ons dorp - focus


Welkom in Zelem!

           
banner
Zelem - Geografisch
Zelem - Historisch
Zelem - Bezienswaardigheden
Home
wapenschild zelem

De kerken van Zelem

Algemeen

De Sint-Lambertuskerk is de derde kerk van Zelem. De eerste situeerde zich aan de voet de Sint-Jansberg aan de oever van de Demer. In de 17e eeuw verplaatste de dorpskern van Zelem zich van de Demer meer naar het noorden, naar de Zwarte Beek toe, dicht bij de "Loobosch". Op de plaats van de huidige kiosk werd in 1647-1656 de Sint-Apolloniakapel gebouwd, die dienst deed als parochiekerk tot in 1878 de huidige, vlakbij gelegen Sint-Lambertuskerk werd ingewijd. Deze neoromaanse kerk in bak- en zandsteen werd ontworpen door provinciaal bouwmeester Herman Jaminé. In 2008 werd de kerk grondig gerestaureerd. Het kerkorgel werd in 1913 vervaardigd door Jules Geurts uit Berchem. Sinds 2003 is het orgel beschermd.

Eerste Kerk - Sint-Niklaaskerk

De eerste kerk van Zelem was gelegen aan de oever van de Demer onder Sint-Jansberg.

De eerste kerk van Zelem was gelegen aan de oever van de Demer onder Sint-Jansberg.

De eerste kerk van Zelem stond aan de voet van Sint-Jansberg tegen de Demer. Volgens de kroniek van de abdij van Sint-Truiden werd Adela, moeder van Trudo begraven onder het hoogaltaar van deze kerk in 644. De archieven van de Karthuizers maken meermaals melding van het bestaan van deze kerk.

In een tekst van Jan Ramaekers lezen we: "De plaatselijke overlevering, in overeenkomst met de gemeente archieven en gemelden geschiedschrijver, verhaalt dat de gelukzalige Adela in de parochiekerk onder het hoogaltaar begraven werd (of tenminste zeer dicht bij dit altaar, aan de H. Maagd toegewijd). Sinds ruim twee honderd jaren is de oude kerk, die zich dicht bij de Demer bevond, in puin gevallen. Na afbraak werden de goddelijke diensten in de kapel der H. Apollonia gehouden, welke van lieverlede vergroot, eindelijk in parochiekerk herschapen werd.

Nadat de kerk van de boorden des Demer verdwenen was, bleef het hoogaltaar, in arduin gekapt, als godsdienstig aandenken nog lang behouden en diende tevens als grafsteen aan de overblijfsels der Heilige Adela. Sinds werd dit altaar verwaarloosd en, door de eeuwen ondermijnd, viel het weldra in puin en werd afgebroken. Hoe jammer dat zulke roemrijke gedenktekens onzer geschiedenis geen beter lot voorbehouden zijn!

Den 29 juli 1878 deed men te Zeelhem een belangrijke ontdekking, in verband met de hoger opgegeven stelling, dat het stoffelijk overschot der H. Adela in onze gemeente zoude berusten. Bij de afbraak der oude kerke, de oorspronkelijke kapel der H. Apollonia, vond men onder het altaar der moeder gods een stenen zerk (sarcofaag) waarin, naar alle schijn, het lichaam der H. Adela te rusten gelegd werd.

Ontegensprekelijk werd deze zerk uit de oude kerk naar der H. Apollonia overgebracht. Immers volgens de croniek werd het lichaam der H. Adela onder het altaar van O.L. Vrouw ter aarde besteld, en het was juis onder het altaar der H. Maagd dat men de zerk vond. Overigens haar gebrekkige toestand getuigde van een zeer hooge oudheid. Het deksel, gedeeltelijk verbrijzeld, werd vroeger met kalk en mortel aan elkander geplakt, zoals de sporen van herstelling, die nog zeer goed zichtbaar zijn, het klaarste bewijzen.

Op dit deksel bemerkt men eenige versierselen, wier eenvoudigheid aan de vroegste tijden onzer jaartelling doet denken. Het zijn verscheidene rijen ondiepe strepen, die telkens met drie en vier verenigd, in de gansche lengte der zerk van hoofd naar voeteneinde loopen. Het benedengedeelte, of de kom der zerk, was insgelijks zwaar beschadigd.

