Architectuurwandeling te Tongeren

 

Plan van de Architectuurwandeling te Tongeren.
ons land - focus


Welkom in Limburg!

Inleiding en bronvermelding
Algemene Geschiedenis
's Lands Glorie
Bezienswaardigheden
Home
           
banner
Vlag Limburg

Plan van de wandeling.

AFSTAND 3 km

AARD VAN DE WEG De klassieke stadswegen: straten, pleinen. Dus wandel je op asfalt of keien. Geen noemenswaardige problemen, wel een paar lichte hellingen.

ROUTE-AANDUIDING Geen

VERTREKPUNT De Grote Markt. Neem afrit 31 van de E313 en rijd verder over de N730 naar Tongeren. Of kies voor afrit 32 om dan de N79 te volgen. Het is lang niet eenvoudig om in het centrum een parkeerplaats te vinden, zeker niet als je geen parkeergeld wilt betalen. Alleen op zondag hoef je die automaten niet te bevoorraden. De gemakkelijkste oplossing: kies een bewaakte parking waarvoor je moet betalen. Zo verlies je geen tijd. Twee suggesties: de parking Romana aan de Hondstraat of de parking van De Motten aan de Kastanjewal.

'De oudste stad van België', een eervolle uitdrukking. Met een Romeinse muur, resten van een Romeinse toren, een Gallo-Romeins museum, middeleeuwse omwallingen. Als dit geen historische stad is! Sint-Maternus en Sint-Servaas zorgden voor de eerste kerstening in deze gewesten. De ontwikkeling als stad die na de Middeleeuwen plaatsvond, werd in 1677 zwaar afgeremd door een brand. De stad werd op bevel van de Franse generaal Calvo in brand gestoken toen het Franse leger terugkeerde van het beleg van Maastricht. Er werden 515 huizen in de as gelegd en een groot gedeelte van het kunstbezit ging verloren. Bijna alle gebouwen zijn dus van na deze 'grote brand'. De heropleving verliep moeizaam. Toch werd de stad in de 19e eeuw weer belangrijk. En nu wonen er zo'n 30.000 mensen.

DE WANDELING

Als je ook maar een beetje dorst hebt of een heel klein beetje moe bent, zoek je een lekker plaatsje op een terras. Vanaf die plek maak je je vertrouwd met de omgeving: het standbeeld van Ambiorix, het stadhuis, de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek en hun ligging op of aan de pleinen die in elkaar overvloeien.

Die Ambiorix neemt toch wel een allesbepalende plaats in. Begin je wandeling dus maar bij hem. Anders zou die krijgshaftige kerel met zijn imponerende snor wel eens boos kunnen worden! Toch goed dat deze aanvoerder van de Eburonen zich tegen de Romeinen verzette en in 54 voor Christus een slag won waar de Romeinen niet goed van waren. Ambiorix is ongetwijfeld een van de oudste historische figuren voor wie in België een standbeeld is opgericht. Zie je dat de man op een nagemaakte dolmen staat, 3 m hoog? Zelf meet hij ook al 3 m.

Het stadhuis heb je vast al wel in de gaten. Het is fris en evenwichtig opgebouwd en staat op het Stadhuisplein. Vroeger stond hier een lakenhal, maar die is vernietigd tijdens de stadsbrand van 1677. In die tijd was het stadhuis het gebouw 'Boulet', dat met het jaartal 1680, vlak bij Ambiorix. Maar ook dat huis brandde af. Goed, men wilde een nieuw stadhuis en dat kwam er: vanaf 1750 staat het op de huidige plaats. De Luikse architect Pascal Barbier maakte een kopie van het Luikse stadhuis. Het is een classicistisch gebouw.

Ga eens bij de linker zijmuur van het stadhuis kijken. Daar herinnert een merkwaardig plakkaat aan twee 'kinderen' van de stad: een luitenant en een onderluitenant die in 1895 in Congo stierven 'ten dienste van de beschaving'.

Dit is de kant van de Graanmarkt waar een standbeeld herinnert aan de gesneuvelden van de beide wereldoorlogen.

