Historisch dorp Kessenich

 

Het dorpscentrum van Kessenich (Kinrooi)
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Het dorpscentrum van Kessenich (Kinrooi).

Kessenich, een typisch Maasdorp, is het oudste dorp van de vier deelgemeenten van het huidige Kinrooi. Kessenich heeft door de eeuwen heen verschillende schrijfwijzen gekend. De alleroudste naamgeving, Cassaniacum, hetgeen eikenhout betekent, dateert uit de tijd van de Romeinse overheersing in onze streken. Andere bronnen vermelden: Kesnic (1102), Cassenic (1219), Kesseninck (14de eeuw) en Kessenicht (1644). In de Keltische periode lag Kessenich aan de Maas. Oude Maasbeddingen zijn overal in het landschap terug te vinden. Na elke grote overstroming bleek de Maas eenvoudig haar bedding verlegd te hebben. Daardoor ontstonden ook vruchtbare gronden en grote waterrijke gebieden (broeken), zoals het Vijverbroek.

Het dorp Kessenich herbergt interessante historische bezienswaardigheden. Tegenover de neogotische Sint-Martinuskerk liggen de ruïnes van een robuuste toren, op een kunstmatige heuvel van zo een tien meter. Deze achthoekige mottetoren uit begin 12de eeuw, werd gebouwd als bescherming tegen de invallen van de woeste noorderlingen. In de 13de eeuw werd er een traptoren bijgebouwd. In de 16de eeuw plaatste men een mergelstenen gebouw tegen de toren. De muren waren drie meter dik en aan de buitenkant allemaal ongeveer vier meter breed. Binnenin had de ovaalvormige toren een diameter van ongeveer vijf meter. De Heren van Kessenich bestuurden van hieruit eeuwenlang hun vrije rijksheerlijkheid. Deze strategische plaats biedt een prachtig uitzicht over het Maaslandschap.

Eeuwenlang woonden er in Kessenich adellijke families. Kessenich is lange tijd een rijksheerlijkheid geweest. In 1155 bracht Arnold van Kessenich zijn zegel van een charter van Loon. Op het einde van de 14de eeuw werd de heerlijkheid Kessenich samengevoegd met de heerlijkheid Bronshorn door het huwelijk van Jan van Bronshorn met de erfdochter van Kessenich. Hierdoor zouden Kessenich en Bronshorn voortaan één gebied vormen, weliswaar van elkaar gescheiden door Neeritter. Kessenich bleef onafhankelijk en kon standhouden tegen het opdringerige graafschap Horn.

In de 17de eeuw werd de heerlijkheid eerst in twee gesplitst ten gevolge van de huwelijken van twee dochters van Guido van Malsen. Eén van de dochters huwde een telg uit het geslacht van Waes. Deze familie stelde alles in het werk om de gesplitste delen weer samen te voegen. In 1699 werden beide delen opnieuw verenigd met als heer baron Frans-Jacob van Waes.

Vanuit hun waterkasteel Borgitter aan de Itterbeek regeerden de heren van Waes twee eeuwen lang vrij eigenmachtig. Tijdens de vele oorlogen aan het einde van de 17de eeuw en in de eerste helft van de 18de eeuw kwam de vrije heerlijkheid Kessenich pas goed in moeilijkheden. In 1714 werd het kasteel belegerd, de slotvrouwe gevangen gezet en de heerlijkheid grondig leeggeplunderd. Later, in 1759, werd baron Filip van Waes op een jachtpartij vermoord. Zijn zuster-opvolgster, gravin Anna Salomé, werd te Parijs op 10 mei 1794 geguillotineerd. De erfgenamen verkochten in 1804 de omvangrijke eigendommen van de familie van Waes. Voor een belangrijk deel gingen deze naar Hendrik Joseph Michiels.

In 1815 worden België en Nederland verenigd in de bufferstaat Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. De opstand tegen Willem I, in 1830, heeft een geforceerde scheiding tot gevolg. De in 1815 ontstane provincie Limburg werd in 1839 brutaal in twee gesplitst met de Maas als grenslijn. Kessenich werd vanaf nu een grensdorp. In 1845 ontstonden Kinrooi en Molenbeersel als afzonderlijke zelfstandige gemeenten. Zij waren voor een deel samengesteld uit de oude delen van het Land van Kessenich. In de daaropvolgende jaren werd het kasteel Borgitter verfraaid en de kerk van Kessenich geheel vernieuwd. Boven op de graftombe van de vroegere kasteelbewoners werd op de motte een kleine grafkapel gebouwd.

Kessenich heeft verscheidene jaren een belangrijke rol gespeeld als douanepost. Getuige hiervan is het douanekantoor dat voor de verplaatsing naar Boorsem (gemeente Maasmechelen) en het openstellen van de Europese grenzen een voorname functie vervulde.