Historische Stadswandeling

 

Plan van de wandeling.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Plan van de wandeling.

AFSTAND Ongeveer 4 km

AARD VAN DE WEG Zoals in elke stad wandel je over voetpaden, soms ook op straat. In het stadspark over een zandpad.

ROUTE-AANDUIDING Geen

VERTREKPUNT De Grote Markt van Sint-Truiden. Verscheidene routes leiden naar de stad. Als je van de E313 komt, neem je afrit 28 en volg je de N80. Wegwijzers brengen je naar het centrum waar je een parkeerplaats zoekt.

Sint-Truiden is Sint-Trudo oftewel de heilige Trudo. Hij heeft het gezicht van deze stad bepaald. Trudo was een Frankische edelman. Rond 650 zorgde hij op zijn ouderlijk domein voor de bouw van een kerk en een klooster. Deze groeiden na zijn dood uit tot een benedictijnenabdij die vele eeuwe lang het levendige centrum vormde van een langzaam groeiende stad.

Eerst waren het de bedevaarten naar het graf Sint-Trudo, die voor de nodige drukte zorgden. Later, in de 11e eeuw, bouwde of verbouwde abt Adelardus II maar liefst veertien kerken waaronder de abdijkerk, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Gangulfuskerk. Dezelfde abt liet een wal bouwen rondom de nederzetting. Zo maakte hij van Sint-Truiden een stad.

In de Middeleeuwen groeide de stad dankzij de lakennijverheid en de handel met buurlanden. Op het kerkplein voor de abdij werd een hal gebouwd die in de 18e eeuw het stadhuis zou worden. Door de Franse Revolutie sloot de abdij, die in haar geschiedenis 57 abten telt, de deuren. Op dat ogenblik bevonden zich in Sint-Truiden negen parochiekerken buiten de muren, drie binnen, een kapittel, een ziekenhuis, een seminarie en twaalf kloosters.

Na 1830 werd Sint-Truiden een onderwijs- en verzorgingscentrum. Deze hoofdplaats van Haspengouw ligt in het midden van een fruitstreek en is dus ook een fruitstad.

DE WANDELING

Bekijk eerst eens grondig het marktplein. Op een zomerdag ga je daarvoor rustig op een terrasje zitten. Dit is het op één na grootste stadsplein van België, na dat van Sint-Niklaas. Het is zo groot omdat hier veel wegen samenkwamen die naar de abdij liepen. De meeste huizen rondom het plein zijn nog niet zo oud. Ze zijn verbouwd in de 19e eeuw. Enkele patriciërshuizen hebben een mooi fronton.

Het uiterlijk van de Grote Markt wordt bepaald door drie torens naast elkaar: die van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, van het belfort en van de abdijkerk. In 1975 verloor de abdijtoren in een brand zijn spits en bleven er dus maar twee spitse torens over.

Het stadhuis staat in het midden van het plein. Op de begane grond zie je de vroegere lakenhal en resten van de muren van de oorspronkelijke toren. De huidige 46 m hoge belforttoren heeft een beiaard met 41 klokken. De voorgevel is een mooie halsgevel. Tegen de rechter zijgevel staat het perron: symbool van de stedelijke vrijheden in het prinsbisdom Luik. En daar lees je: 'Voor God en vaderland - Aan de dapperen van 1302 - Aan de martelaren van 1798 - Aan de bevrijders van 1830 - Aan de helden van '14 - '18. Een ruim dankwoord dat een groot gedeelte van de geschiedenis omvat.

Andere opvallende bouwwerken binnen je gezichtsveld: de Onze-Lieve-Vrouwekerk, een toren van de vroegere abdij, en in een hoek van het plein nog een kerk: de Minderbroederskerk.

Je wandelt naar de Onze-Lieve-Vrouwekerk die vlakbij staat. De allereerste Onze-Lieve-Vrouwekerk werd door abt Abelardus II gebouwd in de 11e eeuw. Drie eeuwen later echter verscheen op de Romaanse resten een nog grotere gotische kerk. Wat je nu ziet: een allegaartje van bouwstijlen en bouwstenen, omdat de kerk in verschillende periodes is gebouwd en ze is de laatste keer in 1970-1972 gerestaureerd. Het voorste gedeelte onderaan is duidelijk het oudste. In het portaal staan drie beelden: Onze-Lieve-Vrouw staat in het midden, links de heilige Trudo en rechts de heilige Lambertus.