Tijd om resoluut naar de basiliek te wandelen die het stadsbeeld overheerst. Het verkrijgt langzaamaan weer zijn oorspronkelijke kleur want het wordt 'ontzwart'. Aardig, die vier groene lantaarns! Kun je je voorstellen dat er op deze plek in de 4e eeuw een Romeinse basilica stond? Later kwam er een Romaanse kloosterkerk, maar die werd bij de belegering van Tongeren in 1213 zeer zwaar beschadigd. Zeven jaar later begon men dan maar een nieuwe kerk te bouwen. Het koor was al in 1242 klaar, maar dit werd later verbouwd. In de volgende eeuwen werd er naarstig aan verder gewerkt, tot in de 16e eeuw. Pas in 1541 was de toren eindelijk klaar.

Wandel naar de ingang, links van de kerk. Bekijk tegenover die ingang, op de hoek van de Onze-Lieve-Vrouwestraat, het kunstwerk 'Loflied der Engelen'. Vervolgens geef je al je aandacht aan de kerk. Het portaal is al de moeite van een studie waard. Links en rechts apostelbeelden. Binnen word je getroffen door een berg bloemen waaronder vooraan links een Onze-Lieve-Vrouwebeeld is bedolven. Het beeld is in 1479 in Antwerpen gesneden uit notenhout, in opdracht van de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw. Boven het beeld hangt een zilveren kroon en de drapering wordt gedragen door twee engelen. Dit is een miraculeus beeld, dat wil zeggen: een beeld waarbij wonderen gebeuren. Achter het altaar bevinden zich de boeien van twee inwoners van Tongeren die volgens een legende tijdens een bedevaart in het Heilige Land werden gevangengenomen. Zij riepen Onze-Lieve-Vrouw van Tongeren aan en de volgende dag ontwaakten zij in deze kerk bij haar troon.

Maria 'Oorzaak onzer blijdschap' verlaat om de zeven jaar deze kerk om te worden meegedragen in een processie die uitgaat bij de Kroningsfeesten. Dit is al een traditie sinds 1890.

Er valt nog meer te zien in deze basiliek. De gotische paaskandelaar en de koorlezenaar, rechts van het Mariabeeld, werden omstreeks 1372 in geelkoper gegoten. Op het hoofdaltaar staat een houten retabel met ongeveer 120 personages, rond 1515 in Antwerpen vervaardigd.

Kijk eens achterom naar het orgel. Dit werd in Luik gemaakt en afgewerkt in 1753. Het beschikt over 53 registers en telt bijna 4000 pijpen. Onderaan zie je een met goud belegde poort.

Rechts van het altaar kom je langs een deur in een soort hal terecht. Daar hangt een kruisbeeld dat vermoedelijk al in de 11e eeuw werd gemaakt. Zie je de glimmende voeten? Het is nog altijd de gewoonte dat bezoekers aan de kerk de voeten even aanraken voordat zij een kruisteken maken en de kerk binnenstappen.

Je kunt hier de schatkamer van de kerk bezoeken. Het pronkstuk is een Merovingische mantelspeld uit de 6e eeuw. Kelken, kruisbeelden en schrijnen zijn gemaakt tussen de 8e en de 18e eeuw.

Rechtdoor bereik je een kloostergang. Herinner je je uit het historisch overzicht de kloosterkerk? Deze Romaanse zuilengalerij is de laatste getuige van het klooster. Het eerste gedeelte is het oudste en dateert uit de 13e eeuw. Links vooraan merk je boven de toegang tot de binnenhof een verweerd reliëf in ijzerzandsteen op. Wandel verder door deze gang. Is het hier niet mooi? Je waant je in een middeleeuws klooster in Italië! Langs de muren zie je een reeks grafstenen. Tegen het eind ervan kom je in een jonger gedeelte van de galerij. De strakheid van de Romaanse periode maakt plaats voor een soepeler stijl. Dat is onder meer te zien aan de kopjes in bas-reliëf. Die ontbreken aan de andere zijde van de gang.

