Wandelroute: "De Rampsalighe Sint-Niclaesdagh"

Jaarlijks vindt er een bloemenhulde plaats aan het monument dat de 'Rampsalighe Sint-Niclaesdag" herdenkt.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Jaarlijks vindt er op 6 december een bloemenhulde plaats aan het monument dat de "Rampsalighe Sint-Niclaesdag" herdenkt.

In Vlaanderen vinden we zelden paadjes en wegen die er nog net zo uitzien als vierhonderd jaar geleden. Meeuwen is daarop een prettige uitzondering. Struikrovers lopen er al lang niet meer rond en de Kempense boerderijen van weleer hebben ondertussen het statuut van fermette gekregen. Maar als de heide op de Pampa eind augustus begint te bloeien, denken de bewoners nog vaak terug aan die rampzalige Sint-Niklaasdag van 1648.

Het is heerlijk wandelen door de vallei van de Aabeek.

Het is heerlijk wandelen door de vallei van de Aabeek.

Met de geschiedenis van Vlaanderen hebben de dorpjes in de Kempen of het Maasland weinig of niets te maken. Meeuwen maakte deel uit van het graafschap Loon, dat een leen was van de prins-bisschop van Luik. De plattelandsbevolking was arm, omdat landbouw niet genoeg opbracht om van te leven. Geweld en bedelarij waren dagelijkse kost. Het prinsbisdom Luik bleef in conflicten altijd neutraal, waardoor Luik met de oorlogvoerende partijen kon blijven handeldrijven. In ruil moest de prins-bisschop echter toestaan dat vreemde troepen ongehinderd doortocht kregen in Haspengouw, de Kempen en het Maasland en dat ze zich er gratis konden bevoorraden. Toen niet alleen de reguliere legers, maar ook muitende of afgedankte huursoldaten en allerhande gespuis zich op het platteland kwamen bevoorraden, gaf de prins-bisschop van Luik de opdracht een burgerwacht, een leger van huislieden op te richten om het eigen volk en land te beschermen tegen de oprukkende legers.

Karel, hertog van Lotharingen (Lorreinen) werd in 1604 geboren als zoon van Charles, de hertog van Lotharingen en Claude, dochter van de Franse koning Henri II. Hij volgde in 1624 zijn vader op als hertog, maar werd in 1631 om zijn sympathieën voor het Duitse keizerrijk door de Franse koning verbannen. Zonder onderdak of werk bleef hem niets anders over dan zijn soldaten ten dienste te stellen van de Spaanse regering in de Zuidelijke Nederlanden. In de winter, als er niet gevochten werd, verbleef Karel in Brussel, terwijl zijn troepen hun tenten opsloegen binnen of buiten de grenzen van het prinsbisdom Luik. De soldaten ontvingen geen soldij, maar de hertog stond wel toe dat ze de streek plunderden, waartegen de huislieden zich zoveel mogelijk probeerden te verzetten. Op 6 december 1648 probeerde een groep huislieden te voorkomen dat de huurlieden die op weg waren naar Roermond, Horn en Weert, hun tentenkampen kwamen opslaan in Stokkem en Ham. De 1500 huislieden werden in de heide achter de wijk Donderslag bij verrassing overvallen en verjaagd door de veel beter gewapende huurlingen. Vierhonderd huislieden bleven dood achter en honderden werden zwaar gewond.

De Schans

Schansen waren op het platteland een typisch verdedigingsmiddel voor de gewone man of vrouw die niet kon vluchten naar een stad, een versterkte burcht of een kasteelhoeve. Een schans mocht alleen aangelegd worden na toestemming van een plaatselijke heer. Daarvoor werd een afgelegen, verscholen en moeilijk te bereiken terrein uitgekozen, zoals een moerassig gebied in de wildernis. Elke schans was ongeveer 1 ha groot en werd omgeven door een met palen en vlechtwerk versterkte wal en een gracht van drie tot vier meter breed. Het terrein achter de schans werd verdeeld in regelmatige percelen. Dat mochten de schansgezellen (de boeren die de schans mochten betreden) een schanshuisje bouwen. Er werd vooral op gelet dat de schans een veilige haven bleef. De omheiningsgracht moest diep en breed genoeg zijn en in de winter ijsvrij gehouden worden. Het was verboden in slaap te vallen als men op wacht stond en na negen uur 's avonds mocht er geen vuur of licht meer branden.