De ingang vind je aan de linkerkant van de kerk. Binnen in de hal lees je op een houten luik: 'De stad werd toegewijd aan het Heilig Hart in 1920'. Links in de kerk een Mariakapel met muurschilderingen. Als je een muntstuk in een gleuf steekt, kun je de kapel verlichten en alles dus beter bekijken.

Vooraan links een Sacramentsaltaar. Aan alle kanten opvallend veel glasramen, oudere en nieuwere en in heel contrasterende kleuren. Ook het houtwerk vooraan is de moeite van het bekijken waard. De beeldjes in het koorgestoelte zijn mooi uitgesneden, en ook de preekstoel is kunstig uitgewerkt.

Onder het nieuwe altaar ligt een schrijn waarin zich de relieken van de heilige Trudo bevinden. Je ziet afbeeldingen van de heilige, van de Moeder Gods, een tafereel uit het leven van Sint-Trudo.

Rechts van het altaar is een relikwiekamer. Deze schatkamer toont nog veel religieus erfgoed van de nabijgelegen abdij. Onder een glasraam aan die kant lees je: 'Heilige Trudo, eerbiedig knielen wij voor uwe heilige overblijfselen'. Dit is dus het graf van Sint-Trudo, voor het laatst gerestaureerd in 1923.

Aan de rechterwand hangt een groot retabel dat de kruisdood en de verrijzenis van Christus voorstelt. Achter in de kerk pronkt het enorme orgel, in 1821 uit de jezuïetenkerk van Luik hierheen gehaald.

Een beeldje achteraan rechts tegen de muur is dat van Onze-Lieve-Vrous met de inktpot. Achteraan links nog twee opmerkelijke beelden: een Sint-Anna-ten-Drieën (15e eeuw) en zeker dat van Christus-op-de-koude-steen (begin 16e eeuw).

Over de Grote Markt wandel je naar de meest nabijgelegen hoek van het plein waar je die andere toren hebt gezien. Langs een stukje Korte Meinstraat bereik je de Diesterstraat bij de abdij.

De vroegere gebouwen van de abdij vormen samen nog altijd een indrukwekkend geheel. Hier sta je bij de abdijtoren die nog getuigt van de vroegere verdedigingsgordel, en het portaal van de Romaanse kerk die Abelardus liet bouwen. Boven een venster zonder glas staat het jaartal 1655. Toen werd er om het oude portaal heen een nieuw gebouwd. Het bestaat nu uit twee identieke, haaks op elkaar geplaatste gevels van zandsteen. Alles bij elkaar vormt dit een imposant poortgebouw.

Door de bruine poort zie je een grasveld en zo krijg je een idee van de lengte van de in 1975 afgebrande abdijkerk, want die strekt zich uit over de hele lengte van dat veld, wel 100 m. In het veld hebben archeologische opgravingen plaatsgevonden en daar bevindt zich ook de crypte van de vroegere kerk.

Ga verder door de Diesterstraat. Je komt weer bij een poort met erbovenop een fronton. Het beeldt de kleine Trudo uit die een blinde vrouw geneest. Je wandelt het abdijterrein op, het historische centrum van de stad. Binnen kom je bij een plein waarachter de gebouwen staan van het abdij-internaat, van de katholieke centrumscholen van Sint-Truiden. Dit alles is gevestigd op de plaats waar vroeger de benedictijnenabdij stond. Dit is de erekoer (binnenplaats) of het staatsieplein. De mensen van Sint-Truiden spreken nog steeds over 'het seminarie' omdat het abdijgebied in 1843 werd toegewezen aan het seminarie van Luik.

Aan de linkerkant van het plein was de vleugel van de abt. Daarin bevindt zich de beroemde keizerszaal waar de 'groten der aarde' werden ontvangen, onder wie keizer Napoleon.

Wandel naar links verder. Je blijft binnen de muren van de vroegere abdij. Er stond hier een hele reeks dienstgebouwen omdat de abdijbewoners in hun eigen onderhoud voorzagen. Dus was er zomaar midden in de stad ook een boerderij, langs de nu overwelfde Cicindriabeek.