Je verlaat de kerk langs de deur bij de kloostergang. Van Romaans gaat het nu naar Romeins. Op de Graanmarkt sta je verrast te kijken naar de overblijfselen van een Romeinse wal uit de 4e eeuw. Die muur liep om het centrum heen, was 2680 m lang en gemiddeld 3,3 m dik. Hier tref je de resten aan van een van de ongeveer zestig torens die tot de omwalling behoorden. Als je beneden rondwandelt, ontdek je ook een stuk van de buitenmuur van een Romeinse stadswoning. De rest zit onder de kerk.

Er zijn in Limburg al meer dingen uit oude tijden opgegraven. Zo bijvoorbeeld: in Meeuwen het graf van een plaatselijke aristocraat uit de ijzertijd; in Heppeneert 47 prehistorische bijlen; in Beringen, onder een afgedankt voetbalveld, Keltische sieraden en munten.

Voordat je het plein, het Vrijthof, opwandelt, kijk je even naar links om de plaats vast te stellen waar het Gallo-Romeins museum staat, pas gerenoveerd in 2009.

Links vooraan op het plein, nummer 2, staat het gerechtshof, in gebruik sinds 1844. Veel vroeger is niet mogelijk want tot 1812 was het Vrijthof ook een hof, maar dan een kerkhof. Tot 1712 bevond zich hier het kerkhof van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, nadat het oude kerkhof aan de noordzijde van de kerk in 12e eeuw buiten gebruik werd gesteld.

In 1164 bouwde prinsbisschop Henri de Leyen hier een "domus episcopi", een bisschoppelijke residentie, waarschijnlijk op de plaats van het huidige gerechtshof. De residentie werd reeds in 1180 verwoest door Gerard, graaf van Loon maar werd later terug herbouwd. In 1487 verdween het gebouw definitief. Een deel van het Vrijthof werd ingenomen door de tuin van dit verblijf.

Op het plein werden de resten van de basis van een toren van de tweede Romeinse omwalling opgegraven. Deze toren heeft waarschinlijk vanaf de laat-Merovingische, vroeg-Karolingische periode als Sint-Maternuskapel gefungeerd. De toren werd in 1803 afgebroken om de doorgang tussen Graanmarkt en Vrijthof te verbreden.

Nu zetelt hier het assisenhof (gerechtshof met jury) van Limburg. Dit is de enige provincie waar het assisenhof zich niet in de provinciehoofdplaats bevindt. Kijk eens rond op het plein. Je merkt aan enkele benamingen wel dat het gerechtshof vlakbij is.

Wandel naar de overkant van het Vrijthof. Rechtdoor daalt een straat af, maar je gaat links Piepelpoel in, een straat die naar een stadspoel is genoemd. Een eindje verderop verandert Piepelpoel van naam: Ridderstraat. Je moet de eerste straat rechts in, de Repenstraat, genoemd naar de weldoenster van het vroegere Agnetenklooster waarnaar je op weg bent. Aan je rechterhand een stukje industriële archeologie, namelijk de resten van een mouterij. Op de muur staat het wapenschild van Tongeren: beneden klokjes, boven een kroon en daarop een zwaan met een gouden kroon om de hals.

Links en rechts staan gebouwen van het ministerie van financiën. Nummer 12 is een mooi voorbeeld van eclecticisme: een keuze van stijlen uit verschillende eeuwen. Maar wat het meest opvalt is het vrouwenhoofdje boven de deur.

De Repenstraat begint nu echt te dalen. In de verte zie je het voetbalstadion van SK Tongeren, 'De Motten'. Het vervallen gebouw aan de rechterkant waar vroeger de stedelijke academie haar onderkomen had, was het Agnetenklooster. Het werd in de 15e eeuw gesticht door Johanna van Repen (naar wie de straat is genoemd). Bots niet tegen de witte muur aan waarachter je het begijnhof kunt vermoeden, maar sla rechts af, de Sint-Catharinastraat in. Om de hoek vind je rechts nog een binnenplaats van het klooster, vol gras en keitjes. Het gebouw is opgetrokken in Maaslandse stijl.