De Pampa

Wat de inwoners van Meeuwen de Pampa noemen, is een 2200 ha groot natuurgebied op de grens met Helchteren. Het gebied is voor 80% bedekt met heide, veenmoerassen en moerasplanten. Sinds 1953 is de Pampa een schietterrein voor NAVO-luchtmachtoefeningen. De Belgische F-16's nemen 40% van de schietoefeningen voor hun rekening: de Amerikaanse A10 antitankvliegtuigen die in Duitsland gelegerd zijn eveneens 40%. De Alpha-Jets, de A109-helikopters, de Nederlandse F-16's en de Franse Mirages zijn samen goed voor 20% van de oefensessies. De piloten trainen met echte munitie en droppen oefenbommen. Ook DOVO (Dienst voor Ontruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen) laat er geregeld oorlogstuig ontploffen. Verder testen FN Herstal (Fabrique Nationale d'Armes de guerre de Herstal) en Les Forges de Bruges er af en toe projectielen en munitie uit.

In de 17e eeuw werd de heide intensief door de mensen gebruikt. Ze was belangrijk voor de schapen- en bijenteelt en het heidekruid werd gebruikt als strooisel in de stal en voor de open haard. Vroeger was het heel gemakkelijk om er een schuilplaats te vinden in de greppels, de vossenholen en de oude heide die tot een meter hoog kon doorgroeien.

De Vallei van de Aabeek

De vallei van de Aabeek behoort tot het Kempens Plateau of Limburgs Hoogplateau. Het natuurreservaat met een oppervlakte van 117,06 ha strekt zich uit over de gemeenten Meeuwen-Gruitrode, Peer, Bocholt, Bree en Waterschei (Genk). De Aabeek maakt deel uit van het Maasbekken. Het is een van de weinige beken in Vlaanderen die haar oorspronkelijke structuur van bron tot monding heeft weten te behouden (met veel meanders, holle bodems en wisselende bodemsubstraten). De beekvallei werd gebruikt als hooiland en tot na de Eerste Wereldoorlog werd er ook turf gestoken. Op tal van plaatsen liggen er nog landduinen, een steeds minder voorkomend verschijnsel in Vlaanderen. De Aabeekvallei is een van de belangrijkste broedplaatsen voor vogels. Er komen maar liefst 115 soorten broedvogels voor.

De kenmerken van de wandeling

Kaart van de wandeling.
Informatie over de wandeling.

Hierboven de kaart van de wandeling met vermelding van de verschillende tussenpunten en bezienswaardigheden. Hiernaast de geografische kenmerken van de wandeling.

Praktisch

Hoe kom je er? Op de E314 neem je afrit 29 Zonhoven-Houthalen-Helchteren. Daar ga je rechtsaf en volg je de N74 tot Helchteren. In Helchteren sla je rechts af naar Meeuwen-Gruitrode.

Afstand: Je kunt kiezen tussen een wandeling van 6 km rond het slagveld en/of een uitbreiding langs andere bezienswaardigheden. Het volledige traject is 11 km lang.

Aard van de weg: Overwegend asfaltwegen. Het traject kan ook met een kinderwagen of een rolstoel afgelegd worden, al zal dit op de zandwegen en langs het bos toch voor wat problemen kunnen zorgen. Maar als je gewoon de asfaltweg blijft volgen, kom je er ook.

Hoogte: 72,5 m tot 75,5 m

Bewegwijzering: Onderweg kom je de bewegwijzering van provinciale fietsroutes tegen.

Aanbevolen vertrekpunt: Aan de Bullenschool in Kolisbergen. Aan de kerk in Meeuwen rijd je de Hoogstraat in, tot waar de middenberm stopt. Je slaat dan aan de apotheek rechts de Kruisstraat in, die voorbij de Aabeek van naam verandert in Klein Gestel. Aan de splitsing met een aardeweg naar 't Karrewiel blijf je rechts volgen en je zult merken dat de naam verandert in Bullenstraat. Aan het einde van de asfaltweg, aan het bordje 'Bullenstraat', ga je naar links, richting Kolisbergen. Na 50 meter zie je de school.