Van wat steen de zerk vervaardigd is kan, om reden harer oudheid, zeer moeilijk bepaald worden. Zijn gele kleur en zjne hardheid doen aan de groeven van Gobertingen (Gobertange) denken. De onderstelling dat van deze plaats de steen zou herkomstig zijn is geenszins onwaarschijnlijk wijl de rivieren, in vroegere tijden, schier het eenige vervoermiddel uitmaakten en dat de gemelde plaats door de Geete en den Demer aan Zeelhem verbonden is.

Op het ogenblik der ontdekking bevatte de zerk enkel een zwartachtige stof en eene soort houten vaas, die grotendeels vergaan was. Men moet dus denken dat de beenderen der Heilige, tijdens de overvoering uit de kist gehaald werden, want dat ze toenemaal zouden vergaan zijn is maar slecht aan te nemen.

De zerk werd in de nieuwe kerk overgebracht, waar zij thans nog voortdurend bewaard wordt. Na de dood van Wiboldus en Adela werd de heerlijkheid Zeelhem aan de abdij van Sarchinium (Sint-Truiden) vereenigd. Hoelang zij aan het klooster van Sint-Trudo toebehoorde hebben wij, ondanks menigvuldige opzoekingen, niet kunnen ontdekken."

(Tekst Jan Ramaekers, ° Mechelen-aan-de-Maas, 17 juli 1862, † Zelem, 28 augustus 1930, onderwijzer nadien industrieel).

"Op 15 juni 1878 toen de kapel van de H. Apolonia werd afgebroken, ontdekte men, onder het altaar van de H. Maagd, een stenen graftombe die volgens de oudheidkundigen zou dateren uit de 7e eeuw, steunend op de ondiepe lijnen die als primitieve versierselen op het deksel voorkwamen. Bovendien zou de geelachtige kleur van de stenen doen veronderstellen dat ze afkomstig zouden zijn uit Gobertingen nabij Geledenaken, welke plaats in die tijd langs de Demer en de Gete met vaartuigen te bereiken was. De graftombe bevatte echter slechts een zwartachtige stof, een ledig flesje en een bijna gans vergane houten vaas. Ze wordt in de huidige kerk van Zelem nog bewaard."

(Tekst J. Vrancken, Het oude Zelem).

Tweede kerk - De Sint-Apolloniakapel

De Apollaniakapel (1656-1878) deed dienst als parochiekerk toen de kerk aan de Demer in verval raakte. De kapel stond ongeveer op de plaats waar nu de kiosk staat. Herkenbaar op de achtergrond is de nieuwe pastorij. Het bouwwerk voor de kapel is een klokkentoren. Foto van pentekening, gemaakt voor de afbraak van de kapel.

De Apollaniakapel (1656-1878) deed dienst als parochiekerk toen de kerk aan de Demer in verval raakte. De kapel stond ongeveer op de plaats waar nu de kiosk staat. Herkenbaar op de achtergrond is de nieuwe pastorij. Het bouwwerk voor de kapel is een klokkentoren. Foto van pentekening, gemaakt voor de afbraak van de kapel.

De tweede kerk (Apolloniakapel) dateerde uit de 2e helft van de 17e eeuw en stond op de plaats waar de huidige kiosk staat, en zou dienst doen als parochiekerk tot de huidige Sint-Lambertuskerk in mei 1878 werd ingewijd, toen werd de H. Apolloniakerk afgebroken.

In "Het oude Zelem" van J. Vranken lezen we: "Wanneer deze kapel werd opgericht is niet zeer duidelijk. Reeds in 1642 werden aanstalten gemaakt om ze te bouwen. Op het jaargeding van dit jaar, na Bamis, werd immers art. 39 aan het keurboek toegevoegd, waarin bepaald werd dat van alle lijkopen van erven en renten, de helft zou voorbehouden worden ten behoeve van de optrekking van de kapel van Sint-Apollonia. In de schepenakten vinden we deze gelden terug: op 30 october 1651 "gichten" de burgemeesters Peeter Marien en Jacop Inckels Reynier Thonis in een vroente bij de Nieuwe Schans: onkosten voor "lycoop": 12 stuivers en voor kapel 12 stuivers. Op 23 november 1651 verkopen Aert Aerts en Bartholomeus Aerts een plek "Euffelvreebempt" te Bakel bij de Hezerdyck en een zil broek aan Sebastiaen Rutten voor 180 gulden en 2 patacons. Er waren 15 stuivers voor de kapel. Vier dagen later wordt een erf bij de Hettenroyberch en een stuk land "het berchsken" genoemd, ongeveer 1 zil groot door de erfgenamen van Jan Maes opgedragen aan Wilburt van der Houweycken voor 20 Brabantse gulden en "lycoop naer lantcoop die hellicht voor die capelle".