Ga links de Slachthuisstraat in om in het begijnhof te belanden, misschien wel het oudste begijnhof van de Nederlanden. Het werd in 1257 aangelegd langs de rivier de Jeker, als een dorpje in de stad.

Neem de straat rechts, Onder de Linde, vroeger een boomgaard, om terecht te komen in de klassieke omgeving van een begijnhof: deurtjes naar binnenplaatsjes en daarachter de woningen. Door een getralied deurtje rechts zie je een aardige zonnewijzer. Het huis met het nummer 14 is mooi gerestaureerd en is een van de weinige Limburgse huizen met een zuivere renaissanceornamentiek. De sierelementen werden later weggehakt. Wandel rechtdoor, nog altijd in Onder de Linde, tot aan de bomenrijen van de Kastanjewal. Het stadion is nu vlakbij. Ga links, tot aan een toren langs de Jeker, de Lakenmakerstoren genaamd. Die maakte deel uit van een middeleeuwse verdedigingsmuur. De toren werd door de lakenmakers verdedigd.

Wat verderop kun je nog oude huizen en de Sint-Ursulakapel bekijken, maar de route voert je enkele stappen terug om over het bruggetje naar de Sint-Ursulastraat te gaan, opnieuw in het begijnhof. Ga rechtsaf en bekijk het huis met het nummer 20. Het dateert uit 1602 en is het oudste stenen gebouw van het begijnhof. Opvallend zijn de horizontale strepen: de speklagen uit mergelsteen. Typisch voor de invloed van de Renaissance zijn de muurankers: een rechte sleutel die zich aan één zijde splitst in twee omgebogen uiteinden.

Zet een paar stappen terug en ga rechts de Brouwersstraat in. Zo bereik je de Sint-Catharinakerk uit 1294, ook Paterskerk genoemd omdat de minderbroeders het in bezit hadden. Buiten hangt een Christusbeeld. Denk maar even na, 'o sondaer die ghij sijt'! Binnen staan verrassend veel heiligenbeelden. Achteraan rechts aan een zuil hangt een 17e-eeuws schilderij ter ere van de heilige Erasmus. Vergeet hier niet naar de grond te kijken, naar een grafsteen uit de 16e eeuw. Het schilderij boven het altaar is van een schilder uit de school van Rubens. Merkwaardig nog is het beeld van Christus op de koude steen, rechts, tussen een Sint-Catharina- en een Sint-Antoniusaltaar.

Als je weer voor de ingang van de kerk staat, neem je de straat rechts van de kerk, de Sint-Rosastraat. Links zie je meer grafstenen. Wandel rechts de Sint-Jozefstraat in en mis het beeldje van Sint-Jozef niet dat in de nis van een hoekhuis staat. Opnieuw kom je in de Sint-Ursulastraat die je naar links inwandelt. Vlak voor je staat de infirmerie (klein ziekenhuis) van het begijnhof met een kapel voor de zieken. Die infirmerie was niet alleen bedoeld voor bejaarde of zieke begijnen, maar tevens om gasten te ontvangen. Later werd het gebouw gebruikt als weeshuis en vervolgens als school.

Wandel verder langs een paar mooie huizen uit 1619 en ga rechts door de Sint-Rosastraat naar de Moerenpoort toe. Dit is de enige van de zes middeleeuwse stadspoorten die in Tongeren nog is overgebleven. Ze lijkt een beetje door te zakken, moe van al die pogingen haar te doen verdwijnen. De eerste poort verdween. De tweede werd zwaar beschadigd bij het beleg van Tongeren in 1347. De Fransen wilden de poort in 1673 laten springen. In de 19e eeuw vonden restauratiewerken plaats. Nu is de poort een museum voor de militaire geschiedenis van de stad, gespreid over drie verdiepingen.

Toch wel indrukwekkend, deze poort! Stel je deze stad eens helemaal omwald voor, met om de zoveel meter een poort. Tussen 1257 en 1264 bouwde men een wal met zes poorten en zeven versterkte torens!

