Archeologisch Museum Sint-Huibrechts-Lille

De eerste waterput die opgegraven werd op de site Kolisbos, een Romeinse Nederzetting.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Een waterput die opgegraven werd op de site Kolisbos, een Romeinse Nederzetting.

In het oud-gemeentehuis van Sint-Huibrechts-Lille heeft de Heemkundige Kring twee musea ingericht: een archeologisch museum en een heemkundig museum.

In 1984 kwam ere-inspecteur Adriaan Claassen met het voorstel om een archeologische opgraving te beginnen van een Romeinse nederzetting ten zuiden van Sint-Huibrechts-Lille, kadastraal bekend onder de naam "Het Kolisbos". Van bij de start werd er benadrukt dat het niet ging om een schattengraverij, maar het zo nauwkeurig mogelijk in kaart brengen van een nederzetting die ongeveer twee millennia geleden bestond. Zo ontstond er een opgravingsteam dat tot nu toe elke woensdagnamiddag opgravingswerk doet.

Het totaal van de tot nu toe gevonden scherven beloopt meer dan 9000 stuks, waarbij meer dan 260 stuks terra sigillatta, 60 monden van kruiken, 266 fragmenten van dolia, 60 stukken van amforen, 45 van honingpotten en 30 stuks van Tongerse waar.

Een eerste waterput werd opgegraven door de Nederlandse archeoloog G. Beex, indertijd medewerker van Dr. H. Roosens, directeur van de nationale dienst voor Opgravingen.

Een tweede waterput was alleszins merkwaardig. Toen er een proefsleuf getrokken werd, door een blijkbaar niet gestoorde terreininzinking werd dadelijk een lichter gekleurde kring zichtbaar, met een diameter van 8m. Het centrum hiervan vertoonde na afschavingswerk een duidelijke, donkere, ronde vlek, omkaderd door vier zware paalgaten. Het was een waterput. De bouw van de put kon duidelijk gereconstrueerd worden.

Een haardketting werd gevonden op de bodem van de Romeinse putconstructie. Deze kettingen werden gebruikt om ijzeren ketels boven een haardvuur te hangen.

Ook Romeins glas werd teruggevonden. Ook dit hoort in dezelfde periode thuis als het aardewerk, nl. in de eerste tot begin derde eeuw.

De gevonden munten zijn uiteraard belangrijk voor de datering van de opgravingsvondsten. Vijf munten behoren tot de regering van Trajanus (98-117 n.C.), vijf zijn er van Antonius Pius (138-161 n.C.), één is van Marcus Aurelius (161-180 n.C.); De vroegste munt komt uit de tijd van de republiek, nl. een zilveren denarius van 101 v.C. Vroeg is ook die van L. Lucreti, ook een zilveren denarius, geslagen in Rome in 76 v.C.

Verder werd er ook een emailen fibula gevonden. Email is glaspoeder dat door verwarming vloeibaar wordt en dan zonder bindmiddel vanzelf op het metaal vastkleeft in de vakjes of groeven die in het brons werden uitgediept.

Het museum kan bezocht worden op afspraak en tijdens de openingsuren van het oud-gemeentehuis.