In het jaar 1649 moet men reeds bezig geweest zijn met de opbouw, want op de rechtszitting van 12 april verklaarde Paul Vrancken in naam van de Heer van Loobosch, dat deze laatste nog een steenoven wilde bakken "om daermede te volmaecken die capelle". De edele heer van Loobosch wilde de oven bakken op het Edbroeck (resten van deze steenoven werden blootgelegd bij de bouw van het bruggencomplex voor Demer en autosnelweg tussen Sint-Jansberg en de kerk van Zelk), op de geschikste plaats om zo weinig schade aan de weide te berokkenen. De vergunning werd hem geschonken op voorwaarde dat hij zou helpen om de kuilen te vullen en dat hij de gemeente een ton bier zou schenken.

Rond 1654 was de kapel nog in volledige opbouw. Op 6 januari worden in de gemeenteboeken enige uitgaven hiervan gevonden: 6 gulden werden betaald aan Jan Engelen om 5 dagen aan de kapel te helpen; aan Jan Hornick werd om de 3 dagen te werken en aan Jan van de Mortel om 1 dag te helpen, per dag 1 gulden uitbetaald. Twee karren leem en zand alsmede 900 stenen, op 3 karren geladen, werden door de gemeente geschonken. Ter gelegenheid van de minnelijke schikking betreffende het betalen van gemeentebelastingen voor de goederen der Kartuizers, schenkt het klooster gratis, op 26 juni 1656, aan de gemeente, 5000 schalién om de kapel mede te bedekken. Toen de kapel voltooid was, werd een kapelmeester aangesteld die voor de inning van de inkomsten zou instaan.

Op 27 juli 1654 verklaart Nicolaes Janssen den Jongen, secretaris van de gemeente en "capelmeester tot behoeff der capelle" 50 gulden ontvangen te hebben in naam van de kapel van de erfgenamen Jan Peermans, die deze som, volgens een testament van Herman Spilborgs, verschuldigd waren.

Op de beneficien van de kapelanie moesten te Luik bij de prins-bisschop geestelijke taksen betaald worden. Soms werd dit geld door de burgemeester bij de pastoor van Herk-de-Stad gedragen, die het dan naar Luik bracht, ofwel werd het met de ene of andere meegegeven."

(Uit J. Vranken: "Het oude Zelem".)

Wie was de Heilige Apollonia?

Apollonia van Alexandrië, Egypte; martelares; † 249.
Feest 8 (voorheen) & 9 februari.

Zij was een bejaarde diakones en leefde als maagd omwille van Christus in Alexandrië. Ten tijde van de christenvervolgingen onder keizer Decius (249-251) werd zij gearresteerd en gemaand terug te keren tot de aloude Romeinse goden. Toen ze standvastig bleef in haar geloof onderwierp me haar aan allerlei folteringen; zo werden haar alle tanden uit de mond geslagen. Toen de beulen voor haar een brandstapel klaarmaakten, sprong ze eigener beweging in het vuur, "terwijl het vuur van de Heilige Geest haar hart in vlam zette", aldus het oude martelarenboek.

De bisschop en kerkvader Dionysius van Alexandrië († 264; feest 17 november) zegt van haar - nog geen vijftien jaar na haar dood: "Zij grepen die bewonderenswaardige maagd Apollonia, die reeds op jaren was en sloegen al haar tanden uit haar mond. Vervolgens wierpen ze even buiten de stad een brandstapel op en dreigden haar daarop levend te zullen verbranden als ze niet de godslasterlijke woorden die zij haar voorzeiden wilde nazeggen. Zij vroeg een korte bedenktijd, en sprong onmiddellijk eigener beweging in het vuur. Aldus kwam zij om het leven."

Martelaars worden meestal weergegeven met het tuig waarmee ze gemarteld werden, voor Sint-Apollonia de tang waarmee haar tanden uitgetrokken werden. De heilige Apollonia stierf omwille van haar geloof de marteldood: al haar tanden werden uitgetrokken en vandaar dat gelovigen denken dat zij nu in staat is tandpijn te helen.