Parkeren: Aan de school kun je zonder problemen parkeren.

Topografische kaart: NGI 26/1-2

Informatie:

Restaurants:

Hotels:

De wandeling zelf

De wandeling bestaat uit twee lussen van elk ongeveer 5 km. De eerste lus beschrijft een wandeling rond het slagveld (1)-(4). De tweede lus voert je langs andere merkwaardige plaatsen.

Van punt 1 naar punt 2: 2 km

Vanaf de parking aan de Bullenschool (1) wandel je in de richting van de blauwe fietswegwijzer 04 en sla je rechts af de geasfalteerde Bullenstraat in. Aan het volgende kruispunt ga je links de Merelstraat in. Aan de rechterkant zie je een bakstenen elektriciteitsgebouwtje met daarachter een hoop stenen en puin. Dat is nog een overblijfsel van de Kempense steenkoolmijnen. Bij de sluiting in de jaren 1990 waren er op die plaats net proefboringen naar een nieuwe steenkoollaag aan de gang. Om te kunnen boren was er energie nodig. Die energie kwam van het hoopje steenkool naast de boorput. De mensen uit de streek hebben lang gedacht dat er al steenkool gevonden was.

Je wandelt nu verder door het gebied dat bekendstaat als de Voorbroeken. In 1648 was dit nog heidegebied. Met veel moeite en inspanning is men er pas na eeuwen in geslaagd om de dorre heideduinen te bewerken tot weiden. Tegenover de Lijsterstraat (die je voorbijwandelt) zie je een veldweg, waarlangs de boeren in 1648 ook al heidekruid vervoerden. Dat werd massaal gebruikt als strooisel in de stallen. Dergelijke wegen zul je op deze wandelroute nog aantreffen en ze zijn herkenbaar aan de oude eiken aan weerszijden van de weg. Aan het kruispunt met de Heidestraat, herkenbaar aan de kleine picknickplaats met elektriciteitscabine en toeristische informatie (2), ga je linksaf.

Van punt 2 naar punt 3: 2,5 km

Over deze weg trokken de Lorreinen naar de Maasvallei. In 1648 was dit nog onontgonnen gebied met magere zandgrond. In 1909 kocht dokter Denisty, een arts uit Brussel, een groot stuk land. Hij legde wegen aan, zorgde voor irrigatie en bouwde stapelhuizen en serres. Op die manier gaf hij een heel nieuwe betekenis aan Siberië. Op zijn landbouwbedrijf, waar groenten en druiven werden gekweekt, werkten 250 arbeiders. Er was een eigen school, een eigen winkel en zelfs een eigen vliegveld vanwaar de druiven naar Engeland werden vervoerd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het bedrijf verkocht.

Je bevindt je nu op de puinheuvel van de Maas, waar de rivieren gescheiden worden. Links begint het stroombekken van de Maas, rechts ligt dat van de Schelde.

Aan het eerste kruispunt, met fietsbord 77 en een wegwijzer naar de Bullenschool, sla je links af en loop je de Heidestraat in. Je volgt de asfaltweg naar het bos en wandelt vervolgens 300 meter langs de bosrand. Aan het eerste kruispunt zie je een houten monumentje ter herinnering aan de rampzalige Sint-Niklaasdag (3).

Van punt 3 naar punt 4: 1,5 km

Op deze plaats werden de huislieden kort voor de middag van 6 december 1648 overvallen door de Lorreinen. Zo'n 1500 tot 1600 huislieden uit Ham en Stokkem waren opgeroepen om te verhinderen dat de huurlingen hun legerplaats zouden opslaan in Ham en Stokkem. Zo trachtten zij te voorkomen dat ze de streek zouden plunderen. De boeren werden echter bij verrassing overvallen en hadden niet de tijd om hun wapens schietklaar te maken. De Lorreinen schoten wel. Men vermoedt dat de huislieden in paniek zijn geraakt en halsoverkop op de vlucht zijn geslagen. Op een kwartier tijd was de slachtpartij achter de rug. Pas tegen de avond durfden de familieleden en vrienden het aan om de verhakkelde lijken en zwaargewonden op te halen. De Lorreinen trokken vandaar naar het dorp van Meeuwen (waar ze de kerk plunderden) en zo verder via Bocholt naar de Maas.