In een van de vroegere gebouwen is het Hoevemuseum gevestigd dat meer dan 1200 werktuigen toont. Open: van 1 april tot eind oktober, van dinsdag tot zondag van 14.00 tot 17.00 uur.

In andere gebouwen waren een bakkerij, een brouwerij en een molen gevestigd. Het molengebouw ging in 1992 na een ontploffing verloren.

Je verdere wandeling hangt van het uur en de dag af. Als alle poortjes openstaan, kun je helemaal om het hoofdgebouw heen wandelen en als je trapjes opgaat, kom je alsmaar verder, ook over een speelplaats. Zo bereik je de gerestaureerde academiezaal, gebouwd tussen 1843 en 1845.

Hier zie je opnieuw het grasveld van daarstraks, maar met het poortgebouw op de achtergrond. Je komt in een straat, de Plankstraat, bij de 'tweede graad' van de katholieke centrumscholen. Wandel naar links.

Maar misschien kom je niet verder dan tot aan de trapjes. Dan moet je daar naar links en kom je bij het ziekenhuis Sint-Trudo, op de Stenaertberg, die je naar rechts inwandelt.

Kom je niet verder dan de eerste poort, bij het Hoevemuseum, dan moet je terug door het poortgebouw. Als je daar buitenkomt, wandel je naar rechts, verder door de Diesterstraat. Sla rechts af, de Abdijstraat in. In die straat tref je de andere zijde van het Hoevemuseum aan.

Voordat je de eerste straat rechts indraait, zie je rechts een muurkapelletje. Je moet zowaar een heuvel op, de Stenaertberg, de naam ook van de straat die langs het ziekenhuis loopt. Op het straatnaambord is 'Stenaart' gespeld met twee a's.

Boven op de heuvel bereik je een kruispunt waar je in elk geval - voor wat elk van de drie beschreven uitwegmogelijkheden betreft - uit komt. Als uit de Plankstraat komt, ga je rechtdoor. Als je uit Stenaertberg komt, ga je naar links. Ook hier hangt op de hoek een kapelletje.

Je staat in de Clement Cartuyvelsstraat, genoemd naar een vroegere burgemeester. Rechts staat een klooster van de zusters augustinessen. Maar een eindje verderop kom je links bij een historischer gebouw: het Kapucijnenklooster. Het is een van de twaalf kloosters die Sint-Truiden tot aan de Franse Revolutie rijk was. De kapucijnen vormden een bedelorde. In 1796 werd hun klooster een gasthuis. In 1833 kwamen er Broeders van Liefde wonen en in 1917 zwartzusters. Sinds 1985 is het vroegere klooster een sociaal centrum en tevens de zetel van het OCMW. De kerk van dit klooster is meestal gesloten.

Wandel verder door de Clement Cartuyvelsstraat en stel vast dat men geprobeerd heeft moderne gebouwen tussen de andere neer te zetten, dus te integreren in één geheel.

Je gaat rechtdoor en komt in de Slachthuisstraat. Links zie je in de verte boven de bomen de toren van het begijnhofkerkje uitpriemen. De straat is genoemd naar het slachthuis dat zich aan je linkerhand bevindt. Je bereikt een pleintje met een pomp. Rechts staat de Sint-Jacobskerk en daarachter bevindt zich het stedelijk kerkhof.

Nog steeds wandel je rechtdoor, tegelijk met het 'uitgaand verkeer', langs Schurhoven. Kies de linkerkant van deze straat om op te merken dat het daar onveranderlijk Slachthuisstraat heet, terwijl je aan de overkant in Schurhoven bent.

Je gaat naar links het terrein van het Sint-Agnesbegijnhof op. Op dat domein, door een abt van de abdij opgericht in de 13e eeuw, staat rechts de vroegere boerderij van het begijnhof. Boven het poortgebouw installeerde men een duiventil. Je wandelt langs enkele lage huisjes naar een plein en op de hoek daarvan staat een torenhuis met een traptorentje. Dat huis dateert uit 1619 en is in 1995 gerestaureerd. Waarschijnlijk was het de woning van de grootmeesteres of 'grootjuffrouw' van deze gemeenschap.

