schilderij Calvarieberg met de Heilige Vrouwen uit de 2e helft van de 17e eeuw met een afbeelding en blazoen van Jan Libotte, pastoor van Althoeselt (1650-1683), Calvarie met Maria Magdalena, en Heilig Kruis, beide schilderijen uit de 18e eeuw en Sint-Rochus met Engel, een gepolychromeerd houten beeld uit de 16e eeuw. Op het kerkhof staan diverse 17e- en 18e-eeuwse stenen grafkruisen. Hier ligt een grafsteen met het wapenschild van pastoor Jean Libotte, van 1683. Uit de beste landbouwgronden in Althoeselt schonk Theodorus, heer van Valckenburgh, in 1247, 47 bunder land aan de Duitse Orde van Alden Biesen. Het is de kern van hof Ter Poorten.

Hof ter Poorten te Althoeselt (Hoeselt)

Hof ter Poorten te Althoeselt (Hoeselt).

De hoeve Ter Poorten is een typisch Haspengouwse vierkantshoeve met een imposante schuur. Een wapensteen boven de inrijpoort vermeldt het jaar 1626 en bevat het wapenschild van landcommandeur Edmond Huyn van Amstenraedt. De hoeve is sinds 1987 als dorpsgezich en monument beschermd.

De Althoeseltmolen wordt vermeld in de 13e eeuw. In de 15e eeuw fungeerde hij als banmolen voor het nabijgelegen Membruggen. In 1605 verkocht Magdalena van Eltz, abdis van Munsterbilzen, de molen aan Willem Portugaels, die hier een nieuwe olieslagmolen bouwde. Als molenaarsgeslachten werkten hier de families Chapelle, Driesen, vrijen, Nulens en Aerts. In Hoeselt zijn elf bewegwijzerde wandelpaden, van 6 km tot 10 km.

Romershoven:

De Sint-Jan de Doperkerk te Romershoven (Hoeselt)

De Sint-Jan de Doperkerk te Romershoven (Hoeselt) bevat delen uit 1845.

Tot 1845 lag de Sint-Jan de Doperkerk van Romershoven helemaal buiten het toenmalige centrum van het dorp, aan de oude motheuvel. In 1845 bouwde de pas zelfstandige parochie in het centrum van het dorp een kerkje in empirestijl dat plaats bood aan 200 gelovigen. De Eerste Wereldoorlog doorkruiste de plannen voor de bouw van een nieuwe kerk. Na beperkte vergrotingswerkzaamheden in 1928 werd in 1950 het schip van de oude kerk vervangen. De toren en het koor van de kerk van 1845 bleven behouden.

Schalkhoven:

Tot eind 1928 stond het kleine kerkje van Schalkhoven, dat meer een kapel was, op het kerkhof. In 1929 werd de nieuwe Sint-Brixiuskerk - een neogotische, eenbeukige kruiskerk - in gebruik genomen. Het interieur toont een houten, gepolychromeerde Madonna met Kind uit de 15e eeuw en een Sint-Brixius, een houten gepolychromeerd beeld van omstreeks 1700.

Het Kasteel van Schalkhoven dateert uit 1588 en werd verbouwd omstreeks 1770.

Het Kasteel van Schalkhoven dat oorspronkelijk dateert uit 1588. In 1770 werd het verbouwd in classicistische stijl. Ook de kasteelhoeve dateert uit de 16e eeuw en werd eveneens verbouwd in de 18e eeuw.

In 1588 bouwde Rijkaard van Elderen het waterkasteel van Schalkhoven. Omstreeks 1770 werd het kasteel verbouwd en ingericht in classicistische stijl. De grote achterliggende kasteelhoeve in Maaslandse renaissancestijl is deels 16e-eeuws en werd in de 18e eeuw sterk verbouwd. Het kasteel was achtereenvolgens eigendom van de families van Elderen, Vaes, van Eijll, de Heusch, Barthels, du Vivier en de Borman. Hun grafstenen liggen op het kerkhof. Het kasteel ligt in een uitgestrekt park met zeldzame bomen. Het landschap en het monument zijn sinds 1977 beschermd.