Het Apolloniabeeldje

Het verdwenen Apolloniabeeldje (17e eeuw) uit de Sint-Lambertuskerk te Zelem. Zie ook de tang in haar rechterhand, het tuig waarmee ze gemarteld werd.

Het verdwenen Apolloniabeeldje (17e eeuw) uit de Sint-Lambertuskerk te Zelem. Zie ook de tang in haar rechterhand, het tuig waarmee ze gemarteld werd.

Het Apolloniabeeldje, 17e eeuws, verhuisde samen met de biechtstoelen en andere attributen naar het huidige kerkgebouw. Op 9 februari was er elk jaar te Zelem een grote begankenis tot de Heilige Apollonia. Het was dan ook kermis. Deze martelares werd aangeroepen tegen tandpijn.

De archieven van de kerkfabriek vermelden de aankoop van een Apolloniabeeldje in 1648. Een vijftiental jaren geleden werd het beeldje in een atelier te Sint-Truiden nog geconserveerd tegen de tand des tijds. Tijdens deze behandeling werd er ook een ouderdomssituering opgemaakt. Het gepolychromeerde houten beeldje ca. 50 cm groot, verdween uit de Zelems parochiekerk tijdens de adventstijd van 2002. Het stond op een sokkel vooraan links in het koor, op ongeveer 3 meter hoogte. Het waardevolle beeldje dat vastgezet was door een voor het oog onzichtbare schroef in de sokkel werd met geweld weggenomen.

De oude kiosk, waar vroeger de Apolloniakapel stond, links de pastorie. De huidige parking tussen de kerk en de kiosk was het oude kerkhof, ook in de Apolloniakapel werden vooraanstaanden begraven.

De oude kiosk, waar vroeger de Apolloniakapel stond, links de pastorie. De huidige parking tussen de kerk en de kiosk was het oude kerkhof, ook in de Apolloniakapel werden vooraanstaanden begraven.

In de middeleeuwen en ook nog in de 17e eeuw was het de gewoonte dat geestelijken en andere lieden van aanzien in de kerk begraven werden. Ook in Zelem was dit het geval. We vinden hiervan talrijke vermeldingen terug in het oudste Zelems parochieregister:

We leren hieruit dat er in de Apolloniakapel naast het hoofdaltaar nog een zijaltaar gewjd was aan Onze-Lieve-Vrouw en één aan St-Nicolaas, dat er een aparte doodskapel was, ook was er nog een sacristie, want de huidige sacristiekast in régencestijl dateert uit de 18e eeuw.

Ook het volgende is interessant:

Op 19 januari 1677 werd in de kerk van Schaffen, Maria, dochter van Hendrik Spilborghs en Maria Schoepen boven het doopvont gehouden. De pastoor van Zelem vermeldt in de akte de reden waarom het kindje niet in de kerk van Zelem is gedoopt. Wegens overstromingen kon het kindje niet naar de kerk van Zelem worden gebracht. Ons dorp had in die tijd 's winters dikwijls te lijden van overstromende beken (Zwarte Beek) en de rivier de Demer, zodat de gehuchten Gennep, Hees, Bakel en Hertenrode van de rest van het dorp waren afgesneden.

Ook kon men zich vanuit het centrum van Zelem dan niet naar Diest, Schaffen, Halen of Meldert begeven, tenzij per boot door de overstroomde beemden. Vermoedelijk woonde Hendrik Spilborghs in één van de genoemde gehuchten.

Derde kerk - De Sint-Lambertuskerk

Sint-Lambertus van Maastricht (638-706) was bisschop van Maastricht en later van Luik. Hij trok al prekend en dopend door onze contreien. Op 17 september 706 werd hij te Luik met een lanssteek vermoord en meteen daarop als martelaar vereerd. Hij wordt gevierd op zijn sterfdag. De eerste zondag na zijn naamfeest viert Zelem kermis.

Sint-Lambertus van Maastricht (638-706) was bisschop van Maastricht en later van Luik. Hij trok al prekend en dopend door onze contreien. Op 17 september 706 werd hij te Luik met een lanssteek vermoord en meteen daarop als martelaar vereerd. Hij wordt gevierd op zijn sterfdag. De eerste zondag na zijn naamfeest viert Zelem kermis.