Aan het volgende kruispunt, voor de wegwijzer naar 't Karrewiel, ga je rechts een veldweg in. Na ongeveer een kilometer kom je aan een bordje 'Militair Domein'. Dit is de Pampa, het schietterrein van de NAVO-vliegtuigen. Op weekdagen word je al na een paar minuten tegengehouden door de militaire politie. Tijdens het weekend zijn er geen oefeningen. Dit is nog heidegebied zoals het er moet uitgezien hebben in 1648, met kronkelende zandwegen, vennen en heuvels begroeid met heidekruid. In 1900 huurde John Cockerill hier een grote lap grond om de kanonnen te testen die in Luik werden gemaakt. In de jaren 1930 maakte de toenmalige minister van Landsverdediging er een schietterrein van voor de artillerie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de Pampa in handen van de 'Luftwaffe'. In 1952 werd het gebied toebedeeld aan de luchtmacht.

Je keert langs dezelfde weg terug naar het kruispunt en gaat dan naar rechts terug naar de parking bij de Bullenschool (4).

Van punt 4 naar punt 5: 2 km

Je vervolgt de wandeling over Kolisbergen en wandelt langs een mooi stukje bos tot aan het kruispunt met de Gestelstraat. Daar ga je naar links in de richting van Museum 't Karrewiel. Ongeveer 50 meter verder kom je voorbij het museum waar historische landbouwwerktuigen en huishoudvoorwerpen tentoongesteld worden.

Meer info over Museum 't Karrewiel is verkruigbaar bij de Dienst toerisme van Meeuwen-Gruitrode, Dorpsstraat 44, Tel.: 011/79.01.72.

Aan de tweede geasfalteerde straat ga je naar rechts (Schansdijk). Na ongeveer 150 meter, waar de straat naar links buigt, kom je aan de schans (5).

Van punt 5 naar punt 1: 3 km

Op de schans staat nu een luxueuze villa, maar de bocht in de Aabeek die een van de verdedigingswallen was, is nog goed zichtbaar. Je volgt de asfaltweg naar links, voorbij het houten monumentje tot je aan de rijksweg N67 Meeuwen-Genk komt. Je steekt de weg voorzichtig over en neemt het asfaltbaantje langs de huizen. Daar ga je naar rechts. Dit gehucht heet Plokrooi. Je passeert links een kerk en een Mariakapelletje. Let ook op de typische bouwvorm van de huizen aan de linkerkant, die allemaal met de voorgevel naar het westen gedraaid staan. Dit is nog een typische bouwvorm uit de Frankische tijd. Aan het bordje 'Goede reis en tot ziens' steek je de Dampstraat over en wandel je verder over het fietspad langs de Weg naar Zwartberg in de richting van Genk. Voorbij de woonkern, aan een beveiligde oversteekplaats met middenberm, wandel je rechts een asfaltweggetje in (verboden voor inkomend verkeer). Na ongeveer vijftig meter passeer je links de oude baan Bilzen-Maastricht. In het maïsveld links, net voor de bosrand, werd de oudste, aantoonbaar door mensenhanden gemaakte steen gevonden. De steen is ongeveer 50.000 jaar oud en bevindt zich momenteel in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren.

Je negeert alle zij- en boswegen tot je aan een prachtige vijver met een picknickplaats komt. Daarachter bevinden zich nog twee andere vijvers. Op deze plaats ontspringt de Aabeek. De vijvers maken deel uit van het NAVO-schietgebied. Dit is nog een van de weinige plaatsen in België waar zonnedauw groeit. De berken en eiken aan de rechterzijde van de weg maken deel uit van de vallei van de Aabeek.

Waar de asfaltweg naar rechts buigt, volg je het ruiterpad 33 rechtdoor. Dit pad buigt naar links, maar je blijft de brede zandweg rechtdoor tussen de bomen volgen. Zo kom je aan een asfaltweg (Kolisbergen) die je naar links volgt. Je wandelt opnieuw langs de landduinen en een beetje verder kom je uit aan de Bullenschool (1).

© Op stap langs historische slagvelden, Denise Van den Broeck.