Zelem - algemene geografie

ons dorp - focus


Welkom in Zelem!

           
banner
wapenschild zelem
Zelem - Geografisch
Zelem - Historisch
Zelem - Bezienswaardigheden
Home
plan zelem klein

(Klik op het plan om te vergroten)

Zelem is gesitueerd binnen de invloedssfeer van het kleinstedelijk gebied Diest, en wordt begrensd in het noorden door Schaffen (deelgemeente Diest), in het zuidoosten door Lummen (Meldert en Linkhout) en in het westen door Webbekom (deelgemeente Diest). In 1977 werd Zelem gefuseerd met de stad Halen, een gemeente waarmee het nochtans maar een zeer kleine grens heeft.

Zelem ligt in de Tertiaire Kempen - een overgangsgebied tussen de Kempen en het Hageland. Het landschap wordt er gedomineerd door langgerekte, noordoost-zuidwest gerichte zandsteenruggen (getuigenheuvels), die worden doorsneden door in dezelfde richting georiënteerde beekvalleien van wisselende breedte. De belangrijkste getuigenheuvels in en rond het plangebied zijn de heuvel van Hees, de heuvel van Grote Dorst, de Gennepberg, de Kolenberg en zijn uitlopers, de Barenberg en de Kerkenberg. Deze heuvels verheffen zich tot meer dan 30 m boven het zeeniveau. Vele heuvels hebben een ietwat steile hoofdzakelijk zuidelijk georiënteerde helling en een meer geleidelijke helling in noordwaartse richting. De getuigenheuvels zijn bedekt met dekzand waarin plaatselijk landduinen zijn opgestoven, hetgeen resulteert in een sterk wisselend reliëf.

De streek rond Zelem biedt een afwisseling van natte en droge gebieden, hetgeen zich vertaalt in een gevarieerd bodemgebruik. De droge delen, verhevenheden in het landschap, zijn overdekt met dekzand, dat op verschillende plaatsen is opgestoven tot landduinen. De natte delen vinden we in de beekvallei van de Zwarte Beek. Door een doorgedreven bebossing op het eind van de 19de eeuw ontstonden, vooral op de armere gronden, aaneengesloten dennenbossen die stuthout moesten leveren voor de mijnbouw. Daarbij werd veel heidegebied omgezet in bos.

In de vallei ruimden grote elzenstruwelen plaats voor natte wei- en hooilanden. Op de overgang van de vallei naar de getuigenheuvels maar ook in de rand ervan ontstonden talrijke kleine en middelgrote bosjes die thans de verbinding vormen tussen de resterende grotere boseenheden op de heuvels.

De belangrijkste beekvallei in het gebied is de vallei van de Zwarte Beek. Door de Diestiaanheuvels kan de breedte van de beekvallei lokaal sterk variëren met soms ook een sterk asymmetrische beekvallei tot gevolg. Dit wordt duidelijk ter hoogte van het domeinbos van Hees. Langs de rechteroever van de Zwarte Beek komt een hoge en relatief steile Diestiaanheuvel voor met een relatief smalle valleiflank tot gevolg. De linkeroever is veel uitgestrekter. Kleine dijkjes op beide oevers reduceren de overstromingsfrequentie. De vegetatie, bestaande uit kruipende boterbloem, geknikte vossestaart, ruw beemdgras en pitrus wijst op een typisch overstromingsland.

Stroomafwaarts van dit overstromingsgebied wordt de vallei doorkruist door een spoorlijn. Via het Rotbroek en Diestersbroek komt de Zwarte Beek dan uiteindelijk ter hoogte van Diest en het Webbekomsbroek in de Demer terecht. Deze verschillende 'broeken' vormen momenteel een belangrijk overstromingsgebied voor Demer en Zwarte Beek en worden ook als dusdanig ingericht. Aan de valleiranden komt nagenoeg overal bebouwing voor.

De Bakelsbeek, tussen Meldert en Zelem, is een kleine zijbeek van de Zwarte Beek en beide lopen doorheen dezelfde vallei. De Heesbeek - een andere zijbeek - daarentegen heeft haar eigen smalle vallei gevormd tussen de heuvel van Hees en de Barenberg. In de natte valleidelen vormden zich moerasgebieden zoals 'de Goren', 'de Leunen' en 'het Rotbroek'. Op enkele natte plaatsen werden vijvers aangelegd.

In het gebied komen veel zandbodems voor, al dan niet met wat bijmenging van leem. Een groot deel is profielloos. Dit geldt in de eerste plaats voor de landduinen op de heuvels van Hees, het Prinsenbos, Grote Dorst en enkele kleinere plaatsen, maar evenzeer voor andere bodemtypes in de valleien. Langs de Zwarte Beek zijn ook frequent veenbodems aanwezig. De bodems variëren van zeer droog tot zeer nat, afhankelijk van de ligging. De landduinen wateren snel en gemakkelijk af, terwijl in de vallei vochtige tot permanent natte gronden voorkomen.

In of aansluitend op het bosgebied komen allerhande lineaire houtige elementen voor - vooral dreven en bomenrijen, maar ook houtkanten. Vooral in de deelgebieden Gennep en Leunen vormen bomenrijen een belangrijk landschapsstructurerend element. In veel gevallen begeleiden ze de toegangs- en doorgangswegen naar of doorheen het bos. Hun totale lengte beslaat ruim 3 km.

Opmerkelijk zijn ook enkele bomenweiden, dit zijn graslanden waarop verspreid bomen groeien, alsook meerdere half verboste groeven en verscheidene, vaak diep uitgesleten, holle wegen.