Toen de oude Apolloniakapel te klein en bouwvallig was geworden, besloot de kerkfabriek op zondag 7 januari 1872 tot de bouw van een nieuwe kerk. Het ontwerp van Limburgs provinciaal architect Herman Jaminé, die kort tevoren ook de Sint-Jan-de-Doperkerk van Paal en de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Lummen had ontworpen, werd aanvaard. De eerste raming beliep 52.183,92 fr., recuperatie van materiaal uit en dringende werken aan de oude Apolloniakapel meegerekend.

(Op de afbeelding Sint-Lambertus. Ook hij was een martelaar en daarom staat hij ook afgebeeld met het tuig waarmee hij gemarteld werd: in zijn geval een lans. Vergelijk met de Heilige Apollonia die afgebeeld wordt met een tang, waarmee haar tanden werden uitgetrokken).

De kerken van Paal en Lummen die net voor de kerk van Zelem ontworpen werden door architect Herman Jaminé. De gelijkenis tussen de drie kerken is frappant (zie de Sint-Lambertuskerk van Zelem hieronder).

De kerken van Paal en Lummen die net voor de kerk van Zelem ontworpen werden door architect Herman Jaminé. De gelijkenis tussen de drie kerken is frappant (zie de Sint-Lambertuskerk van Zelem hieronder).

Foto van de Sint-Lambertuskerk te Zelem uit de oude doos. Vergelijk de kerk met bovenstaande kerken om de gelijkenis te zien.

Foto van de Sint-Lambertuskerk te Zelem uit de oude doos. Vergelijk de kerk met bovenstaande kerken om de gelijkenis te zien.

De werken werden eerst toevertrouwd aan Adam Breutz uit Paal, maar uiteindelijk aangenomen door G.A. Delhaye uit Maastricht. De plechtige eerste steenlegging vond plaats op 23 juni 1874, bij de inhuldiging van de nieuwe pastoor Grieten, de steen inclusief inscriptie, bevindt zich nog steeds in het koor van de kerk, verborgen onder een laag pleister.

Allerlei problemen dienden zich aan, omdat men de kerk niet op het oude kerkhof wilde bouwen, moest de gemeente eerst nog tot een akkoord komen met de eigenaar van het toenmalige perceel, Victor van Hoorde uit Brussel. Bovendien bleek de ondergrond van het oude kerkhof weinig stabiel, was er gebrek aan bouwmaterialen en bleek de voorziene recuperatie van bakstenen en hout uit de Apolloniakapel moeilijker dan verwacht omdat de kapel nog steeds in gebruik was. Bovendien drongen zich aanpassingen op aan het plan.

Zo werden de ingangen aan de zijkant van de toren voorzien van een bijkomende verdieping, en werd het ontwerp van de torenspits bijgewerkt. Al deze problemen zorgden voor de toename van de kosten en vertragingen. Pas op 25 januari 1877 kon het dak afgewerkt worden. Daarna plaatste een zekere Jan Delmartino de glasramen, werd de kerk bepleisterd door Melot uit Diest en werd de vloer alsnog aangenomen door Adam Breutz uit Paal. In februari 1878 werden uiteindelijk de dorpels geplaatst.

De plechtige inwijding op 7 mei 1878 was dan ook een feestelijk moment, waarvoor ook de architect naar Zelem kwam. De handgeschreven uitnodiging vanwege de pastoor en het antwoord van Jaminé bleven bewaard in het Provinciaal Archief. Zoals reeds vermeld, vertoont het Zelemse ontwerp gelijkenissen met de kerken van Paal en Lummen, waar Herman Jaminé reeds ervaring had opgedaan, maar ook bij restauratiewerken aan de kerk van Sluizen bij Tongeren.

Nog enkele foto's uit de oude doos van de Sint-Lambertuskerk:

Foto van de Kerk van Zelem uit de oude doos. Op de foto is ook de oude kiosk te zien en de toen nog jonge pastorie (voltooid in 1868).

Foto van de Kerk van Zelem uit de oude doos. Op de foto is ook de oude kiosk te zien en de toen nog jonge pastorie (voltooid in 1868).

Mooi panorama op het centrum van Zelem vanuit de achterliggende weiden van de school van Zelem (1905). Vermits deze foto werd genomen door Felix Vaes, die een kruidenierszaak had langs de school, stamt deze foto waarschijnlijk uit de periode 1910-1920.