Rondom het ruime plein staan vrij grote huizen, veel groter dan je er in een begijnhof zou verwachten. Het grasplein is ook al zo uitgestrekt. Dit lijkt wel het plein van een dorp!

Wandel om het plein heen. Rechts staan enkele conventhuizen. Dat waren gemeenschappelijke woningen voor novicen. In een hoek van het plein zie je een waterput. Die staat voor het Godshuis van de Heilige Drievuldigheid (nummer 31). Je passeert aan de andere kant van het plein nummer 24, het gebouw met het Festraetsuurwerk.

Kamiel Festraets werkte van 1937 tot 1942 aan deze studio. Het astronomische uurwerk is het grootste van de wereld: het is 6,16 m hoog, 4 m lang en 2,5 m breed. Het weegt 4 ton. Elk uur zwaait Pietje de Dood met zijn zeis en verschint de stoet van de middeleeuwse ambachten. Wie geïnteresseerd is in het boek van Umberto Eco over de slinger van Foucault, kan dat instrument hier bekijken. Open: van 1 april tot eind oktober, van dinsdag tot zondag voorstellingen om 13.45 uur, 14.45 uur, 15.45 uur en 16.45 uur.

De laat-Romaanse, deels vroeg-gotische begijnhofkerk heeft binnen 39 muur- en pijlerschilderingen. In de kerk is het provinciaal museum voor Religieuze Kunst gevestigd. Open: van april tot eind oktober, van dinsdag tot vrijdag van 10.00 tot 12.30 uur en van 13.30 tot 17.00 uur; op zaterdag en zon- en feestdagen van 13.30 tot 17.00 uur. Op de voorgevel van het torengebouw staat het jaartal 1619 en op het huis langs diezelfde zijde van het plein 1690. Wandel verder over het plein. Op de hoek vind je een glasplaat met uitleg over dit begijnhof Sint-Agnes.

Sla rechtsaf. Heel vlug daarna neem je een bocht naar links. Van verre hoor je al het geruis van populieren, een heel ander geluid dan het stadsgewoel. Ga bij het stopteken naar rechts, de Speelhoflaan op. Je wandelt over de Cicindriabeek en gaat verder over een scheidingslijn tussen de stad en het platteland. Aan je rechterhand waar zich in een park de uitspanning 't Speelhof bevindt, kun je per fiets aan de Haspengouwroute beginnen. Ook de Trudo-fietsroute passeert hier. Het Speelhof was oorspronkelijk het buitenverblijf, het 'speelhuis' van de abdij.

Bij de ingang van dat Speelhof wandel je over het zebrapad naar de overkant van de straat. Volg verder de Speelhoflaan en ga dan de eerste straat links in, de Sint-Jansstraat. Je wandelt naar het park van Sint-Truiden, tussen de parkeerterreinen van het slachthuis en een voetbalterrein. Onderweg passeer je nog de terreinen van de tennisclub Leopold.

Je bereikt de Parkstraat. Ga enkele meters naar rechts tot aan het zebrapad. Steek daar over en wandel het park in. Stap enkele meters naar links en draai dan naar rechts langs de vijver. Rechts ligt over het water een aardig bruggetje.

Bij een splitsing volg je de weg naar links, in de richting van een andere toegangspoort. Je wandelt dus langs het grasplein en verlaat langs de poort het park. Maar onderweg zie je nog een gedenkteken: 'De stad Sint-Truiden aan haar zonen, koloniale pioniers, gestorven voor Congo Vrijstaat'. De eerste van hen is gestorven in 1895, de vijfde in 1906.

Buitengekomen kruis je de Sint-Trudostraat waarin rechts een technische school staat. Wandel rechtdoor de Rozenstraat in en volg dan verder de Sint-Apolloniastraat. Aan het eind van die straat staat rechts de Sint-Gangulfuskerk. Ook het plein is genoemd naar die heilige. De kerk is de oudste van de stad, een van de veertien die abt Abelardus in de 11e eeuw liet bouwen of verbouwen, later een parochiekerk. Het middenschip is oorspronkelijk Romaans. Wie van de soberheid van Romaanse kerkjes houdt, moet zeker eens binnenlopen. Dit is een heel mooi en zuiver kerkje.