Sint-Huibrechts-Hern:

De westertoren en het oude kerkkoor van de Sint-Hubertuskerk komen van de vroeggotische kerk uit de 13e eeuw. Het eenbeukige schip werd in 1905-1906 tot een neogotische driebeukige kerk omgebouwd. Dit schip werd in 1965 vervangen door een moderne zaalkerk. Toen werden in het oude koor 13e-eeuwse fresco's ontdekt. Het was de oudste plastische voorstelling van de Sint-Hubertuslegende. Op het kerkhof staan grafkruisen uit de 17e en 18e eeuw. Het interieur bevat: een eikenhouten gepolychromeerde Sint-Hubertus van omstreeks 1300, een 17e-eeuwse gepolychromeerd houten kruisbeeld, en een 18e-eeuwse, geschilderde Sint-Hubertuslegende. De glasramen, die uit de oude kerk komen, waren in 1899 vervaardigd door de gebroeders Rooyen in Roermond. De kerk is sinds 1938 als monument beschermd.

De Sint-Hubertuskerk van Sint-Huibrechts-Hern.

De Sint-Hubertuskerk van Sint-Huibrechts-Hern bezit een 13e-eeuwse kerktoren en in het oude koor werden tijdens de laatste verbouwingen, fresco's aangetroffen die de legende van Sint-Hubertus uitbeelden en die ook dateren uit de 13e eeuw.

Het allodiale domein van Hardelingen was het voornaamste bezit van het kapittel van de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Tongeren. Het werd in 1215 geschonken door Rodolphus, proost van het Luikse Lambertuskapittel. Het kapittel had hier alle heerlijke rechten, ook de lage en de hoge justitie. De voogdij was in de 14e eeuw in handen van Karel Marteal, die ook Heer was van het naburige Werm. Tijdens de Franse Revolutie werd het domein als "zwart goed" verkocht. Het kwam in handen van de Tongerse familie Schaetzen. Het kasteel van Hardelingen is een restant van de oude domeinhoeve die in de 19e eeuw fors verbouwd werd.

Op een kunstmatige verhoging, omgeven door lindes, staat de Sint-Annakapel van baksteen en mergelbanden. De datumsteen vermeldt het jaartal 1653. In het gehucht Vrijhern, dat deel uitmaakt van de parochie Riksingen in Tongeren, vestigde Geurt van Elst zich omstreeks 1660 als kluizenaar. Hij richtte hier de eerste primitieve kluis op, de Kluis van Vrijhern.

De Kluis van Vrijhern

De Kluis van Vrijhern.

De kapel is het enige bakstenen gebouw van het complex. Zij werd in 1710 volledig gebouwd naar het model van het Heilige Huisje van Nazareth in het Italiaanse bedevaartsoord Loreto. Het geheel bestaat verder uit een woonhuis met kluizenaarscellen, stallingen en vroegere schoolgebouwen, en is hoofdzakelijk in vakwerk en leem gebouwd. Even bezijden de kluis, aan het kerkhof van de kluizenaars, troont een 18e-eeuwse calvarie van mergel met bas-reliëf. Kluizenaars bewoonden de kluis van Vrijhern nog tot in 1904. De kluis is een bedevaartplaats van Onze-Lieve-Vrouw va Loreto.

Werm:

De Sint-Domitiaankerk, die omstreeks 1638 dankzij de milde schenkingen van Mechtildis Schroets tot stand kwam, was zo bouwvallig dat ze in 1765 afgebroken moest worden. De huidige classicistische zaalkerk dateert van 1766, de westertoren van 1870. Het vroeg-18e-eeuwse portiekaltaar is van gemarmerd hout. Het altaarstuk Jezus aan het Kruis met Maria Magdalena is afkomstig uit het begijnhof van Bilzen. Het stamt uit de eerste helft van de 18e eeuw. De twee 18e-eeuwse zijaltaren zijn van gemarmerd hout. Het houten kruisbeeld is 17e-eeuws. Het eiken koorgestoelte is van omstreeks 1700. De gepolychromeerde houten Onze-Lieve-Vrouw met Kind is 16e-eeuws. Het orgel van 1891 komt uit het atelier van Theodore Ruef in Sint-Truiden. Alard de Heusch schonk de kerk in 1770 het 18e-eeuwse grisaille Heilige Familie.

De Sint-Domitiaankerk te Werm (Hoeselt).
De Motheuvel, restant van een vroegmiddeleeuwse versterkte woning.

De Sint-Domitiaankerk te Werm dateert uit 1766, de toren uit 1870.

Schuin tegenover de kerk staat Onder de Twee Linden, een hof met poortingang en duiventil uit de 18e eeuw. Het was jarenlang een hoeve en de woning van de familie Brouckmans, Heren van Werm.

Een liedje uit 1322 over Hoeselt.

We eindigen met een aardigheidje: een liedje over Hoeselt uit 1322.

Dit moet je gezien hebben