Mooi panorama op het centrum van Zelem vanuit de achterliggende weiden van de school van Zelem (1905). Vermits deze foto werd genomen door Felix Vaes, die een kruidenierszaak had langs de school, stamt deze foto waarschijnlijk uit de periode 1910-1920.

Het meubilair was in een eerste fase nog recuperatiemateriaal uit de Apolloniakapel, maar werd al snel vervangen door een interieur in dezelfde stijl.

Het hoofdaltaar werd in 1888 vervaardigd in Russische eik en verbeeld de graflegging en het leven van de patroonheilige, het bevindt zich nog steeds in de kerk, maar is sinds 1923 niet meer in gebruik.

Vanaf januari 1892 zorgde een andere Jaminé, Germain, voor de decoratie van het koor. Deze polychrome schilderingen werden na 1900 verdergezet in de rest van de kerk door Joseph Habets uit Venlo. Ook deze decoratieve elementen zijn ondertussen grotendeels verdwenen. Na het Tweede Vaticaans Concilie vond men dit niet meer toepasselijk, en werd zowat het hele interieur wit geschilderd.

Binnenzicht van de kerk omstreeks 1920, met het oude houten hoofdaltaar, de communiebank als afsluiting van het priesterkoor en de preekstoel links vooraan tegen de eerste pilaar in het schip van de kerk. Zie ook naar de mooie muur- en plafondschilderingen.

Binnenzicht van de kerk omstreeks 1920, met het oude houten hoofdaltaar, de communiebank als afsluiting van het priesterkoor en de preekstoel links vooraan tegen de eerste pilaar in het schip van de kerk. Zie ook naar de mooie muur- en plafondschilderingen.

Binnenzicht van de kerk voor de laatste wereldoorlog, met huidig hoofdaltaar en preekstoel rechts op het priesterkoor.

Binnenzicht van de kerk voor de laatste wereldoorlog, met huidig hoofdaltaar en preekstoel rechts op het priesterkoor.

Binnenzicht van de kerk omstreeks 1950, met kroonluchter geschonken door graaf Moens de Fernig.

Binnenzicht van de kerk omstreeks 1950, met kroonluchter geschonken door graaf Moens de Fernig.

Huidige toestand

Algemeen

De Sint-Lambertuskerk zoals ze er nu uitziet.

De Sint-Lambertuskerk zoals ze er nu uitziet.

Ontwerp: Herman Jaminé, provinciaal bouwmeester.
Aannemer: G. Delhaye uit Maastricht en Gerard Peeters.
Kostprijs: raming op 52.183,92 frank.
Bouwstijl: neoromaans uit bak- en zandsteen.
Eerste steenlegging: 23 juni 1874 door E.H. Pastoor Leopold Grieten.
Ingewijd op 7 mei 1878 door bisschop Mgr. Doutreboux.
Heropening na grondige restauratiewerken op 27 januari 2008.

Interieur

Interieur van de kerk sinds de restauratiewerken in 2008.

Interieur van de kerk sinds de restauratiewerken in 2008.

De zijaltaren (1899) zijn een ontwerp van Pierre Peters, beeldhouwer uit Antwerpen. Ze werden geschonken door Baron Whetnall. Hij was senator en woonde op het Sint-Jansbergkasteel.

Zijaltaren: (1899) Ontwerp van Pierre Peeters, beeldhouwer uit Antwerpen. Ze werden geschonken door Baron Whetnall. Hij was senator en woonde op het Sint-Jansbergkasteel.

De biechtstoelen zijn in Rococostijl en stammen uit de 18e eeuw. Ze werden gerecupereerd en overgebracht uit de Apolloniakapel.

Biechtstoelen: Rococo (18e eeuws) gerecupereerd en overgebracht uit de Apolloniakapel.
Communiebank: geschonken door Leopold Cruls, eigenaar van kunstgieterij Cruls uit Zelem.

Het kerkorgel werd in april 1913 ontworpen door Jules Geurts uit Berchem en is sinds 2003 een geklasseerd monument.