Tegenover de kerk ligt aan de Diesterstraat het clarissenklooster. De zusters clarissen wonen er nog altijd.

Ga naar links en wandel in deze straat rechtdoor tot aan een bleekgeel geschilderd gebouw, het voormalige seminarie. Het werd ondergebracht in een verlaten klooster. Boven de toegangspoort staat de bouwdatum, in een tekst verwerkt: 1589. Het gebouw heeft een aardig binnenplein met twee vleugels in Maaslandse stijl. De derde bestaat niet meer. Binnen staat op een muur het jaartal 1642. Eén vleugel heeft een windvaan en een torenklokje.

Keer in de Diesterstraat op je stappen terug en ga de eerste straat links in, de Breendonkstraat. Volg deze straat tot aan de Tiensestraat. Voordat je in deze straat komt, zie je links de ingang van de Sint-Martinuskerk. Wandel de Tiensestraat naar links in. Je passeert een monument voor de gesneuvelden van de beide wereldoorlogen.

Op de hoek met het Sint-Martenplein staat een postgebouw. Eigenlijk is dit de kapel van het vroegere middeleeuwse hospitaal. Ga de volgende straat rechts in, de Ursulinenstraat. Je wandelt alweer voorbij een katholieke centrumschool. Neem de eerste straat links, Sluisberg. Aan je linkerkant staat een refuge van de norbertijnenabdij van Averbode uit de 16e eeuw. De toegang tot dit refugiehuis zie je pas in de Naamsestraat als je die naar links bent ingewandeld. Het gebouw herbergt nu het Kantmuseum. De oude kern dateert uit 1555. Aan een zijgevel zie je een portret in mozaïek van Sint-Trudo.

Een eindje verderop bemerk je de toegangsdeur tot een tentoonstelling van moderne kantwerken, dus eigenlijk het Kantmuseum. Daar boven hangt een herinneringsplaat: 'Kostschool der Ursulienen' met "ie". Vroeger heette dit: 'Pensionat des Ursulines'.

Keer op je stappen terug en ga naar links. Neem dan de eerste straat links. Aan de rechterkant van dit Minderbroedersplein staat de enorm grote Minderbroederskerk. De ingang vind je aan de Minderbroedersstraat. Driemaal minderbroeders achter elkaar. De minderbroeders waren al vanaf circa 1220 in de stad en vanaf 1257 onafgebroken op deze plaats. Als je nog niet genoeg hebt gekregen van deze orde, wandel je in de volgende straat rechts naar het museum van de Vlaamse minderbroeders.

Napoleon zei over deze kerk: 'Quel bâtiment hardi!' Hij stond te kijken van de enorme afmetingen, een eenbeukige ruimte zonder steunpunt. Boven de toegangspoort staat in een nis de patroonheilige van de kerk, Franciscus van Solano. In de kerk achteraan rechts branden veel kaarsen bij een Mariabeeld, met een verslag van allerlei verschijningen bij de bron. Ongetwijfeld stuk voor stuk een verwijzing naar Lourdes. Dit is een paterskerk en dus staan er aardig wat biechtstoelen, alle met Latijnse opschriften. Aan elke zuil zie je een heiligenbeeld met daarboven een bas-reliëf met nog eens een verwijzing naar een heilige. Of is het naar een weldoener? Onder het koor bevindt zich een crypte met de resten van pater Victorinus Delbrouck die in China werd vermoord tijdens de Boksersopstand. Aan je linkerhand is een grote deur waarop het woordje 'Slot' staat. Hier wonen dus nog echt minderbroeders. Het orgeltje is verrassend klein.

Aan de overkant van de Minderbroederskerk staat een herenhuis, ook een beschermd monument. Oorspronkelijk was het een laatgotisch gebouw uit de 16e eeuw. Op de bovenbouw zie je de speklagen uit mergelsteen.

Wandel naar links naar het marktplein en je bereikt het einde van je wandeling.

© Wandelgids voor Limburg, 25 lusvormige wandelingen door de mooiste steden en natuurgebieden, André Peeters.