Je wandelt onder de poort door en gaat linksaf. Je bent op de Leopoldwal. Op zondagochtend is er hier een antiek- en rommelmarkt. Als je op zoek bent naar antiek, kun je ook in de winkeltjes langs deze straat terecht. Blijf in elk geval beneden in de straat. Je stapt langs resten van de middeleeuwse stadswal. De eerste straat links leidt naar een overdekte hal, ingericht als een multifunctionele sporthal. Op zondag heeft de markt ook hier een grote ruimte ter beschikking.

Als je de hal achter je hebt gelaten, bereik je de Clarissenstraat. Aan je rechterhand zie je de achterzijde van het voormalige Sint-Jacobushospitaal, nu het administratief centrum van de stad. Oorspronkelijk was dit, in de tweede helft van de 11e eeuw, een verblijfplaats op de weg naar Santiago de Compostela. Rondom een binnenplaats staan gebouwen uit de 19e eeuw. Onder de boogpoort is een politiemuseum gevestigd.

Wandel rechts de Schiervelstraat in, langs een paar glasramen die op een kribbe lijken. Opnieuw rechts, de Maastrichterstraat in. Daar tref je de kapel van het Sint-Jacobushospitaal aan uit 1662, nu een 'jongerenkerk'. Volg de winkelstraat tot je op de Veemarkt bent. Daar staat een borstbeeld ter ere van pater Valentinus Pacquay die later het 'heilig paterke' van Hasselt werd. Het beeld staat recht tegenover het verdwenen geboortehuis van de pater.

Begeef je naar links, de Achttiende Oogstwal op. Die straat is genoemd naar de datum waarop de stad in de Eerste Wereldoorlog werd geplunderd en negen burgers werden gedood. Je neemt gewoon de bocht naar links om op de Elfde Novemberwal uit te komen. Al weer een datum, nu ter herinnering aan de wapenstilstand na Wereldoorlog I.

Blijf beneden en stap tussen de twee beeldhouwwerken door die samen een eenheid vormen. Ze staan hier sinds 1985. Dit 'beeldenproject Tongeren 2000' symboliseert de vermenigvuldigings- en verspreidingsgedachte. In andere Europese steden die eveneens Romeinse steden waren, staan er replica's van. Langs deze Elfde Novemberwal staat opnieuw een deel van de middeleeuwse stadswal. Op bevel van de hertogen van Bourgondië werd een deel van de wal in de 15e eeuw gesloopt. Twee eeuwen later bliezen de Franse troepen de stadspoorten op. In de 19e eeuw moest het grootste gedeelte van de wal wijken voor de stadsuitbreiding.

In het zicht van de brandweerkazerne ga je linksaf, de Schuttersgang in. Op de muur van het huis op nummer 7 staat het mozaïek van een sigarenfabriek dat het gevecht van Sint-Joris met de draak uitbeeldt. Je bereikt de Maastrichterstraat, de hoofdwinkelstraat, en je gaat naar rechts.

Bekijk rustig de voorgevel van het huis op nummer 26, 'Dommershausen' genaamd. Dit is de enige middelgrote woning in zuiver laatgotische stijl die in Limburg bewaard is gebleven. Het huis heeft de grote brand overleefd. Zie je de overkragende verdieping? Die toont nog sporen van het gebruik van vakwerk. Antoine Dommershausen leidde rondom de vorige eeuwwisseling (19e-20e eeuw) een fabriek voor behangpapier.

Eeen eindje verderop staat vooran rechts in de Vermeulenstraat het classicistische herenhuis 'Ponet', nu een bistro. Het ligt binnen een ommuurd park en werd in 1789 afgewerkt door een kanunnik. Juist voordat je de Grote Markt bereikt, passeer je aan de rechterkant de Hemelingenstraat die tot in 1996 Hasseltsestraat heette. Het hoekhuis aan de overkant op nummer 2 werd in de tweede helft van de 17e eeuw neergezet. Het is een gerestaureerd huis in Maaslandse stijl.

Dan sta je opnieuw op de Grote Markt waar je aandacht nu naar enkele huizen gaat. Trotseer de blikken van Ambiorix en bekijk vlak bij hem het huis met het jaartal 1680. Dit huis 'Boulet' was ooit de vleeshal van de stad. Op de eerste verdieping hadden ook de zitdagen van het stadsbestuur plaats. In 1519 verving men een bouwvallig huis door een nieuw en daarvan maakte men het raadhuis. Drie jaar na de brand van 1677 echter stond er een ander nieuw gebouw. Bekijk eens het Onze-Lieve-Vrouwebeeldje in een nis.