Kerkorgel: (april 1913) gemaakt door Jules Geurts uit Berchem en geklasseerd monument sinds 2003.
Kruisweg: (1922) is een kopie van deze van de O.L.V. Kathedraal van Antwerpen. Geschilderd door Karel Beyaerts. Zes staties werden betaald door de gemeente met vermelding van de gesneuvelde Zelemnaren uit Wereldoorlog I. De overige staties werden betaald door schenkers met vermelding van hun namen onderaan de statie.
Tabernakel: dateert uit 1923.
Hoogaltaar: dateert uit 1929.
Doopvont: dateert uit 1942.
Schilderwerken: origineel uit 1900, eind jaren '70 overschilderd. In 2007 vernieuwing schilderwerk door de firma Darcis uit Alken. Enkele originele motieven werden opgehaald en gerestaureerd.

Beelden

Het beeldje van O.L.V. van Onrust bevond zich vroeger in de gelijknamige kapel (in de volksmond gekend als Tutterkapel) voor het Sint-Jansbergklooster. Het is een 17e eeuws beeld (onder stolp achteraan de kerk).

O.L.V. van Onrust: bevond zich eerst in de gelijknamige kapel (in de volksmond bekend als Tutterkapel) voor het Sint-Jansbergklooster. Het beeld is 17e eeuws en bevindt zich onder een stolp achteraan de kerk.

Links: beeld van Sint-Lambertus (19e eeuw). Deze heilige leefde in de 7e eeuw en wordt de apostel van de Kempen en Brabant genoemd. Hij was bisschop te Maastricht en is de patroonheilige van ons dorp en onze kerk.

Links: beeld van Sint-Lambertus (19e eeuw). Deze heilige leefde in de 7e eeuw en wordt de apostel van de Kempen en Brabant genoemd. Hij was bisschop te Maastricht en is de patroonheilige van ons dorp en onze kerk.
Rechts: dit 18e eeuwse beeld van Sint-Ambrosius is mogelijk een Sint-Niklaasbeeld. De oude kerk aan de Demer was een Sint-Niklaaskerk. Sint-Ambrosius is de patroonheilige van de imkers.

Sint-Lambertus: 19e eeuws. (Pilaar links vooraan de kerk).
Sint-Ambrosius: 18e eeuws. Was patroonheilige van de Zelemse imkersgilde (Pilaar rechts vooraan de kerk).

Sint-Antonius, de patroon van de verloren voorwerpen. Rechts de gedenkplaat ter ere van de gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog (zie meer gedetailleerde foto hieronder).

Sint-Antonius, de patroon van de verloren voorwerpen. Rechts de gedenkplaat ter ere van de gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog (zie meer gedetailleerde foto hieronder).

Sint-Antonius: patroon van de verloren voorwerpen (Pilaar rechts achteraan de kerk).

Herdenkingsplaat in brons, achteraan de kerk, met de namen van de gesneuvelden tijdens de eerste wereldoorlog. Deze namen zijn ook terug te vinden op enkele staties van de kruisweg.

Herdenkingsplaat in brons, achteraan de kerk, met de namen van de gesneuvelden tijdens de eerste wereldoorlog. Deze namen zijn ook terug te vinden op enkele staties van de kruisweg.

Klokken

Hoofdklok: gegoten in 1870 door Louis Vanaerschot uit Leuven. Gewicht: 1004 kg. De klok werd gemaakt door een samensmelting van de oude klok van de Apolloniakapel (188 kg) met toevoeging van nieuw materiaal. Een grotere klok was nodig omdat het klokgeluid hoorbaar moest zijn tot alle grenzen van de gemeente. In afwachting van de nieuwe kerk werd de klok geplaatst in een alleenstaande klokkentoren voor de kapel.

Klokkenroof in WOII door de Duitse bezetter.

Klokkenroof in WOII door de Duitse bezetter.

Tijdens Wereldoorlog II werden Belgische klokken geroofd door de Duitse bezetter. Om dit te verhinderen luidden de Zelemnaren urenlang de klokken waardoor ze overhit raakten. Demontage werd zo onmogelijk. Later werd ze dan toch naar Duitsland overgebracht voor versmelting. Na Wereldoorlog II werd ze in een Duitse fabriek gevonden en teruggeschonken aan de gemeente Zelem.

Kleine klok: gegoten in 1922 door Constant Sergeys uit Chênee bij Luik. Gewicht: 576 kg. Bleef tijdens Wereldoorlog II wel in Zelem.

(© Heemkundige kring Sint-Jansdal, Zelem).