De beroemdste rondtrekkende handelaars

Teut worden was echt geen lachertje

Het Teutenbeeld aan het Museum Kempenland te Lommel.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Het Teutenbeeld aan het Museum Kempenland te Lommel.

Het is van alle tijden: wanneer mensen hun dagelijks brood niet meer kunnen verdienen in de eigen streek, dan gaan ze dat brood elders zoeken. Van 1550 tot 1648 hadden de kleine Kempense boeren af te rekenen met een bijna honderdjarige economische crisis; dat was wel andere koek dan een eenentwintigste-eeuwse economische dip. Dus veranderde men in het noorden van Limburg noodgedwongen het geweer van schouder en de boeren werden rondreizende kooplui, die wel zes maanden van huis waren om heinde en verre hun waar aan de man te brengen. Ze werden 'teuten' genoemd.

Er bestaan nogal wat verklaringen voor dat woord. Het zou afgeleid zijn van tuota (handeldrijven), of van tiuhan (rondtrekken). Anderen zoeken het bij teutelen (ruilen) of bij teuten op de hoorn (waarmee ze hun aankomst in een dorp of stad aankondigden). Teut worden was echter geen lachertje. In maart verliet je je dorp, bepakt en beladen, en je zorgde ervoor dat je met Sint-Niklaas, 6 december, weer thuiskwam. Je reisde daarbij tot in Zuid-Duitsland of tot in Scandinavië, om koperwaren, aardewerk, textiel of pruiken te verkopen. Dus werd je, naargelang van je specialiteit, Koperteut (ketels en pannen en het lappen ervan), Gleisteut (aardewerk), Taft- of Elleteut (laken, weefsels) of Haarteut (pruiken, gemaakt van vrouwenhaar). Nog anderen waren Dierenlubbers of Snijders (half veearts, half veekoopman, gespecialiseerd in castreren). De Teuten kenden allerlei remedies tegen ziekten en hadden een eigen taaltje, het Bargoens, waar buitenstaanders geen jota van begrepen.

Hoe dan ook, het ging de arme Kempense boeren voor de wind en vaak werden ze zo welstellend dat ze chique huizen konden bouwen, bijvoorbeeld in Lommel, het belangrijkste Teutendorp, maar ook in Hamont-Achel, Bocholt, Kaulille, Overpelt, Neerpelt, Sint-Huibrechts-Lille en Hechtel-Eksel.

Aan de Teutenhandel kwam een eind toen aan het einde van de negentiende eeuw de reisinfrastructuur (wegen, kanalen, spoorwegen) aanzienlijk verbeterde en strengere handelsregels werden opgelegd.

Voor een mooi overzicht van de Teutengeschiedenis, kan u terecht in het Museum Kempenland, Dorp 16 te Lommel. Daar worden opkomst en teleurgang van de Teutenhandel uitvoerig en boeiend belicht, van dinsdag tot vrijdag, 9.00-12.00 u en 13.00-17.00 u en op weekends 13.30-16.30 u; gesloten op maandag en feestdagen (tenzij feestdagen in juli-augustus).

© Het Toppunt van BelgiŽ, reisgids naar 500 uitzonderlijke plekken in eigen land, Julien Van Remoortere.