Eveneens aan de rechterkant aan de Grote Markt staat het huis 'Lido'. Het dateert uit de eerste helft van de 18e eeuw. Het gebruik van materialen als mergel, kalksteen en baksteen verwijst naar de Maaslandse stijl. Het buurhuis 'Au Phare' is een laatclassicistisch dubbelhuis. In de tweede helft van de 19e eeuw werd er een laag cement op aangebracht.

Wandel van huis naar huis. Aan de overzijde staat het huis 'Peter Pan', ook met een classicistisch uiterlijk. Opvallend zijn de gebeeldhouwde sluitstenen. Het huis ernaast heeft een houten winkelpui, geïnspireerd op de art nouveau. Op de hoek van de Grote Markt en de Hondstraat staat het huis 'Timmermans' dat uit de 18e eeuw stamt. De bakstenen voorgevel is beschilderd.

Als je verder wandelt, kom je op het Plein. Daar duikt het perron op. Als een van de 'goede steden' in het prinsbisdom Luik kreeg de stad een perron, het symbool van het vorstelijk gezag en het embleem van de vrijheden van de burgerij. Het eerste Tongerse perron stond op de Grote Markt, maar het verdween nog voor 1561. Later stond er nog een perron op de plaats van Ambiorix. In 1957 werd het perron heropgericht naast het Gallo-Romeins museum en in 1985 verplaats naar het Plein.

Wandel schuinlinks verder en ga dan rechts de Muntstraat in. Rechts staat het 'Spaans Huis' (nummer 13). De vensters van de benedenverdieping zijn met zware arduinsteen afgelijnd. Kijk naar de uitspringende bovenverdieping.

In de muur aan de overkant zie je nog stenen van het voormalige seminarie. Sinds 1910 wordt het beheerd door de zusters van Maria van Landen. Door hen werden de vensters en een poort dichtgemetseld.

De Muntstraat dankt haar naam aan het werkhuis 'De Moente' waar munten werden geslagen. Dat is nu verdwenen. 'De Munt', het huis nummer 25, staat er nog wel. Het oorspronkelijk gotische huis, nog altijd heel imposant, werd in de 16e eeuw aan de renaissancestijl aangepast. Het gebouw is stadseigendom. In 1994 begon men met de restauratie van het gebouw.

Bij de Jekerstraat ga je linksaf. Voor je ligt het Regulierenplein. Hier stond ooit het Regulierenklooster dat tijdens de Franse overheersing werd afgebroken. Het werd gesticht als een hospitaal en later tot klooster omgevormd.

Je bent nu in het vroegere leerlooierskwartier van de stad, toen vlakbij de Jeker. Het water van die rivier had men nodig voor de bereiding van het leder.

Neem de tweede straat links, de Looierstraat. Het stadion De Motten komt weer in zicht. Dan sla je links af de Sint-Jansstraat in, langs de Onbevlekte Ontvangenisschool. Vooraan staat de Sint-Janskerk die wel meer benamingen kent: Sint-Jan-Baptistkerk of Sint-Jan-de-Doperkerk. Sint-Jan was de patroon van de leerlooiers. De kerk heeft enkele merkwaardige beelden, onder meer een Christus op de koude steen, maar is niet altijd open.

Ga naar rechts de Minderbroedersstraat in, een rustige woonstraat. Neem vervolgens links de Wijngaardstraat. Struikel niet over de trapjes die naar de ingang van enkele huizen leiden. De straat klimt naar de Grote Markt waar je bij het vertrekpunt van de route uitkomt.

Verlaat Tongeren zeker niet voordat je een bezoek hebt gebracht aan het Gallo-Romeins Museum aan de Kielenstraat!

© Wandelgids voor Limburg, 25 lusvormige wandelingen door de mooiste steden en natuurgebieden, André Peeters.