

Officiële landstaal: Arabisch
Hoofdstad: Khartoem
Regeringsvorm: republiek
Staatshoofd: President Omar al-Bashir
Religie: islam, animisme, christendom
Oppervlakte: 1.861.484 km²
Inwoners: 36.729.501 (2016)
Inwoners / km²: 19,7 / km² (2016)
Munteenheid: Soedanese pond
Nationale Feestdag: 1 januari
Volkslied: Nahnu Djundulla Djundulwatan

Weergave van de Slag bij Omdurman.
Na de moord op generaal Gordon in 1885 in Khartoum door de mahdisten en de natuurlijke dood in datzelfde jaar van de Mahdi, hadden de Britten zich uit Soedan teruggetrokken. Pas in 1898 trok de bevelhebber (sirdar) van het Anglo-Egyptische leger, Sir Herbert Kichener, aan het hoofd van 27600 Egyptische manschappen en 8000 Britse soldaten, ondersteund door twaalf kanonneerboten, op naar Omdurman. Hier net buiten Khartoum, had kalief Abdullahi, de opvolger van de Mahdi, zijn hoofdstad gesticht. Vanaf de boten werd de stad gebombardeerd, waarbij de graftombe van de Mahdi op brute wijze tot puin werd geschoten.
"Wij hebben wel, het machinegeweer / En zij niet, dus we
maaien ze neer."
Hilaire Belloc, dichter, schrijver, historicus
De mahdistische derwisjkrijgers verzamelden zich op de heuvels ten noorden van de stad en, gewapend met speren en geweren, gingen zij bij dageraad tot de aanval over. Ze werden doorde nieuwe Maximmachinegeweren neergemaaid. De Britse overwinning werd zeker gesteld door een aanval - de laatste cavaleriecharge van een Europees leger - van de 21e lansiers; onder hen bevond zich ook de jonge Winston Churchill. Zo'n 20.000 mahdisten vonden de dood; de Britse verliezen waren minimaal. Drie Britten werden onderscheiden met het Victoriakruis en Kitchener werd onderscheiden met de titel van baron.
In Churchills eerste boek, De rivieroorlog, wordt de Slag van Omdurman voorgesteld als een hoogtepunt van het Brits imperialisme.