Romeinse waterputten, Eburoonse nederzetting ontdekt in Kesselt

Vrijdag 19 juni 2009

 

Romeinse waterputten en Eburoonse nederzetting te Kesselt.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

In Kesselt bij Lanaken hebben Archeologen van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed vier Romeinse waterputten opgegraven. Ze behoorden tot een nederzetting uit de tweede en derde eeuw. Er werd bovendien een nederzetting van de Eburonen uit de ijzertijd aangetroffen.

De opgraving ging van start in mei 2008. Een jaar voordien had een verkennend vooronderzoek al uitgewezen dat het terrein zowel in de ijzertijd (800-50 v. C) als in de Romeinse middenkeizertijd (2e en 3e eeuw) bewoond was door lokale gemenschappen. De aangetroffen waterputten horen allemaal bij de Romeinse nederzetting. Er werden ook enkele brokstukken van een in mei 1940 neergestort Duits oorlogsvliegtuig aangetroffen. Deze vondsten worden bij voltooiing van de brug in Vroenhoven in het oorlogsmemoriaal ondergebracht.

De vier waterputten lagen in de buurt van elkaar. Het gaat om twee houten putten en een mergelstenen exemplaar. Een vierde put was ingestort waardoor de constructiewijze niet meer bepaald kon worden. Waarschijnlijk functioneerden de putten niet alle vier gelijktijdig, maar hebben ze elkaar in de loop van de 2e en 3e eeuw opgevolgd. De mergelstenen put is vrij uniek voor de regio. Hij had een cirkelvormige plattegrond met een diameter van 1,60 meter. Op een diepte van 5 meter heeft een instorting de oorspronkelijke constructie helemaal uit haar verband gerukt. De wanden zijn er naar buiten geklapt, waardoor veel stenen in de schacht gevallen zijn. De bouwstenen dragen talrijke zaag- en kapsporen. Wellicht werd de put na die gebeurtenis niet meer gebruikt. Een analyse zal ons wellicht meer leren over Romeinse ontginnings- en bewerkingstechnieken van dit soort natuurstenen bouwmateriaal. Mergel werd immers zelden in Romeinse steenbouw verwerkt, zowel op landelijke nederzettingen als in centrale plaatsen zoals Tongeren.

De Romeinse nederzetting dateert uit de 2e en 3e eeuw, de zogenaamde middenkeizertijd. In die periode stond een aantal houtlemen boerderijen rond een centrale open ruimte. In die centrale zone bevonden zich de vier waterputten, net als drie drinkpoelen voor vee.

In de jaren 2000-2004 werd een gelijkaardige nederzetting in Veldwezelt opgegraven (zie tekst Veldwezelt-Hezerwater). De nederzetting in Kesselt is dus de tweede van haar soort die in Zuid-Limburg kon worden onderzocht. Tot nu toe kenden we uit de Romeinse tijd alleen maar de zogenaamde villa's: rijke landbouwbedrijven die rond luxueuze hoofdgebouwen waren aangelegd. Blijkbaar bevond zich in de streek nog een ander type nederzetting waar inheemse bouwtradities en willicht ook levenswijzen verder leefden.

Van de prehistorische bewoning zijn sporen van zowel de vroege als de late ijzertijd bewaard. Vooral de nederzetting uit de late ijzertijd is bijzonder. Ze bestaat uit een nog onbekend aantal boerderijen, omgeven door kleine bijgebouwtjes, kuilen en greppels. Het aardewerk en de andere vondsten die uit deze sporen zijn ingezameld, dateren van het einde van de late ijzertijd. Het is verleidelijk om het opgeven van de nederzetting in verband te brengen met de Gallische oorlogen van Julius Caesar en de opstand van de Eburonen. Pas na bijkomend onderzoek kan die hypothese eventueel bevestigd worden. In elk geval gaat het om de eerste nederzetting van de Eburonen die in de Zuid-Limburgse regio kon worden opgegraven.